36. Geweven werelden in Aubusson

Lang geleden, ik was begin twintig, volgde ik een weefcursus bij de Volksuniversiteit in Zutphen. Mevrouw Visser was de docent en van haar leerde ik de basisbeginselen over ketting en inslag, haspelen, kruislatten, inrijgen, en nog heel wat meer. Ik weefde met allerlei garens op een weefgetouw met vier schachten. Een zachte, wollen omslagdoek voor mijn moeder, katoen en linnen placemats in lila en blauwe ruiten, tafellopers in verschillende structuren en als klap op de vuurpijl een lap voor een jasje geweven van zelfgesponnen, witte wol. Mijn moeder moest dat jasje overigens in elkaar zetten, want een kledingstuk maken kon ik toen nog niet. Waar al die weefsels zijn gebleven, weet ik niet. Ik heb er niets meer van. Wel weet ik dat ik toen achter het weefgetouw erg  genoot.

Af en toe kijk ik op Marktplaats naar weefgetouwen en soms droom ik stiekem over zachte shawls weven in allerlei kleuren en structuren. Dagen daarmee bezig zijn en helemaal opgaan in het ritme van het kruisen van de draden met een mooie shawl als resultaat! Mijn vriendin Tiny Beunk weeft veel en haar prachtige weefsels verkoopt ze via haar Etsy shop.

Elke zomer als we in centraal Frankrijk zijn, gaan we een dag naar Aubusson in het departement Creuse.

Aubusson is eeuwenlang de stad van de weverijen geweest. Er zijn er nu nog een paar in werking; in het verleden was er een weverij op elke hoek.

Met versleten letters staan er nog fabrieksnamen op een paar gebouwen. De Manufacture Braquenié sloot in 1992 zijn deuren.

Op de muur van Manufacture Royale Saint-Jean, een nog werkende weverij en tevens museum, staat: In Aubusson laat wol de muren zingen.

Daarbinnen is er een wereld van wol in uiteenlopende kleuren, op strengen en klossen, op weg om ooit eens in een wandtapijt terecht te komen.

Wandtapijten vulden in het verleden wanden van kastelen en paleizen. Om indruk te maken en ook om de kou buiten en de warmte binnen te houden. Alleen rijke families konden het zich permitteren om zo’n wandtapijt te kopen. De wevers verdienden bijna niets. Ze werden uitgebuit, maakten lange dagen in de weverij, kregen het aan hun rug en andere mankementen. Tegenwoordig zijn de werkomstandigheden veel beter; de tapijten worden gemaakt voor musea en kunstliefhebbers. Soms wordt de computer gebruikt, maar in Aubusson gaat het voornamelijk handmatig. 

Gevel La Cité Internationale de la Tapisserie Aubusson

Om inzicht te krijgen in wat er komt kijken bij het weven van een wandtapijt ga je naar het kleurrijke, moderne gebouw van de Cité Internationale de la Tapisserie. Daar vind je alle informatie over weven. Van het spinnen en verven van de garens als start van het proces tot aan het resultaat.

 Vroeger gebruikten ze in Aubusson alleen wol van schapen uit de regio. Die wordt nog steeds gesponnen in de spinnerij van Fonty. Naast het gebruik van de natuurlijke tinten wordt het garen ook geverfd. Dat gebeurde eertijds met plantaardige verfstoffen als indigo en meekrap, nu met synthetische verf. Er worden tegenwoordig ook andere garens gebruikt zoals linnen en zijde.

In het museum zie je wat er bij het uitvoeren van het proces nodig is: het ontwerp, de schets, de kleur en keuze van de garens, de proefstalen en het uiteindelijke resultaat.

Daarnaast is het museum ook een centrum van onderzoek en restauratie, er worden ook nieuwe tapijten geweven.

Bijvoorbeeld het grote wandkleed ‘Le voyage de Chihiro’ naar aanleiding van een Japanse animatiefilm van de beroemde regisseur Hayao Miyazaki.

Een clip van de film Le voyage de Chihiro

In een ander deel van het museum kom je modern weefwerk tegen. Is dat een stuk blauw plastic dat daar hangt? Nee, natuurlijk niet. Het ontwerp van Marie Sirgue is geweven in Atelier A2 en heeft de titel Bleue (2016).

Zestien kleuren blauw zitten erin en de nestels zijn geborduurd met zilvergaren.

‘La Corde’ (2003) heet het werk van Mathieu Mercier. Even denk je dat er een sisaltouw tegen een zwarte wand hangt.

Van Jacques Lagrange hangt er het vrolijke, bijna bewegende wandkleed met de titel ‘Combat anachronique (1980).

‘After laughter comes tears’ (2021) van Romain Bernini laat een figuur zien omringd door kleurige vlekken.

Van dichtbij zie je hoe ongelofelijk veel kleuren er gebruikt zijn.

Dan, na al die prachtige moderne weefsels, loop je een grote ruimte in waar je de geschiedenis van wandtapijten te zien krijgt. Van de 15de tot de 20ste eeuw.

De ‘Millefleurs á la licorne’ uit 1480-1510 ontvangt je als eerste. Met verschillende bloemen op de achtergrond draagt de eenhoorn een rood wapenschild op zijn linker- en een helm op zijn rechterpoot.

Elk jaar raakt dit weefsel me en maak ik foto’s van de bloemen. Het origineel moet veel groter zijn geweest, gezien het feit dat de weefsels abrupt stoppen aan de zijkant.

Detail Pastor Fido (1860, Atelier de la Marche

Aan voeten zeventiende-eeuwse schoenen.

Op een tapijt uit de tweede helft van de 18de eeuw zie je medaillons vol romantische scenes, omlijst door spetterende bloemguirlandes.

Het absolute hoogtepunt voor mij is het reusachtig grote tapijt uit de 19de eeuw van een exotisch aangeklede olifant met daarop liggend een dame met een waaier.

Omgeven door een wereld vol vogels en bloemen neemt de olifant mij altijd mee naar een ongekende toverwereld.

Sonia Delaunay

Bij de Navel van van Jean Arp uit 1961 schreef Jos van Hest het volgende gedicht.

nombril

rondje van het begin
oog dat niet kan kijken
dichtgeknoopte toegang
slot voor altijd op slot
middelpunt van het lijf
eeuwige moederbinding
broche op de buik
medaille voor het leven

Het kleinood van 12,8 cm x 12,8 cm moest acht keer worden geweven voordat het een goede navel werd.

Victor Vasarely
Georges Braque
Le Corbusier

De afdeling van de 20ste eeuw laat weefsels zien ontworpen door bekende kunstenaars zoals Sonia Delaunay, Jean Arp, Le Corbusier, Victor Vasarely en Georges Braque, die zijn uitgevoerd in een weverij in Aubusson.

Natuurlijk hangt er ook werk van mijn favoriet Jean Lurçat. Zijn geweven werelden zijn rijk aan bloemen, vogels, sterren en manen en maken je altijd vrolijk.

Ooit, toen ik zijn kasteel en atelier had gezien in Saint-Cere, schreef ik er een artikel over in het Engels op een ander blog. Misschien moet ik het er in TextielLiefde nog eens uitgebreider over hebben.

Graag fotografeer ik in het museum in Aubusson details van tapijten.

Dat kunnen hoeden zijn of bloemen; afgelopen zomer waren het hoofden van mens en dier.

Detail 18de eeuws wandtapijt
Detail wandtapijt Jean Lurçat
Detail La Famille dans la Joyeuse Verdure (2013) ontworpen door Léo Chiachio
Le rencontre du cannibale et des carnassiers (1983), Daniel Riberzani

Het blijft heerlijk om met een specifieke blik rond te lopen en te kijken.

Elke zomer is er in het theater Jean Lurçat een speciale tentoonstelling georganiseerd door de Cite. Een aantal jaren geleden zag ik daar het indringende werk Ghost_Horseman_of_the_Apocalypse_in_Cairo_Egypt.jpg ontworpen door Clément Cogitore in 2019. Het laat een geweven filmshot zien van het protest in 2011 op het Tahirplein in Cairo. Op deze video zijn de originele beelden te zien.

Dit jaar, met het thema natuur zag ik zwarte kraaien vliegen over het tapijt van Pascal Haudressy  (1968-2021).

Ondertussen heb ik honderden foto’s van al die prachtige weefsels en de komende jaren zullen er nog wel een paar bij komen.

Project Tolkien (2008)

Nou vooruit dan, nog een paar om van te genieten.

Pierre Dubreuil, Les quatre saisons ou les âges de la vie (1941)
Dom Robert, Detail Les enfants de lumière (1941)
Antoine Marius Martin, Le Bouc (1941)
Detail Le Bouc
Elie Maingonat, detail L’automne (1947)
Diane de Bournazel, detail Bordure des Bois (2013)
Detail wandtapijt Picasso
Detail wandtapijt Dom Robert
Robert Delaunay

28. Een dag met Yves Saint Laurent

Wat doe je als je één dag Parijs bent om aan het eind van die dag naar de modeshow van Sheltersuit Label te gaan en ’s avonds weer terug naar Amsterdam? Winkelen? Nou nee. Tentoonstellingen bekijken? Ja!

In de NRC van 18 februari las ik een artikel van Milou van Rossum over zes tentoonstellingen waar kleding van Yves Saint Laurent naast kunstwerken staat of hangt.

Yves Saint Laurent (1936 – 2008) was een couturier die vanuit vorm en stoffen dacht. Hij en zijn partner Pierre Bergé hadden een grote kunstverzameling. Saint Laurent gebruikte die als inspiratie voor zijn collecties.

Yves Saint Laurent in 1971 gefotografeerd door Jean Loup Sieff
voor de reclame van het parfum YSL pour Homme

Na het lezen van het artikel dacht ik direct dat ik alle zes tentoonstellingen wou zien. Dat zou niet gebeuren. Ik zag er vorige week vrijdag drie van de zes.

‘Yves Saint Laurent aux Musées’ heet de tentoonstelling verdeeld over Centre Pompidou, Musée d’Art Moderne, Musée du Louvre, Musée d’Orsay, Musée National Picasso Paris en Musée Yves Saint Laurent Paris.

Om elf uur liep ik  Centre Pompidou binnen, met de roltrappen omhoog en op de vijfde verdieping was er meteen de eerste blikvanger: het schilderij uit 1940 van Henri Matisse ‘La blouse Roumaine’ met daarnaast het ontwerp van Saint Laurent (herfst/winter 1981). Ik werd gepakt door die combinatie; er zouden nog meer van dat soort ervaringen volgen.

Nu kun je natuurlijk denken: makkelijk, een kopie van een schilderij op een blouse! Saint Laurent heeft daarover gezegd: ‘Ik heb ze niet gekopieerd – wie zou het wagen om dat te doen?’

Naast de beroemde Mondriaanjurk uit 1965 hangt het schilderij Compositie in rood, blauw en wit II van Piet Mondriaan uit 1937.

Een bont geappliqueerde jurk (herfst/winter 1979-1980) in een zaal met werk van Robert Delaunay.

Hoogtepunt voor mij was de combinatie van het schilderij ‘The Moon’ van Gary Hume naast de ‘Hommage à Tom Wesselman’jurk (collectie Pop-Art, herfst/winter 1966-1967), gemaakt van wollen jersey met de afbeelding van een half vrouwenlichaam.

Schilderij ‘Zwart Wit’ (1988)van Elsworth Kelly naast een avondjurk Herfst/Winter 1965

Alle combinaties van kleding en kunst waren sterk, kijkavonturen van een hoog esthetisch genot. Ze maken verbindingen duidelijk tussen meesterwerken uit verschillende disciplines.

Na Pompidou ging ik naar het kleine, intieme Musée Yves Saint Laurent in de Rue Marceau. Ik was daar al eens geweest, maar toen was het nog niet verbouwd. Kroonluchters en gedrapeerde gordijnen heetten me welkom.

Schetsen vol leven!

Te zien waren daar wanden vol levendige ontwerpschetsen van diverse collecties, hoedenmallen in allerlei vormen, proeven voor borduursels en een kamer vol toiles (proefmodellen in ongebleekt katoen).

Hoedenmallen in diverse vormen
Een collage van borduurproeven
Proefmodel van het beroemde Safari-jasje uit Lente/Zomer 1969

In Pompidou had ik de avondcape gezien naast het schilderij ‘Le Violon’ (1914) van Pablo Picasso, maar hier zag ik ook de ontwerpschets en het proefmodel.

In Pompidou was ik ook erg onder de indruk van de mini-jurk met golf en stip die was opgesteld naast het werk van de door mij zeer bewonderde Etel Adnan (1925-2021).

Cocktailjurk Herfst/ Winter 1966/1967
Rechts de ontwerptekening van de cocktailjurk

De ontwerpschets van die jurk van Saint Laurent was ook te zien op die wanden vol tekeningen. Net als het ontwerp voor de Mondriaanjurk.

Twee schetsen van de Mondriaanjurk

Nog ruim een uur had ik over, zodat ik het vlakbij gelegen Musee l’Art Moderne nog kon bezoeken.

Collectie Herfst/ Winter 1992/1993

Het eerste dat ik daar zag, was de enorme muurschildering in de Salle Dufy:  ‘La Fée électricité’ (1937) van Raoul Dufy. Midden in die zaal waren drie glanzende outfits geplaatst. Fabelachtig van kleur en kleurcombinaties. Wonderschoon vond ik het geheel.

Dwalend door het museum kwam ik meer verbindingen tegen.

Feestelijke rokken met blouses (lente/zomer 2001) in de kleuren van de schilderijen van Pierre Bonnard uit 1930.

Jasjes en een jurk met een grafisch patroon hingen naast het schilderij ‘Le dejeuner sur l’herbe’ (1964) van Alain Jacquet.

Bij de grote muurschildering in blauw grijze tinten ‘La Danse inachevée’ (1931) van Matisse was een avondcape in dezelfde tinten geplaatst.

In de grote zaal met ander groot werk van Matisse, ‘La Danse’ (1931-1933), stond een zwarte jas met aan beide kanten een zwart-crème avondensemble.

Drie prachtige tentoonstellingen zag ik die in mijn beleving de bekende modetentoonstellingen ontstegen. Ze brachten het werk van Saint-Laurent in verbinding met kunst. De jurken en jassen werden onderdeel van een opstelling die een verrassend effect op me had.  Vernieuwend en verfrissend. Mooi en goed was het om kleding in een andere context te zien dan in de geijkte orde van een min of meer normale modetentoonstelling.

Het schijnt overigens dat er nog een goede catalogus gaat komen. Het ‘boekje’ met een paar foto’s en teksten in het Frans heb ik maar laten liggen in de winkel.

Parijs, de stad van de mode liet me ook nog mode van nu zien. In de Rue de Rivoli kwam ik een ‘wolk van tule’ tegen die ik met toestemming mocht fotograferen. Van welke ontwerper het is weet ik niet, maar ik vond het een prachtig beeld.