20. Voices of Fashion in het Centraal Museum

Laat ik maar direct met de deur in huis vallen. De modetentoonstelling ‘Voices of Fashion’ in het Centraal Museum in Utrecht is fantastisch. Als je van mode en textiel houdt, moet je hem absoluut zien.

Modeconservator Ninke Bloemberg, co-curator Janice Deul en projectcurator Anne-Karlijn van Kesteren hebben een tentoonstelling neergezet die niet op een beter moment gemaakt had kunnen worden in een tijd waar begrippen als kolonialisme, racisme, discriminatie en onderdrukking hoog op de agenda staan. Het prachtige tentoonstellingsontwerp is gemaakt door Afaina de Jong, dochter van Carlien de Jong-Macnack die in het verleden voor het vrouwenblad Viva als donker model en styliste werkte en van wie ook foto’s in de tentoonstelling zijn opgenomen.

Coverfoto: AiRich, Styling: Faouziat Biera Faous, Haar: Yara Forster, Make-up: Magdalena Kielb. Een uitgave van uitgeverij Waanders
Coverfoto: AiRich, Styling: Faouziat Biera Faous, Haar: Yara Forster, Make-up: Magdalena Kielb. Een uitgave van uitgeverij Waanders.

In het mooi uitgevoerde boek dat bij de expositie is uitgegeven, staan ijzersterke foto’s en informatieve achtergrondartikelen. Ik hoop dat dit artikel je verleidt om de tentoonstelling te gaan bekijken.

Links een jurk van Diane Patience Echitey. Rechts Asap le Togoricain.
Links een jurk van Diane Patience Echitey. Rechts Asap le Togoricain.

Wat weet ik zelf eigenlijk van zwarte modeontwerpers? Ken ik een aantal namen?

In 1998 zag ik de modetentoonstelling ‘The art of African Fashion’ in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Dat is de expositie die ook beroemd werd omdat prins Claus bij zijn openingsspeech zijn stropdas van zich af wierp en vanaf dat moment nooit meer een stropdas droeg.  De catalogus staat in mijn boekenkast en kwam er voor deze gelegenheid weer uit om de inhoud nog eens te bekijken. Er staan goede artikelen in over Afrikaans textiel, haar en henna en het werk van een tiental Afrikaanse modeontwerpers komt aan bod.

Een groep Senegalese vrouwen in 'pagnes' geverfd met indigo. Als liefhebber van indigo vind ik dit een schitterende foto
Een groep Senegalese vrouwen in ‘pagnes’ geverfd met indigo. Als liefhebber van indigo vind ik dit een schitterende foto.

Ook zag ik in 2017 de tentoonstelling ‘Fashion Cities Africa’ in het Tropenmuseum. Ik weet nog dat ik er van onder de indruk was. Prachtige kleurrijke kleding van ontwerpers van wie ik nog nooit had gehoord. Zoals aantrekkelijke, eenvoudige jurken van Ghitta Laskrouif uit Casablanca, gemaakt van verwassen en door de zon gebleekte oude herenoverhemden. De schoonheid en originaliteit raakten me; ik heb er toen nog een blog over geschreven.

Maar goed, namen die ik weet: Xuly Bet, Ozwald Boateng, Patta, Marga Weimans en kom, hoe heet die zwarte ontwerper ook al weer uit Amerika? Ik kan er niet opkomen. Ik bedoelde Dapper Dan, dat weet ik nu omdat hij in de Utrechtse tentoonstelling is opgenomen. Dat zwarte ontwerperscollectief dat in de tentoonstelling Fashion Statements in het Amsterdam Museum me opviel met hun zwarte collectie? Art comes First! Maar dat moest ik wel even opzoeken in de catalogus.

Nu kan ik natuurlijk schrijven dat ik slecht in namen ben, maar als je me vraagt naar Europese en Amerikaanse ontwerpers krijg je zo een lange rij. Er mist dus wat.

Hoe komt dat? Wat je niet ziet, leer je niet kennen – zo simpel is het. Als je geen namen ziet van zwarte modeontwerpers in modereportages leer je hen ook niet kennen en waarderen. Die beperktheid in kijken zit overigens niet alleen in mode. Een aantal jaren geleden zag ik in het Iraanse paviljoen op de Biënnale in Venetië een video van een voor mij totaal onbekende Afghaanse kunstenares Lida Abdul die een kapot gebombardeerde fabriek wit schilderde.

Lida Abdul, still uit de video White House (2005), MOMA, New York
Lida Abdul, still uit de video White House (2005), MOMA, New York

Nooit gedacht dat dit soort kunst in dat land werd gemaakt. Een eye-opener was het. Nieuwsgierigheid blijft toch altijd een belangrijke gave om jezelf te verrijken.

Toen ik in de tachtiger jaren voor modeontwerper studeerde op de kunstacademie in Arnhem was er alleen aandacht voor westerse modeontwerpers. Ik herinner me de ballonrokjes van Christian Lacroix, de rokken voor mannen van Jean Paul Gaultier, de glitter van Gianni Versace en de rustige mode van Giorgio Armani. Ontwerpen van zwarte modeontwerpers waren niet in beeld. Wel waren er zo af en toe zwarte modellen zoals Naomi Campbell in de Engelse Elle, de geweldige Pat Cleveland in de Avenue en Iman Abdulmajid op de voorkant van de Vogue.

Ik denk dat er in het huidige modeonderwijs niet veel is veranderd qua opvattingen over ongelijkheid. Heel veel opleidingen zijn nog steeds erg ‘wit’ georiënteerd. Wel weet ik dat er bij het AMFI (Amsterdam Fashion Instituut) op dit moment onderzoek plaatsvindt na een grote klachtenstroom van studenten en ex-studenten die met racisme, uitsluiting en discriminatie werden geconfronteerd. Ook uit de echte modewereld komt eenzelfde soort beschuldigingen naar buiten. Het is absoluut noodzakelijk dat dit aan de kaak wordt gesteld en er een verandering komt.

Die onbekendheid heeft ook te maken met het gegeven dat zwarte ontwerpers in vergelijk met witte ontwerpers minder kansen krijgen om zichtbaar te worden. Modetijdschriften plaatsen eerder een foto van een jurk van Dior dan van Sunny Dolat, Lesiba Mabitsela of van het label Hanifa. Bekende namen en merken krijgen altijd meer ruimte en kans. De westerse modewereld is vooral een witte aangelegenheid; gelukkig is er een kentering te zien. Steeds vaker zie je een zwart model op de covers van modetijdschriften en in modereportages. Langzaam komt er wat meer zichtbaarheid en daardoor meer invloed op die te witte modewereld.

‘Diversiteit zou de norm moeten zijn. Wij zijn geen trend.’ Dat is een uitspraak van Naomi Campbell tijdens de uitreiking van de Black Girl Magic Award in 2020.

Ontwerp: Farida Sedoc (2020)

Hoe treurig ook dat de dood van een zwarte man de aanleiding was, maar ‘Black Lives Matter’ heeft een sterke aanzet gegeven voor die noodzakelijke verandering die nu doorgezet moet worden.

Bisa Butler, Frederic Douglas (2020)
Bisa Butler, Frederic Douglas (2020)

De woorden die de Amerikaanse zwarte politicus Frederic Douglas op Independence Day op 4 juli 1826 uitsprak tegen slavernij zijn nog steeds actueel.

‘For it is not light that is needed, but fire; it is not the gentle shower, but thunder. We need the storm, the whirlwind, and the earthquake’.

Toen ik die tekst voor het eerst las een paar maanden geleden begreep ik waarom het belangrijk en noodzakelijk is om je kwaad te maken over de ongelijkheid tussen zwart en wit. Om goed naar die woede te luisteren en erachter te gaan staan. Ideaal zou zijn dat we geen verschil meer maken tussen zwart en wit, maar daar is een proces voor nodig. Deze tentoonstelling geeft daarvoor een betekenisvolle aanzet. Het is niet dezelfde actie, maar de strijd voor gelijke rechten voor LHBTIQ personen is vergelijkbaar. Ook hier was en is woede nodig om verandering in en door te zetten.

Couture, diverse ontwerpers
Couture, diverse ontwerpers

Bij binnenkomst bij de tentoonstelling in het Centraal Museum Utrecht werd ik boven aan de trap overweldigd toen ik de eerste ruimte in keek. Tegen een zwart-witte wand in traditioneel Afrikaans motief staan veel poppen gekleed in de meest schitterende kleding. Een rijk beeld vol kleur en vorm.

Links, David Paulus (1986) Ensemble uit de Popart Fetisj collectie (2019). Rechts, Patrick Kelly (1954 - 1990) Jurk F/W 1989/90
Links: David Paulus (1986) Ensemble uit de Popart Fetisj collectie (2019). Rechts: Patrick Kelly (1954 – 1990) Jurk F/W 1989/90.
Links: Ahluwala, Midden: Christopher John Rogers en Rechts: Ozwald Boateng.
Links: Ahluwala, Midden: Christopher John Rogers en Rechts: Ozwald Boateng.

Couture in optima forma door een groot aantal ontwerpers van wie ik, eerlijk gezegd, nog nooit had gehoord. Niet zo gek want slechts 1% van de ontwerpers die zich internationaal presenteren tijdens de modeweken in Parijs, Londen, Milaan en New York zijn zwart. Wat weten we eigenlijk van de modeweken in Afrika zelf? Komt die informatie wel naar hier via modetijdschriften, social media en websites?

Botter, collectie Fish or Fight S/S 2018
Botter, collectie Fish or Fight S/S 2018

Om nog even terug te komen op mijn kritiek in mijn vorige artikel over de borduurtentoonstelling in Leeuwarden. Het ‘HELL ‘ borduursel van Botter is een voorbeeld van borduren als vorm van verzet.

Zaal twee laat de grote invloed van hiphopmuziek zien in casual kleding die veel mensen graag dragen. Bijna iedereen heeft wel een sweater of een hoodie in de kast hangen en wat te denken van sneakers die je veelvuldig in het straatbeeld ziet en die ook bij mij in de kast staan.

Kleding uit verschillende collecties van het merk Cross Colours (1990 - 2020).
Kleding uit verschillende collecties van het merk Cross Colours (1990-2020)

Hiphop ontstond in de jaren zeventig als protest van Afro-Amerikaanse en Latino jongeren uit achtergestelde wijken zoals The Bronkx in New York. Verzet tegen racisme en onderdrukking waren in hun ritmische teksten te horen.

Het eenvoudige t-shirt is bij uitstek een kledingstuk waarmee je duidelijk kunt maken waar je staat of waar je een mening over hebt. Een grote serie hiervan is te zien in de tentoonstelling.

Als docent raakte het t-shirt van het merk ‘Cross Colours’ waarop een tekst stond over de belangrijkheid van educatie. Goed onderwijs kan ervoor zorgen dat je je dromen waar kunt maken.

Naast die verschillende soorten kleurige streetwear uit verschillende periodes staat er onder andere ook een lange tricot jurk met een graffiti dessin en een sportjack met een lange witte tule rok van het merk Off-White van ontwerper Virgil Abloh uit de herfst/winter collectie 2020.

Dapper Dan X Gucci 2018
Dapper Dan X Gucci 2018

Te zien is ook een serie ontwerpen van Dapper Dan die hij in samenwerking met Gucci maakte nadat het Italiaanse merk in 2017 zich Dapper Dan’s beroemde jas met enorme pofmouwen toe-eigende. Na protest vanuit de hiphop-gemeenschap besloten de twee partijen samen een collectie te maken en zich in te zetten voor een meer inclusieve modewereld.

Daarna volgt een zaal met veel informatie over zwarte modellen door de jaren heen, zoals Grace Jones, Angela Davis, Alek Wek, Amanda Gorman en de Nederlandse Shirley Ellis die de muze van Frank Govers was in de jaren tachtig.

Naomi Sims, LIFE magazine, october 1969
Naomi Sims, LIFE magazine, october 1969

In een vitrine liggen modetijdschriften met iconische covers van zwarte modellen door de jaren heen.

Mattel, Christie & Barbies (1968-2020)
Mattel, Christie & Barbies (1968-2020)

Een grote verzameling barbie’s in een andere vitrine laat zien dat het begrip diversiteit ook bij deze pop aanwezig is.

Een schokkend klein, maar voor mij een heel rakend onderdeel gaat over het Witte Goud: Katoen. Hoe gewoon vinden we het dat we een wit katoenen t-shirt in de kast hebben liggen? Dat aan katoen de begrippen uitbuiting, kolonialisme en racisme hangen, willen we liever niet weten.

In het zaalboekje staat hier het volgende over.

‘Katoen vormt de sleutel tot het begrijpen van de koloniale geschiedenis. Textiel speelde een cruciale rol in de menselijke uitbuiting. In de handelsboeken van de Middelburgse Commercie Compagnie is te lezen hoeveel stof een slaafgemaakte Afrikaanse man of vrouw ‘waard’ was. De blauwe ruitstof die vaak als voering in kleding uit de 17de en 18de eeuw werd gezet zou zo maar handelswaar hebben kunnen zijn om slaven te kopen. Een gruwelijk gedachte waarna meer onderzoek zal worden gedaan.’

Rok 1790 - 1800
Rok 1790 – 1800

Zelfs nu moet je helaas onder ogen zien dat veel kleding het product is van uitbuiting. Denk aan de slechte kledingateliers in landen als Bangladesh. Daar maken textielarbeiders lange dagen voor een hongerloon. De handel die er tussen zit, gaat er met de winst vandoor. Dat wij dat laten gebeuren en op de markt t-shirts voor 5 euro kopen, vind ik gruwelijk.

Yinka Shonibare, The Pursuit (2007)
Yinka Shonibare, The Pursuit (2007)

Dan is er nog een deel over identiteit en stereotypering waar onder andere het kunstwerk The Pursuit uit 2007 van de door mij bewonderde kunstenaar Yinka Shonibare staat. Twee etalagepoppen gekleed in Dutch Wax stoffen, ‘Afrikaanse stoffen’ die in Helmond bij Vlisco worden gemaakt. Hoe Afrikaans zijn die? Dat kun je je afvragen als je naar de trailer van de documentaire van Aiwan Obinyan kijkt met de titel ‘Waxprint: 1 fabric, 4 continents, 200 years of history’.

Er is nog veel meer te zien: over sneakers, de kunst van Darwin Winklaar en over Nederlandse modellen.

Gisteravond bekeek ik, daartoe aangezet door de catalogus, op Youtube de film die gemaakt is over de beroemde modeshow ‘The Battle at Versailles’ van Franse en Amerikaanse modeontwerpers. Die historische modeshow werd op 28 november 1973 in het Paleis van Versailles gehouden om geld in te zamelen voor de restauratie. Voor het eerst waren er veel zwarte modellen zoals Bethann Hardison, Alva Chinn, Charlene Dash en Billie Blair op de catwalk die kleding van Amerikaanse ontwerpers als Bill Blass, Anne Klein en Tim Burrow showden.

Wat ik geweldig vind aan deze tentoonstelling is dat het geen drammerig gebeuren is maar een feest om te ondergaan. Het is een viering van black expertise, vakmanschap, talent, schoonheid en culturen, zegt Janice Deul, mode-activist en co-curator van de expositie. Dat belangwekkende thema’s als racisme, slavernij en discriminatie een zwaarwegende plek hebben binnen het geheel van de opstelling is niet meer dan logisch; het geeft de tentoonstelling een lading om over na te denken.

Kenneth Ize, Jas F/W 2019/2020
Kenneth Ize, Jas F/W 2019/2020

Ik hoop dat de tentoonstelling druk bezocht gaat worden door mode- en textielliefhebbers, modestudenten, docenten, historici en iedereen die zich wil verdiepen in de wereld van zwarte modeontwerpers. Je krijgt er energie van. En inzicht. Voeding voor je verlangen naar schoonheid. Ga erheen als je kunt.

19. Borduren in het Fries Museum

De catalogus van de tentoonstelling ‘Haute Bordure’  (Geborduurde kleding en accessoires in Nederland 1620-2020) heb ik al maanden in huis. Tot voor kort was de tentoonstelling helaas niet te zien.  Corona hield de deuren van het Fries Museum in Leeuwarden een half jaar dicht. Afgelopen zaterdag gingen alle musea in Nederland gelukkig weer open. Maandag gingen we dus naar Leeuwarden. Natuurlijk laat ik in dit blog niet alles zien, want dan is de verrassing eraf als je erheen gaat. Daarom veel detailfoto’s en af en toe een kledingstuk in zijn geheel.

De mooi uitgevoerde catalogus en het informatieboekje met het campagnebeeld.
De mooi uitgevoerde catalogus en het informatieboekje met het campagnebeeld

Borduren, ik heb er al vaker over geschreven op dit blog. Je hebt er alleen naald en garen, een lapje stof en wat kennis van borduursteken voor nodig. De tentoonstelling neemt je mee in de geschiedenis van het borduren. Als presentatiebeeld voor de tentoonstelling is gekozen voor een jongeman die een jas van Dries van Noten draagt uit de zomercollectie van 2015.

Viktor & Rolf, First Couture Collection 1998
Viktor & Rolf, First Couture Collection 1998

De tentoonstelling is opgebouwd rond een aantal thema’s: Pronken, Luxe, Techniek, Patroon, Wit op Wit, Mode en Royalty. In de werkelijkheid van de zalen is er overlap en lopen die thema’s nog al eens door elkaar. Als binnenkomer zie je bij Pronken een geborduurde jurk van Viktor en Rolf uit hun eerste First Couture Collection. Cirkels van goudkleurige pailletten en kraaltjes zijn op een grijze zijden jas geborduurd. De jas is nog in het ‘maakstadium’, dat is te zien aan de niet afgewerkte bovenkant en aan het onaffe borduurwerk dat nog in de borduurring zit en zo een soort sieraad wordt. Het is een verwijzing naar de bewerkelijkheid van het borduren en je kunt er ook enige spot in ontdekken.

Zijdeborduursel op een zijden herenjas en vest. Waarschijnlijk geborduurd door mannen.

In de zaal over Luxe valt mijn oog direct op een mooi zijden herenpak uit de 18de eeuw, vol geborduurd met bloemen en bladeren. De mouwen zijn wat naar achter geplaatst, zodat de borst naar voren wordt geduwd. Macho’s waren het, de mannen die deze pakken droegen.

Feestelijke bloemen uit verschillende seizoenen op de onderkant van een rok
Feestelijke bloemen uit verschillende seizoenen op de onderkant van een rok

Ook vrouwen waren dol op flora; op de rand van een katoenen rok uit circa 1750 zijn met wol veel bloemen uit verschillende seizoenen geborduurd. Niet helemaal duidelijk is of zo’n rok als onderrok werd gebruikt of bij een informeel feest werd gedragen, of bij een wandeling in een bloementuin.

Beeldschone bruidshandschoenen van leer, zijde, gouddraad, bouillondraad, parels en pailletten. Wat een feest zal het zijn geweest om deze aan te hebben.
Beeldschone bruidshandschoenen van leer, zijde, gouddraad, bouillondraad, parels en pailletten. Wat een feest zal het zijn geweest om deze aan te hebben.

Deze prachtige bruidshandschoenen (1636-1637) kreeg Cornelia Fagel (1619-1693) bij haar verloving met Nicolaas ten Hove met wie ze trouwde op 15 februari 1673. Handschoenen hadden een symbolische betekenis en een grote waarde in die tijd. Een bruidsschat zou je ze kunnen noemen. Ze zitten vol symboliek; de anjer staat voor liefde en huwelijk, de aardbei voor verleiding en sensualiteit en het viooltje voor nederigheid en het verlies van maagdelijkheid.

Mosaic Dress van Karim Adduchi uit de collectie 'She has 99 names' 2017
Mosaic Dress van Karim Adduchi uit de collectie ‘She has 99 names’ 2017

De zijden Mosaic dress van Karim Adduchi uit 2017 is gemaakt door kleermaker Najif Nasif uit Syrië, ontwerpster en borduurster Julia Ivanova uit Rusland, door de borduursters Simret Tsaedu uit Eritrea en Darifa Benhadhoum en Diana Riana uit Marokko. Een inclusief en wereldwijd kledingstuk! Uitgaande van de mozaïeken op fonteinen in Marokko ontstond het werk. Doordat elke borduurster een eigen handschrift heeft, zijn in het borduurwerk kleine onregelmatigheden te zien die de jurk een extra levendigheid geven.

Een kraplap vol geborduurd met merklapmotieven uit 1798
Een kraplap vol geborduurd met merklapmotieven uit 1798
Met zijde geborduurde bloemen op damesschoenen uit 1740-1760
Met zijde geborduurde bloemen op damesschoenen uit 1740-1760
Winde Rienstra, Houten kraag met kruissteekborduursel uit de collectie Ithaka, 2012
Winde Rienstra, Houten kraag met kruissteekborduursel uit de collectie Ithaka, 2012

In de zaal Techniek zijn verschillende borduurtechnieken te vinden op krap of kroplappen, schoenen, tassen en een verrassende geborduurde houten kraag van modeontwerpster Winde Rienstra.

Rijglijf uit Marken 1950
Rijglijf uit Marken 1950
Twee rijglijven uit Marken. Links 19de eeuw en rechts het bruidsrijglijf ook uit de 19de eeuw
Twee rijglijven uit Marken. Links 19de eeuw en rechts het bruidsrijglijf ook uit de 19de eeuw

Vervolgens is er de Patroonzaal met verhalen over de tentoongestelde kleding, zoals de rijglijven van Marken. Op een zo’n rijglijf zijn bloemen geborduurd met fel gekleurd garen. Op het achterpand van een ander rijglijf zie je zeven geborduurde rozen. Dit rijglijf is maar een keer gedragen: op de trouwdag; daarna wordt het nooit meer gedragen.

Blouse van Titia Henriëtte Wille-Vermaat gemaakt van een oud laken geborduurd met dik katoenen garen (1940-1945)
Blouse van Titia Henriëtte Wille-Vermaat gemaakt van een oud laken geborduurd met dik katoenen garen (1940-1945)

Er zijn ook twee blouses te zien die zijn gemaakt in de Tweede Wereldoorlog. De schaarste van toen vroeg om creativiteit en inventiviteit. Een blouse gemaakt van een oud laken werd versierd met een bont patroon van geborduurde bloemen met garen dat niet op de bon was. Zo zag je er als jonge vrouw toch bijzonder uit. Een blouse met zo’n verhaal roept bij mij ontroering op.

Ingrijpsteek, platsteek, steelsteek en Frans knoopje op een vermaakte japon uit 1825-1838
Ingrijpsteek, platsteek, steelsteek en Frans knoopje op een vermaakte japon uit 1825-1838
Linnen herenvest uit de 18de eeuw
Linnen herenvest uit de 18de eeuw
Een serie van drie tipdoeken gedragen op zijden jurken en jak uit de 17de en 18de eeuw
Een serie van drie tipdoeken gedragen op zijden jurken en jak uit de 17de en 18de eeuw

Wit op wit is het thema van de volgende zaal. Van doopjurk tot zakdoek, van japon tot een herenvest,  en wat te denken van de prachtige tipdoeken die vrouwen in de 18de eeuw droegen om hun decolleté te bedekken. De achterkant zal veel bekeken zijn door de achterbuurvrouw als ze in de kerk zaten.

Zwart borduursel op een meisjesjurkje in neteldoek. Rouwkleding is niet alleen voor volwassenen (1915-1925)
Zwart borduursel op een meisjesjurkje in neteldoek. Rouwkleding is niet alleen voor volwassenen (1915-1925)

Van een ontroerende schoonheid vond ik het rouwjurkje (1915-1925) van een jong meisje. Zwarte linten en een bloemmotief zijn op de onderkant geborduurd. Voor kinderen bestond rouwkleding in die tijd uit wit met zwarte borduursels; volwassenen gingen geheel in het zwart gekleed. Voor zo’n meisje moet het heel wat zijn geweest om zo je verlies te laten zien aan de buitenwereld.

Voliminieuze heupen voor in jurken die gedragen werden in het tweede helft van de 18de eeuw. Ook jonge meisje moesten hier aan geloven.
Voliminieuze heupen voor in jurken die gedragen werden in het tweede helft van de 18de eeuw. Ook jonge meisje moesten hier aan geloven.

De grote zaal staat in het teken van Mode door de eeuwen heen. Heel mooi, maar ook een toevallige ontmoeting van hoogtepunten. Een robe à la Française voor een  volwassene staat naast een uitvoering voor een jong meisje (1740-1746). Bij de rok was een briefje toegevoegd waarop stond dat Magdalena van Reyen deze kleurrijke bloemen op de rok borduurde toen ze in Delft bij juffouw Jacob naar school ging. Jammer dat het briefje niet te zien is.

Avondjurk uit de collectie 'Forget your troubles' (2012) van Edwin Oudshoorn Couture
Avondjurk uit de collectie ‘Forget your troubles’ (2012) van Edwin Oudshoorn Couture

Bekende namen zoals uit het verleden de modeontwerpers Dick Holthaus en Frans Govers ontbreken niet. Van de modeontwerpers van nu vond ik het driedimensionale borduurwerk op de avondjurk  van Edwin Oudshoorn van een grote schoonheid en inventiviteit.

Detail van de jurk uit de collectie '8 Pieces' (2014) van Claes Iversen
Detail van de jurk uit de collectie ‘8 Pieces’ (2014) van Claes Iversen

De jurk van Claes Iversen is geborduurd met pailletten, kralen en strass stenen, die hij combineerde met metalen ringetjes, schroefogen en duimen, sleutels en schaartjes die te vinden zijn op de bouwmarkt. Wonderlijk en spannend.

Een elegant wollen jasje geborduurd met zijde uit 1910. Tijdloos en elegant
Een elegant wollen jasje geborduurd met zijde uit 1910. Tijdloos en elegant

Een beeldschoon jasje met borduurwerk ontworpen door siersmid Hendrik Jan Winkelman in 1910 en geborduurd door zijn vrouw Maria Winkelman-Sanders. Het doet denken aan de glas-in-loodramen in de stijl van de Amsterdamse School.

Met de hand zijn duizenden kleine kraaltjes en strass steentjes op deze feestelijke jurk gezet
Met de hand zijn duizenden kleine kraaltjes en strass steentjes op deze feestelijke jurk gezet

Mooi is ook de japon uit 1923-1924 van zijde en linnen waarop een Egyptisch patroon in kraaltjes is geborduurd dat associaties oproept aan de ontdekking van de grafkamer van Toetanchamon. Ik zie de jurk al dansen op een feest.

De tentoonstelling eindigt met jurken gedragen door de drie koninginnen van vroeger en door de koningin van nu. Mag natuurlijk als publiekstrekker niet ontbreken, maar voor mij hoeft het niet. Zo’n grote rol spelen de Oranjes nou ook weer niet in de borduurwereld.

’Haute Bordure’ is zeker een tentoonstelling waar je heen moet gaan als je geïnteresseerd bent in borduren. Toch wringt er iets bij me. Het campagnebeeld van de jongeman in zijn geborduurde outfit van Dries van Noten gaf me hoop dat er meer mannenkleding te zien zou zijn. Natuurlijk zijn er de zijden mannenpakken uit de 18de eeuw, maar was er echt niet meer te vinden in de herenmode van jonge ontwerpers van nu? De expositie legt nu veel accent op de vrouw en geeft daarmee de indruk dat borduren vooral bij vrouwen hoort en dat mannen in die wereld een uitzondering zijn.

Brutaal borduurwerk op de Dutch flag anti suit (2015) van Bas Kosters
Brutaal borduurwerk op de Dutch flag anti suit (2015) van Bas Kosters

En dan, waar is het brutale aspect van het borduren? Borduren op kleding kan ook verzet zijn. Of agressie. De tentoonstelling is mooi en braaf. Bekend terrein voor mensen die iets van textiel en mode weten. Er worden geen nieuw verhalen verteld, geen nieuwe verbindingen gelegd die jongeren zouden kunnen  aanspreken. Ik denk bijvoorbeeld aan Bas Kosters die in zijn werk borduren op een andere manier inzet. Dat zijn misschien niet de uitgangspunten geweest voor deze tentoonstelling, maar ik mis de uitingen die borduren iets van nu maken. Dat had ik liever gezien dan het commerciële cliché Gucci jeans jack met borduursels dat een fortuin kost.

De Indiase zijden sari die van moeder op dochter ging. Gekocht in Calcutta in 1998
De Indiase zijden sari die van moeder op dochter ging. Gekocht in Calcutta in 1998

Was er nu alleen maar dat vest uit Perzië te vinden en de sari met kantha borduurwerk uit India? Sinds eeuwen wonen er in Nederland mensen van veel verschillende nationaliteiten. Daar zijn, ook op borduurgebied, prachtige voorbeelden van te vinden. Wat te denken van de producten die de vrouwen van Ateliers Wereldwijven in Dordrecht maken? Ruim 85 vrouwen met wortels in alle hoeken van de wereld  – van Irak, Iran, Marokko en Turkije, tot Somalië, Burundi en de Antillen en uit Nederland zijn daarbij aangesloten. Ze leren er de Nederlandse taal en maken ambachtelijke producten voor de verkoop waarbij borduren ook een onderdeel is. Een prachtig initiatief dat voor verbinding zorgt. In deze tentoonstelling hadden die een geweldige plek kunnen krijgen om zo hun invloed te laten zien in de borduurwereld van nu. De expositie is erg ‘wit’, en dan bedoel ik niet het wit op wit borduursel.

Waar zijn de borduurders/sters van nu?

Kralenborduurwerk op zijden organza van Monique van Munster
Kralenborduurwerk op zijden organza van Monique van Munster
Kort jasje met goudkleurige, rechthoekige pailletten van Saskia ter Welle
Kort jasje met goudkleurige, rechthoekige pailletten van Saskia ter Welle

Het prachtige werk van Monique van Munster en Saskia ter Welle? Twee vrouwen die cursussen Haute couture borduren geven, het vak levend houden en studenten hebben die nieuwe moderne borduursels ontwikkelen?

Annewil Ravensbergen, eindcollectie 'I like big dots and cannot lie' Artez 2016
Annewil Ravensbergen, eindcollectie ‘I like big dots and cannot lie’ Artez 2016

Een aantal jaren geleden studeerde een ex-leerling van me af bij Artez in Arnhem. De collectie van Annewil Ravensbergen was vol geborduurd met moderne pailletten van plexiglas.

Waar is het werk van Golden Joinery, een niet commercieel collectief dat met gouddraad werkt en zo kapotte kleding rijker maakt? Ze geven regelmatig workshops waarbij je oude kledingstukken een nieuw leven geeft.

Met wat zoeken hadden die een mooie plaats kunnen krijgen in de tentoonstelling als het onderdeel ‘Borduren nu’.

En als slot, wie waren die mannen en die vrouwen die al dit prachtigs hebben gemaakt? Hoe was en is hun sociale status? Zijn ze normaal betaald of werden ze uitgebuit? In de catalogus staat dat er meer onderzoek naar gedaan moet worden. Dat er al patroonboeken zijn sinds de 16de eeuw, maar dat er nog veel te onderzoeken is. Was zo’n boek niet te lenen uit een of ander museum? Zijn, met wat zoeken, de namen van de borduursters van nu niet te vinden?  Of op zijn minst het atelier in India waar Dries van Noten zijn borduursels laat uitvoeren?

Waarom staan wel de namen van de borduursters van de Mosaic jurk van Karim Adduchi in de catalogus en niet op het bordje bij de jurk zelf? Dat is een gemiste kans om het publiek dat de catalogus niet mee naar huis neemt te laten zien dat nieuwkomers vanuit hun achtergrond veel kennis en ervaring bijdragen aan de Nederlandse cultuur.

Om dit gemis van al die anonieme namen van de makers van die prachtige kledingstukken en accessoires wat goed te maken, zou het een mooi idee geweest zijn om de tentoonstelling aan hen op te dragen.

18. Monogrammen, linnen lakens en een letterlap

Kringloopwinkels, ik ben er dol op. Vooral de Emmaüs-vestigingen in Frankrijk zijn favoriet tijdens onze vakanties. Zodra ik een huis heb geboekt, kijk ik waar de eerste de beste Emmaüs in de omgeving is en wat de openingstijden zijn. Voor de komende zomervakantie maak ik nu al een lijst.

Het lichtblauwe servies dat niet meeging. Zou het er nog staan komende zomer?

Alle Emmaüs-vestigingen zijn anders. Soms  ongeorganiseerd en rommelig, soms heel helder ingericht. De kringloopwinkel in Vierzon bijvoorbeeld is perfect voor oude serviezen. De winkel ziet er zeer gestileerd uit; de vrouw die op de servies- en meubelafdeling werkt, vertelde dat ze veel plezier beleeft aan het inrichten. Ze vult oude kasten met prachtige serviezen, ze dekt tafels rijkelijk met schalen vol bonte dessins. Op speciale planken zet ze handgedraaide kommen uit de jaren zeventig, in een keukenkast stapelt ze witte puddingvormen op. Vorig jaar werd ik verliefd op een lichtblauw servies waarbij ze een klein, pastelkleurig schilderij had gezet van een vaas met bloemen. Het servies ging helaas niet mee. De auto raakte al vol en we moesten nog verder in onze Tour de France. We zouden nog meer kringloopwinkels bezoeken en wie weet vonden we daar ook nog schatten die mee naar huis moesten.

Links een kleine dameszakdoek, rechts een grote linnen herenzakdoek

Meer nog dan naar serviezen ben ik op zoek naar damasten tafellakens, servetten, zakdoeken en linnen lakens, het liefst met geborduurde monogrammen. Wonderlijk die geborduurde letters waarvan je nooit te weten zal komen welke namen erachter zitten. Bij de opvoeding van jonge meisjes in de 18de eeuw was monogrammen leren borduren belangrijk. Vanaf de puberteit werkte je aan je aan de ‘linnenuitzet’ die je meenam als je ging trouwen: een houten kist vol linnen lakens, tafelkleden en zakdoeken om trots op te zijn. In de 19de eeuw kwamen er nog servetten, theedoeken en schorten bij en dan was de bruidsschat compleet. Een rijk gevulde kist met textiel voor jaren huwelijk.

Witte damasten servetten met moderne monogrammen uit de 2oste eeuw
Witte damasten servetten met klassiek geborduurde monogrammen vol krullen

Wie borduurde dat alles zo precies? Alle letters perfect hetzelfde op het tafellaken en de twaalf servetten. Werkte elke vrouw zelf aan haar eigen uitzet of werd het gedaan door een borduurster die er haar beroep van had gemaakt? Adellijke families namen vaak een borduurster in dienst die het linnen voorzag van prachtige monogrammen. Dat ze daarvoor niet rijk betaald werd, moge duidelijk zijn. Borduren en uitbuiting, het zou een mooi onderzoek zijn naar de sociale status van deze borduurvrouwen.

Damasten handdoeken met monogrammen in verschillende borduurtechnieken
Een bijzondere borduurtechniek die op doorweven lijkt
Kruissteek borduursel

De monogrammen hadden ook nog een andere functie. Bij het wassen van al dat linnen in wasserijen kon je het linnen bij elkaar houden en werd er nooit een vergissing gemaakt bij het terugbrengen naar de families. Heel praktisch dus.

Damasten servetten met in rood geborduurde monogrammen

Ik vraag me vaak af bij welke vrouw (of man), bij welke familie het textiel al die jaren in de linnenkast heeft gelegen. Misschien nooit gebruikt of alleen op hoogtijdagen, en na gebruik zorgvuldig gewassen, gestreken en opgeruimd. Om uiteindelijk in de kringloopwinkel te belanden waar een man uit Amsterdam het koopt en die het nu in zijn kast heeft liggen. Was er niemand in de familie die het wou hebben bij het opruimen na het overlijden? Als aandenken aan die oma of moeder die er zo zuinig op was? Onbegrijpelijk, maar misschien heeft niet iedereen een liefde voor textiel zoals ik. Het is de geschiedenis die nooit bekend zal worden die me zo raakt. Dat heeft iets treurigs, ook omdat alles met zoveel aandacht is gemaakt. Aan de andere kant kan ik zeggen dat ik erg geniet van mijn aanwinsten en er zorgvuldig mee omga. Wat is er heerlijker dan met vrienden aan een mooi gedekte tafel te eten? Dan bedank ik stilletjes degene die dit prachtigs heeft gemaakt.

Vrolijk geruit tafellaken met in het midden een monogram

Al die monogrammen kunnen enorm verschillen. Soms wit op wit borduursel, vaak rood in verschillende tinten. Andere kleuren ben ik in Frankrijk nog niet tegengekomen op witte tafellakens, servetten en theedoeken. Wel kocht ik vorig jaar een stel vrolijk gekleurde geruite tafellakens waarop in kleur monogrammen waren geborduurd die passen bij de kleurstelling.

Zacht linnen laken met een rand van open naaiwerk en de letters ML (Marcel en Louise?)
Grof geweven linnen laken in banen aan elkaar gestikt. Zouden de letters van Ferdinand en Jacques kunnen zijn of van Fabienne en Jeannette?

De linnen lakens die ik verzamel, hebben randen met borduursels, monogrammen en open naaiwerk. Ze zijn lang; de bovenkant werd omgeslagen en zo werd de trots van de vrouw (en misschien ook van de man?) zichtbaar. De lakens die ik heb, verschillen in kwaliteit, van heel fijn linnen tot wat grover, maar allemaal zijn ze versierd met meesterlijke monogrammen. Ook de lakens zijn gemaakt voor de uitzet, zodat je tijdens de huwelijksnacht en vele nachten daarna onder prachtige lakens lag.

Linnen laken, waarschijnlijk nooit gebruikt. Ooit hoop ik een laken te vinden met de letters J J zodat we het gevoel zouden krijgen dat die speciaal voor ons geborduurd zijn.

Wij slapen er elke zomer onder en ik moet zeggen dat liggen onder een fraai linnen laken heel rijk voelt. Maar net als bij het tafellinnen weet ik ook evenmin wie het heeft geborduurd.

Wat ik wel weet, is dat er tijdschriften waren vol patronen met monogrammen, speciaal ontworpen om een piekfijne uitzet te maken. Ik kocht en kreeg er een aantal.

Borduurkranten uit Lyon. Links uit 1962, rechts uit 1951

Hele alfabetten staan erin. Met kleermakers-carbonpapier (ook wel kalkeer-papier) werden de letters op de stof overgenomen. Dan kon het borduren beginnen; er werd met verschillende steken gewerkt. De bladen hebben schitterende Franse namen zoals ‘Le Journal des Brodeuses – journal professionnel de broderie’ en ‘La Broderie Lyonnaise  – Journal de Broderies pour Trousseaux’. Deze twee  tijdschriften komen uit Lyon, de stad die belangrijk was voor beroeps-borduursters en waar veel borduur-ateliers waren.

Uit La Broderie Lyonnaise, 1 April 1951, 53ste jaargang nummer 1070

Naast letters staan er ook andere borduurtekeningen in: bloemen, vogels, jachttaferelen en zelfs een Mickey Mouse, voor op kleedjes, servetten en kleding.

Jachttaferelen om te borduren voor keukentextiel. Ongeschikt voor vegetariërs.
La Broderie Lyonnaise, 1 augustus 1956
Mickey Mouse voor op een servet. La Broderie Lyonnaise, 1 december 1959

‘LaBroderie Lyonnaise’, eigenlijk meer een krant, kwam voor het eerst maandelijks uit in 1898; in 1967 kreeg het een gekleurd omslag. Hoe lang het daarna nog bestaan heeft, is niet duidelijk. Ik vermoed dat monogrammen borduren niet veel meer werd gedaan in die tijd. Het huwelijk kwam in een ander daglicht te staan en vrouwenemancipatie werd belangrijk. Borduren hoorde daar niet bij, laat staan een uitzet maken.

Slaap lekker. La Broderie Lyonnaise, 1 oktober 1962

‘Le Journal des Brodeuses’ kwam voor het eerst uit in 1915 en stopte in 1973. Vanaf 2018 kwam het weer uit als een kwartaaltijdschrift. Of het nu nog bestaat, heb ik niet kunnen achterhalen op hun Facebookpagina.

Patroon voor op een kinderlaken. Le Journal des Brodeuses, 1 februari 1962

Hoeveel vrouwen hebben patronen uit de borduurkranten geborduurd? Hoeveel plezier hebben ze eraan gehad om het nieuwe nummer te bekijken? Om patronen te kiezen voor een tafellaken speciaal voor Kerst of Pasen? Om trots te zijn op de geborduurde lakens waar ze met hun geliefde onder lagen? Herinneringen vol liefde – en misschien ook met ergernis als het niet lukte om de letters identiek geborduurd te krijgen.

Elf servetten met de letters CM. Een servet is duidelijk witter geworden door de was.

Vorig jaar vond ik een serie van elf kleine servetten (zouden het er twaalf geweest zijn?) waarop de letters CM waren geborduurd in gevarieerde kleuren en met een geborduurde rand rondom. Hoe oud ze zijn, weet ik niet. Ik schat zo jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw. De letters zijn redelijk hetzelfde, maar de randen hebben grote verschillen.

Grote verschillen in de lengte van de steken. Toch is het een mooi geheel.

Van smal tot breed en van gelijk tot uiteenlopend. Hoe is dat zo gegaan? Ik stel me voor dat het eerste borduursel wat onregelmatig was, dat de borduurster geen zin had om het uit te halen en dat haar werk naarmate de serie vorderde er steeds netter uit kwam te zien. Ontroerend vind ik het in ieder geval, ik stel me voor dat Claudine en Michel aan tafel zaten met familie en dat er toch met bewondering naar haar borduurwerk werd gekeken. Misschien was Claudine niet zo’n ster in handwerken en was dit toch het trotse bewijs van haar doorzettingsvermogen. Hele verhalen bedenk ik bij dit soort textiel.

Patroon via https://www.modernfolkembroidery.com/

Ondertussen ben ik klaar met het borduren van mijn letterlap, mijn Danish Schoolhouse Sampler. Of ik ooit aan een geborduurde uitzet begin, is de vraag. Uiteindelijk ben ik al getrouwd en puilt mijn kast vol linnen uit.

17. *DIED* in Ulft

Vorige week donderdagmiddag reed ik naar Ulft in de Achterhoek. Ik had op de Facebookpagina van Diederik Verbakel gelezen dat er een etalagetentoonstelling te zien is met de titel ‘(No) Time to Waste’ over samenwerking van ambacht en kunstenaars. Op Instagram kun je informatie vinden over de tentoonstelling.

Stippen van *DIED*

Ulft is een dorp waarbij je niet direct aan een spetterende textielpresentatie denkt. Op het DRU industriepark staan oude gerenoveerde gebouwen waarin gewoond en gewerkt wordt. Het is een cultureel centrum met verschillende panden met wonderlijke namen als Badkuipenfabriek en Afbramerij. Er zijn optredens en tentoonstellingen, een goed café en restaurant. Het zag er hip en uitnodigend uit. Door corona is het op dit moment allemaal wat rustiger, maar ik kon zien dat het een belangrijke plek is voor de regio en dat er veel gebeurt.

In de etalage van het CIVON exposeren 17 kunstenaars die gekoppeld zijn aan een ambachtsman/vrouw. Dat kan een mooie combinatie zijn, mits het op een moderne manier gebeurt. Eerlijk gezegd vond ik maar twee deelnemers erg goed.

Thea Zweerink
Detail kantkloswerk van Thea Zweerink

Kunstenaar Thea Zweerink maakt inventief traditioneel wit reuzekantkloswerk en combineert dat met draadachtige figuren en hoofden in prachtige wandinstallaties.

Wat echter het meest in het oog springt, is de spetterende en kleurrijke installatie van *DIED*.

Restafval uit het Textielmuseum in Bocholt

Het duo Diederik Verbakel en Marieke Holthuis is gekoppeld aan het Museum Textilwerk in Bocholt. In dat museum worden nog dagelijks de bekende geblokte theedoeken geweven. Het restafval – delen ketting met theedoeken en veel losse draden –  ging mee naar de studio van het tweetal. Daar werden de doeken gezeefdrukt en maakten ze er maskers van. Ook werd er geweven met een grote hoeveelheid afvaldraden.

Weefsel van afvalgarens

Dit alles resulteerde in repen theedoeken vol bedrukte stippen in fluorkleuren, blauwe ogen, groene wangen en rode monden.

Zo ontstonden prachtig gemaakte, driedimensionale maskers van een haas, konijn, beer of wat voor andere dieren dan ook. Alles bij elkaar vrolijk makend en heel goed gepresenteerd.

Omdat ik meer wilde weten over dit tweetal, en omdat ik het boek ‘SO SELFISH’ van Diederik Verbakel wilde hebben, belde ik hen en vroeg of ik langs kon komen. Ik was welkom.

Onderweg passeerde ik de kringloopwinkel van Ulft. Natuurlijk ging ik even naar binnen en onder in een bak met textiel vond ik een prachtig met bloemen geborduurd tafelkleed. ‘Als je weet hoeveel uren dit gekost heeft,‘ zei de eigenaar, ‘dan is het onbetaalbaar.’ Voor twee euro kon ik het kopen.

De Bright White Studio aan de  Landstraat 10 in Aalten is de plek van waaruit Diederik Verbakel en Marieke Holthuis werken. Beiden zijn opgeleid als modeontwerper aan de Kunstacademie in Arnhem. Ze woonden en werkten jaren in Italië. Na een wereldreis hebben ze nu hun ontwerpstudio in Aalten. Het voormalig winkelpand van de vader van Marieke doet dienst als fotostudio, zeefdrukkerij, atelier, winkel en ontvangstruimte. Van hieruit werken ze voor Internationale modebedrijven in landen als Italië, Japan en China. Door corona ligt alles stil; daarom richten ze zich nu op hun eigen label *DIED* waarmee ze elf jaar geleden startten. Lokaal en duurzaam is hun uitgangspunt; woorden als recycling en upcycling passen daarbij.

Toen ik binnenkwam, was Marieke bezig aan een grote, van oude shawls gemaakte vlag die bedrukt was met de signatuurhoofden die Diederik erop had geprint. Met naald en draad werd er handmatig rood garen doorheen genaaid. Het werk zal te zien zijn op een mode-evenement in Arnhem.

Mijn boek lag al klaar en werd ter plekke gesigneerd. Ik had besloten om de luxe versie te kopen waar een kleine zeefdrukprint bij zit met de titel ‘Blow Job’. Mooi om te laten inlijsten en aan de wand in mijn werkkamer te hangen.

Het duo vertelde enthousiast over hun werk en wat ze aan het doen zijn in deze coronatijd. Op de website van *DIED* zijn veel producten te vinden die in Aalten worden gezeefdrukt en gemaakt. Hoodies, sweaters,  T-shirts, tassen, maskers, vlaggen, babykleding, artwork in de vorm van collages en prints, allemaal in het typische handschrift van *DIED*. Hun producten vinden hun weg over de hele wereld; het netwerk van die twee is groot. Een aanvraag voor een serie unieke sweaters voor een winkel in Japan is geen uitzondering. In de ‘winkel die niet echt een winkel is’ waan je je in een kleurenparadijs. Op de website staan ook prachtige foto’s van Italiaanse gerechten die Marieke vrijdags kookt en die zeer geliefd zijn bij haar klanten. Diederik en Marieke zijn beiden actief op Facebook en Instagram. Leuk om te volgen!

Het boek ‘SO SELFISH’ is begonnen vanuit een spontaan idee. Een opgezet plan of een conceptgedachte ging er niet aan vooraf. Het begon in een hotelkamer in Thailand waar veel handdoeken lagen en er licht kwam uit een klein raam in de badkamer.  Als grap wikkelde Diederik een paar handdoeken om zijn hoofd en ineens was daar een Rembrandtesk beeld.

Inspiratie: het papierknipwerk van Matisse

Dat werd het startpunt voor een grote fotoserie waarbij Diederik waanzinnige maskers draagt, exotische hoofdtooien op heeft, zijn gezicht in alle kleuren van de regenboog heeft geschminkt en uit zijn hoofd echte bloemen en bladeren komen.

Inspiratie Kusama Ikebana
Inspiratie Leigh Bowery voor Pride Amsterdam

De bijpassende kleding is natuurlijk ook gemaakt door het duo. Marieke maakte de foto’s voor het boek dat vormgegeven is door Thijs Mertens van Letters en Plaatjes in Arnhem.

Inspiratie Mexico, Frida Kahlo

Het boek staat vol geweldige, vaak heftige foto’s, prachtige tekeningen en schilderingen en verhelderende, informatieve teksten in het Engels. ‘SO SELFISH’ zou je kunnen opvatten als een egodocument wanneer je de titel leest. Ik zie de titel ook als een grap. Het is een samenwerkingsproject waaraan met veel plezier, creativiteit en inventiviteit is gewerkt.

Inspiratie Karel Appel

Verkleden en schminken is iets wat we misschien allemaal zo af en toe zouden willen doen, maar vaak niet meer durven. Diederik doet dat wel en met een totale overgave, in vrijheid en vol aandacht voor het resultaat. 176 pagina’s telt het kloeke boek met een blauw-linnen omslag met grote roodkoper-glimmende letters.

Inspiratie Natuur

Een boek met foto’s geïnspireerd op clowns en de Mexicaanse Frida Kahlo, op natuur en Francis Bacon, op Karel Appel en voor Pride Amsterdam, op Yayoi Kusama en Ikebana.

Omdat ik van ver kwam, kreeg ik er nog een met fluor-roze stippen bedrukte tas bij. Ik deed de belofte dat ik over hen zou schrijven. Bij deze dus.

16. Meer geborduurde letters

Letters en borduren, daar  heb ik al jaren wat mee. In dit blog laat ik een aantal van mijn letterborduurwerken zien.

Samen met vier andere kunstenaars uit Deventer organiseerden we onder de naam ‘Tour de Cuisine’ theatrale avonden. We kookten voor honderd gasten en presenteerden het diner op een kunstzinnige manier. Voor de avond in 1990 was de Nederlandse identiteit het uitgangspunt; daarmee staken we ook de draak. We bliezen het Deventer ‘College der Smulpapen anno 1592’ nieuw leven in. Dit college heeft daadwerkelijk bestaan en was een groep die in 1592 het stadsbestuur bekritiseerde en bespotte. Ik borduurde op witte overhemden in rood-blauwe kruissteken het nieuwe logo van het college. We droegen een rood geverfde houten lepel als stropdas en geruite bakkersbroeken.

Op uitnodiging voor een tentoonstelling over handwerktechnieken in het toenmalige Tassenmuseum Hendrickje in Amstelveen borduurde ik samen met vriendin/kunstenaar Evelien Verkerk de ‘Tas van Dirk’ en een kleine versie met de naam ‘Dirkje’. Dagen kruissteken borduren in rood en roze en de streepjescode in zwart en wit DMC garen. Na de tentoonstelling werden de twee tassen aangekocht door de Firma van den Broek. In een speciaal daarvoor gemaakte vitrine hangen ze in de hal van het hoofdkantoor in Hoofddorp.

Grote tas: 174.520 kruissteken / ca. 440 uur borduren.
Kleine tas: 43.630 kruissteken / ca. 110 uur borduren.
Foto: Ewout Staartjes

Voor de begrafenis van mijn man Bram Borgo op 6 april 2013 borduurde ik samen met vriendinnen de letters STILTE in rood garen op meer dan honderd witte zakdoeken. Bram koos dit woord omdat hij zo naar de stilte verlangde. Boven het woord printte ik een foto van Bram, gemaakt door fotograaf Gerard Dubois. Bij binnenkomst in de aula kreeg iedereen een zakdoek aangereikt als herinnering aan die bijzondere man. 

Dichterscafé Eijlders in Amsterdam vroeg in 2014 aan een groep dichters om een gedicht van henzelf op een beeldende manier te presenteren. Jos van Hest was een van die dichters. Ik borduurde op twee witte herenoverhemden op het zakje ter hoogte van het hart met rood garen twee gedichten van Jos. Ze gingen niet alleen over onze relatie, maar ook over de handeling van het borduren. Ingelijst hebben de hemden daar een maand gehangen. We hadden ze vaak kunnen verkopen maar dat wilden we niet omdat het over ons ging en we elkaar pas kort daarvoor hadden leren kennen.

Een aantal malen organiseerden we bij ons thuis een diner voor tien gasten. We nodigden een groep vrienden uit die elkaar niet goed kennen. Champagne bij binnenkomst en daarna samen eten aan een lange en mooi gedekte tafel. Elkaar leren kennen en over het leven praten was het thema. Bij een van die diners maakte ik uit oude damasten tafellakens vrolijke servetten met de namen van de gasten erop geborduurd. Die werden ook gebruikt om de tafelschikking te maken waarbij de regel was: stellen uit elkaar. Natuurlijk mocht iedereen het eigen servet mee naar huis nemen. Zodra het weer kan, gaan we weer diners organiseren; niets is fijner dan met vrienden te eten aan een feestelijk gedekte tafel en zo het leven te vieren.

In Soest deden Jos en ik mee aan een tentoonstelling met miniaturen van 10 bij 10 cm als uitgangspunt. Ik borduurde in grijs garen op oude en wat versleten Franse zakdoeken een gedicht van Jos. De functie van de zakdoek en de tekst kwamen bij elkaar. Opgevouwen kwamen ze in een lijst. Ze hangen nu aan de wand in mijn werkkamer.

Twee geborduurde servetten kreeg schrijver/dichter Willem van Toorn voor zijn 80ste verjaardag van ons.  Een voor hem en de andere voor zijn vrouw Ineke Holzhaus. De tekst is van Jos en de feestletters zijn ook door hem bedacht; de omgekeerde N is een bewuste keuze. De servetten zijn gewoon te gebruiken, wassen op maximaal 95 graden. Ik weet niet of Willem en Ineke ze al gewassen hebben. Wel weet ik dat ze lang op hun tafel hebben gelegen en dat ze ervan genoten.

‘De Onschuldigen’ (2017)
Samen met Evelien Verkerk borduurde ik 120 witte zakdoeken met daarop de 420 plaatsnamen en data van aanslagen in de wereld sinds de aanslag op de Twin Towers. Zwart garen als symbool voor veel slachtoffers en verschillende tinten grijs voor minder slachtoffers. Het werk gaat over terrorisme, onschuld en troost en verdriet. De witte zakdoek is daar het symbool van. De tentoonstelling was een maand te zien in de HeArtgallery in Hengelo. We kregen er lovende en ontroerende reacties op.

Op 10 november 2017 trouwde ik met Jos in het geheim. Voor ons twee, de vier getuigen en de trouwambtenaar borduurde ik op ongebruikte Franse linnen zakdoeken uit de jaren vijftig de tekst ‘Altijd’. Niemand gebruikte die zakdoek want een aardige ambtenaar van de gemeente deelde papieren tissues uit toen de tranen vloeiden. 

Voor het diner ’s avonds in Esther’s Cookery waren er voor iedereen antieke Franse damasten servetten met de datum, onze namen, de naam voor wie het servet was, en de regel ‘Voor jouw Lieve Lippen’.

Een jaar later gaven we ons trouwfeest in het Het Rijk van de Keizer in Amsterdam. Alle gasten dachten dat we op die dag zouden trouwen. We hielpen ze op een hilarische manier uit die droom maar deden wel de ringenceremonie in het bijzijn van al onze vrienden. Daarna een groot diner voor meer dan honderd gasten. Voor ieder van hen borduurde ik in allerlei kleuren borduurgaren een servet met onze namen en datum. Ze lagen op hen te wachten op de mooi gedekte tafels. Aan het einde van de avond mocht iedereen het servet mee naar huis nemen als herinnering.

Ik houd van borduren en zeker ook van letters borduren. Maar het mooist vind ik om toepasselijke letters, woorden, regels te borduren die een verband aangaan met de functie van het textiel object: een hemd, een zakdoek, een servet.

15. Letters borduren

Lang geleden kocht ik een boek met letters om te borduren.

Pagina’s vol ruitjes en kruisjes; pagina’s met verschillende lettertypes. Strak en modern, rond en vierkant.

Ik had het nodig om woorden te borduren op kledingstukken van vitrage voor een theatrale modeshow.

Er hangt een hesje aan de deur in mijn werkkamer. In krullerige letters staat er ‘Home is where the heart is’.

Als kind vond ik het een wonder om te leren lezen en schrijven. In de bibliotheek ging de wereld voor me open. Ik las boek na boek en naast ‘Pinkeltje’ en ‘Het kleine huis op de prairie’ ging er ook vaak een knutselboek mee. Ik was een ‘knutselkind’ dat liever tekende dan voetbalde. Werken met borduurkaarten was ook favoriet, hoewel dat voor een jongen in die tijd niet echt kon. Toen ik in de eerste klas van de lagere school zat, plakte juffrouw Staal  een poëzieplaatje van een beertje in een matrozenpak bij mijn eerste zelfgeschreven letters. Trots als een aap was ik op mijn met een kroontjespen geschreven A’s.

Schrijver werd ik niet, maar wel iemand die van taal geniet en die de afgelopen jaren veel geblogd heeft.  Nu, op mijn 62ste, schrijf ik bijna dagelijks en dit blog ‘TextielLiefde’ is een mooie aanleiding om beter te leren schrijven. Dit alles komt natuurlijk ook door de stimulans van mijn man Jos die al zijn hele leven schrijft.

Bij de ouders van een jeugdvriendinnetje hing een ingelijste merklap aan de muur. Een linnen lap met geborduurde letters en wonderlijke figuren. Mannetjes die een druiventros droegen, een boom vol vogeltjes, een boot met vlaggetjes en dit alles in verschillende kleuren. Ik moest er altijd naar kijken en was jaloers dat wij zoiets niet aan de wand hadden hangen. Door het maken van dit soort lappen leerden meisjes om later initialen op hun uitzet te kunnen borduren.

Vorig jaar vond ik in de kringloopwinkel in Boxtel het boek ‘Merklapmotieven en hun symboliek’. Een publicatie uit 1977 over de geschiedenis en met patronen. Voor 1 euro gingen ze mee naar huis: de verschillende lettertypes, de lieflijke engelen, de grachtenhuizen en vazen vol bloemen.

Ik kocht het boek niet met het idee om er iets uit te borduren maar uit interesse. Maar toch.

Van BvO voor JJ 2021

Een aantal weken geleden stuurde vriendin Birgitta een door haar geborduurde merklap op met letters en symbolen. Ze had het borduren weer ontdekt. Gedurende de lockdown werd het een verslaving voor haar. Toen ze jaren geleden verhuisde naar Schotland gaf ze me een geborduurde letterlap die niet was ingelijst. Ik moest maar zien wat ik met haar borduursel ging doen. In repen geknipt kwam het terecht in een quilt. Nu vind ik het vreemd dat ik er de schaar inzette, al die uren werk die erin zaten.

Bij mijn verhuizing naar Amsterdam ging de patchworkdeken naar vriendin Evelien; onlangs kreeg ik het patchwork terug met de repen vol letters. Ze waren er dus nog. Ik moet er misschien een tas van maken, als een ode aan al die uren werk van Birgitta.

Een heel klein deel van mijn voorraad DMC borduurgaren

Borduren, ik heb het veel gedaan en bijna altijd met glanzend DMC garen. Daar heb ik dozen vol van in allerlei kleuren. Soms nieuw, maar ook keurig op kartonnetjes gewonden, uit de kringloopwinkel in Limmen. Daar hebben ze soms ook lappen borduurlinnen die je bijna voor niets kan kopen. Borduurringen in allerlei maten hangen bij mij aan de kast, naalden in allerlei diktes zitten in doosjes.

Al het materiaal in huis maar een merk- of letterlap heb ik nooit geborduurd. Mooi linnen voor de ondergrond en veel kleuren garen, toch is het er nooit van gekomen. Via Instagram vond ik de website ‘Modern Folk Embroidery’ met patronen voor merk- en letterlappen. Ik verbaasde me erover dat merk- en letterlappen in veel landen geborduurd werden. Zo zijn er lappen te zien uit Italië, Frankrijk, Schotland, Nederland en Amerika.  Achter de website zit de Nederlander Jacob de Graaf die jaren in York woonde en nu in Rotterdam woont en werkt. Na zijn opleiding aan de Kunstacademie in Kampen begon hij met het verzamelen van oude merk- en letterlappen. Sommige zijn in goede staat, andere zien er versleten uit. Jacob de Graaf reconstrueert ze zodat ze na te borduren zijn met garens van nu.

Een voorbeeld hiervan is ‘Gloucestershire Miniature Sampler’ van de 11-jarige Ada Lilian Baldwin (1874 – 1944). Die merklap kwam tevoorschijn toen er een schilderij uit een lijst werd gehaald. De lap was jaren verborgen geweest, niemand wist er van. De conditie van de stof was slecht, maar de kleuren van het garen waren goed bewaard gebleven. Op het linnen is een klein huis te zien met twee dennenbomen ernaast, drie tuinvlakjes voor het huis. Ontroerend vind ik de twee vogeltjes. De een lijkt boven op het boompje te zitten en de ander zweeft in de lucht. Zou het per ongeluk mis zijn gegaan? Het geheel is omringd door een bloemenkrans. Leuk om te borduren lijkt me, het patroon heb ik al uitgeprint.

Jacob de Graaf ontwerpt ook eigen patronen. Hij laat zich inspireren door zijn eigen verzameling of door museale collecties. Zijn website is een plaatje. Met een informatief blog en een goede shop waar ik zo af en toe op rondkijk. Sinds een tijd heeft hij een eigen Youtube kanaal met de titel MFE Flosstube. Daar vertelt hij allerlei boeiende wetenswaardigheden over merk-en letterlappen. Daar spreekt een man die een grote liefde heeft voor textiel.

En zo zit ik deze dagen rustig te borduren aan een ‘Danish Schoolhouse Sampler’ vol randen, het alfabet, levensbomen, vogels en sneeuwsterren. Dat laatste klopt zeker. We wonen twee weken in een huis in Brummen en sneeuw, hagel en zonneschijn wisselen elkaar hier af.  

14. Eilandvrouwen van Kihnu en Manija

Een paar weken geleden zag ik op Facebook een filmpje over het fotoboek ‘Big Heart, Strong Hands’ van de Noorse fotografe Anne Helene Gjelstad.  Ze fotografeerde vanaf 2008 elf jaar lang 35 oude vrouwen op de Estlandse eilanden Kihnu en Manija. Een paar daarvan zijn nog in leven. Vrouwen die hard werken terwijl hun mannen vaak afwezig zijn door werk op zee of het vaste land. Een matriarchaat zou je het kunnen noemen. Vrouwen die op het eiland zijn geboren en getogen en daar zijn blijven wonen. Opvoeden, koken, kleren maken, repareren, land bewerken, dieren verzorgen – dat is hun leven. Sterke vrouwen die niet gewend zijn om veel te praten over hun innerlijk. Hard werken hoort erbij en daar zeur je niet over. Cultuur en traditie respecteer je en houd je in ere. Zo doen ze dat daar en zo doen ze dat al heel lang. Via de Engelse uitgever Dewi Lewis Publishing kwam het boek bij mij thuis.

Sauendi Mann 2010 © Anne Helene Gjelstad

Op de voorkant, gedrukt op stof, een portret van Sauendi Mann. Ze lijkt je aan te kijken, maar kijkt ook van je af. Oude handen leunen op een stok, een hoofddoek met bloemen. In het boek lees je dat haar leven grote tragedies kende. Op de achterkant breit Lohu Ella geconcentreerd een traditionele want. Twee foto’s die een wereld laten zien die ik niet ken. Wie zijn ze en wat gaan ze me vertellen?

Tilli Alma 2008 © Anne Helene Gjelstad

Toen ik het boek had bekeken en gelezen, zocht ik contact met Anne Helene Gjelstad om haar te vertellen dat ik een artikel over haar boek wilde schrijven en dat ik graag wat foto’s wou gebruiken. Ik kreeg direct een positief antwoord en ze stuurde me foto’s. We mailden heen en weer en zo kreeg ik ook contact met Maie Aav, de directrice van het Kihnu museum. Aan haar vroeg ik of er oude foto’s in het museum waren waarop textiel en het gebruik ervan goed te zien waren. Een serie wonderschone foto’s belandden in mijn mailbox.

Nu weet ik wel iets van textiel uit Estland omdat ik boeken over traditionele breisels heb. Onder andere het beroemde boek ‘Kindakirjad’ van Kihnu Roosi met traditionele patronen voor wanten en handschoenen.

Kihnu Roosi kindakirjad (2008)© Rosaali Karjam

Ook breide ik ooit traditionele Estlandse kanten shawls en las ik over de achtergrond ervan. Het boek van Anne Helene Gjelstad vulde mijn kennis aan.

Lehe Square Shawl – patroon Nancy Bush uit Knitted Lace of Estonia gebreid in 2011

Op Kihnu en Manija wordt nog dagelijks dracht gedragen; de traditie blijft er leven. De vrouwen maken hun kleren met de hand, van begin tot eind. Ze scheren hun schapen en spinnen de wol. Ze weven lappen stof voor kleding en breien sokken voor de hele familie.

Lohu 2008 © Anne Helene Gjelstad

De winter is de tijd om aan textiel te werken. Je breit niet alleen voor persoonlijk gebruik, maar ook voor de verkoop om wat extra geld te verdienen.

Lohu Ella © Anne Helene Gjelstad

Op heel dunne breinaalden breien de vrouwen met dun gesponnen witte wol hun lange kousen vol ingewikkelde patronen. Die allerzachtste wol hiervoor komt van de ruggen van lammeren die in de lente worden geschoren.  De vrouwen doen er een paar weken over om een paar te breien. ’s Winters dragen ze kousen over elkaar heen om warm te blijven. Om te zorgen dat ze niet afzakken, knopen ze aan de bovenkant een zelf geweven band.

Vrouwen en meisjes begin 20ste eeuw. Op de eerste rij wordt gebreid.© Kihnu Museum

Wanten breien van zachte lamswol staat ook op het winterbreiprogramma. Licht garen als basis waar met donker garen grafische patronen vol betekenis en symboliek ingebreid worden, vaak met wat kleur in de manchet.

Handschoen met patroon, Kihnu Roosi, Kindakirjad (2008)© Rosaali Karjam

De oude patronen gaan over van moeder op dochter. In de loop van de jaren zijn er natuurlijk patronen bijgekomen. Door het inbreien ontstaat er een dubbele laag wol die extra warmte geeft. In het boek van Kihnu Roosi staan schitterende voorbeelden met patronen om na te breien.

Bruiloft op Kihnu, begin 20ste eeuw © Kihnu Museum

Als je trouwde, was het de gewoonte om alle gasten een cadeau te geven dat je voor hen had gemaakt. Op de bruiloft kregen de belangrijkste vrouwen gebreide kousen vol ingewikkelde, kleurrijke patronen. De andere gasten ontvingen sokken, handschoenen, wanten of geweven riemen; die waren sneller klaar. In een paar uur tijd gaf je alles weg wat je had gemaakt in al die winters.  Je jeugd was voorbij, je was een volwassen, getrouwde vrouw geworden.

Mõisa Mann 2008 © Anne Helene Gjelstad

Hoe bijzonder moet het zijn om fraaie handschoenen te krijgen die met aandacht zijn gebreid. Als je ze draagt, denk je weer aan die prachtige bruiloft. Een herinnering in liefdevolle steken.

Aia Mann 2008 © Anne Helene Gjelstad

Zoals overal veranderde er ook op deze twee geïsoleerde eilanden het een en ander. De zeevarende echtgenoten kochten voor hun vrouwen in de havens van Riga en Sint Petersburg kleurrijke zakdoeken, garens en met rozen bedrukte stof. De cadeaus werden bij thuiskomst met veel enthousiasme uitgepakt. De kleding van de eilandvrouwen veranderde van kleur. Tot het begin van de 20ste eeuw werden wol en linnen plantaardig geverfd. De opkomst van chemische verfstoffen zorgde voor een verandering van het zachtere kleurbeeld naar fel geel, hard blauw en spetterend rood.

Twee traditionele gestreepte rokken, Sauendi 2010 © Anne Helene Gjelstad

Twee kleuren zijn belangrijk in de kleding om de symboliek die er achter zit. Rood is de kleur van de jeugd, van geluk en vrolijkheid. Blauw verwijst naar verdriet en rouw, zoals het bijvoorbeeld in Staphorst ook een rouwkleur is. Geel en groen zijn accentkleuren. Zwart en wit zijn de natuurlijke kleuren van schapen en die tinten passen prachtig bij de bovengenoemde vier kleuren.

De kört in allerlei kleuren © Kihnu Museum

Al deze kleuren zijn terug te vinden in de kört: de gestreepte, wollen rok die de vrouwen dagelijks dragen. Rokken die niet aan mode onderhevig zijn en een leven lang meegaan. Een kört vertelt het verhaal van de draagster. De stof wordt in de winter geweven op oude weefgetouwen.

Lohu Ella 2008 © Anne Helene Gjelstad

Hoe meer rokken je had hoe rijker je was. Minimaal vijf moest je er wel hebben, twintig is beter.

Tika Mann 2013 © Anne Helene Gjelstad

De rode rand aan de onderkant beschermt je tegen het kwaad en zorgt ervoor dat de rok aan de onderkant niet kapot gaat. Aan de hoofdkleur van de rokken zie je hoe de draagster zicht voelt. Rood als ze jong en zonder zorgen is, zwart voor zware rouw over een familielid, blauw na de dood van een iets verder afstaand familielid en rood met strepen wanneer zes jaren rouw voorbij zijn.

Kihnu vrouwen begin 20ste eeuw © Kihnu Museum

Als je de foto’s uit het boek van Anne Helene Gjelstad bekijkt en ze vergelijkt met de oude foto’s uit het museum valt op dat er weinig is veranderd. Dezelfde rokken worden nog steeds gedragen met daarbij het wollen Kihnu Jakk en om het hoofd een hoofddoek.

Jongen mannen en vrouwen, Kihnu begin 20ste eeuw © Kihnu Museum

Weinig jonge vrouwen zullen die kleding nog dagelijks willen dragen, hoogstens op een traditioneel feest. Dat lijkt me begrijpelijk, maar nog steeds zijn er vrouwen die vanuit hun traditie en liefde voor dit soort kleding ervoor kiezen om die elke dag met trots te dragen. Bewonderenswaardig!

Het boek van Anne Helene Gjelstad bracht me in contact met deze vrouwen op eilanden waar de tijd lijkt stil te staan. In de persoonlijke verhalen van deze sterke vrouwen klinken veel droevige herinneringen door.

Järsumäe Virve vertelt over de Russische bezetting en een grote groep soldaten in hun huis die ook moesten eten van het weinige dat er was. Over een Russische officier die haar moeder op kerstavond dreigde dood te schieten. Hij deed het uiteindelijk niet, maar het gevaar zorgde wel voor een groot trauma.

De echtgenoot en de zoon van Tiidu Mari overleden een week na elkaar in maart 1995. Op 25 juli van dat jaar ging hun huis in vlammen op. Toch is Tiidu een vrouw die van muziek en dansen houdt; de polka is haar favoriet.

Anne Helene Gjelstad ontmoette Sauendi Mann op de begraafplaats waar haar zoon ligt begraven. Tijdens de Russische overheersing moesten ze werken in het bos. Haar jonge zoon kwam om toen een boom op hem viel. Liever had zij er gelegen.

Lohu Ella, geboren in 1937, breit al vanaf haar vierde jaar. Ze vertelt over het Russische regime waar je je aan moest onderwerpen. Je mocht het Kihnu dialect niet meer spreken. Na de ineenstorting van het Russische rijk voelde ze zich bevrijd. Ze krijgt een pensioen, geniet van het maken van handwerken, die ze samen met haar dochter op hun boerderij verkoopt.

In het huis van Puli Anni 2009 © Anne Helene Gjelstad

Levens van gewone mensen die vol zitten met bijzondere verhalen die gehoord en gelezen moeten worden. Door de prachtige foto’s kom je in huizen en op plaatsen waar de tijd heeft stil gestaan. Je staat oog in oog met eilandvrouwen die je toelaten in hun levens. Dat is een reden om het boek aan te schaffen.

13. Catawiki en Kuba

Catawiki, de online kunstveiling. Ik moet er niet te vaak gaan kijken want de verleiding is groot. Ruim een maand geleden ging ik weer voor de bijl. Niet alleen voor wat ik te koop zag, maar ook omdat het zo spannend is aan een veiling mee te doen. Wacht ik met bieden tot de laatste minuten, of ga ik al eerder? Heb ik het of is iemand me net voor? Spannende minuten die je door moet maken, waarop je moet beslissen ja of nee, ik houd er van.

Half februari was er een veiling van Afrikaanse voorwerpen. Veel beelden maar ook een aantal Shoowa–Kuba weefsels uit Congo. Nu weet ik niets van dit soort weefsels, maar de textielliefhebber in mij werd erdoor aangetrokken. Ik werd nieuwsgierig naar die natuurlijk uitziende kleden. Hoe mooi zou het zijn om ze van dichtbij te bekijken en er meer over te weten te komen. Uiteindelijk is leuk en leerzaam de beste combinatie. Bij twee verkopers waren verschillende kleden te koop. Twee uit de eerste helft van de 20ste eeuw van een Belgische verzamelaar die ze verkocht via galerie Mondes d’Hier in Brussel en twee uit de 2de helft van de 20ste eeuw van een verkoopster uit Deventer. Ze zagen er verschillend uit, maar ze hadden alle vier een uitstraling die me beviel. Voor ik het in de gaten had, was ik op beide kavels aan het bieden; tot mijn grote verbazing was ik ineens de eigenaar.

Kuba textiel eerste helft 20ste eeuw

Ze kwamen goed verpakt aan. Toen ik ze naast elkaar legde, zag ik direct een groot verschil. De twee uit het begin van de 20ste eeuw zagen er verfijnder uit dan de andere uit de 2de helft van de 20ste eeuw. Die waren grover geweven en hadden op de een of ander manier niet de schoonheid van de andere lappen. Ze leken nieuw gemaakt, waarschijnlijk voor de toeristenmarkt. De zachte fluwelige uitstraling die de oude lappen hebben, zit absoluut niet in de andere twee. Deze zijn stug, hard en ruw. Eerlijk gezegd vielen de nieuwere twee me wat tegen. Natuurlijk ging ik me direct verdiepen in de oorsprong van deze kleden.

Kuba textiel tweede helft 20ste eeuw

Omdat het Congolese kleden zijn, vroeg ik me af wat ik van Congo weet. Weinig. Ik kende de namen Lumumba en Kasavoeboe, ik wist dat er boeken zijn verschenen over de pijnlijke geschiedenis van dat land en dat het er op dit moment onrustig is. Een kleine heftige geschiedenisles via Internet volgde.

Congo was van 15 november 1908 tot 30 juni 1960 een kolonie van België. De Belgen onder leiding van Koning Leopold II hebben daar op een stuitende en racistische manier huisgehouden. Ze wilden er zoveel mogelijk geld verdienen over de ruggen van de bevolking. Dit alles vanuit de gedachte dat de Europese cultuur beschaving in het land zou brengen. Een verwerpelijk idee dat ervan uitgaat dat er in Afrika geen beschaving zou zijn. Met het geld daar verdiend, zeg maar gestolen, werden in België grootse gebouwen neergezet. Op Wikipedia las ik het volgende over de dag dat Congo onafhankelijk werd:

Nadat koning Boudewijn in zijn toespraak op ongelukkige wijze het ‘genie’ van Leopold II en de vruchten van het koloniaal bestuur had geprezen, sprak de kersverse eerste minister Patrice Lumumba een – door de Congolezen enthousiast onthaalde – vlammende repliek uit tegen het Belgische koloniale beleid. Daarin stelde hij de strategie aan de kaak die bestond uit dwangarbeid, beledigingen, lijfstraffen en sociale ongelijkheid.

  • Wij hebben dwangarbeid gekend in ruil voor lonen die veel te laag waren om voldoende te kunnen eten, ons waardig te kleden of te wonen of om onze kinderen als dierbaren te kunnen opvoeden.
  • Wij hebben spot, beledigingen, slagen gekend die we ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds moesten ondergaan, omdat wij ‘negers’ waren. Wij zijn getuige geweest van het afschuwelijke lijden van degenen die veroordeeld waren voor hun politieke standpunten of godsdienstige overtuigingen: verbannen in hun eigen land was hun lot nog slechter dan de dood.
  • Wij hebben gezien dat er in de steden prachtige huizen voor de blanken waren en bouwvallige barakken voor de zwarten.
  • Wie zal ooit de slachtingen vergeten waarbij zo velen van onze broeders omkwamen, de cellen waarin degenen werden geworpen die weigerden zich aan een regime van onderdrukking en uitbuiting te onderwerpen. Wij, die in ons hart en met ons lijf geleden hebben onder de koloniale onderdrukking, wij zeggen nu luid en duidelijk: dat alles is voortaan gedaan!

Gruwelijk is het om dit alles te lezen en te weten dat de oude weefsels die ik kocht, zijn gemaakt ten tijde van deze onderdrukking. Dat het van een Belgische verzamelaar komt, maakt het ook een beetje ongemakkelijk, merk ik bij mezelf nu ik dit schrijf. Hoe de weefsels in zijn bezit zijn gekomen, zal ik nooit weten. Heb ik nu koloniaal materiaal in handen waar weinig of niets voor is betaald? De galerie die ze aan mij verkocht, ziet er overigens wel betrouwbaar uit.

Maar nu naar de oorsprong van de weefsels. Op internet is veel te vinden en het grote boek over dit soort weefsels van de Belgische kunstschilder Georges Meurant staat op mijn verlanglijst.

Shoowa Design, Georges Meurant, Thames & Hudson

Oorspronkelijk is een Kuba-doek zoals het ook wel wordt genoemd een ceremonieel gewaad dat gedragen werd bij huwelijks- en begrafenisceremonies. Ze werden gebruikt als rokken waarbij meerdere lappen om het lijf werden gebonden. Het proces om zo’n weefsel te maken, kost veel tijd en vraagt heel wat handelingen van de makers.

Raffia palm, foto Wolfgang Hecht

De weefsels zijn gemaakt van raffia, afkomstig van de raffiapalm. Toen ik jong was, heb ik op school nog eens een masker gemaakt van pitriet met raffia. Dat heeft jaren bij mijn ouders gehangen. Raffia was een typisch materiaal van de jaren 60 en 70 toen er volop werd geknutseld. Er werden manden en pannenonderzetters van gemaakt. Waar raffia vandaan kwam, wist ik niet; je kocht het in strengen bij de knutselboetiek. Nu is het nog steeds te koop, onder andere bij tuincentra omdat het een natuurlijk soort touw is waarmee je planten kan vastzetten.

In Congo verzamelen mannen de bladeren van de raffiapalm en laten ze drogen in de zon. Ze wrijven de bladeren in hun handen tot ze zacht zijn en bruikbaar om mee te weven.

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Making_raffia_rope.jpg

Er worden smalle repen van gemaakt; daar weven de mannen lappen mee op een eenvoudig weefgetouw.

Foto collectie Tropenmuseum Amsterdam

De breedte van de vezel bepaalt de breedte van het weefsel.

Foto collectie Tropenmusem Amsterdam

De vrouwen borduren er daarna motieven op met repen raffia die plantaardig zijn geverfd met bijvoorbeeld modder of indigo. Ze doen dit in een techniek waarbij aan de achterkant bijna niets te zien is van de draden waarmee ze werken.

Achterkant Kuba textiel eerste helft 20ste eeuw

Sommige delen zijn in een eenvoudige steek gestikt; andere delen geven een fluwelig beeld.

De lappen zien er grafisch uit.

De geborduurde vormen zijn geometrisch en hebben, vanuit overerving, een band met de familiegeschiedenis. Dat maakt deze doeken erg persoonlijk; er is ook een grote diversiteit in te vinden.

Wat me opvalt en ook aantrekt, is dat de borduursels niet gelijk van vorm en ritme zijn. Daardoor lijkt er beweging in de lappen te zitten.

Die schoonheden, ooit ergens in Congo gemaakt, zijn nu hier in Amsterdam beland. De oude hebben zeker een functie gehad. Wie ze gemaakt heeft, zal ik wel nooit te weten komen. Wat ik wel weet is dat ik respect en bewondering heb voor de mannen en vrouwen die ze hebben vervaardigd. Ik zal de lappen, die nu deel uitmaken van mijn kleine textielcollectie, blijven koesteren en waarderen.

12. Garen verven met de KleurenKoningin

Loret Karman ken ik sinds een jaar of acht. Ze verft de meest speciale garens in een schitterende caleidoscoop van kleuren. Van het zachtste roze tot het felste blauw, van grasgroen tot goudgeel. Zeg een kleur en ze heeft hem in allerlei variaties gemaakt. Daarom noem ik haar de ongekroonde KleurenKoningin van Nederland. Ik ontmoette haar voor het eerst in het Van Goghmuseum. Daar gaf ze een bijzondere rondleiding over de garens die Vincent van Gogh in zijn verfkist had.

Foto: Van Goghmuseum

Die garens gebruikte hij om te kijken of de combinatie van die kleuren goed zouden werken bij het schilderen. Ik herinner me dat ik langs zijn schilderijen liep met kleurige bolletjes wol om mijn vingers op zoek naar kleuren die overeen kwamen met die garens.

Het was een kijkervaring die me is bijgebleven. Daarna kocht ik het garenpakket ‘Dutch Pallettes’, speciaal door haar geverfd naar aanleiding van het doosje van Van Gogh.

Daar kijk ik tot nu toe met veel plezier naar; ooit ga ik er misschien wat van maken.

Loret geeft vanuit haar bedrijf ‘De Amsterdamse Steek’ workshops en cursussen over garen verven en breitechnieken. Via die site verkoopt ze allerlei gerelateerde producten. Haar garens hebben een gelaagdheid die je nooit tegenkomt bij commercieel geproduceerde garens. Dat heeft te maken met haar jarenlange ervaring in het verven van garens en met haar nieuwsgierigheid en precisie om tot de juiste kleur te komen.

Garens van Loret Karman. Patroon shawl Diagonapples van Anna Maltz.

Ook komt er kleurgevoel aan te pas en inzicht in scheikunde, pigmenten, verhoudingen en het soort garen dat je wilt verven. Zelf is Loret opgeleid door Miep Spée, een grootheid in batik en in verven van garens. Van haar leerde ze het vak heel grondig.

Het standaardwerk over batik geschreven door Miep Sprée

Een paar weken geleden nam ik wat garens van Loret mee voor mijn derdejaarsstudenten. Het leek me goed  dat ze die zouden zien en gebruiken bij hun experimenteel breien. Natuurlijk sprak ik over haar werk; snel werd er geregeld dat ze een dag les in garen verven zou geven. We spraken af een palet van 43 kleuren te maken;  een deel daarvan zou in een stalenboek gaan en het andere deel zouden we gebruiken om experimenteel mee te borduren.

Al die tinten!

Ter voorbereiding haalde ik veel verschillende garens bij Loret op. Strengen merino met zijde, sokkenwol met wat nylon, wol met een glitterdraadje, alpaca, handgesponnen wol uit Estland en nog meer zachte schoonheid. Elf verschillende luxe soorten van heel dun tot dik. Van die garens maakten we samen kleine strengen. Een deel van die strengen werden 43 bundels waar alle elf soorten garens inzaten. De rest van het garen werd gebundeld tot strengen voor een vervolgexperiment.

Strengen van verschillende soorten garens

Afgelopen dinsdag kwam Loret naar school met een grote koffer, gevuld met prachtige voorbeelden van garens en producten. Zo waren er spectaculaire verfexperimenten toegepast in breiwerk en had ze garens geverfd voor een variatie op het traditionele ‘Volendammer dasje’ in de wintercollectie 2017/2018 ‘Zwart’ van de Belgische modeontwerper Walter Van Beirendonck.

Links het originele Volendammer dasje en rechts de variatie gemaakt
met garens van Loret Karman

Ze vertelde een helder verhaal over de geschiedenis van handververijen in Nederland door de eeuwen heen. In het verleden blonk Nederland uit door het groot aantal ververijen die hoge kwaliteit leverden. Ze waren beroemd in de hele wereld en er werd gevochten om de recepten. De grondstoffen die nodig waren om te verven werden weggehaald uit de koloniën. Dat was geen schone handel maar uitbuiting van de plaatselijke bevolking. Het woord kolonialisme is hier op zijn plaats. In de loop van de eeuwen verdween het ambachtelijke verven uit Nederland, aan handel was meer te verdienen dan aan productie.

Zes basiskleuren waar 43 kleuren gemaakt zouden worden

Loret gaf een heldere technische uitleg over het verven van garens. Termen als ‘verzadiging’,  ‘zure verf’ en ‘eiwitrijke garens’ werden verklaard.  Zes verschillende kleurpigmenten kwamen op tafel met mooie namen als Brilliant Yellow, Blood Red en Extreme Blue. Ze vertelde over het recept om al die verschillende kleuren te maken. Niet moeilijk en voor iedereen te begrijpen, als je er maar met je hoofd bij bleef. Het uitgangspunt van deze dag was dat we samen voor elkaar zouden verven en dat alle garens later door iedereen gebruikt mogen worden.

Toen was het tijd om het grote verfavontuur te beginnen. 43 bakjes stonden klaar en met injectiespuitjes werden de eerste verfbaden gemaakt.

Het verfproces in vier stappen

Het voordeel van verven met deze ‘zure verf’ is dat alle verfstoffen in het garen worden opgenomen en dat je uiteindelijk een bakje met schoon water overhoudt. Hoewel het een chemische verfstof is, gaat er na afloop niets vervuilends door de gootsteen.

Kleur na kleur

Door zes beginkleuren te gebruiken en te mengen ontstonden 43 verschillende tinten.

Twee kleuren mengen om een nieuwe kleur te krijgen

Er werd hard gewerkt, met veel plezier en vanuit grote nieuwsgierigheid. Steeds weer de verrukking als de ongeverfde streng in het verfbad ging en er als prachtig gekleurd garen uitkwam.

Geel in verschillende nuances

Mooi om te zien was dat elk soort garen de kleuren op een andere manier opnam. Hetzelfde verfbad geeft het ene garen een felle kleur en het andere een zachtere tint.

Een deel van de geverfde strengen hangt te drogen

Na de lunchpauze hingen alle bundels van verschillende garens te drogen aan de lijn, feest van kleuren.

Een streng in twee verfbaden

De middag werd gebruikt om te experimenteren met de overige ongeverfde garens. Daarover waren in de ochtend al vragen gesteld, maar je kan pas experimenteren als je het proces van verven helemaal doorlopen en begrepen hebt. Wat gebeurt er als je de streng deels in twee verschillende kleurenbaden legt? Wat als je in de streng een knoop maakt en die er na het verven weer uithaalt? Hoe bereik je kleurverloop in je garen?

Glittergaren in verschillende tinten

Vol enthousiasme werd er van alles uitgeprobeerd met bijzondere kleurgarens als resultaat.

Gradient, van licht naar donker

Tegen kwart over drie was het tijd om de garenbundels uit elkaar te halen, te verdelen en afspraken te maken hoe we er verder mee gaan. Om half vijf ging iedereen opgetogen met een tas vol kleur naar huis.

43 strengen in 43 kleuren

Na de les vertelde Loret mij dat ze nog nooit zo’n hardwerkende klas had meegemaakt. Volgens mij is het een combinatie van een enthousiasmerende docente en leergierige studenten die niet bang zijn om aan de slag te gaan.

Kleurenfeest in mijn werkkamer

Bij mij thuis hangt nu de serie van 43 kleuren in handgesponnen wol uit Estland. Van elke streng haal ik een halve meter af voor mijn stalenboek; de rest gaat volgende week dinsdag mee naar Boxtel waar we een borduuravontuur gaan beginnen met al die prachtige garens in de hoofdrol.

Mocht je zelf zo’n verfdag mee willen maken kijk dan op de site van ‘De Amsterdamse Steek’.

11. Nooit genoeg boeken

Hier in huis zijn kasten vol boeken. Logisch als je met een man getrouwd bent die onder andere een grote verzameling poëzie heeft, die in een speciale kamer is ondergebracht. In mijn werkkamer staan en liggen veel boeken over textiel en mode. Toen ik vier jaar geleden verhuisde naar Amsterdam, gingen  veel boeken over deze twee onderwerpen niet mee. Ik maakte een zware selectie en gaf en verkocht veel boeken over breien aan liefhebbers.

Ik ben en blijf natuurlijk een boekenfanaat, zeker als het om boeken gaat over textiel: catalogi van textiel- en modetentoonstellingen, naslagwerken over kleur en materiaal, boeken over kimono’s en klederdracht uit Litouwen en Slowakije, praktische boeken over sashiko en sokken breien en nog veel meer. Ik gebruik ze voor mijn lessen, en voor mijn eigen ontwikkeling, kennis en bovenal plezier.

De afgelopen weken is er weer een aardige boekenstapel het huis binnengebracht. Boeken over de kunst van het borduren en Toile de Jouy. Een catalogus van de expositie ‘Queer Threads, Crafting, Identy en Community’, die in 2014 te zien was in het Leslie Lohman Museum of Gay and Lesbian Art in New York. Catalogi van de tentoonstellingen ‘Haute Bordure’ en ‘Voices of Fashion’, de eerste in het Fries Museum in Leeuwarden en de andere in het Centraal Museum in Utrecht. Beide exposities zijn helaas nog niet te zien. Zodra de musea weer opengaan, boek ik tickets, ga erheen, maak foto’s, en ga ik er vast over schrijven. Hoe heerlijk zou het zijn om nu al een kijkje te kunnen nemen. Ik wou dat ik schoonmaker was in die musea, want dan zou ik er nu al van kunnen genieten! Ook al in huis is het boek bij de tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum. Ben ik razend benieuwd naar.

En dan is er nog het schitterende fotoboek ‘Big Heart, Strong Hands’ van de Noorse fotografe Anne Helene Gjelstad over het leven van vrouwen op de eilanden Kihnu en Manija in Estland. Met Anne Helene heb ik via mail contact gekregen en via haar probeer ik oude foto’s te krijgen uit het museum in Kihnu. Ondertussen heb ik ook naar het museum gemaild en kreeg ik net een bericht uit Kihnu dat ik er morgen meer over hoor. Als ik die foto’s heb, ga ik een bericht schrijven over dit laatste matriarchaat in Europa en de rol die textiel hierin speelt.

Werkkleding, Dardoup, 1850

Afgelopen zomer kwam ik in boekhandel ‘Le Silence de la Mer’ in Vannes (Bretagne) het boek ‘Bretonnes’ tegen over de Bretonse streekdracht en dan vooral gericht op hoofdbedekkingen zoals mutsen en kappen uit alle regio’s van Bretagne. Een boek dat toen ik het opensloeg direct de Wauw-factor had en nog steeds heeft.

Kleding voor folkloristisch feest, Pont-Aven, 1950
Ceremonieel ensemble, Belle-Ile-en-mer, 1900-1920

Alles beeldschoon gefotografeerd door de Franse fotograaf Charles Fréger, op vrouwelijke modellen van jong tot oud.

Bruidskleding, Rouzig, 1905-1910

Mutsen die in het dagelijks leven gedragen werden, voor bruiloften en andere feesten en die je droeg als je in de rouw was.

Rouw ensemble, Poher, 1910

Mutsen vol naald- of kloskant, met borduursel of glimmende kralen, maar ook de eenvoud van een simpel katoenen of linnen lap gevouwen om het hoofd.

Kleine kanten muts, Perret, 1900-1915
Zoutdraagster, Ile guérandaise, 1900

Kleine floddertjes op het achterhoofd en torenhoge bouwsels waarmee je  moest bukken om door een deur te gaan.  

Muts voor grote ceremonie, Poudouvre, 1900
Ceremonieel ensemble, Bigoudin, 1945-1950

Ook in de kleding die erbij gedragen wordt, is een grote diversiteit te zien. Eenvoudige, geruite schorten naast met linten bestikte, uitbundig versierde jakken.

Werkkleding, Rouzig, 1905-1910
Ceremonieel ensemble, Saint-Pol-de-Léon, 1830-1870

Glimmend satijn, zacht fluweel. Omslagdoeken vol kleur op kleur borduursels.

Ceremonieel ensemble, Pourlet, 1830-1850
Ensemble voor grote ceremonie, Chelgenn, 1915-1920

Het is textiel dat verhalen vertelt over armoede en rijkdom, over uitbuiting van handwerklieden en over schitteren op een feest. Hoe geweldig is het dat dit boek zoveel aandacht en glorie geeft aan al dat werk om deze mutsen te maken.  Wat moet het bijzonder zijn geweest om deze kappen en mutsen uit musea en particuliere collecties te dragen, de geschiedenis te zien en te voelen en dan zo prachtig gefotografeerd te worden.

De naam Charles Fréger kwam me op de een of andere manier bekend voor. Na wat zoeken zag ik op zijn site op internet foto’s die ik eerder was tegengekomen in het tijdschrift Selvedge en op de tentoonstelling ‘The Power of Masks’ in het Wereldmuseum in Rotterdam. Daar kocht ik indertijd de catalogus.

Op die tentoonstelling was ook een serie foto’s te zien van zijn project ‘Wilder Mann’. Fréger legde daarin de gemaskerde kostumering van Europese traditionele winterfeesten vast. De foto’s vertellen de verhalen van lokale tradities op festivals in kleine onbekende dorpen. In Nederland kennen wij dit soort uitbundige verkleedpartijen niet, maar in bijna alle landen van Europa is het een bekend fenomeen, van Finland tot Portugal en van Duitsland tot Slovenië. Textiel speelt in deze kostuums een grote rol, zoals de onderstaande twee foto’s, gemaakt in Roemenië, laten zien. Geiten en een hert dansen tijdens een ritueel, sterven en staan weer op omdat de winter voorbij is en de lente in aantocht.

Gura Humorului, Roemenië
Cerbul in Corlata, Roemenië

In onderstaand filmpje zie je op vanaf 1.30 het hert meelopen in de parade vol wonderlijke wezens die wij niet kennen.

Helaas is het boek ‘Wilder Mann’ uitverkocht. Hopelijk komt er een herdruk of kan ik het antiquarisch op de kop tikken. Het is zo’n boek dat ik graag zou willen hebben, als aanvulling bij de catalogus van ‘The Power of Masks’. Op de site van Charles Fréger staan overigens nog vele meer foto’s van andere projecten met heel veel verschillende mensen in de hoofdrol.

Textiel vertelt veel verhalen en die verhalen kun je niet genoeg lezen, horen en zien.