35. De wereld van Fortuny

Op een avond deze lente voeren we in Venetië met de vaporetto over het Canal Grande van het eiland Giudecca naar het San Marcoplein. Ineens stond daar, bovenop een groot gebouw, de verlichte naam FORTUNY. Ik wist direct waar die naam naar verwees. Mariano Fortuny, stof- en modeontwerper, schilder, fotograaf, decor- en kostuumontwerper,  vormgever van lampen en bovenal een zeer bijzondere kunstenaar.

Fortuny werd geboren op 11 mei 1871 in Granada, Spanje en overleed op 3 mei 1949 in Venetië. Hij kwam uit een artistiek gezin; vader Marià Josep Maria Bernat Fortuny i Marsal schilderde en moeder Cecilia de Madrazo verzamelde historisch textiel. Zijn vader overleed toen Mariano drie jaar was. Even daarna vertrok zijn moeder met hem naar Parijs om daar hun leven voort te zetten.

Al jong kwam de kleine Mariano in contact met veel verschillende stoffen die een grote aantrekkingskracht op hem hadden. Zijn kleur- en materiaalgevoel moet daar al ontstaan zijn.

In 1889, hij was toen 18 jaar, werd Parijs vaarwel gezegd en verhuisde hij naar Venetië. Daar zou hij verder zijn hele leven blijven wonen. In zijn jonge jaren reisde hij veel door Europa en hij kwam in contact met kunstenaars, theatermakers en muzikanten. Hij was gevoelig voor de tijdgeest. De Ballets Russes met kostuums van ontwerper Léon Bakst traden op in alle grote steden van Europe. Het exotische oosten kwam naar het westen en dat gaf hem veel inspiratie. Hij ging in de weer met kaftans als uitgangspunt en experimenteerde volop met drapeertechnieken. Dat deed hij met zijde en zijdefluweel waarop dessins werden gedrukt.

Links de vader van Mariano en recht zijn vrouw Henriette.

In 1897 ontmoete hij Henriette Negrin met wie hij later trouwde. Henriette en hij woonden in het Palazzo Pesaro degli Orfeo; daar hadden ze ook een klein atelier; ze ontwierpen en bedrukten er stoffen. Henriette had eveneens een grote liefde voor textiel en samen werkten ze aan veel modeprojecten. Zij stierf in Venetië op 15 mei 1976 en ze doneerde het stadspaleis aan de gemeente Venetië. Voorwaarde was dat het palazzo een museum moest worden met de naam Museo Mariano Fortuny y Madrazo.  

Ik zag voor het eerst stoffen van Fortuny in 1998 op de tentoonstelling ‘Adressing the Century, 100 Years of Art & Fashion’ in de Londense Haywarth Gallery. Zijn wonderlijk geplisseerde zijden stof fascineerde me direct, want hoe was die gemaakt en hoe bleven die rimpels erin zitten? Doorgaans zit in een geplisseerde stof een deel polyester die ervoor zorgen dat de plooien erin blijven. Maar dit was zijde zonder polyester!

Vijf jaar geleden in september was ik voor het eerst in dat magnifieke palazzo. Ik was diep onder de indruk van al die etages vol stoffen, kleding en kunst. Statige trappen brachten me naar alle verdiepingen. Ik kreeg het gevoel dat ik bij Mariano en Henriette op bezoek was, dat zij me zo zouden kunnen opwachten voor een gesprek.

Banken met kussens in verwassen kleuren (tijdens het kijken nu naar de foto’s van toen zie ik dat de bekleding van de banken behoorlijk versleten was.) Ik vond het artistiek en bohemien. Het was in de tijd van een Biënnale en ook in het Museum Fortuny was werk van kunstenaars uit de hele wereld te zien.

Het werk ‘Revelation’ van El Anatsui zweefde door de ruimte en het gordijn ‘Hare Apparent’ van Izhar Patkin hing voor een wandschildering van Fortuny.  

Dit jaar wou ik naar het museum terug en ik had geluk. Begin mei opende het museum zijn deuren weer na een lange tijd van renovatie. De grote overstroming in 2019 in Venetië had ook het museum Fortuny ernstig aangetast. Jammer was het dat nu alleen de eerste verdieping voor bezoekers toegankelijk was. Het is de vraag of de rest van het stadspaleis ooit weer wordt opengesteld.

Maar ik kwam opnieuw terecht in de droom van Fortuny. Hij keek me in een ruimte op de eerste verdieping aan, Oosters gekleed in een kaftan en met een tulband op zijn hoofd, natuurlijk gemaakt van zijn eigen stoffen.

Dan loop je een grote, hoge kamer in waar zoveel mooie dingen staan en hangen dat je even de tijd moet nemen op dat alles op je in te laten werken.

Bedrukt fluweel in schitterende kleuren bedekt de wanden.

Schilderijen van vrouwen (hij heeft er meer dan 150 geschilderd) boven een bank vol gekleurde kussens in verschillende stoffen.

Op een kastje glazen vazen in felle kleuren.

Oosters aandoende lampen aan het plafond. Hoe mooi zal dit zijn als de avond gevallen is.

Bustes die je aankijken.

Middeleeuws aandoende theatrale gewaden in donkere kleuren.

Een zijkamer links vol wandschilderingen en meubels die uitnodigen om er de rest van de dag te blijven en te lezen in een boek over de ondergang van die prachtige stad aan de lagune.

De volgende kamer.

Daar stonden ze, in het midden op een podium: de schitterend gekleurde, zijden, geplisseerde Delphos jurken en model Peplos, een korte tuniek met bijpassende rok.

In 1909 ontworpen door Henriette en niet zoals vaak gedacht door Fortuny. Hij was wel de ontwerper van de stof die ervoor is gebruikt en die zo bewerkt is dat de plooien erin blijven.

Een cilinder van stof is het, lichaamsvolgend en aan de zijkant sluitend met lint en kleine glazen kraaltjes van het glaseiland Murano.

De inspiratie voor deze kledingstukken kwam van het bronzen beeld De Wagenmenner van Delphi,  gemaakt in de vijfde eeuw voor Christus. Het doet me denken aan de ontwerpen van de onlangs overleden Japanse modeontwerper Issey Miyake.

Hij is onder andere bekend geworden met zijn geplisseerde kleding. Miyake deed dat in een moderne vorm door gebruik te maken van polyester zodat de plooi er altijd in blijft. Maar hoe deed Fortuny dat? Dat is tot nu toe een geheim!

De zittende en staande figuren in deze kamer zijn beeldschoon gekleed en dramatisch opgesteld met zijden en kanten lappen om hun hoofden gewikkeld.

Gouden spiegels en een Grieks aandoend schilderij aan de wanden. Soms is iets zo mooi dat het je adem beneemt.

Op Etsy zag ik overigens dat er een aantal Delphos jurken aangeboden worden. Een groenblauwe uit 1910-1920 gaat weg voor € 12.842,- ; een zalmroze uit dezelfde periode moet ook dat bedrag opbrengen.  

Via twee kamers met harnassen en weer schitterende gewaden beland je uiteindelijk in het atelier van de meester zelf.

Daar vliegen engelen over de wanden en er staat een klein, prachtig zelfportret van de man die met zijn bijzondere vrouw in dit grandioze palazzo heeft gewoond en gewerkt.

Wonderlijk overigens dat de geboortedatum en -plaats van Henriette (4 oktober 1877, Fontainebleau) niet op de herdenkingssteen staan die te zien is als je de stenen trap neemt naar de benedenverdieping.

Thuis in Amsterdam kom ik erachter dat de tuin bij de fabriek van Fortuny te bezichtigen is en dat je de toonzaal kunt bekijken. Dat ga ik een volgende keer zeker doen. En dan ga ik ook weer terug naar dit museum om me opnieuw onder te dompelen in de rijke sfeer die er in dit palazzo heerst.