22. Werken in het textieldepot

Ondertussen ben ik weer twee weken terug in Amsterdam na een heerlijke vakantie in Frankrijk.Veel meegemaakt en veel gezien, ook op textielgebied. Daar ga ik de komende weken over schrijven. Er is nu weinig tijd voor omdat ik de afgelopen tijd veel dagen gewerkt heb in het textieldepot van het Amsterdam Museum. Over twee weken gaat de tentoonstelling ‘Maison Amsterdam’ in de Nieuwe Kerk open en daarvoor moest en moet veel gebeuren.

Garen in allerlei kleuren

Dat er bij het maken van een modetentoonstelling heel wat werk komt kijken, was me bekend, maar dat het zo’n enorme klus is, heeft me toch verbaasd.

Nu nog een ‘sleeping beauty’

Kleding moet op poppen of torso’s worden gezet. Nu past een jurk uit de 18de eeuw niet direct op een torso uit de 21ste. Vrouwen droegen toen een korset en zo’n keurslijf gaf een heel ander silhouet. Taille en boezem kregen er een specifiek accent door. Omdat vrouwen uit die tijd dus een ander figuur hadden dan vrouwen van nu zijn er aanpassingen nodig op de pop of de torso. Zo moet de torso op sommige plaatsen worden opgevuld en op andere plaatsen moet juist wat worden afgesneden. Bovendien lieten rijke dames hun kleding op maat maken; ze waren vaak kleiner, hun middel was dunner, hun hals soms smaller. Aan een jurk kun je soms ook zien dat de draagster een wat meer dan gemiddelde derrière had. (Kleding die in musea wordt bewaard, komt vooral uit de garderobekasten van de rijken. Zij konden het zich veroorloven om dure en duurzame stof te kopen.)

Detail Robe à la française, zijde 18de eeuw

Het opvullen gebeurt met laagjes fiberfill die op een katoenen hoes van de torso worden genaaid. Als alles klopt, gaat er een zijden hoes overheen die met overhandse steken op de torso wordt genaaid.

Steek voor steek

Ik leerde wat een ‘monoboezem’ is (de borsten vormen één rond geheel) en paste dat toe bij een jurk uit de 19de eeuw.

Gemouleerde onderrok

Vaak is er ook nog een onderrok nodig of meerdere om het juiste silhouet te krijgen en moeten er armen aan de torso worden genaaid om de mouwen mooi uit te laten komen.

Armpjes van opgevulde nylonkousen

Dan pas gaat de jurk eroverheen en ben je anderhalve dag verder.

Detail tweedelige japon circa 1910 gemaakt door de Firma Volk, Amsterdam

De tentoonstelling in de Nieuwe Kerk duurt zes maanden. Ook daarmee moet rekening worden gehouden bij de opstelling. Sommige kledingstukken zijn bijvoorbeeld zo zwaar dat ze niet zo’n lange tijd op een model mogen worden getoond, maar moeten worden gewisseld.

100% scheerwol jersey voor een jurk uit de zestiger jaren

Ik geniet erg van mijn werk, leer veel en heb ’s avonds heel wat te vertellen en te laten zien. Het gebeurt niet elke dag dat ik een hals van een blauwe jurk van Pierre Cardin vastnaai en dat ik erachter kom dat de cirkel erop een buigzaam slangetje is.

Kleurig bewaarde restanten in een rok

Toen ik een Nationale Feestrok uit 1946 op een torso zette, kreeg ik het gevoel dat ik een zeer persoonlijke oorlogsgeschiedenis van een vrouw in mijn handen had.

Jurk uit de goedkopere lijn van Frank Govers voor Modehuis Beatrijs

Dat Frank Govers ook andere kleding heeft gemaakt dan de opzichtige glitterjurken waarmee hij bekend is geworden, blijkt uit de bloemenjurk van eenvoudig katoen.

Nog steeds een goed label

De stof van het groene, wollen pak van Dick Holthaus is zwaar en zal voor de draagster heel warm zijn geweest.

Bij de outfit van Mac & Maggie zaten twee glimmende ceintuurtjes. Even waande ik me in Studio 54 in New York en zag ik haar dansen op discomuziek.

Verkocht bij Metz waar ook Liberty London verkocht werd

Ik stelde me voor dat de strohoed uit de jaren twintig werd gedragen door een lady op een tea party in de tuin van een grachtenpand in Amsterdam waar een paar eeuwen daarvoor een man liep in een bruin zijden pak.

18de eeuwse Frak (jas)

Kleding vertelt verhalen.

De firma C.A. Volk produceerde ook jurken

Door er zo dichtbij te komen, een robe voorzichtig vast te houden, de binnenkant van een mantel te bekijken, te zien hoe plooien en zomen lopen, labels te lezen, sporen te zien van verstelwerk, de achterkant van borduurwerk te inspecteren, groeit mijn kennis over kleding en historie enorm.

Detail lijfje driedelige japon gemaakt door Hirsch & Cie

Die informatie gebruik ik zeker bij de rondleidingen die ik het komend half jaar ga geven.

Volgende week wordt alles vervoerd naar de Nieuwe Kerk en gaat het inrichten beginnen. Nu staan er grijze blokken in het depot met daaronder spectaculaire jurken en pakken. Nog even wachten en dan zijn ze in volle glorie te zien.

Welkom!

21. Inspiratie in het depot

Vorige week werkte ik met veel plezier in het depot van het Amsterdam Museum. Heerlijk om elke dag de fiets te pakken en dan in een kwartier met de pont vanaf Centraal Station naar het NDSM-terrein te varen! Vervolgens een klein stukje fietsen en dan was daar dat grote gebouw waarin ongeveer 80.000 objecten bewaard worden die allemaal iets te maken hebben met de stad Amsterdam.

Het depot van het Amsterdam Museum in Amsterdam noord

Een paar maanden geleden kreeg ik van Mirjam Sneeuwloper (afdeling educatie van het Amsterdam Museum) een uitnodiging om mee te denken in het organiseren van inspiratierondleidingen voor mbo-modestudenten. Omdat de musea niet open waren en nergens een modetentoonstelling te zien was, leek het een goed idee om voor deze doelgroep iets speciaals te regelen. Tijdens mijn docentschap heb ik veel ervaring opgedaan met rondleidingen voor mbo-modestudenten bij mode- en textieltentoonstellingen. Bovendien werd ik een aantal jaren geleden gevraagd door Modemuze om mee te doen aan een pilot om voor mbo-modestudenten een speciaal programma te ontwikkelen bij modetentoonstellingen. In 2019,  bij de tentoonstelling Fashion Statements hebben we deze pilot met succes uitgevoerd. Het ging daarbij om een korte rondleiding met daarna opdrachten die de studenten alleen of in groepjes uitvoerden.

Samen met Marjolijn de Bakker (collectiebeheer en textielspecialiste bij het Amsterdam Museum) kozen we een aantal kledingstukken, accessoires en een schilderij. We gingen daarbij uit van thema’s als gender, vorm en vervorming, mannelijk en vrouwelijk, en dit alles door de geschiedenis heen. ‘What are Those?!’ werd de naam van dit project.

Het Deltion College uit Zwolle tekende in: de docenten wilden hun studenten inspiratie laten opdoen voor hun komende anderhalve-meter-modeproject. Hoe heerlijk het was om met deze groepen in het depot aan de slag te gaan, is bijna niet te vertellen!

Als modestudent haal je natuurlijk inspiratie en gedrevenheid uit modetijdschriften, trendvoorspellingen en modeshows, maar ook kunst-, textiel- en nijverheidscollecties kunnen veel bevlogen ideeën oproepen.

Sophia Adriana de Bruijn rond 1890 geschilderd door Thérèse Schwartze

Startpunt was een schilderij, een portret van Sophia Adriana Lopez Suasso-de Bruijn (Amsterdam 21 januari 1816 – Amsterdam 4 maart 1890). Haar legaat vormde de basis van het latere Stedelijk Museum in Amsterdam. Zij was een rijke vrouw, haar vader was koopman, ze trouwde met een jonkheer en bleef kinderloos. Na haar dood kwam een deel van de zeventig dames- en herenkledingstukken, vijfendertig hoeden, tachtig paar schoenen en tweehonderdvijftig accessoires in het bezit van het Amsterdam Museum. Dit werd het startpunt van de kleding-en accessoire-collectie die het museum nu heeft.

Ik stelde de studenten vragen bij het portret. Hoe oud denk je dat Sophia op dit schilderij is? Wat valt op aan haar kleding? De meeste antwoorden over haar leeftijd: ergens in de twintig. In werkelijkheid was Sophia op dit portret 44. Zoals je nu met Photoshop wat kunt veranderen aan een foto, zo kon dat toen natuurlijk ook bij een schilderij. In die tijd werkte een rijke vrouw als zij niet, had ze geen geldzorgen – misschien ziet ze er daarom zo jong uit? Of was ze ijdel? Misschien had ze een jonge uitstraling; dat zullen we nooit weten.

Wat we wel weten is dat ze heel kleine en smalle voeten had. Dat zagen we toen haar schoenen uit 1870, een blauw paar van zijde, naast een Adidas sportschoen maat 42 werd gezet.

Detail mouwen: tule, borduursel, zijden band in een baljapon van goud kleurige zijden damast

Er volgden een zijden damasten baljapon uit 1850. Japon, een deftig woord. Het woord ‘jurk’ als japon voor vrouwen wordt sinds 1846 gebruikt. Na de Tweede Wereldoorlog werd het woord jurk gebruikelijker dan de term japon.

Een korset uit ongeveer 1870 met een taille omtrek van 50 centimeter

Twee korsetten uit de 19de eeuw, een pak van Ninahmounah waar een bewuste lichaamsverandering  in te zien is.

Ninamounah laat zien dat je kunt spelen met proporties en dat je niet zwanger hoeft te zijn om er zwanger uit te zien
Links een heren winterjas en rechts een zomerjas uit de 18de eeuw

Daarna mijn lieveling: een groen zijden herenjas en een wollen herenjas uit de 18de eeuw vol geborduurd met bloemen, kralen en pailletten. Denk er zijden kousen bij, schoenen met een grote gesp, een zijden vest en een hemd met kanten manchetten.

Verfijnde naaldkanten herenmanchetten die gedragen werden bij het zijden herenpak

Ze waren de macho’s van die tijd. Hoe anders zou zo’n pak nu bekeken worden als je ermee door de straten loopt?

Detail achterkant wollen herenjas 18de eeuw
Detail voorkant zijden herenjas 18de eeuw
Een djellaba met Adidas strepen en een kaftan-shirt met de ster van de Marokkaanse vlag gedragen door de Trippin Angels

We eindigden de rondleiding in het textieldepot met de lichtblauwe djellaba met roze shirt die werd gedragen op de eerste Marokkaanse boot bij de Canal Pride in 2014. Een sterk statement omdat homoseksualiteit behoorlijk moeilijk ligt bij een deel van de Marokkaanse gemeenschap.

Foto: Trippin Angels

Met alles wat de studenten gezien hadden, kregen ze een korte, snelle ontwerpopdracht die we gezamenlijk bespraken. Ze vertelden ons dat ze het heel bijzonder vonden om kleding van zo dichtbij te zien en dat het heel inspirerend was. Geslaagd dus dit project!

In de ruimte waar we werkten, hangt een groot kunstwerk van sieradenontwerper Ted Noten. ‘VAN ONS’ heet het en het zijn duizenden gele ringen waarop VAN ONS staat.  Uiteindelijk is ook alles wat er in het depot ligt, staat en hangt van ons.

Passen tot je de goede maat hebt

Als afsluiting mochten alle studenten en docenten een ring meenemen.

Straks te zien in de tentoonstelling: een avondjurk van het Amsterdamse Modehuis Hirsch

Omdat ik het zo heerlijk vind in het depot ben ik vanaf nu officieel vrijwilliger. De eerste klus is om mee te helpen met de voorbereiding van de modetentoonstelling Maison Amsterdam die half september opengaat in De Nieuwe Kerk. Heel bijzonder om dit mee te maken en leerzaam voor me. Wanneer mag je een avondjurk uit 1961 van Modehuis Hirsch aanraken en op een torso zetten?

Bijzondere naden in de binnenkant van een herenjas uit 19de eeuw

Wanneer zie je de binnenkant van een herenjas uit de 19de eeuw van zo dichtbij? Het geeft je het intense gevoel dat je een stuk van de modegeschiedenis letterlijk in handen hebt en dat je zo dicht bij de oorspronkelijke dragers komt als mogelijk is. 

Bovenstaande ervaringen waren ook goed voor me omdat ik na de zomer geen lessen textielvormgeving meer mag geven bij mbo-opleiding SintLucas in Boxtel. Ze willen er alleen nog maar werken met vaste docenten; een aantal gastdocenten vliegt eruit. Beleid van hogerhand. Naar kwaliteit en inbreng van gastdocenten wordt niet gekeken. Dat heb ik al een paar  weken geleden te horen gekregen, maar ik heb ervoor gekozen om het toen nog niet te vertellen aan mijn studenten. Dat zou tijdens mijn lessen tussen hen en mij in gaan staan, en dat voelde niet goed.

Afgelopen dinsdag was mijn laatste dag en de beoordeling van het keuzedeel experimenteel textiel dat ik begeleidde. Een geweldige groep derdejaars die prachtig werk hebben gemaakt. Uit hun feed-back kwam duidelijk naar voren dat ze grote waardering hebben voor mijn manier van begeleiden. De ruimte en inspiratie die ik hen gaf om tot een eigen creatieve ontwikkeling en product te komen, werd als weldadig ervaren. De opmerking ‘Jij was er helemaal voor ons’ raakte me diep.

Aan het einde van de les heb ik hen verteld dat ik niet meer terugkom. Dat was een donderslag bij heldere hemel. Heel treurig vonden ze het en wat erg dat andere groepen geen les meer van je krijgen om via dit soort ervaringen het vak te leren.

Aan het einde van de laatste les verdeelde de kleurrijke derdejaarsklas de restanten van de verfklas van Loret Karman

Zelf denk ik dat gastdocenten veel extra’s kunnen brengen in een opleiding. Ik zie dat er zelfs in creatief onderwijs te veel wordt uitgegaan van het idee: dit is het goede antwoord op deze vraag en een ander antwoord bestaat niet. Ik geloof dat op een vraag meerdere antwoorden mogelijk zijn, en dat verschillende studenten met verschillende oplossing kunnen komen. Ruimte geven om te experimenteren is absoluut nodig voor een goede ontwikkeling. Het resultaat van deze opvatting en werkwijze zag ik bij mijn helaas laatste beoordeling.

Ik heb het erg naar mijn zin gehad met studenten en collega’s. Natuurlijk ben ik er ook wat droevig over, maar er is niets aan te doen. Geen betaald werk meer na de vakantie, maar ik ben ervan overtuigd dat er weer wat op mijn pad komt. Zo is dat altijd gegaan en nu dus ook.