40. La maison de Mariette

Haar werk zag ik voor het eerst op de Art Brut Biennale 2018 in Hengelo. Een wand vol wonderlijke poppen van textiel en een heftig geborduurd communiejurkje.

Ik vond ze heel bijzonder en ik werd direct nieuwsgierig naar de Franse Mariette die ze had gemaakt.

We kregen contact en ooit hoopte ik haar te ontmoeten en rond te kijken in haar eigen museum in Saint-Laurent-du-Pont, ergens in de Isère, tussen de vlakte van Guiers en het massief van Chartreuse.

Op een zonnige dag in de zomer van 2021 reden we erheen en parkeerden de auto onder het gebouw waarin haar eigen museum is gevestigd: La Maison de Mariette, ontworpen door haar man Bernard.

We belden aan en daar was direct de lach en het contact. Mijn Frans is niet goed, Jos kan het beter en Mariette sprak alleen Frans, maar dit bleek geen probleem als je openstaat naar elkaar en textiel een verbindende factor is.

‘Kijk rustig rond,’ zei ze. Dat deden we en vol verbazing verdwenen we in de hallucinerend mooie wereld van Mariette. Daar waren de poppen weer. Geen lieve poppen, wel sprookjespoppen die pijn doen en een eigen schoonheid uitstralen.

Poppen die je wat willen vertellen. ‘Poupées en mal d’enfantement’ noemt Mariette ze, letterlijk vertaald ‘poppen in pijn/smart van bevalling’.

Ze zijn gemaakt van allerlei soorten textiel in verschillende groottes en vormen.

Veel bruidswit en doopwit als symbool van onschuld, maar ook series in zwart en grijs.  Hoofden van klei of papier.

Ze hangen aan muren, liggen op tafels, staan onder stolpen of zitten in dozen.

Met of zonder hoofd, soms met een klein hoofd op een buik.

Er zijn poppen met armen op vreemde plekken, poppen met lange, dunne, omwikkelde benen.

Hun lijven met garen ingerold; driftig gemaakte steken moeten alles bij elkaar houden.

Kleine, witte, keramieken baby’s zijn ingebakerd met stof of met draden die onschuld uitstralen.

In een vogelkooi hangen witte babyschoentjes. Aan veel poppen hangt een klein label met een Romeins cijfer.

Er zijn veel verwijzingen naar de katholieke kerk: kruisjes met Jezus, scapuliers met Mariahoofden, kralen van rozenkransen.

Religieuze symboliek als hulp om staande te blijven? Ik zag in al dat werk de pijnlijkheid van het leven gevangen in textiel. Maar ik voelde ook dat verdriet een enorme motor kan zijn om iets te maken.

In de kleine catalogus over haar poppen vertelt Mariette het volgende: ‘Ik heb drie kinderen van wie ik houd, maar ik realiseerde me dat het me frustreerde dat ik hun geboorte niet had gezien, niet had meegemaakt. Ik moest deze pijn, dit gemis, dit groot onbehagen uiten. Op een dag, in februari 2005, besloot ik om 700 poppen te maken als therapie, een uitweg uit de noodzakelijke rouw. Dus ik maak deze poppen, ik werk er hard aan, en als ik klaar ben, kan ik rustig verder. Hun gemeenschappelijke thema is religie, spiritualiteit, vrouwelijke seksualiteit, magie. Sommige poppen lijden aan geboorteziekte, de pijn van de geboorte.’

Mariette komt, zoals ze zelf zegt in een film over haar, uit een gezin waar liefde volop aanwezig was. Een artistieke familie met een vader die kunstenaar was en een moeder die creativiteit stimuleerde. Ze is de derde op een rij van vijf zussen en ze groeide daardoor op in een wereld van vrouwen. Er werd veel met poppen gespeeld.

Hun moeder breide poppentruien en naaide poppenkleding. Nog steeds is haar moeder voor Mariette een voorbeeld.

Ze is ook op veel plekken in het museum zichtbaar.

Mariette heeft zich als autodidact ontwikkeld tot een kunstenaar die verschillende disciplines gebruikt. Naast het maken van poppen tekent en schildert ze, maakt ze kleine en grote objecten, tekent ze bij gedichten van Rainer Maria Rilke en Emily Dickinson, en maakt ze daarvan bibliofiele boeken in een kleine oplage.

Haar materiaal vindt ze op rommelmarkten, in kringloopwinkels of tijdens vide-grenier-verkopen. Ze is gespitst op materialen waar een geschiedenis inzit. Afbeeldingen van monsters en andere mythologische wezens, van huiveringwekkende helden en kinderlijk vrome heiligen, van tirannen en madonna’s. Met die vondsten stelt ze haar werk samen en maakt ze een eigen verhaal.

In haar atelier liggen al die materialen keurig gesorteerd in lades en kasten en er liggen creaties die afgemaakt moeten worden.

Natuurlijk kochten we werk van haar dat nu in ons huis een plek heeft gevonden.

Ik vond het een bijzondere ontmoeting met een zachtaardige en tegelijkertijd krachtige vrouw die uniek werk maakt, soms teder en liefdevol, soms scherp en schrijnend, van een aangrijpende, sprookjesachtige zeggingskracht.

Mariette, we komen een keer terug!

Website: https://lamaisondemariette.com/

Facebook:  https://www.facebook.com/mariette.maisondemariette

Instagram: https://www.instagram.com/lamaisondemariette/

37. Achterstallig schrijfwerk en Baskische tafellakens

Vorige week, tijdens het inspirerende tweedaagse lustrum van de Nederlandse Kostuumvereniging, kwam ik al op de eerste dag twee lezers van TextielLiefde tegen. Ze vertelden dat ze elke week uitkeken naar mijn nieuwe artikel en dat ze het met veel genoegen lazen. Leuk om dat te horen! Ik werd er verlegen van. Ze hadden het de afgelopen maanden gemist toen er niets verscheen. Ik kan ze geruststellen: ik ga proberen elke week een artikel te schrijven. Er liggen genoeg ideeën en foto’s op de plank van mijn textielontmoetingen in de afgelopen tijd. Zo was ik donderdag 6 oktober bij een inspirerende TextielTalk over weven bij De Katoendrukkerij in de Volmolen in Amersfoort. Het werk van Mirjam Hagoort en Gunta Stölzl (1897-1983) maakte me nieuwsgierig. Ook zijn er onderwerpen in het verschiet: de tentoonstelling van Cristóbal Balenciaga in het Haagse Kunstmuseum. Ik ga naar Enschede Textielstad en naar het net weer geopende ModeMuseum in Antwerpen. Kortom, schrijfwerk aan de winkel.

In de stad Bayonne in Frans Baskenland was ik nog nooit geweest. Tijdens de lange zomervakantie van 2021 waarin we een Tour de France maakten, kwam ik er voor het eerst.  Het enige dat ik wist van textiel uit deze regio was dat er rode baretten gedragen worden. Ik had het nog niet gedacht of de eerste was te zien op een muur.

Aan de Quai des Corsaires 37 staat het prachtige Musée Basque de l’histoire de Bayonne. In dit oude gebouw is een grote collectie voorwerpen en schilderijen te vinden uit de cultuur van Baskenland. Ik viel met mijn neus in de Baskische boter: er was een schitterende textieltentoonstelling met de titel ‘Haritik Harira’ oftewel ‘Van draad tot draad’.

Met veel plezier dwaalde ik door alle ruimtes. De traditionele Baskische kleuren rood en groen spatten van de schilderijen af.

Op een aantal doeken werd vol Baskisch vuur de fandango gedanst. Hoe dat in het echt gaat, zie je op deze video.

Snel werd me duidelijk dat veel tradities in Baskenland hun eigen soort kleding hebben. De meeste feesten hebben een religieus karakter met processies en dansen.

In de tentoonstelling stonden kleine beeldjes van figuren die voorkomen in de Maskaradas. Aan het eind van de winter en het begin van de lente wordt dit theaterspel in veel dorpen opgevoerd.

Jonge inwoners stellen verschillende personages voor. Natuurlijk is er volop eten en drinken voor iedereen, terwijl de groep zingt en danst.

De Zamaltzain oftewel de paardenman is de beroemdste dansfiguur.

Bij de Godalet dantza wordt gedanst rond een glas wijn; de dansers gaan er zelfs even op staan. Met zo’n paard om je lijf is het zicht natuurlijk moeilijk; er zal vast wel eens een uitvoering zijn geweest waarbij het glas omging. Naast de paardenman zijn er nog meer personages die schitterende kleding vol borduursels en strikjes dragen met bijbehorende hoofddeksels.

Bij kledingtentoonstellingen is vaak niet zoveel mannenkleding te zien.

Daarom viel mijn oog direct op de Xamarra, die rond 1900 gedragen werd. Dit korte wijdvallend mannenjasje in zwarte wol sluit met vier knopen, die verbonden worden met een bandje. Het werd gedragen door paardenhandelaars.

Dit exemplaar met mooi overhemd en baret zal vast gedragen zijn op een feest of bij officiële gelegenheid.

Een blauw met rood gebreid vest dat sluit met koordjes waaraan een pompon hangt, een mendigoizale uit 1960, trok ook mijn aandacht. Herders droegen dit kledingstuk tijdens de koude winters in de bergen van Navarra. Helemaal gebreid in ribbelsteek heeft het ingebreide motieven die te maken hebben met de Baskische geschiedenis.

Beeldschoon vond ik deze vrouwenkleding (einde 19de eeuw) uit de Vallée de Salazar.

Rijk van stof en decoratie en gedragen met schitterende sieraden.

De man uit de Vallée du Roncal ziet er deftig uit in zijn zwarte pak met losse, witte organza flappen aan de voorkant. Vast en zeker kleding voor de rijken die zich dit soort kleren konden permitteren.

Het balspel Pelota, een soort van kaatsten, wordt gespeeld met een racket (een pala of paleta)of met een kleine gebogen mand die om de hand gaat (een cesna). Vroeger droegen de spelers daar een baret bij en gekleurde banden; daaraan kon je zien wie je tegenstander was. Aan hun voeten espadrilles, schoenen gemaakt van canvas of katoen met een zool van gevlochten hennep of jute.

Verderop in de tentoonstelling stond een paar feestespadrilles versierd met kleurig borduurwerk.

Naast de rijke kleding was er ook een ontroerend verstelde draagzak van een muilezel te zien. Geweven van drie verschillende kleuren wol in een ruitpatroon. Wat zal hier allemaal in vervoerd zijn, van waar en waar heen? Wie heeft die buidel zo prachtig versteld zodat hij nog een tijd mee kon gaan?

Toen ik een boek zag met weefpatronen werd me ineens wat duidelijk. Tijdens die zomervakantie was ik bij de Emmaüs kringloopwinkels gevallen voor geruite tafellakens.

Er waren er met een naturelkleurige ondergrond en daarop rode en groene geweven strepen.

In de tentoonstelling zag ik dat zulke lakens werden geweven bij Tissage Moutet in de plaats Orthez.

Het rood met witte tafellaken dat ik dit jaar vond blijkt ook een Baskische oorsprong te hebben.

Zonder het te weten had ik Baskisch tafellakens gekocht, waarschijnlijk geweven bij Tissage Moutet. Voordat ze huishoudtextiel gingen weven weefden ze linnen lappen in naturel katoen of linnen met zeven strepen die de zeven Baskische provincies voorstellen.

Deze waren bedoeld om koeien te beschermen tegen de hitte in de zomer. Tegenwoordig zie je dit niet meer. Ik had een mail gestuurd naar Tissage Moutet met de vraag of mijn tafellakens bij hen geweven kunnen zijn. Vanmorgen kreeg ik dit antwoord.

Dear Jan, Thank you for your interest in our weaving. Our company has an extraordinary stock of archives since 1874 and we have products that are similar to those you have found. I can’t tell you if they were woven in our workshop. They certainly come from one of the 15 workshops in Bearn and the Basque country that existed in 1950. We offer visits in French, German or English every Thursday, starting at 10.30 am and 2.30 pm. The visit is free or by reservation on 0559691433 or camille@tissage-moutet.com We will be happy to welcome you and show you our know-how. Best wishes, Camille

Hoe leuk om dit antwoord te krijgen en dat bezoek gaat er zeker een keer van komen.

Naast Tissage Moutet zijn er nog drie andere weverijen die huishoudtextiel maken. Dat zijn Lartigue 1910 (in Ascain en Bidos), Tissage de Luz (in Espelette) en Artiga (in Magescq). De eerste drie weverijen bestaan al meer dan honderd jaar, de laatste nu 23 jaar. Ze maken weefsels vol Baskische elementen maar ook moderne ontwerpen. Behalve tafellakens ook hand- en theedoeken, servetten, schorten en tassen, stof voor de bovenkanten van espadrilles.

Ik kocht een paar espadrilles in Mauléon, de stad waar ze worden gemaakt.

Of de stof van mijn espadrilles is geweven door een van die weverijen kan ik niet zeggen.

Baskenland raakt me. Ik wil er graag nog eens naar terug om het Museo Cristobal Balenciaga in Getaria (Spanje) te bezoeken en om meer te weten te komen van de bijzondere tradities van het land. Wie weet zie ik dan deze dansers met belletjes aan hun broekspijpen in het echt.