37. Achterstallig schrijfwerk en Baskische tafellakens

Vorige week, tijdens het inspirerende tweedaagse lustrum van de Nederlandse Kostuumvereniging, kwam ik al op de eerste dag twee lezers van TextielLiefde tegen. Ze vertelden dat ze elke week uitkeken naar mijn nieuwe artikel en dat ze het met veel genoegen lazen. Leuk om dat te horen! Ik werd er verlegen van. Ze hadden het de afgelopen maanden gemist toen er niets verscheen. Ik kan ze geruststellen: ik ga proberen elke week een artikel te schrijven. Er liggen genoeg ideeën en foto’s op de plank van mijn textielontmoetingen in de afgelopen tijd. Zo was ik donderdag 6 oktober bij een inspirerende TextielTalk over weven bij De Katoendrukkerij in de Volmolen in Amersfoort. Het werk van Mirjam Hagoort en Gunta Stölzl (1897-1983) maakte me nieuwsgierig. Ook zijn er onderwerpen in het verschiet: de tentoonstelling van Cristóbal Balenciaga in het Haagse Kunstmuseum. Ik ga naar Enschede Textielstad en naar het net weer geopende ModeMuseum in Antwerpen. Kortom, schrijfwerk aan de winkel.

In de stad Bayonne in Frans Baskenland was ik nog nooit geweest. Tijdens de lange zomervakantie van 2021 waarin we een Tour de France maakten, kwam ik er voor het eerst.  Het enige dat ik wist van textiel uit deze regio was dat er rode baretten gedragen worden. Ik had het nog niet gedacht of de eerste was te zien op een muur.

Aan de Quai des Corsaires 37 staat het prachtige Musée Basque de l’histoire de Bayonne. In dit oude gebouw is een grote collectie voorwerpen en schilderijen te vinden uit de cultuur van Baskenland. Ik viel met mijn neus in de Baskische boter: er was een schitterende textieltentoonstelling met de titel ‘Haritik Harira’ oftewel ‘Van draad tot draad’.

Met veel plezier dwaalde ik door alle ruimtes. De traditionele Baskische kleuren rood en groen spatten van de schilderijen af.

Op een aantal doeken werd vol Baskisch vuur de fandango gedanst. Hoe dat in het echt gaat, zie je op deze video.

Snel werd me duidelijk dat veel tradities in Baskenland hun eigen soort kleding hebben. De meeste feesten hebben een religieus karakter met processies en dansen.

In de tentoonstelling stonden kleine beeldjes van figuren die voorkomen in de Maskaradas. Aan het eind van de winter en het begin van de lente wordt dit theaterspel in veel dorpen opgevoerd.

Jonge inwoners stellen verschillende personages voor. Natuurlijk is er volop eten en drinken voor iedereen, terwijl de groep zingt en danst.

De Zamaltzain oftewel de paardenman is de beroemdste dansfiguur.

Bij de Godalet dantza wordt gedanst rond een glas wijn; de dansers gaan er zelfs even op staan. Met zo’n paard om je lijf is het zicht natuurlijk moeilijk; er zal vast wel eens een uitvoering zijn geweest waarbij het glas omging. Naast de paardenman zijn er nog meer personages die schitterende kleding vol borduursels en strikjes dragen met bijbehorende hoofddeksels.

Bij kledingtentoonstellingen is vaak niet zoveel mannenkleding te zien.

Daarom viel mijn oog direct op de Xamarra, die rond 1900 gedragen werd. Dit korte wijdvallend mannenjasje in zwarte wol sluit met vier knopen, die verbonden worden met een bandje. Het werd gedragen door paardenhandelaars.

Dit exemplaar met mooi overhemd en baret zal vast gedragen zijn op een feest of bij officiële gelegenheid.

Een blauw met rood gebreid vest dat sluit met koordjes waaraan een pompon hangt, een mendigoizale uit 1960, trok ook mijn aandacht. Herders droegen dit kledingstuk tijdens de koude winters in de bergen van Navarra. Helemaal gebreid in ribbelsteek heeft het ingebreide motieven die te maken hebben met de Baskische geschiedenis.

Beeldschoon vond ik deze vrouwenkleding (einde 19de eeuw) uit de Vallée de Salazar.

Rijk van stof en decoratie en gedragen met schitterende sieraden.

De man uit de Vallée du Roncal ziet er deftig uit in zijn zwarte pak met losse, witte organza flappen aan de voorkant. Vast en zeker kleding voor de rijken die zich dit soort kleren konden permitteren.

Het balspel Pelota, een soort van kaatsten, wordt gespeeld met een racket (een pala of paleta)of met een kleine gebogen mand die om de hand gaat (een cesna). Vroeger droegen de spelers daar een baret bij en gekleurde banden; daaraan kon je zien wie je tegenstander was. Aan hun voeten espadrilles, schoenen gemaakt van canvas of katoen met een zool van gevlochten hennep of jute.

Verderop in de tentoonstelling stond een paar feestespadrilles versierd met kleurig borduurwerk.

Naast de rijke kleding was er ook een ontroerend verstelde draagzak van een muilezel te zien. Geweven van drie verschillende kleuren wol in een ruitpatroon. Wat zal hier allemaal in vervoerd zijn, van waar en waar heen? Wie heeft die buidel zo prachtig versteld zodat hij nog een tijd mee kon gaan?

Toen ik een boek zag met weefpatronen werd me ineens wat duidelijk. Tijdens die zomervakantie was ik bij de Emmaüs kringloopwinkels gevallen voor geruite tafellakens.

Er waren er met een naturelkleurige ondergrond en daarop rode en groene geweven strepen.

In de tentoonstelling zag ik dat zulke lakens werden geweven bij Tissage Moutet in de plaats Orthez.

Het rood met witte tafellaken dat ik dit jaar vond blijkt ook een Baskische oorsprong te hebben.

Zonder het te weten had ik Baskisch tafellakens gekocht, waarschijnlijk geweven bij Tissage Moutet. Voordat ze huishoudtextiel gingen weven weefden ze linnen lappen in naturel katoen of linnen met zeven strepen die de zeven Baskische provincies voorstellen.

Deze waren bedoeld om koeien te beschermen tegen de hitte in de zomer. Tegenwoordig zie je dit niet meer. Ik had een mail gestuurd naar Tissage Moutet met de vraag of mijn tafellakens bij hen geweven kunnen zijn. Vanmorgen kreeg ik dit antwoord.

Dear Jan, Thank you for your interest in our weaving. Our company has an extraordinary stock of archives since 1874 and we have products that are similar to those you have found. I can’t tell you if they were woven in our workshop. They certainly come from one of the 15 workshops in Bearn and the Basque country that existed in 1950. We offer visits in French, German or English every Thursday, starting at 10.30 am and 2.30 pm. The visit is free or by reservation on 0559691433 or camille@tissage-moutet.com We will be happy to welcome you and show you our know-how. Best wishes, Camille

Hoe leuk om dit antwoord te krijgen en dat bezoek gaat er zeker een keer van komen.

Naast Tissage Moutet zijn er nog drie andere weverijen die huishoudtextiel maken. Dat zijn Lartigue 1910 (in Ascain en Bidos), Tissage de Luz (in Espelette) en Artiga (in Magescq). De eerste drie weverijen bestaan al meer dan honderd jaar, de laatste nu 23 jaar. Ze maken weefsels vol Baskische elementen maar ook moderne ontwerpen. Behalve tafellakens ook hand- en theedoeken, servetten, schorten en tassen, stof voor de bovenkanten van espadrilles.

Ik kocht een paar espadrilles in Mauléon, de stad waar ze worden gemaakt.

Of de stof van mijn espadrilles is geweven door een van die weverijen kan ik niet zeggen.

Baskenland raakt me. Ik wil er graag nog eens naar terug om het Museo Cristobal Balenciaga in Getaria (Spanje) te bezoeken en om meer te weten te komen van de bijzondere tradities van het land. Wie weet zie ik dan deze dansers met belletjes aan hun broekspijpen in het echt.

31. Ervaringen van een rondleider

Afgelopen vrijdag gaf ik mijn laatste rondleiding op de tentoonstelling Maison Amsterdam in de Nieuwe Kerk. Een havo/vwo-groep van scholengemeenschap De Marne uit Bolsward stond om half elf te wachten.  Leuke en geïnteresseerde leerlingen die goed ingingen op de vragen die ik stelde. Ik kreeg applaus aan het eind. Bij het jassen en tassen ophalen zei een meisje dat ik het geweldig deed en dat ze had genoten. Leuk om te horen na je laatste rondleiding!

Ik denk dat ik in totaal zo’n vijftig rondleidingen heb gegeven. Van middelbare-school-pubers tot bewuste mbo-modeleerlingen, van groepen kunstliefhebbers tot studenten modejournalistiek en leden van de Nederlandse Kostuumvereniging.

Amsterdam Rainbow dress 2016

Zelf organiseerde ik voor vrienden en belangstellenden ook nog wat rondleidingen waarmee ik geld ophaalde voor Oekraïne. In totaal kon ik 1500 euro overmaken naar de lhbtiq+organisatie KyivPride in Kiev die het geld goed kunnen gebruiken in deze vreselijke oorlog. Dank aan alle gulle gevers!

Ik ontdekte dat het geven van rondleidingen helemaal bij me past. Niet gek natuurlijk na al die jaren in het onderwijs en al die lessen waarin ik vaak verhalen vertelde. Natuurlijk was het jammer dat de kerk een tijd dicht moest in verband met coronamaatregelen.

Maandag 4 april beginnen we met de afbouw; daar ben ik ook bij. ’s Middags is er de traditionele ‘kistenborrel’ voor alle mensen die aan de tentoonstelling hebben meegewerkt.

Links art deco tuniek (1974) van Frank Govers, rechts kleding van Puck en Hans (1974)

De eerste rondleiding die ik afgelopen september gaf, was aan een groep brugklassers uit Friesland. Ze waren van dinsdag tot en met vrijdag in Amsterdam, deden twee of meer musea op een dag. Ik had ze op donderdag aan het eind van de middag. De groep was doodmoe, inclusief de docenten die het ook helemaal hadden gehad. Ik ging met de groep vrij snel door de tentoonstelling en zag dat ze daar blij mee waren. Wel vroeg een jongen naar de trouwjurk van Maxima; hij moest er van zijn moeder foto’s van maken. Ik kon hem geruststellen dat we aan het einde van de expositie de jurk zouden zien.

Jeans, links een ontwerp van Schepers Bosman uit 2018 en rechts Hardeman

Meestal begon ik de rondleiding met te zeggen dat de tijd waarin je leeft, bepaalt hoe je eruit ziet. Als je tweehonderd jaar geleden was geboren en je zou een groep leerlingen van nu zien in spijkerbroeken met gaten zou je er niets van hebben begrepen. Wat verschrikkelijk dat je uit armoe zulke kapotte kleren moet dragen! En dan die gekke schoenen, ‘sneakers’ noemen ze die! Zelfs de gids heeft ze aan. Afschuwelijk zijn ze!

De Robe à la Française is het oudste kledingstuk van de tentoonstelling. Een jurk 250 jaar geleden gedragen door een rijke dame. Ze woonde vast en zeker in een mooi grachtenpand; waarschijnlijk had ze met die jurk aan moeite om uit de koets te komen of door een smalle deur gaan. Als ik de groep vroeg hoe ze dachten dat deze mevrouw haar huis binnenging, maakte een deel van de klas een kwartslag: overdwars dachten ze. Ik vertelde over opklapbare paniers waarmee je de jurk aan de zijkant iets kon optillen zodat die wat smaller werd en je zo naar binnen kon.

De meeste leerlingen vonden de jurk prachtig. Als ik dan vertelde  over het strakke korset dat er onder werd gedragen en de stukken lood die in de mouwen werden genaaid, gingen ze anders kijken. Dat lood zorgde ervoor dat de schouders in een goede positie stonden. Het bleef een mooie jurk om te zien maar het was toch fijn in deze tijd te leven waarin je zelf je eigen kleding kunt kiezen. Maar is dat zo? Kun je nu in alle vrijheid je eigen kleren kiezen of wordt er toch veel door anderen bepaald wat je draagt?

Daarna ging ik meestal door naar de jurk van een weesmeisje dat rond 1900 in het Burgerweeshuis aan de Kalverstraat woonde. De wezen daar moesten deze kleding aan, of ze wilden of niet. Je zou het kunnen zien als een uniform. Soms kwam daar een gesprek uit voort over de voors en tegens van het dragen van een schooluniform. Je bent allemaal gelijk en er is geen onderscheid tussen leerlingen die wel of niet merkkleding kunnen betalen. Dat werd vaak als argument gebruikt. Uiteindelijk was toch de conclusie dat een verplicht schooluniform een goed idee was, maar dat ze toch liever zelf hun kleding wilden kiezen.

De eerste jurk op de catwalk in het koor van de kerk is een jurk uit 2021 ontworpen door Karim Adduchi. In die jurk komen drie religies samen: een deel van een zwarte mantel uit het jodendom, een  afgedankte kazuifel uit het christendom en een gebedsmat uit de  islam. De jurk is gemaakt door drie kleermakers: Carolina Oliveira, Michalis Pantelidis en Benthe Wassenaar. Voor de afwerking zorgden Boaz Cahn, Omar Abdellatif en Godwin Arhin, alle drie met een andere religieuze achtergrond. Zo is de jurk een symbool van verbinding en eenheid. Tijdens het werken aan de jurk raakten de makers in gesprek daarover. Voor Adduchi is het kledingstuk een boodschap van hoop en solidariteit.  

Een Marokkaans meisje met een hoofddoek van een school uit Amsterdam vond het een schande dat haar geloof zo werd misbruikt; dat kon absoluut niet in haar ogen. Er volgde een mooi gesprek met de hele klas over vrijheid van godsdienst en dat het toch prachtig was om meer naar overeenkomsten te kijken dan naar verschillen. Het meisje bleef bij haar standpunt dat ze het verschrikkelijk vond. Wie weet gaat ze er ooit eens anders over denken.  

Een andere outfit die soms veel ophef gaf, was de  vaginabroek uit 2018 van Duran Lantink. Gemaakt voor de clip Pynk van Janelle Monáe. In een klas met stoere jongens van een jaar of 15 liep een leerling er langs en zei: ‘Het lijkt ergens op, maar ik wil het er niet over hebben’. Dat is natuurlijk de beste aanleiding voor een gesprek over dit kledingstuk. Ik vroeg de groep waar de broek hen aan deed denken. Ook flinke jongens  vallen dan vaak stil. ‘Het vrouwelijk geslachtsdeel,’ zei een keurige jongen. ‘Het is een kutbroek,’ zei een meisje met een lach op haar gezicht.  Soms werd er eerst wat gegiecheld, maar vaak vonden ze het een geweldig ontwerp, ‘tof dat het in een clip wordt gebruikt’.

Op mijn vraag of ze het een gek ontwerp vonden antwoordde een meisje in een andere groep: ‘Helemaal niet, ik heb er zelf een en kijk er dagelijks naar.’ ‘Mooi gemaakt en niet ordinair’, was ook vaak een reactie, en niet alleen van leerlingen maar ook van volwassenen.

Een jas die bijna door iedereen prachtig werd gevonden, was de rode wollen mantel van Frans Molenaar uit 1977. ‘Die kun je nu nog aan,’ zeiden zowel oudere dames als jonge modeleerlingen. Ze verbaasden zich erover dat deze jas uit twee cirkels bestaat die deels aan elkaar zijn gezet en zo, heel ingenieus, een jas vormen met een prachtige kraag.

Links mannenkostuum van Aziz Bekkaoui (2001) Rechts Ronald van der Kemp

Op de avondjurk van Ronald van der Kemp (lente/zomercollectie 2019) werd verschillend gereageerd. Ik legde uit dat deze ontwerper op een andere manier met stoffen omgaat. Hij maakt gebruik van restpartijen en oude stoffen en geeft zo een reactie op de vervuilende mode-industrie. De meeste mbo-modemaatleerlingen vonden het een prachtige jurk, een statement om te laten zien dat je met hergebruik mooie resultaten kunt bereiken.

‘Al die met de hand geborduurde steken doen je denken aan een patchwork sprei, dat heeft wel wat.’ Iemand anders zei: ‘Maar echt mooi vind ik het toch niet.’

Links twee sets van Patta, daarnaast herenkleding gedragen door Pim Deul tijdens Keti Koti.
Daarnaast twee koto’s met angisa’s. Recht een moderne herenkoto van Xhosa.

Wat slavernij is weten alle leerlingen, dat het vreselijk was ook. Ze vinden het goed is dat er nu veel over wordt gepraat. Maar wat Keti Koti is, de viering van de afschaffing van de slavernij, weten veel jongeren niet. Dat geldt ook voor sommige leerlingen die in Amsterdam wonen. Dat de koto gezien kan worden als de nationale dracht van Suriname was ook iets nieuws voor veel jongeren, zelfs voor een aantal leerlingen met een Surinaamse achtergrond. ‘Mijn oma draagt het, en ik ga het nu toch eens goed aan haar vragen,’ zei een leerling. 

Mooi vonden ze dat de angisa, de hoofddoek die op een speciale manier wordt gevouwen, een ‘geheime boodschap’ kon uitzenden die alleen door vrouwen uit die gemeenschap begrepen kon worden. 

Bij de blouse van Ruth Margot Stein-Kantorowicz (1905–1993) met de Jodenster was het vaak stil als ik erover sprak. Zij en haar man werden in de oorlog opgepakt en naar het concentratiekamp Bergen-Belsen afgevoerd. Als ik vertelde dat de verplichte Jodensterren op rollen stof werden gedrukt, dat joden ze moesten kopen en dat daar veel geld aan verdiend werd, zag je ogen groter worden. Opluchting was er als ik vertelde dat Ruth Stein het heeft overleefd en pas in 1993 is overleden.

Wat opviel was dat docenten zich soms weinig met de klas bemoeiden. Tijdens mijn verhaal bij deze blouse waren twee jongens vervelende ‘grapjes’ aan het maken terwijl de rest van de groep intens luisterde. Ik zei dat ik hun gedrag erg vervelend vond en dat als het hen niet interesseerde ze beter door konden lopen. Direct was het over en kon ik verder met mijn verhaal.

Link binnenkant herencolbert Jean Paul Gaultier (1992/1993)
Midden en rechts Seduce Me collectie (2020/2021) van Ninamounah

Natuurlijk is er nog veel meer te vertellen. Over intieme gesprekken in de genderkapel waar het over mannelijk, vrouwelijk, hetero, homo, lesbisch, queer, intersekse, fluïde, non binair en panseksueel ging. Die discussies lieten soms zien dat jongeren heel anders tegen seksualiteit en identiteit aankijken dan toen ik hun leeftijd had. Ik vertelde vaak dat er over dit onderwerp een goed boek is verschenen voor jongeren, ouders en docenten: Gloei van Edward van de Vendel. Bij mijn laatste rondleiding bedankte de mediathecaris voor de tip. Die komt op de lijst zei ze.

Een favoriet van me: Giorgio Toppin voor XHOSA, Teri mannencollectie Metallic PVC, 2021

Op de laatste dag van de tentoonstelling ging ik nog wat foto’s maken voor dit artikel. Ik ontmoette een dame en heer die er prachtig uitzagen. Allebei een hoed op en op z’n zondags gekleed. Ik gaf haar een compliment voor de hoed. ‘Ik draag altijd hoeden,’zei ze. Zo ontstond er een bijzonder gesprek met Mariska de Jong, eigenaresse van De Jong Uitvaartverzorging. Naast gewone en roze uitvaarten heeft ze zich gespecialiseerd in uitvaarten en rouwbijeenkomsten van Marrons en Inheemse Surinamers die in Nederland wonen. De kleding die ze vandaag droeg, was een verwijzing naar diversiteit.

Een bijzondere vrouw die ik op de foto mocht zetten naast de kledingset van burgemeester Femke Halsema die om haar hals de regenboogketting van Eberhard van der Laan draagt.

Op de kop van de catwalk in het koor: Edwin Oudshoorn, Botanix collectie 2020

De afgelopen maanden heb ik genoten van alle rondleidingen die ik gaf. Ik heb veel geleerd over groepsprocessen, groepscodes en dynamiek in klassen en veel plezier gehad met alle groepen. Ik houd van heldere informatie geven op een toegankelijke manier, het verhaal achter de kledingstukken vertellen, vragen stellen om een verbinding te leggen tussen toen en nu, praten over waarom je iets mooi of lelijk vindt.  

Links Iris van Herpen x Philip Beesley, Voltage collectie 2013.
Rechts Fong Leng Luipaardmantel 1973

Nu ga ik op zoek naar plekken in musea in Amsterdam of omgeving die behoefte hebben aan een enthousiaste rondleider. Als je iets weet hoor ik het graag!

Dank aan:

Niko Bos van de Nieuwe Kerk, die alle rondleidingen zo goed inplande. Mirjam Sneeuwloper van het Amsterdam Museum die me op de lijst van rondleiders zette. Marjolijn de Bakker waarvan ik zoveel heb geleerd tijdens de voorbereiding van de tentoonstelling. Alle medewerkers van de Nieuwe Kerk en aan mijn mede-rondleiders. Hopelijk komen we elkaar nog eens tegen.