31. Ervaringen van een rondleider

Afgelopen vrijdag gaf ik mijn laatste rondleiding op de tentoonstelling Maison Amsterdam in de Nieuwe Kerk. Een havo/vwo-groep van scholengemeenschap De Marne uit Bolsward stond om half elf te wachten.  Leuke en geïnteresseerde leerlingen die goed ingingen op de vragen die ik stelde. Ik kreeg applaus aan het eind. Bij het jassen en tassen ophalen zei een meisje dat ik het geweldig deed en dat ze had genoten. Leuk om te horen na je laatste rondleiding!

Ik denk dat ik in totaal zo’n vijftig rondleidingen heb gegeven. Van middelbare-school-pubers tot bewuste mbo-modeleerlingen, van groepen kunstliefhebbers tot studenten modejournalistiek en leden van de Nederlandse Kostuumvereniging.

Amsterdam Rainbow dress 2016

Zelf organiseerde ik voor vrienden en belangstellenden ook nog wat rondleidingen waarmee ik geld ophaalde voor Oekraïne. In totaal kon ik 1500 euro overmaken naar de lhbtiq+organisatie KyivPride in Kiev die het geld goed kunnen gebruiken in deze vreselijke oorlog. Dank aan alle gulle gevers!

Ik ontdekte dat het geven van rondleidingen helemaal bij me past. Niet gek natuurlijk na al die jaren in het onderwijs en al die lessen waarin ik vaak verhalen vertelde. Natuurlijk was het jammer dat de kerk een tijd dicht moest in verband met coronamaatregelen.

Maandag 4 april beginnen we met de afbouw; daar ben ik ook bij. ’s Middags is er de traditionele ‘kistenborrel’ voor alle mensen die aan de tentoonstelling hebben meegewerkt.

Links art deco tuniek (1974) van Frank Govers, rechts kleding van Puck en Hans (1974)

De eerste rondleiding die ik afgelopen september gaf, was aan een groep brugklassers uit Friesland. Ze waren van dinsdag tot en met vrijdag in Amsterdam, deden twee of meer musea op een dag. Ik had ze op donderdag aan het eind van de middag. De groep was doodmoe, inclusief de docenten die het ook helemaal hadden gehad. Ik ging met de groep vrij snel door de tentoonstelling en zag dat ze daar blij mee waren. Wel vroeg een jongen naar de trouwjurk van Maxima; hij moest er van zijn moeder foto’s van maken. Ik kon hem geruststellen dat we aan het einde van de expositie de jurk zouden zien.

Jeans, links een ontwerp van Schepers Bosman uit 2018 en rechts Hardeman

Meestal begon ik de rondleiding met te zeggen dat de tijd waarin je leeft, bepaalt hoe je eruit ziet. Als je tweehonderd jaar geleden was geboren en je zou een groep leerlingen van nu zien in spijkerbroeken met gaten zou je er niets van hebben begrepen. Wat verschrikkelijk dat je uit armoe zulke kapotte kleren moet dragen! En dan die gekke schoenen, ‘sneakers’ noemen ze die! Zelfs de gids heeft ze aan. Afschuwelijk zijn ze!

De Robe à la Française is het oudste kledingstuk van de tentoonstelling. Een jurk 250 jaar geleden gedragen door een rijke dame. Ze woonde vast en zeker in een mooi grachtenpand; waarschijnlijk had ze met die jurk aan moeite om uit de koets te komen of door een smalle deur gaan. Als ik de groep vroeg hoe ze dachten dat deze mevrouw haar huis binnenging, maakte een deel van de klas een kwartslag: overdwars dachten ze. Ik vertelde over opklapbare paniers waarmee je de jurk aan de zijkant iets kon optillen zodat die wat smaller werd en je zo naar binnen kon.

De meeste leerlingen vonden de jurk prachtig. Als ik dan vertelde  over het strakke korset dat er onder werd gedragen en de stukken lood die in de mouwen werden genaaid, gingen ze anders kijken. Dat lood zorgde ervoor dat de schouders in een goede positie stonden. Het bleef een mooie jurk om te zien maar het was toch fijn in deze tijd te leven waarin je zelf je eigen kleding kunt kiezen. Maar is dat zo? Kun je nu in alle vrijheid je eigen kleren kiezen of wordt er toch veel door anderen bepaald wat je draagt?

Daarna ging ik meestal door naar de jurk van een weesmeisje dat rond 1900 in het Burgerweeshuis aan de Kalverstraat woonde. De wezen daar moesten deze kleding aan, of ze wilden of niet. Je zou het kunnen zien als een uniform. Soms kwam daar een gesprek uit voort over de voors en tegens van het dragen van een schooluniform. Je bent allemaal gelijk en er is geen onderscheid tussen leerlingen die wel of niet merkkleding kunnen betalen. Dat werd vaak als argument gebruikt. Uiteindelijk was toch de conclusie dat een verplicht schooluniform een goed idee was, maar dat ze toch liever zelf hun kleding wilden kiezen.

De eerste jurk op de catwalk in het koor van de kerk is een jurk uit 2021 ontworpen door Karim Adduchi. In die jurk komen drie religies samen: een deel van een zwarte mantel uit het jodendom, een  afgedankte kazuifel uit het christendom en een gebedsmat uit de  islam. De jurk is gemaakt door drie kleermakers: Carolina Oliveira, Michalis Pantelidis en Benthe Wassenaar. Voor de afwerking zorgden Boaz Cahn, Omar Abdellatif en Godwin Arhin, alle drie met een andere religieuze achtergrond. Zo is de jurk een symbool van verbinding en eenheid. Tijdens het werken aan de jurk raakten de makers in gesprek daarover. Voor Adduchi is het kledingstuk een boodschap van hoop en solidariteit.  

Een Marokkaans meisje met een hoofddoek van een school uit Amsterdam vond het een schande dat haar geloof zo werd misbruikt; dat kon absoluut niet in haar ogen. Er volgde een mooi gesprek met de hele klas over vrijheid van godsdienst en dat het toch prachtig was om meer naar overeenkomsten te kijken dan naar verschillen. Het meisje bleef bij haar standpunt dat ze het verschrikkelijk vond. Wie weet gaat ze er ooit eens anders over denken.  

Een andere outfit die soms veel ophef gaf, was de  vaginabroek uit 2018 van Duran Lantink. Gemaakt voor de clip Pynk van Janelle Monáe. In een klas met stoere jongens van een jaar of 15 liep een leerling er langs en zei: ‘Het lijkt ergens op, maar ik wil het er niet over hebben’. Dat is natuurlijk de beste aanleiding voor een gesprek over dit kledingstuk. Ik vroeg de groep waar de broek hen aan deed denken. Ook flinke jongens  vallen dan vaak stil. ‘Het vrouwelijk geslachtsdeel,’ zei een keurige jongen. ‘Het is een kutbroek,’ zei een meisje met een lach op haar gezicht.  Soms werd er eerst wat gegiecheld, maar vaak vonden ze het een geweldig ontwerp, ‘tof dat het in een clip wordt gebruikt’.

Op mijn vraag of ze het een gek ontwerp vonden antwoordde een meisje in een andere groep: ‘Helemaal niet, ik heb er zelf een en kijk er dagelijks naar.’ ‘Mooi gemaakt en niet ordinair’, was ook vaak een reactie, en niet alleen van leerlingen maar ook van volwassenen.

Een jas die bijna door iedereen prachtig werd gevonden, was de rode wollen mantel van Frans Molenaar uit 1977. ‘Die kun je nu nog aan,’ zeiden zowel oudere dames als jonge modeleerlingen. Ze verbaasden zich erover dat deze jas uit twee cirkels bestaat die deels aan elkaar zijn gezet en zo, heel ingenieus, een jas vormen met een prachtige kraag.

Links mannenkostuum van Aziz Bekkaoui (2001) Rechts Ronald van der Kemp

Op de avondjurk van Ronald van der Kemp (lente/zomercollectie 2019) werd verschillend gereageerd. Ik legde uit dat deze ontwerper op een andere manier met stoffen omgaat. Hij maakt gebruik van restpartijen en oude stoffen en geeft zo een reactie op de vervuilende mode-industrie. De meeste mbo-modemaatleerlingen vonden het een prachtige jurk, een statement om te laten zien dat je met hergebruik mooie resultaten kunt bereiken.

‘Al die met de hand geborduurde steken doen je denken aan een patchwork sprei, dat heeft wel wat.’ Iemand anders zei: ‘Maar echt mooi vind ik het toch niet.’

Links twee sets van Patta, daarnaast herenkleding gedragen door Pim Deul tijdens Keti Koti.
Daarnaast twee koto’s met angisa’s. Recht een moderne herenkoto van Xhosa.

Wat slavernij is weten alle leerlingen, dat het vreselijk was ook. Ze vinden het goed is dat er nu veel over wordt gepraat. Maar wat Keti Koti is, de viering van de afschaffing van de slavernij, weten veel jongeren niet. Dat geldt ook voor sommige leerlingen die in Amsterdam wonen. Dat de koto gezien kan worden als de nationale dracht van Suriname was ook iets nieuws voor veel jongeren, zelfs voor een aantal leerlingen met een Surinaamse achtergrond. ‘Mijn oma draagt het, en ik ga het nu toch eens goed aan haar vragen,’ zei een leerling. 

Mooi vonden ze dat de angisa, de hoofddoek die op een speciale manier wordt gevouwen, een ‘geheime boodschap’ kon uitzenden die alleen door vrouwen uit die gemeenschap begrepen kon worden. 

Bij de blouse van Ruth Margot Stein-Kantorowicz (1905–1993) met de Jodenster was het vaak stil als ik erover sprak. Zij en haar man werden in de oorlog opgepakt en naar het concentratiekamp Bergen-Belsen afgevoerd. Als ik vertelde dat de verplichte Jodensterren op rollen stof werden gedrukt, dat joden ze moesten kopen en dat daar veel geld aan verdiend werd, zag je ogen groter worden. Opluchting was er als ik vertelde dat Ruth Stein het heeft overleefd en pas in 1993 is overleden.

Wat opviel was dat docenten zich soms weinig met de klas bemoeiden. Tijdens mijn verhaal bij deze blouse waren twee jongens vervelende ‘grapjes’ aan het maken terwijl de rest van de groep intens luisterde. Ik zei dat ik hun gedrag erg vervelend vond en dat als het hen niet interesseerde ze beter door konden lopen. Direct was het over en kon ik verder met mijn verhaal.

Link binnenkant herencolbert Jean Paul Gaultier (1992/1993)
Midden en rechts Seduce Me collectie (2020/2021) van Ninamounah

Natuurlijk is er nog veel meer te vertellen. Over intieme gesprekken in de genderkapel waar het over mannelijk, vrouwelijk, hetero, homo, lesbisch, queer, intersekse, fluïde, non binair en panseksueel ging. Die discussies lieten soms zien dat jongeren heel anders tegen seksualiteit en identiteit aankijken dan toen ik hun leeftijd had. Ik vertelde vaak dat er over dit onderwerp een goed boek is verschenen voor jongeren, ouders en docenten: Gloei van Edward van de Vendel. Bij mijn laatste rondleiding bedankte de mediathecaris voor de tip. Die komt op de lijst zei ze.

Een favoriet van me: Giorgio Toppin voor XHOSA, Teri mannencollectie Metallic PVC, 2021

Op de laatste dag van de tentoonstelling ging ik nog wat foto’s maken voor dit artikel. Ik ontmoette een dame en heer die er prachtig uitzagen. Allebei een hoed op en op z’n zondags gekleed. Ik gaf haar een compliment voor de hoed. ‘Ik draag altijd hoeden,’zei ze. Zo ontstond er een bijzonder gesprek met Mariska de Jong, eigenaresse van De Jong Uitvaartverzorging. Naast gewone en roze uitvaarten heeft ze zich gespecialiseerd in uitvaarten en rouwbijeenkomsten van Marrons en Inheemse Surinamers die in Nederland wonen. De kleding die ze vandaag droeg, was een verwijzing naar diversiteit.

Een bijzondere vrouw die ik op de foto mocht zetten naast de kledingset van burgemeester Femke Halsema die om haar hals de regenboogketting van Eberhard van der Laan draagt.

Op de kop van de catwalk in het koor: Edwin Oudshoorn, Botanix collectie 2020

De afgelopen maanden heb ik genoten van alle rondleidingen die ik gaf. Ik heb veel geleerd over groepsprocessen, groepscodes en dynamiek in klassen en veel plezier gehad met alle groepen. Ik houd van heldere informatie geven op een toegankelijke manier, het verhaal achter de kledingstukken vertellen, vragen stellen om een verbinding te leggen tussen toen en nu, praten over waarom je iets mooi of lelijk vindt.  

Links Iris van Herpen x Philip Beesley, Voltage collectie 2013.
Rechts Fong Leng Luipaardmantel 1973

Nu ga ik op zoek naar plekken in musea in Amsterdam of omgeving die behoefte hebben aan een enthousiaste rondleider. Als je iets weet hoor ik het graag!

Dank aan:

Niko Bos van de Nieuwe Kerk, die alle rondleidingen zo goed inplande. Mirjam Sneeuwloper van het Amsterdam Museum die me op de lijst van rondleiders zette. Marjolijn de Bakker waarvan ik zoveel heb geleerd tijdens de voorbereiding van de tentoonstelling. Alle medewerkers van de Nieuwe Kerk en aan mijn mede-rondleiders. Hopelijk komen we elkaar nog eens tegen.

29. Boekenlijst

Ineens kwam covid bij ons op bezoek en gingen we in isolatie. Ik voel me niet echt ziek; dit is dus  een mooie gelegenheid om eens goed naar de boeken over textiel te kijken die de laatste tijd het huis zijn binnengekomen.

Gisteravond las ik het boek ‘Patchwork, a life amongst clothes’ van Claire Wilcox uit. De schrijfster is hoofdcurator mode en textiel bij het Victoria & Albertmuseum in Londen en professor aan het London College of Fashion.

Ik vind het een wonderschoon en poëtisch boek vol herinneringen. Met als invalshoeken kleding en textiel beziet Wilcox haar leven. Elk hoofdstuk begint ze met een foto; daarna volgen korte teksten, steeds met een andere titel, variërend van een tot drie pagina’s.

Het boek volgt haar leven via de geschiedenis van haar ouders, jeugd en studie, haar huwelijk, de dood van haar zoon. Dit alles in flarden en niet altijd chronologisch. Over ontdekken en verlies, de geur van lakens gedroogd in de wind en over pyjama’s waar qua ontwerp weinig aan is veranderd.

Over het werk van Claire Wilcox in het Victora & Albert museum kwam ik minder te weten dan ik zou willen. Deze week was daar overigens de opening van de tentoonstelling ‘Fashioning Masculinities: The Art of Menswear’, die door haar is samengesteld. Die zal ik in het echt niet zien hoe jammer ook, maar de catalogus komt vast en zeker in mijn boekenkast.

Na een rondleiding over de modetentoonstelling ‘Maison Amsterdam’ (nog te zien t/m 3 april) zag ik het boek ‘Mode ABC’ van Natasja Admiraal in de museumwinkel liggen. Het is een kinderboek dat mij als volwassene en het kind in mij zeer aanspreekt.  

Jaren geleden begon Natasja Admiraal plaatjes van kleding en accessoires te verzamelen die ze met teksten erbij in haar computer zette. Vervolgens kwam er een website: www.mode-abc.com en nu is er het vrolijke door Jelle Post geïllustreerde boek.

Van All Star tot Zweetbandje en tussen die A tot en met Z pagina’s vol handschoenen, petten, sneakers  en brillen en het patroon voor de Eén-uurs-jurk van Mary Brooks Picken uit 1924.

Geitenwollen sokken, flamingojurken, klompen, de lederhose en nog heel wat meer is te lezen en te bekijken in dit heerlijke boek.

In een tweedehandsboekwinkel in Deventer zag ik bij de afdeling textiel een boek dat bijna zonder erin te kijken mee naar huis moest. In ‘Der blaudruck in der Slowakischen volkskunst’ uit 1954 vertelt Josef Vydra in het Duits de geschiedenis en de ontwikkeling van deze traditionele techniek. Met een soort afdichtpasta en stempels wordt een dessin op stof gedrukt en die gaat vervolgens in een indigobad. Het is een soort omgekeerde blockprint, waarbij niet met verf wordt gedrukt. Je kunt het vergelijken met batik; daar wordt met was een dessin op de stof gebracht en die gaat daarna door een aantal verfbaden.

Het boek staat vol schitterende tekeningen en foto’s van kleding van blauwdrukstof. De dessins brachten me terug naar de tijd dat ik voor internationale mbo-modeprojecten vaak in Púchov kwam en er met collega’s en leerlingen uit Europa projecten organiseerde en uitvoerde.

In Púchov was toen een kleine blauwdrukwerkplaats van mijnheer Trnka die er blauwdrukstof maakte. Mevrouw Trnka verkocht het aan de meter in een kleine souvenirwinkel aan het plein. We konden elkaar niet verstaan, maar we voerden altijd een mooi  gesprek met handen en voeten. Meters stof gingen mee naar huis.

Tijdens een bijeenkomst met docenten en studenten kregen we een rondleiding in de werkplaats van mijnheer Trnka. Ik herinner me een oude man in een rommelige ruimte die steeds meer prachtige stoffen liet zien.

Later kocht ik in Bratislava bij U’luv, de organisatie die de Slowaakse volkskunst in ere wil houden, een lap oude blauwdruk die ik nog steeds koester. Het patroon vond ik terug in het boek van Josef Vydra.

Ik weet dat mijnheer en mevrouw Trnka zijn overleden. Er was nog een plan om de werkplaats door te laten gaan. Na wat onderzoek op Internet kwam ik erachter dat Peter, de (klein)zoon van het echtpaar Trnka, toch verder is gegaan met het blauwdrukken dat al sinds 1898 door de familie werd gedaan. Op zijn website Modrotlač TRNKA is veel informatie te vinden, maar helaas alleen in het Slowaaaks. Ik heb contact met hem opgenomen omdat ik reuze benieuwd ben, maar tot nu toe nog geen antwoord gekregen.

Wie weet komt er nog een uitgebreid artikel over blauwdruk als ik bericht terug krijg.

Over drukken gesproken. Net voor de eerste lockdown volgde ik een zeefdrukcursus hier in Amsterdam bij www.zeefdrukles.nl. Heerlijke avonden onder de bezielende leiding van Esther Mosselman. Een geweldig inspirerende groep waardoor mooi werk ontstond.

Toen ik nog studeerde op de Kunstacademie ontdekte ik zeefdruk. In serie iets maken vind ik sindsdien geweldig. Zo ook die avonden dat ik les kreeg en ik op papier en textiel drukte.

Ik kwam elke avond thuis vol verhalen en met veel druksels zoals de serie werkmansjasjes en textielarbeiders uit Twente.

Die laatste serie ligt nog steeds te wachten op borduursels die ik er in wil verwerken.

Nu ik er over schrijf krijg ik weer zin om te gaan. Een van de zeefdrukken die ik toen maakte, is op de omslag gekomen van ‘Met stip’, een bloemlezing met gedichten, samengesteld door Jos.

Dat  gevoel om weer te willen drukken, komt ook door het boek ‘House of Print’ van Molly Mahon met als ondertitel ‘A modern block printer’s take on design, colour and pattern’ dat ik kocht.

Een boek dat me enthousiast boek maakt. Het vertelt het persoonlijke verhaal van het bedrijf Molly Mahon in kleurrijke verhalen en foto’s. Over haar reizen door India, over inspiratie, kleur en kleurcombinaties en praktische informatie hoe je kunt beginnen.

Nu weet ik wel wat van blockprint omdat ik een aantal jaren geleden een Masterclass blockpint bij Nathalie Cassée volgde, georganiseerd door  Craft Council Nederland, en ik nog bedrukte lappen in de kast heb liggen.

Dit boek maakt dat verlangen om ermee door te gaan weer wakker bij me. Verf en stempels staan in de kast en ik weet nog hoe het moet. Zal ik?

Wat heb ik nog veel zaken liggen die afgemaakt moeten worden, bedenk ik me nu. Misschien toch eens een grote lijst maken en langzaam afwerken?

15. Letters borduren

Lang geleden kocht ik een boek met letters om te borduren.

Pagina’s vol ruitjes en kruisjes; pagina’s met verschillende lettertypes. Strak en modern, rond en vierkant.

Ik had het nodig om woorden te borduren op kledingstukken van vitrage voor een theatrale modeshow.

Er hangt een hesje aan de deur in mijn werkkamer. In krullerige letters staat er ‘Home is where the heart is’.

Als kind vond ik het een wonder om te leren lezen en schrijven. In de bibliotheek ging de wereld voor me open. Ik las boek na boek en naast ‘Pinkeltje’ en ‘Het kleine huis op de prairie’ ging er ook vaak een knutselboek mee. Ik was een ‘knutselkind’ dat liever tekende dan voetbalde. Werken met borduurkaarten was ook favoriet, hoewel dat voor een jongen in die tijd niet echt kon. Toen ik in de eerste klas van de lagere school zat, plakte juffrouw Staal  een poëzieplaatje van een beertje in een matrozenpak bij mijn eerste zelfgeschreven letters. Trots als een aap was ik op mijn met een kroontjespen geschreven A’s.

Schrijver werd ik niet, maar wel iemand die van taal geniet en die de afgelopen jaren veel geblogd heeft.  Nu, op mijn 62ste, schrijf ik bijna dagelijks en dit blog ‘TextielLiefde’ is een mooie aanleiding om beter te leren schrijven. Dit alles komt natuurlijk ook door de stimulans van mijn man Jos die al zijn hele leven schrijft.

Bij de ouders van een jeugdvriendinnetje hing een ingelijste merklap aan de muur. Een linnen lap met geborduurde letters en wonderlijke figuren. Mannetjes die een druiventros droegen, een boom vol vogeltjes, een boot met vlaggetjes en dit alles in verschillende kleuren. Ik moest er altijd naar kijken en was jaloers dat wij zoiets niet aan de wand hadden hangen. Door het maken van dit soort lappen leerden meisjes om later initialen op hun uitzet te kunnen borduren.

Vorig jaar vond ik in de kringloopwinkel in Boxtel het boek ‘Merklapmotieven en hun symboliek’. Een publicatie uit 1977 over de geschiedenis en met patronen. Voor 1 euro gingen ze mee naar huis: de verschillende lettertypes, de lieflijke engelen, de grachtenhuizen en vazen vol bloemen.

Ik kocht het boek niet met het idee om er iets uit te borduren maar uit interesse. Maar toch.

Van BvO voor JJ 2021

Een aantal weken geleden stuurde vriendin Birgitta een door haar geborduurde merklap op met letters en symbolen. Ze had het borduren weer ontdekt. Gedurende de lockdown werd het een verslaving voor haar. Toen ze jaren geleden verhuisde naar Schotland gaf ze me een geborduurde letterlap die niet was ingelijst. Ik moest maar zien wat ik met haar borduursel ging doen. In repen geknipt kwam het terecht in een quilt. Nu vind ik het vreemd dat ik er de schaar inzette, al die uren werk die erin zaten.

Bij mijn verhuizing naar Amsterdam ging de patchworkdeken naar vriendin Evelien; onlangs kreeg ik het patchwork terug met de repen vol letters. Ze waren er dus nog. Ik moet er misschien een tas van maken, als een ode aan al die uren werk van Birgitta.

Een heel klein deel van mijn voorraad DMC borduurgaren

Borduren, ik heb het veel gedaan en bijna altijd met glanzend DMC garen. Daar heb ik dozen vol van in allerlei kleuren. Soms nieuw, maar ook keurig op kartonnetjes gewonden, uit de kringloopwinkel in Limmen. Daar hebben ze soms ook lappen borduurlinnen die je bijna voor niets kan kopen. Borduurringen in allerlei maten hangen bij mij aan de kast, naalden in allerlei diktes zitten in doosjes.

Al het materiaal in huis maar een merk- of letterlap heb ik nooit geborduurd. Mooi linnen voor de ondergrond en veel kleuren garen, toch is het er nooit van gekomen. Via Instagram vond ik de website ‘Modern Folk Embroidery’ met patronen voor merk- en letterlappen. Ik verbaasde me erover dat merk- en letterlappen in veel landen geborduurd werden. Zo zijn er lappen te zien uit Italië, Frankrijk, Schotland, Nederland en Amerika.  Achter de website zit de Nederlander Jacob de Graaf die jaren in York woonde en nu in Rotterdam woont en werkt. Na zijn opleiding aan de Kunstacademie in Kampen begon hij met het verzamelen van oude merk- en letterlappen. Sommige zijn in goede staat, andere zien er versleten uit. Jacob de Graaf reconstrueert ze zodat ze na te borduren zijn met garens van nu.

Een voorbeeld hiervan is ‘Gloucestershire Miniature Sampler’ van de 11-jarige Ada Lilian Baldwin (1874 – 1944). Die merklap kwam tevoorschijn toen er een schilderij uit een lijst werd gehaald. De lap was jaren verborgen geweest, niemand wist er van. De conditie van de stof was slecht, maar de kleuren van het garen waren goed bewaard gebleven. Op het linnen is een klein huis te zien met twee dennenbomen ernaast, drie tuinvlakjes voor het huis. Ontroerend vind ik de twee vogeltjes. De een lijkt boven op het boompje te zitten en de ander zweeft in de lucht. Zou het per ongeluk mis zijn gegaan? Het geheel is omringd door een bloemenkrans. Leuk om te borduren lijkt me, het patroon heb ik al uitgeprint.

Jacob de Graaf ontwerpt ook eigen patronen. Hij laat zich inspireren door zijn eigen verzameling of door museale collecties. Zijn website is een plaatje. Met een informatief blog en een goede shop waar ik zo af en toe op rondkijk. Sinds een tijd heeft hij een eigen Youtube kanaal met de titel MFE Flosstube. Daar vertelt hij allerlei boeiende wetenswaardigheden over merk-en letterlappen. Daar spreekt een man die een grote liefde heeft voor textiel.

En zo zit ik deze dagen rustig te borduren aan een ‘Danish Schoolhouse Sampler’ vol randen, het alfabet, levensbomen, vogels en sneeuwsterren. Dat laatste klopt zeker. We wonen twee weken in een huis in Brummen en sneeuw, hagel en zonneschijn wisselen elkaar hier af.  

4. Het Paapje, Wim van der Doef en Tonny Hollanders

Onlangs overleed een dierbare vriendin van ons. We werden betrokken bij de begrafenis en bij het opruimen van haar huis. Tonny Hollanders was een bijzondere vrouw die naast liefde voor poëzie een grote passie voor textiel had. Dat was het onderwerp waar wij veel en vaak over spraken. Bij het opruimen van haar huis kreeg ik van haar geliefde de opdracht om alle stoffen die ik mooi vond mee te nemen. ‘Tonny zou dat zo gewild hebben want die liefde deelden jullie.’

Alle stoffen zaten keurig verpakt in dozen en op een daarvan stonden de namen Wim van der Doef en Paapje. De dozen gingen mee naar huis waar ik ze uitpakte, de stoffen goed bekeek en plannen maakte om er in de toekomst iets mee te gaan doen.

De namen Wim van der Doef en Paapje kende ik uit de tijd dat er nog kunstnijverheidswinkels bestonden. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werden in dat soort winkels artistieke,  vaak handgemaakte producten te koop aangeboden: een uitgebreid arsenaal dat zowel met ambacht als met kunst te maken had. Ook deze kleurrijke stoffen kon je er kopen. Ze hadden iets kunstzinnigs en bijzonders en ze werden gekocht door vrouwen die hun eigen kleding maakten: eenvoudig van vorm zodat de stof goed uitkwam. De stof was prijzig, van goede kwaliteit en had een tijdloos karakter. Zelf kende ik niemand die kleding maakte van deze stoffen. Af en toe zag ik er een vrouw in lopen en dat herkende ik meteen.

Paapje stof

Van Tonny erfde ik ook een aantal jaargangen ‘Handwerken zonder grenzen’. In nummer 2 uit 1990 staat een groot artikel over de geschiedenis van Paapje, geschreven door Henriette Beukers en Els Stapersma.

Christiaan de Moor (1930)Portret van Hans Polak, oprichter van Weverij Paapje in 1930. Paapje was gelegen aan de Papelaan in Voorschoten. Het schilderij hing bij Paapje boven de tafel waarop de geweven kleden werden afgewerkt. Vandaar onderaan het schilderij gaten van stopnaalden, daar vastgeprikt om ze bij de hand te hebben. Collectie Textielmuseum Tilburg
Ontwerp Karel Appel 1953, collectie Stedelijk Museum Amsterdam

Het bedrijf is in 1930 opgericht door Hans Polak (1884-1969) als een handweverij en -knoperij aan de Papelaan in Voorschoten. Dat zorgde ook meteen voor de naam van het merk. In 1937 werd begonnen met het hand bedrukken van stof. Hans Polak kwam uit een Rotterdamse familie van textielhandelaren. Hij had een groot kunstzinnig talent en was bevriend met een kunstenaars als Karel Appel en Kees Andres en architecten als W.M. Dudok en J.J.P. Oud. Door hen werden ontwerpen gemaakt die onder de naam Paapje werden uitgevoerd.

Divankleed (1938) Ontwerp Bas van Pelt, uitgevoerd door Paapje, collectie Textielmuseum Tilburg

Vanaf het begin werden de stoffen  onder andere bij Metz & Co en Bas van Pelt in Amsterdam en Den Haag verkocht. De prijs was hoog, daardoor was de klantenkring beperkt en bleef het uitgangspunt exclusiviteit gewaarborgd. Stof van Het Paapje was geschikt voor het interieur: voor gordijnen, bekleding van stoelen en banken, voor lampenkappen en kussenhoezen. Later werd dit aanbod uitgebreid met stoffen om kleding mee te maken. Stoffen die bedrukt werden waren o.a katoen, linnen en zijde.

Klaas van Biezen (2014)

Vanaf 1948 was Klaas van Biezen de belangrijkste ontwerper. Tot zijn pensionering heeft hij ongeveer 1400 ontwerpen gemaakt, vaak met dier- en plantmotieven. In 1965 ontwierp hij vogelmotief Gonnie. Daarvan trof ik in de doos van Tonny een klein deel in blauwe en bruine tinten. Dit ontwerp wordt nog steeds gedrukt. Op de website van Paapje is een zijden deken te zien met dit motief.

Dessin: Gonnie

Bij een brand in 1958 bij Paapje in Voorschoten ging de hele drukkerij verloren, maar het bedrijf ging door. Na een aantal wisselingen van directeuren sloot, in 1984, het bedrijf in Voorschoten de deuren. De stofdrukafdeling verhuisde naar Oldenzaal waar Brenda Punt doorging met het drukken van stoffen met de originele dessins en met haar eigen dessins.

Ondertussen is in 2009 Paapje overgedaan aan Carolien Huizinga die volgens de website vol enthousiasme bezig is om het merk een vernieuwing te geven zodat het weer kan meedoen in de kleding- en interieurwereld. Het nieuwe logo van de vogel Paapje vind ik van een grote vrolijkheid.

Maar hoe het nu gaat is onduidelijk. Op de website is te lezen dat je kunt bestellen, maar hoe en wat is onduidelijk. Op de Facebookpagina is al lang niks meer geplaatst. Ik las een artikel van een aantal jaren geleden dat ze vanuit haar woonplaats werkt met foto’s van kledingstukken die ze ontwierp in Paapjestoffen. Zag dat originele zeefdrukramen een aantal jaren geleden te koop waren in een winkel in Arnhem en waarvan er nu een op Marktplaats staat voor €395,-

Of het vrolijke Paapje vogeltje nog vliegt kom ik misschien nog te weten omdat ik contact heb gezocht met het bedrijf. Tot nu toe helaas niks gehoord.

Gisteren (26-01-2021) kreeg ik van Carolien Huizinga antwoord op mijn mail: Paapje bestaat nog! De oude motieven kunnen nog steeds worden gedrukt, wel in een andere techniek, en ik werk ook aan nieuwe motieven. De stoffen worden in opdracht gedrukt, op natuurlijke, biologische materialen, vaak voor gordijnstoffen, maar ook voor kledingstoffen. Ik heb dus geen voorraad en verkoop momenteel ook niet via winkels.

Het vrolijke Paapje vliegt dus nog en is springlevend

Ontwerp Wim van der Doef

Bij mij thuis staan nu die dozen van Tonny met kleine en grotere lappen handdrukstoffen. Niet alleen van Het Paapje maar ook van Wim van der Doef, die wat abstractere dessins ontwierp, ook handmatig gedrukt. De lappen zijn te klein om er bijvoorbeeld een overhemd van te maken, maar een eenvoudige quilt kan wel met kleuren die mooi op elkaar in werken. Daarom snijd ik nu repen van acht centimeter breed die ik willekeurig aan elkaar zet met de naaimachine. Lijkt me een mooie ode aan Tonny, Het Paapje en Wim van der Doef, drie partijen die alle drie zorgden voor textielschoonheid in de wereld.

(Mocht een lezer van dit blog nu opeens denken dat hij of zij nog wat lappen of lapjes  heeft liggen die niet gebruikt worden, dan houd ik me aanbevolen!)

Links:

Paapje stoffen: http://www.paapje.nl/

Artikel Paapje Libelle: https://docplayer.nl/10875670-Mooi-tijdloos-libelle-balance.html

Paapje op Facebook: https://www.facebook.com/Paapje-227170790769543/

Wim van der Doef via Handzeefdrukkerij Vlinder: https://www.vlinderzeefdruk.nl/

Textielmuseum Tilburg: https://www.textielmuseum.nl/