18. Monogrammen, linnen lakens en een letterlap

Kringloopwinkels, ik ben er dol op. Vooral de Emmaüs-vestigingen in Frankrijk zijn favoriet tijdens onze vakanties. Zodra ik een huis heb geboekt, kijk ik waar de eerste de beste Emmaüs in de omgeving is en wat de openingstijden zijn. Voor de komende zomervakantie maak ik nu al een lijst.

Het lichtblauwe servies dat niet meeging. Zou het er nog staan komende zomer?

Alle Emmaüs-vestigingen zijn anders. Soms  ongeorganiseerd en rommelig, soms heel helder ingericht. De kringloopwinkel in Vierzon bijvoorbeeld is perfect voor oude serviezen. De winkel ziet er zeer gestileerd uit; de vrouw die op de servies- en meubelafdeling werkt, vertelde dat ze veel plezier beleeft aan het inrichten. Ze vult oude kasten met prachtige serviezen, ze dekt tafels rijkelijk met schalen vol bonte dessins. Op speciale planken zet ze handgedraaide kommen uit de jaren zeventig, in een keukenkast stapelt ze witte puddingvormen op. Vorig jaar werd ik verliefd op een lichtblauw servies waarbij ze een klein, pastelkleurig schilderij had gezet van een vaas met bloemen. Het servies ging helaas niet mee. De auto raakte al vol en we moesten nog verder in onze Tour de France. We zouden nog meer kringloopwinkels bezoeken en wie weet vonden we daar ook nog schatten die mee naar huis moesten.

Links een kleine dameszakdoek, rechts een grote linnen herenzakdoek

Meer nog dan naar serviezen ben ik op zoek naar damasten tafellakens, servetten, zakdoeken en linnen lakens, het liefst met geborduurde monogrammen. Wonderlijk die geborduurde letters waarvan je nooit te weten zal komen welke namen erachter zitten. Bij de opvoeding van jonge meisjes in de 18de eeuw was monogrammen leren borduren belangrijk. Vanaf de puberteit werkte je aan je aan de ‘linnenuitzet’ die je meenam als je ging trouwen: een houten kist vol linnen lakens, tafelkleden en zakdoeken om trots op te zijn. In de 19de eeuw kwamen er nog servetten, theedoeken en schorten bij en dan was de bruidsschat compleet. Een rijk gevulde kist met textiel voor jaren huwelijk.

Witte damasten servetten met moderne monogrammen uit de 2oste eeuw
Witte damasten servetten met klassiek geborduurde monogrammen vol krullen

Wie borduurde dat alles zo precies? Alle letters perfect hetzelfde op het tafellaken en de twaalf servetten. Werkte elke vrouw zelf aan haar eigen uitzet of werd het gedaan door een borduurster die er haar beroep van had gemaakt? Adellijke families namen vaak een borduurster in dienst die het linnen voorzag van prachtige monogrammen. Dat ze daarvoor niet rijk betaald werd, moge duidelijk zijn. Borduren en uitbuiting, het zou een mooi onderzoek zijn naar de sociale status van deze borduurvrouwen.

Damasten handdoeken met monogrammen in verschillende borduurtechnieken
Een bijzondere borduurtechniek die op doorweven lijkt
Kruissteek borduursel

De monogrammen hadden ook nog een andere functie. Bij het wassen van al dat linnen in wasserijen kon je het linnen bij elkaar houden en werd er nooit een vergissing gemaakt bij het terugbrengen naar de families. Heel praktisch dus.

Damasten servetten met in rood geborduurde monogrammen

Ik vraag me vaak af bij welke vrouw (of man), bij welke familie het textiel al die jaren in de linnenkast heeft gelegen. Misschien nooit gebruikt of alleen op hoogtijdagen, en na gebruik zorgvuldig gewassen, gestreken en opgeruimd. Om uiteindelijk in de kringloopwinkel te belanden waar een man uit Amsterdam het koopt en die het nu in zijn kast heeft liggen. Was er niemand in de familie die het wou hebben bij het opruimen na het overlijden? Als aandenken aan die oma of moeder die er zo zuinig op was? Onbegrijpelijk, maar misschien heeft niet iedereen een liefde voor textiel zoals ik. Het is de geschiedenis die nooit bekend zal worden die me zo raakt. Dat heeft iets treurigs, ook omdat alles met zoveel aandacht is gemaakt. Aan de andere kant kan ik zeggen dat ik erg geniet van mijn aanwinsten en er zorgvuldig mee omga. Wat is er heerlijker dan met vrienden aan een mooi gedekte tafel te eten? Dan bedank ik stilletjes degene die dit prachtigs heeft gemaakt.

Vrolijk geruit tafellaken met in het midden een monogram

Al die monogrammen kunnen enorm verschillen. Soms wit op wit borduursel, vaak rood in verschillende tinten. Andere kleuren ben ik in Frankrijk nog niet tegengekomen op witte tafellakens, servetten en theedoeken. Wel kocht ik vorig jaar een stel vrolijk gekleurde geruite tafellakens waarop in kleur monogrammen waren geborduurd die passen bij de kleurstelling.

Zacht linnen laken met een rand van open naaiwerk en de letters ML (Marcel en Louise?)
Grof geweven linnen laken in banen aan elkaar gestikt. Zouden de letters van Ferdinand en Jacques kunnen zijn of van Fabienne en Jeannette?

De linnen lakens die ik verzamel, hebben randen met borduursels, monogrammen en open naaiwerk. Ze zijn lang; de bovenkant werd omgeslagen en zo werd de trots van de vrouw (en misschien ook van de man?) zichtbaar. De lakens die ik heb, verschillen in kwaliteit, van heel fijn linnen tot wat grover, maar allemaal zijn ze versierd met meesterlijke monogrammen. Ook de lakens zijn gemaakt voor de uitzet, zodat je tijdens de huwelijksnacht en vele nachten daarna onder prachtige lakens lag.

Linnen laken, waarschijnlijk nooit gebruikt. Ooit hoop ik een laken te vinden met de letters J J zodat we het gevoel zouden krijgen dat die speciaal voor ons geborduurd zijn.

Wij slapen er elke zomer onder en ik moet zeggen dat liggen onder een fraai linnen laken heel rijk voelt. Maar net als bij het tafellinnen weet ik ook evenmin wie het heeft geborduurd.

Wat ik wel weet, is dat er tijdschriften waren vol patronen met monogrammen, speciaal ontworpen om een piekfijne uitzet te maken. Ik kocht en kreeg er een aantal.

Borduurkranten uit Lyon. Links uit 1962, rechts uit 1951

Hele alfabetten staan erin. Met kleermakers-carbonpapier (ook wel kalkeer-papier) werden de letters op de stof overgenomen. Dan kon het borduren beginnen; er werd met verschillende steken gewerkt. De bladen hebben schitterende Franse namen zoals ‘Le Journal des Brodeuses – journal professionnel de broderie’ en ‘La Broderie Lyonnaise  – Journal de Broderies pour Trousseaux’. Deze twee  tijdschriften komen uit Lyon, de stad die belangrijk was voor beroeps-borduursters en waar veel borduur-ateliers waren.

Uit La Broderie Lyonnaise, 1 April 1951, 53ste jaargang nummer 1070

Naast letters staan er ook andere borduurtekeningen in: bloemen, vogels, jachttaferelen en zelfs een Mickey Mouse, voor op kleedjes, servetten en kleding.

Jachttaferelen om te borduren voor keukentextiel. Ongeschikt voor vegetariërs.
La Broderie Lyonnaise, 1 augustus 1956
Mickey Mouse voor op een servet. La Broderie Lyonnaise, 1 december 1959

‘LaBroderie Lyonnaise’, eigenlijk meer een krant, kwam voor het eerst maandelijks uit in 1898; in 1967 kreeg het een gekleurd omslag. Hoe lang het daarna nog bestaan heeft, is niet duidelijk. Ik vermoed dat monogrammen borduren niet veel meer werd gedaan in die tijd. Het huwelijk kwam in een ander daglicht te staan en vrouwenemancipatie werd belangrijk. Borduren hoorde daar niet bij, laat staan een uitzet maken.

Slaap lekker. La Broderie Lyonnaise, 1 oktober 1962

‘Le Journal des Brodeuses’ kwam voor het eerst uit in 1915 en stopte in 1973. Vanaf 2018 kwam het weer uit als een kwartaaltijdschrift. Of het nu nog bestaat, heb ik niet kunnen achterhalen op hun Facebookpagina.

Patroon voor op een kinderlaken. Le Journal des Brodeuses, 1 februari 1962

Hoeveel vrouwen hebben patronen uit de borduurkranten geborduurd? Hoeveel plezier hebben ze eraan gehad om het nieuwe nummer te bekijken? Om patronen te kiezen voor een tafellaken speciaal voor Kerst of Pasen? Om trots te zijn op de geborduurde lakens waar ze met hun geliefde onder lagen? Herinneringen vol liefde – en misschien ook met ergernis als het niet lukte om de letters identiek geborduurd te krijgen.

Elf servetten met de letters CM. Een servet is duidelijk witter geworden door de was.

Vorig jaar vond ik een serie van elf kleine servetten (zouden het er twaalf geweest zijn?) waarop de letters CM waren geborduurd in gevarieerde kleuren en met een geborduurde rand rondom. Hoe oud ze zijn, weet ik niet. Ik schat zo jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw. De letters zijn redelijk hetzelfde, maar de randen hebben grote verschillen.

Grote verschillen in de lengte van de steken. Toch is het een mooi geheel.

Van smal tot breed en van gelijk tot uiteenlopend. Hoe is dat zo gegaan? Ik stel me voor dat het eerste borduursel wat onregelmatig was, dat de borduurster geen zin had om het uit te halen en dat haar werk naarmate de serie vorderde er steeds netter uit kwam te zien. Ontroerend vind ik het in ieder geval, ik stel me voor dat Claudine en Michel aan tafel zaten met familie en dat er toch met bewondering naar haar borduurwerk werd gekeken. Misschien was Claudine niet zo’n ster in handwerken en was dit toch het trotse bewijs van haar doorzettingsvermogen. Hele verhalen bedenk ik bij dit soort textiel.

Patroon via https://www.modernfolkembroidery.com/

Ondertussen ben ik klaar met het borduren van mijn letterlap, mijn Danish Schoolhouse Sampler. Of ik ooit aan een geborduurde uitzet begin, is de vraag. Uiteindelijk ben ik al getrouwd en puilt mijn kast vol linnen uit.

9. Zelf maken & Reacties

Ik begon dit textielblog met een hoofd vol onderwerpen waarover ik wou schrijven. Op de lijst stond ook eigen werk; ik heb plastic boxen vol wol en lappen bij de vleet om wat van te maken. Over huishoudtextiel nog maar niet te spreken; als we in Frankrijk zijn geweest is de auto volgepakt  met zakken damasten tafellakens, servetten, zakdoeken, linnen lakens, theedoeken, noem maar op. Ik maak dus vaak iets met die textielschatten.

Voor mezelf kleding maken deed ik zelden. Het kwam er altijd anders uit te zien dan ik in mijn hoofd had. Toch verlangde ik er soms naar en het afgelopen voorjaar kwam het verlangen uit.

Tijdens de eerste lockdown maakte ik een serie zomershirts met korte mouwen. Het patroon ‘The All State’ kocht ik via de site van Merchant & Mills. Het bleek een topper in onze garderobe te worden: een ruim shirt geïnspireerd op Amerikaanse shirts uit de jaren 50.  Het patroon is perfect, zoals alle patronen van dit Engelse bedrijf en de stap voor stap beschrijving is erg duidelijk. Via Etsy kocht ik stof uit Japan en India; op de markt vond ik ook stoffen die ik gebruikte.

Ik had er veel plezier in. Als je een aantal keren eenzelfde kledingstuk maakt, krijg je er meer handigheid in en verander je het soms ook wat. Negen shirts gingen in de vakantietas en we hebben ze, omdat we allebei ongeveer dezelfde maat hebben, met veel plezier gedragen.

Dunne stof, even door een sopje halen, uitspoelen en laten drogen in de zon. De rest van de kleding in onze tassen hebben we bijna niet aangehad. Wat is dat toch dat je altijd te veel kleren meeneemt op vakantie?

Daarnaast kocht ik het patroon van de Sorrento Bucket Hat van Elbe Textiles en maakte er vier in verschillende stoffen. Die gingen wel mee, maar het was veel te warm om ze te dragen. Wel een heel goed patroon, makkelijk en heel leuk om te maken.

Buckethat in linnen en geverfd met indigo
Buckethat in Toile de Jouy

Er liggen nu nog wat lappen op de plank voor shirts met lange mouwen, een kort jasje en broeken. Dat laatste vind ik lastig: hoe zet je ook al weer een rits in? Moet ik toch eens goed gaan uitzoeken. Eerst maar drukknopen zetten op dat wollen jasje dat daar al maanden op wacht.

In bericht 4 liet ik zien dat ik was begonnen een sprei te maken van de stoffen die ik van onze vriendin Tonny Hollanders heb geërfd. Al die repen stof heb ik aan elkaar gezet en sinds gisteren ligt de Tonny-sprei op ons bed.

Al met al was het veel werk om die lapjeslap te maken. Om de sprei te voeren koos ik een oud linnen laken dat ik afgelopen zomer bij de Emmaüs vond voor vijf euro. Het zag er wat bruinig uit en voelde stug. Na een wasbeurt bleek er onder die niet zo heel fraaie lap een zachte naturel linnen schoonheid te zitten.

Nu  ligt de sprei op ons bed en genieten we van al die stoffen en kleuren die Tonny zo graag droeg. Ik weet zeker dat ze het prachtig zou hebben gevonden.

Na de sprei is er een shawl waarvan de 550 steken nog afgekant moeten worden. Wel wat laat nu de lente in aantocht is, maar van shawls heb je nooit genoeg en wie weet heeft ‘aprilletje zoet nog wel een witte hoed’.

Patroon Koigu Linen Stitch Scarf in 5 verschillende kleuren Koigu Painter’s Palette Premium Merino (KPPPM)

Op mijn vorige berichten zijn er persoonlijke reacties gekomen. Dat vind ik geweldig die waardering, soms raakt het me, soms vertelt het een verhaal van de lezer of word ik er zelf wijzer van. Zo kreeg ik contact met Joke (zus van goede vriendin Anne) die een expert is in kantklossen. Als het weer kan, ga  ik zeker op haar uitnodiging in om bij haar op bezoek te komen en over haar ervaringen met kantklossen te horen.

Van Joke kreeg ik een kleine les kant onderscheiden. Ze schreef in een mail het volgende:

Er zijn twee manieren om kant te maken:  kloskant en naaldkant. Bij naaldkant zie je meteen dat er een soort festonneersteek is gebruikt om vlakjes op te vullen. (Foto 5 en 6 uitvergroten.) Beroemd is de Venetiaanse naaldkant,  die ook in reliëf werd gemaakt.

Foto 5
Foto 6

Bij de kloskant heb je twee technieken.

Kant met doorlopende draden:  je begint met 40 of 300 paren en alles maak je met die draden, van boven naar beneden. (Zie foto 7)

Foto 7

Kant in delen: hierbij worden smalle bandjes geklost, die in zigzag- of spiraal- of bloemvorm een vlak bedekken. Eventueel wordt daarna nog een opvulling voor de tussenruimte geklost. (Zie foto 10 links bovenaan.)

Foto 10

De namen van de kanten worden bepaald door de ‘grond’: de opvulling van de tussenruimte. Valencienne,  Mechels, Binche.

Joke schreef erbij dat ze niet van alles zeker is, omdat ze de achterkant niet goed kan zien en dat de foto niet goed uitvergroot kan worden. Toch vermeldde ze bij een paar kanten het woord ‘zeker’, dus die staan hieronder.

Foto 8 is een Binche, geklost in Brugge ca 1900.

Foto 8

Foto 9  is zeker een Mechelse kant. Doorlopende draden, Mechelse grond, dikke draad om de contour.  Erg arbeidsintensief en ambachtelijk de top.

Foto 9

De vroege kantklossters waren creatief – de namen zijn pas in de 19de eeuw bedacht – dus veel kanten passen niet in de namenhokjes. Ook zijn er kanten, die in de 17de eeuw werden geklost maar later niet meer, omdat het te arbeidsintensief was én omdat de mode veranderde. Die techniek is later weer opgepakt, bijvoorbeeld bij oude Binche (1700)  en Brugse Binche (1900). Allemaal behoorlijk ingewikkeld! Voor mij is Joke de KantKoningin.

In mijn vorige bericht schreef ik over de stoffenwinkel Voerknecht in Zutphen. Op Internet waren twee schokkende foto’s uit 1942 te zien van teksten die NSB-ers op de ramen hadden gekalkt.

Zou het Stedelijk Museum in Zutphen foto’s hebben van de stoffenwinkel, vroeg ik me af. Ik stuurde een mail en kreeg van collectiebeheerder Marieke de Jongh direct antwoord. Ze schreef dat er in het archief foto’s waren en dat ze die voor mij wel wilde opzoeken. Geweldig natuurlijk! Ik maakte een lijst van foto’s die ik graag zou willen zien en daar is ze nu naar op zoek. Ook nodigde ze me uit om hun textielcollectie eens een keer te komen bekijken. Hoe leuk dit alles!

7. De andere kant van kant (2)

Kant, wat een schoonheid is dat toch als je er goed naar kijkt! En dan die verschillende soorten met prachtige namen zoals Grof Brugs Bloemwerk, Blonde, Chantilly, Point de Gaze, Valenciennes en Rosaline. En heel veel andere namen want kant werd in een groot deel van de wereld gemaakt. Ik kwam ze allemaal tegen in het prachtige Kantcentrum in Brugge. Over die namen wordt nog wel eens strijd gevoerd bij kantwerksters onderling. Je moet er heel veel verstand van hebben wil je sommige kantsoorten kunnen onderscheiden. Op de website van het Kantcentrum staat een aantal kantsoorten helder beschreven.

Milanese kloskant met ronde mazen uit de 2e helft van de XVII e  eeuw
(Collectie Kantcentrum Brugge)
Chantilly (Collectie Kantcentrum Brugge)
Point de Gaze, naaldkant (Collectie Kantcentrum Brugge)

Brugge, de stad die wereldberoemd is om het handgekloste kant. Veel toeristen gaan erheen om kantwerk te bekijken en een stukje te kopen. Het museum is gevestigd in de voormalige Kantschool van de Apostolinnen op het Adornes domein. Er is een permanente tentoonstelling van hun schitterende collectie kant door de eeuwen heen, een documentatiecentrum en op de eerste verdieping een zaal waar demonstraties worden gegeven door ervaren kantwerksters. Ik zag de dames niet alleen met wit of crème garen klossen, maar ze waren ook bezig met een modern kantstuk van glanzende, gekleurde garens.

Demonstratie Kantcentrum Brugge

Je hoort er het heerlijke geluid van klakkende klosjes die tegen elkaar slaan. De klosjes die het mooie geluid maken, zijn van palmhout, vertelde me een oude dame, die aan het klossen was. De andere klosjes maken ook geluid, maar dat klinkt lang niet zo mooi.

Hoor je het geluid?

Collectiebeheerder Rudy De Nolf was zo vriendelijk me informatie te sturen over de verschillende soorten klosjes. De palmhouten klosjes zijn populair omdat het een harde houtsoort is die, eenmaal gedroogd, een fijne structuur en een groot volumegewicht heeft. Het hout is glad en dat is voor het klossen geweldig. Palmhouten klossen zijn echter duur, dus niet iedereen klost ermee. Bovendien is het hout vrij zeldzaam. Na die van palmhout is de meest luxe klos die van ebbenhout. In de webshop van het Kantcentrum zijn ze te koop, naast andere klosjes van goedkopere houtsoorten.

Op de eerste verdieping is een lokaal ingericht voor de Kantschool; daar kan iedereen van jong tot oud les krijgen. Er zijn beginners- en docentencursussen, workshops en speciale cursusdagen. Als Brugge dichterbij zou zijn, zou ik me misschien aan een beginnerscursus wagen. De middag dat wij er waren, was een groep kinderen en jongeren volop aan het experimenteren met andere soorten garens dan die van het klassieke kant. Mooi om te zien dat meisjes en jongens met zoveel plezier en vrolijkheid aan het werk waren. Dat geeft hoop dat de techniek wordt doorgegeven en het ambacht levend gehouden. Van kantklossen kun je niet leven, maar het kan een mooie hobby zijn die veel voldoening geeft.

Witte zakdoek met gehaakt kant, gele zakdoek machinaal en geklost kant aan een linnen lap.
Alles eigen collectie

Het begrip kant geeft veel mensen een romantisch gevoel. De kanten sluier bij de bruidsjurk. Zakdoekjes met kant om een geliefde uit te zwaaien. Een kanten randje aan een sexy onderjurk. Kant geeft je een sensatie van luxe, zelfs een machinaal kantje kan dat doen.

Er is echter ook een andere kant aan de schoonheid van geklost kant uit het verleden: de sociale kant die met onderdrukking en uitbuiting gepaard gaat, ook al geven kantwerksters op ansichtkaarten uit die tijd een vrolijk en trots beeld. Daarover las ik in het boek ‘Kant in Brugge 1911, een technische & sociale omwenteling’, dat ik in de winkel van het Kantcentrum kocht.

Kant is sinds de 16de eeuw in veel landen in Europa gemaakt. Door de verbouw van vlas in België werd er in Brugge vaak met linnen geklost.

Brugse kantwerksters voor hun huizen (Via Erfgoed Brugge)

Stel je het volgende voor: Je bent een vrouw, getrouwd met een man die een karig loon verdient en jullie wonen met zes kinderen eind 19de eeuw in een armoedige buurt in Brugge. Twee kamers en een kelder. Je moet de eindjes aan elkaar knopen en je verdient wat bij door elke dag uren te klossen. Huisnijverheid heet dat en je vult er het loon van je man wat mee aan. Kantklossen heb je geleerd op een  van de Kantscholen die rond 1846 in Brugge zijn opgericht. Als jong meisje kreeg je les van een oude kantwerkster, die je onder een streng regime hele dagen liet klossen. Het grootste deel van het loon ging uiteraard naar de lerares. Je hebt er Binche, Cluny en Valencienneskant leren maken. Dat kun je allemaal en je kant is prachtig. Er is veel vraag naar, vanuit de modewereld en vanuit de katholieke kerk. Zo ben je in de val van het kantklossen getrapt. Naast het klossen houd je maar weinig tijd over voor het huishouden en de zorg voor je gezin.

Ansichtkaart (Via Erfgoed Brugge)

Je bent niet de enige die dit beroep uitoefent. In 1896 zijn er in België 47.740 kantwerksters. Dit stijgt met 60% naar 79.458 in 1910. Ongeveer 7% hiervan werkt in Brugge. Er is onderling een moordende concurrentie. Wie kan het snelst werken met het mooiste resultaat? Je krijgt per stuk betaald omdat je werkt met een ‘kantkoopvrouw’ die al jouw prachtige kanten voor een habbekrats ophaalt. Je hebt alleen een mondeling contract met haar. Ook ben je verplicht bij haar je kussen, garen, klosjes, naalden en spelden te kopen tegen hoge prijzen. Rond 1910 verdien je een weekloon bij 60 uur klossen van 5,50 fr. Een fabrieksarbeidster verdient in die tijd het dubbele. Uitbuiting is het, maar wat moet je doen? Je weet dat die kantkoopvrouw jouw kantwerk voor hoge prijzen verkoopt aan fabrikanten en andere opdrachtgevers. Bovendien zien alle kantwerksters elkaar als concurrenten; je verenigen tot een gezamenlijke partij en zo een vuist maken, zit er niet in. Daardoor sta je voortdurend onder druk. In tijden dat er minder vraag naar kant is, betaalt de kantkoopvrouw je minder of ze gaat met haar bestelling naar een andere kantwerkster.

Kantwerksters, jong en oud (Via Erfgoed Brugge)

Ik zie haar zitten in een vochtige kelder achter haar kantkloskussen vol spelden waarop een intrigerend stuk kant in wording te zien is. Met rode wangen wellicht omdat over een uur de kantkoopvrouw komt om het werk op te halen en het gezin nog moet eten.

Wanneer komt de kantkoopvrouw? (Via Erfgoed Brugge)

Wat een droevig beeld! De schoonheid van kant heeft ook een andere kant.

Kantschool van de Apostolinnen, let op het leeftijdsverschil (Via Erfgoed Brugge)

De meeste kantscholen werden opgericht door de geestelijkheid of door privé personen. De belangrijkste kantschool van Brugge in de 19de eeuw was de school van priester Leon de Foere, in 1816 gesticht in de Sint-Jakobstraat. De school bleef actief tot de Tweede Wereldoorlog.

Dagkantschool in de Timmermanstraat, (Via Erfgoed Brugge)
Kantschool Apostolinnen (1934), (Via Erfgoed Brugge)

De Zusters Apostolinnen hadden rond die tijd een kantschool in de Balstraat. In dit gebouw is nu het Kantcentrum gevestigd.

Ansichtkaart van kantwerksters waar het werk rooskleurig werd voorgesteld (Via Erfgoed Brugge)

De concurrentie van machinaal gemaakt kant is de doodsteek geweest voor de kantwerksters, ook wel Spellewerksters genoemd.

Brugse spellewerkster anno 1900, (Via Erfgoed Brugge)

SAX, pseudoniem van Emiel Van Biervliet (1851-1927) schreef in 1882 een gedicht over de kantklossende vrouwen. Een ode aan al die vrouwen die onderdrukt werden door kantkoopvrouwen, door geestelijken en opdrachtgevers; spellewerksters die kantwerk maakten waar je nu in musea ademloos naar kunt kijken.

De Spellewerkster

Hoe tripplen de boutjes al rommlen dooreen,
Hoe lieflijk, hoe zwierig, hoe vluchtig!
Hoe rollen, hoe kruisen, hoe paren, hoe scheen
Hoe springen zij geestig en kluchtig!
’T zijn juiste lijk wiemkes die ’s middernachts dansen
Op ’t kruis van den weg in betooverde kransen;
Hun stellen bevallige handjes de wet:
Zij toovren al hupplen een liefelijk net,
Waar weeldrige planten en bladeren groeien,
Waar wondere bloemen en roozen in bloeien,
Waartusschen men vogeltjes fladderen ziet
Die schijnen te zingen met ’s werkmeisje’s lied.

O, zeg mij wie leerde u die wondere kunst,
O meisje van Brugge, van Vlaanderens streke!
De rijkste geschenken van vorstelijke gunst
Die scheppen uw vingeren steke voor steke;
Maar gij, arrem kind, hebt gij brood wel te eten,
Als g’u schoonheid, uw kracht en uw jeugd hebt versleten?
Uw dagen en’ nachten die slaafdet gij door;
Wat werpt men u dan als een almoese voor?
Te weinig voor ’t leven, te veel om te sterven
Uw leven is werken en slaven en derven
Want ‘t geld van den rijken wiens praalzucht gij tooit
En vindt toch den weg van uw huizeken nooit.

Nogtans, arrem kind gij zijt meêlijden weerd;
Want eerlijk en braaf is de loop uwer dagen:
Uw needrige deugd, bij d’eenvoudigen heerd,
Moet de ziel van den Vlaming behagen.
De glans uwer oogen, de blos uwer wangen
Doet menigen braven werkman verlangen:
Eens maakt gij ’t geluk uit een’s jongelings hert
Met u zal hij deelen, zijn vreugd en zijn smert.
Ja werken zult g’altijd en slaven en zorgen,
Van gistren vermoeid en bekommerd voor morgen,
Als bruid en als moeder in blijdschap of pijn
Een vrouwe van Vlaanderen dat zult ge steeds zijn.

Jong meisje rond 1900, (Via Erfgoed Brugge)

Links:

Kantcentrum Brugge: https://www.kantcentrum.eu/

Historische foto’s/ kaarten via Erfgoed Brugge: https://erfgoedbrugge.be/

Gedicht ‘De Spellewerkster”via Brugse Verzen: https://brugseverzen.wordpress.com/2017/11/20/de-spellewerkster-1882/

Verhaal: zie http://brugselegenden.blogspot.com/2014/10/de-legende-van-serena-en-de-brugse-kant.html