40. La maison de Mariette

Haar werk zag ik voor het eerst op de Art Brut Biennale 2018 in Hengelo. Een wand vol wonderlijke poppen van textiel en een heftig geborduurd communiejurkje.

Ik vond ze heel bijzonder en ik werd direct nieuwsgierig naar de Franse Mariette die ze had gemaakt.

We kregen contact en ooit hoopte ik haar te ontmoeten en rond te kijken in haar eigen museum in Saint-Laurent-du-Pont, ergens in de Isère, tussen de vlakte van Guiers en het massief van Chartreuse.

Op een zonnige dag in de zomer van 2021 reden we erheen en parkeerden de auto onder het gebouw waarin haar eigen museum is gevestigd: La Maison de Mariette, ontworpen door haar man Bernard.

We belden aan en daar was direct de lach en het contact. Mijn Frans is niet goed, Jos kan het beter en Mariette sprak alleen Frans, maar dit bleek geen probleem als je openstaat naar elkaar en textiel een verbindende factor is.

‘Kijk rustig rond,’ zei ze. Dat deden we en vol verbazing verdwenen we in de hallucinerend mooie wereld van Mariette. Daar waren de poppen weer. Geen lieve poppen, wel sprookjespoppen die pijn doen en een eigen schoonheid uitstralen.

Poppen die je wat willen vertellen. ‘Poupées en mal d’enfantement’ noemt Mariette ze, letterlijk vertaald ‘poppen in pijn/smart van bevalling’.

Ze zijn gemaakt van allerlei soorten textiel in verschillende groottes en vormen.

Veel bruidswit en doopwit als symbool van onschuld, maar ook series in zwart en grijs.  Hoofden van klei of papier.

Ze hangen aan muren, liggen op tafels, staan onder stolpen of zitten in dozen.

Met of zonder hoofd, soms met een klein hoofd op een buik.

Er zijn poppen met armen op vreemde plekken, poppen met lange, dunne, omwikkelde benen.

Hun lijven met garen ingerold; driftig gemaakte steken moeten alles bij elkaar houden.

Kleine, witte, keramieken baby’s zijn ingebakerd met stof of met draden die onschuld uitstralen.

In een vogelkooi hangen witte babyschoentjes. Aan veel poppen hangt een klein label met een Romeins cijfer.

Er zijn veel verwijzingen naar de katholieke kerk: kruisjes met Jezus, scapuliers met Mariahoofden, kralen van rozenkransen.

Religieuze symboliek als hulp om staande te blijven? Ik zag in al dat werk de pijnlijkheid van het leven gevangen in textiel. Maar ik voelde ook dat verdriet een enorme motor kan zijn om iets te maken.

In de kleine catalogus over haar poppen vertelt Mariette het volgende: ‘Ik heb drie kinderen van wie ik houd, maar ik realiseerde me dat het me frustreerde dat ik hun geboorte niet had gezien, niet had meegemaakt. Ik moest deze pijn, dit gemis, dit groot onbehagen uiten. Op een dag, in februari 2005, besloot ik om 700 poppen te maken als therapie, een uitweg uit de noodzakelijke rouw. Dus ik maak deze poppen, ik werk er hard aan, en als ik klaar ben, kan ik rustig verder. Hun gemeenschappelijke thema is religie, spiritualiteit, vrouwelijke seksualiteit, magie. Sommige poppen lijden aan geboorteziekte, de pijn van de geboorte.’

Mariette komt, zoals ze zelf zegt in een film over haar, uit een gezin waar liefde volop aanwezig was. Een artistieke familie met een vader die kunstenaar was en een moeder die creativiteit stimuleerde. Ze is de derde op een rij van vijf zussen en ze groeide daardoor op in een wereld van vrouwen. Er werd veel met poppen gespeeld.

Hun moeder breide poppentruien en naaide poppenkleding. Nog steeds is haar moeder voor Mariette een voorbeeld.

Ze is ook op veel plekken in het museum zichtbaar.

Mariette heeft zich als autodidact ontwikkeld tot een kunstenaar die verschillende disciplines gebruikt. Naast het maken van poppen tekent en schildert ze, maakt ze kleine en grote objecten, tekent ze bij gedichten van Rainer Maria Rilke en Emily Dickinson, en maakt ze daarvan bibliofiele boeken in een kleine oplage.

Haar materiaal vindt ze op rommelmarkten, in kringloopwinkels of tijdens vide-grenier-verkopen. Ze is gespitst op materialen waar een geschiedenis inzit. Afbeeldingen van monsters en andere mythologische wezens, van huiveringwekkende helden en kinderlijk vrome heiligen, van tirannen en madonna’s. Met die vondsten stelt ze haar werk samen en maakt ze een eigen verhaal.

In haar atelier liggen al die materialen keurig gesorteerd in lades en kasten en er liggen creaties die afgemaakt moeten worden.

Natuurlijk kochten we werk van haar dat nu in ons huis een plek heeft gevonden.

Ik vond het een bijzondere ontmoeting met een zachtaardige en tegelijkertijd krachtige vrouw die uniek werk maakt, soms teder en liefdevol, soms scherp en schrijnend, van een aangrijpende, sprookjesachtige zeggingskracht.

Mariette, we komen een keer terug!

Website: https://lamaisondemariette.com/

Facebook:  https://www.facebook.com/mariette.maisondemariette

Instagram: https://www.instagram.com/lamaisondemariette/

34. Een Roma-verhaal in textiel

Gedragen kleding vertelt verhalen. Er kan een geschiedenis van een mensenleven in zitten. Op de academie tijdens lessen kostuumgeschiedenis van de geweldige Rianet Knevel en Elly Lamaker kwam ik daarachter. Kleding is je tweede huid en dat kan veel betekenen.

Zo moet er in het tweedehands werkmansjasje dat ik een paar jaar geleden voor een habbekrats kocht in een kringloopwinkel in Frankrijk het verhaal van een man zitten. Aan de binnenkant is op het label nog net ‘Le Perroquet’ (de papagaai) te lezen.

De werkman moet het vaak hebben gedragen. Aan de verkleuring aan de buitenkant is te zien dat het veel is gewassen. De stof is er heel zacht door geworden, maar door de goede kwaliteit zijn er geen slijtageplekken. Wie de drager was, weet ik natuurlijk niet, hoe oud het jasje is evenmin. Op internet vond ik de naam van het bedrijf dat de kleding destijds produceerde. Wie weet krijg ik antwoorden op de vragen die ik hen per mail stuurde.Ondertussen is het jasje verder aangevuld met mijn persoonlijke geschiedenis. Ik draag het vaak en met plezier, nam het ook mee op onze vakantie afgelopen mei naar Italië. Aan het einde van die vakantie bezochten we de Biënnale in Venetië. Daar droeg ik het jasje elke dag.

Altijd heerlijk om in Venetië te zijn en te genieten van kunst van kunstenaars uit de hele wereld. Veel onbekende namen die vaak helaas niet bekend zijn door de beperkte blik van de westerse kunstconservatoren en critici.

Werk van textiel was natuurlijk ook te vinden op de Biënnale. Een absoluut hoogtepunt voor mij was het Poolse paviljoen in de locatie Giardini. Aan de gevel hingen grote wandkleden met daarop ‘the wheel of fortune’ uit de tarotkaarten. De Poolse/Roma kunstenaar Małgorzata Mirga-Tas vertelt beeldend de geschiedenis van de Roma, de grootste Europese etnische minderheid, waartoe ze zelf ook behoort. Het is de eerste keer in de geschiedenis van de Biënnale dat een Roma-kunstenaar exposeert. Dat kun je zien als een rehabilitatie.

Binnen in het Poolse paviljoen zijn alle wanden van onder tot boven bekleed met twaalf wandkleden vol kleuren, mensen en dieren. Elk wandkleed bestaat uit drie horizontale delen oftewel friezen.

Op de bovenste is de geschiedenis van de Roma te zien, de migratie van een volk naar en door Europa. Een volk dat helaas nog steeds met discriminatie en uitsluiting te maken heeft. Mannen en vrouwen op paarden, gekleed in traditionele kleding, vaak bont van kleur. Kinderen lopen erbij. Onderweg wordt gekookt op open vuur. Een kind wordt geboren te midden van een groep vrouwen die de moeder ondersteunen.

Wat beelden verder wordt het kind ingebakerd en de reis hervat. Een vaste woonplaats is er niet. Vroeger woonden de Roma in tenten, later in woonwagens. Nu zijn er grote groepen die een vaste woonplaats hebben.

Het middendeel van alle wandtapijten gaat over de vrouwen en mannen die belangrijk zijn in het leven van de kunstenaar Małgorzata Mirga-Tas. Ze worden verbonden met tekens uit de dierenriem en tarotkaarten. Waarzeggen en kaartleggen neemt in het leven van Roma-vrouwen een belangrijke plaats in.

Op de wandkleden zijn onder andere te zien zangeres Krystyna Perła Markowska met haar kleinzoon Antoni,

Luister hier naar de fantastische stem van deze zangers

Alfreda Noncia Markowska die Joodse en Roma kinderen redde geduren de Tweede Wereldoorlog,

kunstenaar Ceija Stojka  

en Józefa Mirga, grootmoeder van de kunstenaar. Veel van deze namen zeiden mij niets maar na zoeken op internet werd me duidelijk waarom ze zo belangrijk zijn voor de kunstenaar. Het zijn sterke vrouwen en mannen die zich uitspreken over onrecht en die de rijke cultuur van de Roma doorgeven en laten zien. 

Op de onderste laag van de wandtapijten zijn scènes te zien uit het dagelijks leven van de Roma in alle seizoenen.

Houten huizen in een winters landschap.

Een groep oudere vrouwen drinkt koffie met elkaar. Hun gesprek kun je bijna horen.  

Kleurig wasgoed van een familie wordt opgehangen aan een lijn.

In een kamer wordt kaart gespeeld; een man kijkt van achteren toe. Wie heeft de juiste kaarten om straks te winnen, zie je hem denken.

Voor een feest wordt een kip geslacht. Overal lopen honden.

Een kar met paarden op een veld waarop aardappels worden geoogst.

Vrouwen hebben shawls om hun hoofd geknoopt; jongeren hebben natuurlijk petjes op en dragen hoodies.

Geconcentreerde gezichten bij een groep handwerkende vrouwen.

Een oude vrouw ligt op bed. Is ze ziek of rust ze uit?

Wie wordt er begraven en wie zijn de mannen die de kist op hun schouders dragen? Is die vrouw misschien de weduwe en ligt haar man in de kist? Is het misschien die oude vrouw op bed die is gestorven en die door haar zonen naar haar laatste rustplaats wordt gebracht?

Vroeger was de cultuur van de Roma vrij gesloten. Het was niet gepast en soms zelfs verboden om informatie naar buiten te brengen. Misschien uit veiligheidsoverwegingen? Uit de school klappen werd soms gezien als verraad. Je kon dan verbannen worden uit de groep.

Dat is gebeurd met de dichter Bronisława Wajs ook wel genoemd Papusza die in haar werk te veel vertelde over het leven van de Roma. Gelukkig mag je nu als buitenstaander wel binnenkomen in hun rijke cultuur.

Małgorzata Mirga-Tas werd in 1978 geboren in Zakopane. Ze woont en werkt in het zuiden van Polen, in een Roma-nederzetting in Czarna Góra. Behalve kunstenaar is ze ook docent en activist. Ze komt uit een cultuur waarin textiel een grote plaats heeft in het dagelijks leven van vrouwen. Denk aan interieurs van woonwagens en tenten, geweven kleden op de vloer, quilts op bedden en handgeweven kussen op banken. Kleding vol borduursels met betekenissen. De geschiedenis van Roma-vrouwen is terug te vinden in de textiel om hen heen. Die gaf veiligheid, identiteit en zorgde voor huiselijkheid en schoonheid. Bij een familie horen is belangrijk. Familieleden geven je liefde en intimiteit, zeker in een wereld waarin je als groep niet gewenst bent. Eeuwenlang zijn Roma geconfronteerd met dreiging, agressie en verlies. De vernietiging van veel Roma in de Tweede Wereldoorlog is een tragisch en troosteloos dieptepunt. Zij waren niet gewenst en in bepaald opzicht geldt dat nog steeds.

‘Re-enchanting the world’ is zoals Małgorzata Mirga-Tas zelf zegt een schilderij maken van fragmenten textiel. Deels van kleding van familie en vrienden, maar voor dit grote werk op de Biënnale kocht ze ook tweedehands kleding in de buurt waar ze woont. Er zitten levens in die textiel, geschiedenissen en energie, dat kun je zien.

Haar werk is geïnspireerd op fresco’s uit de late 15de eeuw in het Renaissance Palazzo Schifanoia in Ferrara. Die muurschilderingen, werk over onder andere de allegorieën van de maanden, zijn geschilderd door verschillende kunstenaars. Het werk van Małgorzata is ook gemaakt met hulp van drie professionele naaisters: Halina Bednarz, Malgorzata Brońska en Stanisłava Mriga. Vijf maanden werkten ze in de hal van het historische hotel Imperial in Zakopane, dat tijdelijk gesloten was voor renovatie.

De vloer was bezaaid met kleding vol kleuren en dessins; daaruit moesten de goede keuzes gemaakt worden. Op grote witte lappen werden voorstellingen getekend waarop het kunstwerk zou ontstaan. Gewerkt werd er op naaimachines van het merk Minerva. Minerva, de godin van het verstand, vindingrijkheid en wijsheid hielp mee met het maken.

De wandtapijten van Małgorzata Mirga-Tas laten een wereld zien die voor een groot gedeelte is verdwenen, een wereld ook die niet gezien mocht worden. Ze repareert de tragische geschiedenis van een volk. Haar werk gaat echter ook over het helen van de wereld waarin wij met z’n allen leven.

Steek voor steek en met liefde gemaakt is dit een kunstwerk van grote importantie. Hoe meer ik er naar keek en kijk, hoe meer ik dat zie en ontdek.

De prachtige catalogus was in mei op de Biënnale al uitverkocht. Gelukkig kon ik het boek via internet nog kopen. De Biënnale in Venetië duurt nog tot 27 november 2022.

32. Geborduurd woud

Afgelopen zondag bezocht ik voor het eerst het Van Eesteren Museum in Amsterdam West.

Vijf minuten lopen vanaf tramhalte Sloterpark aan de Sloterplas. Vreemd dat ik daar nog nooit ben geweest! Naast veel informatief materiaal over de architect en stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren (1897-1988) is er tot en met 17 april de tentoonstelling ‘100.000 bomen en een bos van draad’ te zien van textielkunstenaar Sara Vrugt.

Ik ken haar werk onder andere van de geborduurde stoelzittingen in de Oude Kerk in Amsterdam. Daar zit ik graag op tijdens de Silence-concerten op de eerste vrijdag van de maand om acht uur ’s morgens. De prozatekst van Anna Enquist van 118 woorden op de zittingen van 118 kerkstoelen levert door een wisselende  samenstelling steeds een ander ‘verhaal’ op.  

Het bomenkunstwerk van Sara Vrugt is tot stand gekomen met hulp van meer dan duizend handen die duizenden blaadjes en bijzondere vogels borduurden. Zorg om het milieu was de belangrijkste reden om dit project te starten. Door donaties is er nu al veel geld opgehaald om in Nederland en in Afrika meer dan 100.000 bomen te planten. Een echt bos dus in samenwerking met TreeSisters en het IVN.

Tijdens vele borduursessies in het hele land vertelden bezoekers elkaar verhalen over de natuur en borduurden ze bomen, blaadjes en vogels. Hun verhalen worden hoorbaar in het kunstwerk, hun borduursels zichtbaar.

Ik heb er ook aan meegedaan, een aantal blaadjes geborduurd, niet in een life-sessie maar thuis. Over die borduurbijeenkomsten had ik gehoord; ik wist de data hier in Amsterdam maar het kwam er jammer genoeg niet van om erheen te gaan.

Bij binnenkomst in het museum zie je het meteen: een spiraal van zwarte stof, vol geborduurd met blaadjes in alle kleuren van de seizoenen. Een uitnodigend woud dat je binnen kunt lopen en waarin je kunt verdwijnen.

Twee roodborstjes bij de ingang en boomwortels van teksten heten je welkom.

Ik liep er in en was meteen verrukt.

Van de kleuren van de garens

die de vier seizoenen vertegenwoordigen.

Van alle verschillende steken op al die blaadjes, en ergens hangen mijn geborduurde blaadjes.

Van de draadjes aan de achterkant van de borduursels.

Van al die verschillende vogels die er vliegen of staan.

Van alles eigenlijk.

In een woord: Prachtig!

Regine Hilhorst schreef er een passend gedicht bij.

Het kunstwerk gaat nog geëxposeerd worden op verschillende plekken in Nederland. Ga er heen als je in de buurt bent. Op de internetsite van 100.000 bomen is de informatie te vinden.

Aan het einde van de tour zullen er in de zoom zaadjes van planten en bomen verwerkt worden. Dan gaat het geborduurde bos tentoongesteld worden in de tuin van museum Belvédère in Heerenveen. In de loop van de tijd zal het doek vergaan, gaan de zaden ontkiemen en zal er een echt bos ontstaan.

Natuurlijk kocht ik de publicatie en een zakje met boomzaden.

Sara Vrugt, volg haar op Facebook en Instagram. Komende zomer gaat ze samen met Leidenaars het project ‘Van Kade tot Zelfkant’ uitvoeren. Een oude traditionele Leidse stof wordt daarvoor weer geproduceerd. Lees haar website waarop nog meer prachtige projecten staan.

22. Werken in het textieldepot

Ondertussen ben ik weer twee weken terug in Amsterdam na een heerlijke vakantie in Frankrijk.Veel meegemaakt en veel gezien, ook op textielgebied. Daar ga ik de komende weken over schrijven. Er is nu weinig tijd voor omdat ik de afgelopen tijd veel dagen gewerkt heb in het textieldepot van het Amsterdam Museum. Over twee weken gaat de tentoonstelling ‘Maison Amsterdam’ in de Nieuwe Kerk open en daarvoor moest en moet veel gebeuren.

Garen in allerlei kleuren

Dat er bij het maken van een modetentoonstelling heel wat werk komt kijken, was me bekend, maar dat het zo’n enorme klus is, heeft me toch verbaasd.

Nu nog een ‘sleeping beauty’

Kleding moet op poppen of torso’s worden gezet. Nu past een jurk uit de 18de eeuw niet direct op een torso uit de 21ste. Vrouwen droegen toen een korset en zo’n keurslijf gaf een heel ander silhouet. Taille en boezem kregen er een specifiek accent door. Omdat vrouwen uit die tijd dus een ander figuur hadden dan vrouwen van nu zijn er aanpassingen nodig op de pop of de torso. Zo moet de torso op sommige plaatsen worden opgevuld en op andere plaatsen moet juist wat worden afgesneden. Bovendien lieten rijke dames hun kleding op maat maken; ze waren vaak kleiner, hun middel was dunner, hun hals soms smaller. Aan een jurk kun je soms ook zien dat de draagster een wat meer dan gemiddelde derrière had. (Kleding die in musea wordt bewaard, komt vooral uit de garderobekasten van de rijken. Zij konden het zich veroorloven om dure en duurzame stof te kopen.)

Detail Robe à la française, zijde 18de eeuw

Het opvullen gebeurt met laagjes fiberfill die op een katoenen hoes van de torso worden genaaid. Als alles klopt, gaat er een zijden hoes overheen die met overhandse steken op de torso wordt genaaid.

Steek voor steek

Ik leerde wat een ‘monoboezem’ is (de borsten vormen één rond geheel) en paste dat toe bij een jurk uit de 19de eeuw.

Gemouleerde onderrok

Vaak is er ook nog een onderrok nodig of meerdere om het juiste silhouet te krijgen en moeten er armen aan de torso worden genaaid om de mouwen mooi uit te laten komen.

Armpjes van opgevulde nylonkousen

Dan pas gaat de jurk eroverheen en ben je anderhalve dag verder.

Detail tweedelige japon circa 1910 gemaakt door de Firma Volk, Amsterdam

De tentoonstelling in de Nieuwe Kerk duurt zes maanden. Ook daarmee moet rekening worden gehouden bij de opstelling. Sommige kledingstukken zijn bijvoorbeeld zo zwaar dat ze niet zo’n lange tijd op een model mogen worden getoond, maar moeten worden gewisseld.

100% scheerwol jersey voor een jurk uit de zestiger jaren

Ik geniet erg van mijn werk, leer veel en heb ’s avonds heel wat te vertellen en te laten zien. Het gebeurt niet elke dag dat ik een hals van een blauwe jurk van Pierre Cardin vastnaai en dat ik erachter kom dat de cirkel erop een buigzaam slangetje is.

Kleurig bewaarde restanten in een rok

Toen ik een Nationale Feestrok uit 1946 op een torso zette, kreeg ik het gevoel dat ik een zeer persoonlijke oorlogsgeschiedenis van een vrouw in mijn handen had.

Jurk uit de goedkopere lijn van Frank Govers voor Modehuis Beatrijs

Dat Frank Govers ook andere kleding heeft gemaakt dan de opzichtige glitterjurken waarmee hij bekend is geworden, blijkt uit de bloemenjurk van eenvoudig katoen.

Nog steeds een goed label

De stof van het groene, wollen pak van Dick Holthaus is zwaar en zal voor de draagster heel warm zijn geweest.

Bij de outfit van Mac & Maggie zaten twee glimmende ceintuurtjes. Even waande ik me in Studio 54 in New York en zag ik haar dansen op discomuziek.

Verkocht bij Metz waar ook Liberty London verkocht werd

Ik stelde me voor dat de strohoed uit de jaren twintig werd gedragen door een lady op een tea party in de tuin van een grachtenpand in Amsterdam waar een paar eeuwen daarvoor een man liep in een bruin zijden pak.

18de eeuwse Frak (jas)

Kleding vertelt verhalen.

De firma C.A. Volk produceerde ook jurken

Door er zo dichtbij te komen, een robe voorzichtig vast te houden, de binnenkant van een mantel te bekijken, te zien hoe plooien en zomen lopen, labels te lezen, sporen te zien van verstelwerk, de achterkant van borduurwerk te inspecteren, groeit mijn kennis over kleding en historie enorm.

Detail lijfje driedelige japon gemaakt door Hirsch & Cie

Die informatie gebruik ik zeker bij de rondleidingen die ik het komend half jaar ga geven.

Volgende week wordt alles vervoerd naar de Nieuwe Kerk en gaat het inrichten beginnen. Nu staan er grijze blokken in het depot met daaronder spectaculaire jurken en pakken. Nog even wachten en dan zijn ze in volle glorie te zien.

Welkom!

20. Voices of Fashion in het Centraal Museum

Laat ik maar direct met de deur in huis vallen. De modetentoonstelling ‘Voices of Fashion’ in het Centraal Museum in Utrecht is fantastisch. Als je van mode en textiel houdt, moet je hem absoluut zien.

Modeconservator Ninke Bloemberg, co-curator Janice Deul en projectcurator Anne-Karlijn van Kesteren hebben een tentoonstelling neergezet die niet op een beter moment gemaakt had kunnen worden in een tijd waar begrippen als kolonialisme, racisme, discriminatie en onderdrukking hoog op de agenda staan. Het prachtige tentoonstellingsontwerp is gemaakt door Afaina de Jong, dochter van Carlien de Jong-Macnack die in het verleden voor het vrouwenblad Viva als donker model en styliste werkte en van wie ook foto’s in de tentoonstelling zijn opgenomen.

Coverfoto: AiRich, Styling: Faouziat Biera Faous, Haar: Yara Forster, Make-up: Magdalena Kielb. Een uitgave van uitgeverij Waanders
Coverfoto: AiRich, Styling: Faouziat Biera Faous, Haar: Yara Forster, Make-up: Magdalena Kielb. Een uitgave van uitgeverij Waanders.

In het mooi uitgevoerde boek dat bij de expositie is uitgegeven, staan ijzersterke foto’s en informatieve achtergrondartikelen. Ik hoop dat dit artikel je verleidt om de tentoonstelling te gaan bekijken.

Links een jurk van Diane Patience Echitey. Rechts Asap le Togoricain.
Links een jurk van Diane Patience Echitey. Rechts Asap le Togoricain.

Wat weet ik zelf eigenlijk van zwarte modeontwerpers? Ken ik een aantal namen?

In 1998 zag ik de modetentoonstelling ‘The art of African Fashion’ in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Dat is de expositie die ook beroemd werd omdat prins Claus bij zijn openingsspeech zijn stropdas van zich af wierp en vanaf dat moment nooit meer een stropdas droeg.  De catalogus staat in mijn boekenkast en kwam er voor deze gelegenheid weer uit om de inhoud nog eens te bekijken. Er staan goede artikelen in over Afrikaans textiel, haar en henna en het werk van een tiental Afrikaanse modeontwerpers komt aan bod.

Een groep Senegalese vrouwen in 'pagnes' geverfd met indigo. Als liefhebber van indigo vind ik dit een schitterende foto
Een groep Senegalese vrouwen in ‘pagnes’ geverfd met indigo. Als liefhebber van indigo vind ik dit een schitterende foto.

Ook zag ik in 2017 de tentoonstelling ‘Fashion Cities Africa’ in het Tropenmuseum. Ik weet nog dat ik er van onder de indruk was. Prachtige kleurrijke kleding van ontwerpers van wie ik nog nooit had gehoord. Zoals aantrekkelijke, eenvoudige jurken van Ghitta Laskrouif uit Casablanca, gemaakt van verwassen en door de zon gebleekte oude herenoverhemden. De schoonheid en originaliteit raakten me; ik heb er toen nog een blog over geschreven.

Maar goed, namen die ik weet: Xuly Bet, Ozwald Boateng, Patta, Marga Weimans en kom, hoe heet die zwarte ontwerper ook al weer uit Amerika? Ik kan er niet opkomen. Ik bedoelde Dapper Dan, dat weet ik nu omdat hij in de Utrechtse tentoonstelling is opgenomen. Dat zwarte ontwerperscollectief dat in de tentoonstelling Fashion Statements in het Amsterdam Museum me opviel met hun zwarte collectie? Art comes First! Maar dat moest ik wel even opzoeken in de catalogus.

Nu kan ik natuurlijk schrijven dat ik slecht in namen ben, maar als je me vraagt naar Europese en Amerikaanse ontwerpers krijg je zo een lange rij. Er mist dus wat.

Hoe komt dat? Wat je niet ziet, leer je niet kennen – zo simpel is het. Als je geen namen ziet van zwarte modeontwerpers in modereportages leer je hen ook niet kennen en waarderen. Die beperktheid in kijken zit overigens niet alleen in mode. Een aantal jaren geleden zag ik in het Iraanse paviljoen op de Biënnale in Venetië een video van een voor mij totaal onbekende Afghaanse kunstenares Lida Abdul die een kapot gebombardeerde fabriek wit schilderde.

Lida Abdul, still uit de video White House (2005), MOMA, New York
Lida Abdul, still uit de video White House (2005), MOMA, New York

Nooit gedacht dat dit soort kunst in dat land werd gemaakt. Een eye-opener was het. Nieuwsgierigheid blijft toch altijd een belangrijke gave om jezelf te verrijken.

Toen ik in de tachtiger jaren voor modeontwerper studeerde op de kunstacademie in Arnhem was er alleen aandacht voor westerse modeontwerpers. Ik herinner me de ballonrokjes van Christian Lacroix, de rokken voor mannen van Jean Paul Gaultier, de glitter van Gianni Versace en de rustige mode van Giorgio Armani. Ontwerpen van zwarte modeontwerpers waren niet in beeld. Wel waren er zo af en toe zwarte modellen zoals Naomi Campbell in de Engelse Elle, de geweldige Pat Cleveland in de Avenue en Iman Abdulmajid op de voorkant van de Vogue.

Ik denk dat er in het huidige modeonderwijs niet veel is veranderd qua opvattingen over ongelijkheid. Heel veel opleidingen zijn nog steeds erg ‘wit’ georiënteerd. Wel weet ik dat er bij het AMFI (Amsterdam Fashion Instituut) op dit moment onderzoek plaatsvindt na een grote klachtenstroom van studenten en ex-studenten die met racisme, uitsluiting en discriminatie werden geconfronteerd. Ook uit de echte modewereld komt eenzelfde soort beschuldigingen naar buiten. Het is absoluut noodzakelijk dat dit aan de kaak wordt gesteld en er een verandering komt.

Die onbekendheid heeft ook te maken met het gegeven dat zwarte ontwerpers in vergelijk met witte ontwerpers minder kansen krijgen om zichtbaar te worden. Modetijdschriften plaatsen eerder een foto van een jurk van Dior dan van Sunny Dolat, Lesiba Mabitsela of van het label Hanifa. Bekende namen en merken krijgen altijd meer ruimte en kans. De westerse modewereld is vooral een witte aangelegenheid; gelukkig is er een kentering te zien. Steeds vaker zie je een zwart model op de covers van modetijdschriften en in modereportages. Langzaam komt er wat meer zichtbaarheid en daardoor meer invloed op die te witte modewereld.

‘Diversiteit zou de norm moeten zijn. Wij zijn geen trend.’ Dat is een uitspraak van Naomi Campbell tijdens de uitreiking van de Black Girl Magic Award in 2020.

Ontwerp: Farida Sedoc (2020)

Hoe treurig ook dat de dood van een zwarte man de aanleiding was, maar ‘Black Lives Matter’ heeft een sterke aanzet gegeven voor die noodzakelijke verandering die nu doorgezet moet worden.

Bisa Butler, Frederic Douglas (2020)
Bisa Butler, Frederic Douglas (2020)

De woorden die de Amerikaanse zwarte politicus Frederic Douglas op Independence Day op 4 juli 1826 uitsprak tegen slavernij zijn nog steeds actueel.

‘For it is not light that is needed, but fire; it is not the gentle shower, but thunder. We need the storm, the whirlwind, and the earthquake’.

Toen ik die tekst voor het eerst las een paar maanden geleden begreep ik waarom het belangrijk en noodzakelijk is om je kwaad te maken over de ongelijkheid tussen zwart en wit. Om goed naar die woede te luisteren en erachter te gaan staan. Ideaal zou zijn dat we geen verschil meer maken tussen zwart en wit, maar daar is een proces voor nodig. Deze tentoonstelling geeft daarvoor een betekenisvolle aanzet. Het is niet dezelfde actie, maar de strijd voor gelijke rechten voor LHBTIQ personen is vergelijkbaar. Ook hier was en is woede nodig om verandering in en door te zetten.

Couture, diverse ontwerpers
Couture, diverse ontwerpers

Bij binnenkomst bij de tentoonstelling in het Centraal Museum Utrecht werd ik boven aan de trap overweldigd toen ik de eerste ruimte in keek. Tegen een zwart-witte wand in traditioneel Afrikaans motief staan veel poppen gekleed in de meest schitterende kleding. Een rijk beeld vol kleur en vorm.

Links, David Paulus (1986) Ensemble uit de Popart Fetisj collectie (2019). Rechts, Patrick Kelly (1954 - 1990) Jurk F/W 1989/90
Links: David Paulus (1986) Ensemble uit de Popart Fetisj collectie (2019). Rechts: Patrick Kelly (1954 – 1990) Jurk F/W 1989/90.
Links: Ahluwala, Midden: Christopher John Rogers en Rechts: Ozwald Boateng.
Links: Ahluwala, Midden: Christopher John Rogers en Rechts: Ozwald Boateng.

Couture in optima forma door een groot aantal ontwerpers van wie ik, eerlijk gezegd, nog nooit had gehoord. Niet zo gek want slechts 1% van de ontwerpers die zich internationaal presenteren tijdens de modeweken in Parijs, Londen, Milaan en New York zijn zwart. Wat weten we eigenlijk van de modeweken in Afrika zelf? Komt die informatie wel naar hier via modetijdschriften, social media en websites?

Botter, collectie Fish or Fight S/S 2018
Botter, collectie Fish or Fight S/S 2018

Om nog even terug te komen op mijn kritiek in mijn vorige artikel over de borduurtentoonstelling in Leeuwarden. Het ‘HELL ‘ borduursel van Botter is een voorbeeld van borduren als vorm van verzet.

Zaal twee laat de grote invloed van hiphopmuziek zien in casual kleding die veel mensen graag dragen. Bijna iedereen heeft wel een sweater of een hoodie in de kast hangen en wat te denken van sneakers die je veelvuldig in het straatbeeld ziet en die ook bij mij in de kast staan.

Kleding uit verschillende collecties van het merk Cross Colours (1990 - 2020).
Kleding uit verschillende collecties van het merk Cross Colours (1990-2020)

Hiphop ontstond in de jaren zeventig als protest van Afro-Amerikaanse en Latino jongeren uit achtergestelde wijken zoals The Bronkx in New York. Verzet tegen racisme en onderdrukking waren in hun ritmische teksten te horen.

Het eenvoudige t-shirt is bij uitstek een kledingstuk waarmee je duidelijk kunt maken waar je staat of waar je een mening over hebt. Een grote serie hiervan is te zien in de tentoonstelling.

Als docent raakte het t-shirt van het merk ‘Cross Colours’ waarop een tekst stond over de belangrijkheid van educatie. Goed onderwijs kan ervoor zorgen dat je je dromen waar kunt maken.

Naast die verschillende soorten kleurige streetwear uit verschillende periodes staat er onder andere ook een lange tricot jurk met een graffiti dessin en een sportjack met een lange witte tule rok van het merk Off-White van ontwerper Virgil Abloh uit de herfst/winter collectie 2020.

Dapper Dan X Gucci 2018
Dapper Dan X Gucci 2018

Te zien is ook een serie ontwerpen van Dapper Dan die hij in samenwerking met Gucci maakte nadat het Italiaanse merk in 2017 zich Dapper Dan’s beroemde jas met enorme pofmouwen toe-eigende. Na protest vanuit de hiphop-gemeenschap besloten de twee partijen samen een collectie te maken en zich in te zetten voor een meer inclusieve modewereld.

Daarna volgt een zaal met veel informatie over zwarte modellen door de jaren heen, zoals Grace Jones, Angela Davis, Alek Wek, Amanda Gorman en de Nederlandse Shirley Ellis die de muze van Frank Govers was in de jaren tachtig.

Naomi Sims, LIFE magazine, october 1969
Naomi Sims, LIFE magazine, october 1969

In een vitrine liggen modetijdschriften met iconische covers van zwarte modellen door de jaren heen.

Mattel, Christie & Barbies (1968-2020)
Mattel, Christie & Barbies (1968-2020)

Een grote verzameling barbie’s in een andere vitrine laat zien dat het begrip diversiteit ook bij deze pop aanwezig is.

Een schokkend klein, maar voor mij een heel rakend onderdeel gaat over het Witte Goud: Katoen. Hoe gewoon vinden we het dat we een wit katoenen t-shirt in de kast hebben liggen? Dat aan katoen de begrippen uitbuiting, kolonialisme en racisme hangen, willen we liever niet weten.

In het zaalboekje staat hier het volgende over.

‘Katoen vormt de sleutel tot het begrijpen van de koloniale geschiedenis. Textiel speelde een cruciale rol in de menselijke uitbuiting. In de handelsboeken van de Middelburgse Commercie Compagnie is te lezen hoeveel stof een slaafgemaakte Afrikaanse man of vrouw ‘waard’ was. De blauwe ruitstof die vaak als voering in kleding uit de 17de en 18de eeuw werd gezet zou zo maar handelswaar hebben kunnen zijn om slaven te kopen. Een gruwelijk gedachte waarna meer onderzoek zal worden gedaan.’

Rok 1790 - 1800
Rok 1790 – 1800

Zelfs nu moet je helaas onder ogen zien dat veel kleding het product is van uitbuiting. Denk aan de slechte kledingateliers in landen als Bangladesh. Daar maken textielarbeiders lange dagen voor een hongerloon. De handel die er tussen zit, gaat er met de winst vandoor. Dat wij dat laten gebeuren en op de markt t-shirts voor 5 euro kopen, vind ik gruwelijk.

Yinka Shonibare, The Pursuit (2007)
Yinka Shonibare, The Pursuit (2007)

Dan is er nog een deel over identiteit en stereotypering waar onder andere het kunstwerk The Pursuit uit 2007 van de door mij bewonderde kunstenaar Yinka Shonibare staat. Twee etalagepoppen gekleed in Dutch Wax stoffen, ‘Afrikaanse stoffen’ die in Helmond bij Vlisco worden gemaakt. Hoe Afrikaans zijn die? Dat kun je je afvragen als je naar de trailer van de documentaire van Aiwan Obinyan kijkt met de titel ‘Waxprint: 1 fabric, 4 continents, 200 years of history’.

Er is nog veel meer te zien: over sneakers, de kunst van Darwin Winklaar en over Nederlandse modellen.

Gisteravond bekeek ik, daartoe aangezet door de catalogus, op Youtube de film die gemaakt is over de beroemde modeshow ‘The Battle at Versailles’ van Franse en Amerikaanse modeontwerpers. Die historische modeshow werd op 28 november 1973 in het Paleis van Versailles gehouden om geld in te zamelen voor de restauratie. Voor het eerst waren er veel zwarte modellen zoals Bethann Hardison, Alva Chinn, Charlene Dash en Billie Blair op de catwalk die kleding van Amerikaanse ontwerpers als Bill Blass, Anne Klein en Tim Burrow showden.

Wat ik geweldig vind aan deze tentoonstelling is dat het geen drammerig gebeuren is maar een feest om te ondergaan. Het is een viering van black expertise, vakmanschap, talent, schoonheid en culturen, zegt Janice Deul, mode-activist en co-curator van de expositie. Dat belangwekkende thema’s als racisme, slavernij en discriminatie een zwaarwegende plek hebben binnen het geheel van de opstelling is niet meer dan logisch; het geeft de tentoonstelling een lading om over na te denken.

Kenneth Ize, Jas F/W 2019/2020
Kenneth Ize, Jas F/W 2019/2020

Ik hoop dat de tentoonstelling druk bezocht gaat worden door mode- en textielliefhebbers, modestudenten, docenten, historici en iedereen die zich wil verdiepen in de wereld van zwarte modeontwerpers. Je krijgt er energie van. En inzicht. Voeding voor je verlangen naar schoonheid. Ga erheen als je kunt.

18. Monogrammen, linnen lakens en een letterlap

Kringloopwinkels, ik ben er dol op. Vooral de Emmaüs-vestigingen in Frankrijk zijn favoriet tijdens onze vakanties. Zodra ik een huis heb geboekt, kijk ik waar de eerste de beste Emmaüs in de omgeving is en wat de openingstijden zijn. Voor de komende zomervakantie maak ik nu al een lijst.

Het lichtblauwe servies dat niet meeging. Zou het er nog staan komende zomer?

Alle Emmaüs-vestigingen zijn anders. Soms  ongeorganiseerd en rommelig, soms heel helder ingericht. De kringloopwinkel in Vierzon bijvoorbeeld is perfect voor oude serviezen. De winkel ziet er zeer gestileerd uit; de vrouw die op de servies- en meubelafdeling werkt, vertelde dat ze veel plezier beleeft aan het inrichten. Ze vult oude kasten met prachtige serviezen, ze dekt tafels rijkelijk met schalen vol bonte dessins. Op speciale planken zet ze handgedraaide kommen uit de jaren zeventig, in een keukenkast stapelt ze witte puddingvormen op. Vorig jaar werd ik verliefd op een lichtblauw servies waarbij ze een klein, pastelkleurig schilderij had gezet van een vaas met bloemen. Het servies ging helaas niet mee. De auto raakte al vol en we moesten nog verder in onze Tour de France. We zouden nog meer kringloopwinkels bezoeken en wie weet vonden we daar ook nog schatten die mee naar huis moesten.

Links een kleine dameszakdoek, rechts een grote linnen herenzakdoek

Meer nog dan naar serviezen ben ik op zoek naar damasten tafellakens, servetten, zakdoeken en linnen lakens, het liefst met geborduurde monogrammen. Wonderlijk die geborduurde letters waarvan je nooit te weten zal komen welke namen erachter zitten. Bij de opvoeding van jonge meisjes in de 18de eeuw was monogrammen leren borduren belangrijk. Vanaf de puberteit werkte je aan je aan de ‘linnenuitzet’ die je meenam als je ging trouwen: een houten kist vol linnen lakens, tafelkleden en zakdoeken om trots op te zijn. In de 19de eeuw kwamen er nog servetten, theedoeken en schorten bij en dan was de bruidsschat compleet. Een rijk gevulde kist met textiel voor jaren huwelijk.

Witte damasten servetten met moderne monogrammen uit de 2oste eeuw
Witte damasten servetten met klassiek geborduurde monogrammen vol krullen

Wie borduurde dat alles zo precies? Alle letters perfect hetzelfde op het tafellaken en de twaalf servetten. Werkte elke vrouw zelf aan haar eigen uitzet of werd het gedaan door een borduurster die er haar beroep van had gemaakt? Adellijke families namen vaak een borduurster in dienst die het linnen voorzag van prachtige monogrammen. Dat ze daarvoor niet rijk betaald werd, moge duidelijk zijn. Borduren en uitbuiting, het zou een mooi onderzoek zijn naar de sociale status van deze borduurvrouwen.

Damasten handdoeken met monogrammen in verschillende borduurtechnieken
Een bijzondere borduurtechniek die op doorweven lijkt
Kruissteek borduursel

De monogrammen hadden ook nog een andere functie. Bij het wassen van al dat linnen in wasserijen kon je het linnen bij elkaar houden en werd er nooit een vergissing gemaakt bij het terugbrengen naar de families. Heel praktisch dus.

Damasten servetten met in rood geborduurde monogrammen

Ik vraag me vaak af bij welke vrouw (of man), bij welke familie het textiel al die jaren in de linnenkast heeft gelegen. Misschien nooit gebruikt of alleen op hoogtijdagen, en na gebruik zorgvuldig gewassen, gestreken en opgeruimd. Om uiteindelijk in de kringloopwinkel te belanden waar een man uit Amsterdam het koopt en die het nu in zijn kast heeft liggen. Was er niemand in de familie die het wou hebben bij het opruimen na het overlijden? Als aandenken aan die oma of moeder die er zo zuinig op was? Onbegrijpelijk, maar misschien heeft niet iedereen een liefde voor textiel zoals ik. Het is de geschiedenis die nooit bekend zal worden die me zo raakt. Dat heeft iets treurigs, ook omdat alles met zoveel aandacht is gemaakt. Aan de andere kant kan ik zeggen dat ik erg geniet van mijn aanwinsten en er zorgvuldig mee omga. Wat is er heerlijker dan met vrienden aan een mooi gedekte tafel te eten? Dan bedank ik stilletjes degene die dit prachtigs heeft gemaakt.

Vrolijk geruit tafellaken met in het midden een monogram

Al die monogrammen kunnen enorm verschillen. Soms wit op wit borduursel, vaak rood in verschillende tinten. Andere kleuren ben ik in Frankrijk nog niet tegengekomen op witte tafellakens, servetten en theedoeken. Wel kocht ik vorig jaar een stel vrolijk gekleurde geruite tafellakens waarop in kleur monogrammen waren geborduurd die passen bij de kleurstelling.

Zacht linnen laken met een rand van open naaiwerk en de letters ML (Marcel en Louise?)
Grof geweven linnen laken in banen aan elkaar gestikt. Zouden de letters van Ferdinand en Jacques kunnen zijn of van Fabienne en Jeannette?

De linnen lakens die ik verzamel, hebben randen met borduursels, monogrammen en open naaiwerk. Ze zijn lang; de bovenkant werd omgeslagen en zo werd de trots van de vrouw (en misschien ook van de man?) zichtbaar. De lakens die ik heb, verschillen in kwaliteit, van heel fijn linnen tot wat grover, maar allemaal zijn ze versierd met meesterlijke monogrammen. Ook de lakens zijn gemaakt voor de uitzet, zodat je tijdens de huwelijksnacht en vele nachten daarna onder prachtige lakens lag.

Linnen laken, waarschijnlijk nooit gebruikt. Ooit hoop ik een laken te vinden met de letters J J zodat we het gevoel zouden krijgen dat die speciaal voor ons geborduurd zijn.

Wij slapen er elke zomer onder en ik moet zeggen dat liggen onder een fraai linnen laken heel rijk voelt. Maar net als bij het tafellinnen weet ik ook evenmin wie het heeft geborduurd.

Wat ik wel weet, is dat er tijdschriften waren vol patronen met monogrammen, speciaal ontworpen om een piekfijne uitzet te maken. Ik kocht en kreeg er een aantal.

Borduurkranten uit Lyon. Links uit 1962, rechts uit 1951

Hele alfabetten staan erin. Met kleermakers-carbonpapier (ook wel kalkeer-papier) werden de letters op de stof overgenomen. Dan kon het borduren beginnen; er werd met verschillende steken gewerkt. De bladen hebben schitterende Franse namen zoals ‘Le Journal des Brodeuses – journal professionnel de broderie’ en ‘La Broderie Lyonnaise  – Journal de Broderies pour Trousseaux’. Deze twee  tijdschriften komen uit Lyon, de stad die belangrijk was voor beroeps-borduursters en waar veel borduur-ateliers waren.

Uit La Broderie Lyonnaise, 1 April 1951, 53ste jaargang nummer 1070

Naast letters staan er ook andere borduurtekeningen in: bloemen, vogels, jachttaferelen en zelfs een Mickey Mouse, voor op kleedjes, servetten en kleding.

Jachttaferelen om te borduren voor keukentextiel. Ongeschikt voor vegetariërs.
La Broderie Lyonnaise, 1 augustus 1956
Mickey Mouse voor op een servet. La Broderie Lyonnaise, 1 december 1959

‘LaBroderie Lyonnaise’, eigenlijk meer een krant, kwam voor het eerst maandelijks uit in 1898; in 1967 kreeg het een gekleurd omslag. Hoe lang het daarna nog bestaan heeft, is niet duidelijk. Ik vermoed dat monogrammen borduren niet veel meer werd gedaan in die tijd. Het huwelijk kwam in een ander daglicht te staan en vrouwenemancipatie werd belangrijk. Borduren hoorde daar niet bij, laat staan een uitzet maken.

Slaap lekker. La Broderie Lyonnaise, 1 oktober 1962

‘Le Journal des Brodeuses’ kwam voor het eerst uit in 1915 en stopte in 1973. Vanaf 2018 kwam het weer uit als een kwartaaltijdschrift. Of het nu nog bestaat, heb ik niet kunnen achterhalen op hun Facebookpagina.

Patroon voor op een kinderlaken. Le Journal des Brodeuses, 1 februari 1962

Hoeveel vrouwen hebben patronen uit de borduurkranten geborduurd? Hoeveel plezier hebben ze eraan gehad om het nieuwe nummer te bekijken? Om patronen te kiezen voor een tafellaken speciaal voor Kerst of Pasen? Om trots te zijn op de geborduurde lakens waar ze met hun geliefde onder lagen? Herinneringen vol liefde – en misschien ook met ergernis als het niet lukte om de letters identiek geborduurd te krijgen.

Elf servetten met de letters CM. Een servet is duidelijk witter geworden door de was.

Vorig jaar vond ik een serie van elf kleine servetten (zouden het er twaalf geweest zijn?) waarop de letters CM waren geborduurd in gevarieerde kleuren en met een geborduurde rand rondom. Hoe oud ze zijn, weet ik niet. Ik schat zo jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw. De letters zijn redelijk hetzelfde, maar de randen hebben grote verschillen.

Grote verschillen in de lengte van de steken. Toch is het een mooi geheel.

Van smal tot breed en van gelijk tot uiteenlopend. Hoe is dat zo gegaan? Ik stel me voor dat het eerste borduursel wat onregelmatig was, dat de borduurster geen zin had om het uit te halen en dat haar werk naarmate de serie vorderde er steeds netter uit kwam te zien. Ontroerend vind ik het in ieder geval, ik stel me voor dat Claudine en Michel aan tafel zaten met familie en dat er toch met bewondering naar haar borduurwerk werd gekeken. Misschien was Claudine niet zo’n ster in handwerken en was dit toch het trotse bewijs van haar doorzettingsvermogen. Hele verhalen bedenk ik bij dit soort textiel.

Patroon via https://www.modernfolkembroidery.com/

Ondertussen ben ik klaar met het borduren van mijn letterlap, mijn Danish Schoolhouse Sampler. Of ik ooit aan een geborduurde uitzet begin, is de vraag. Uiteindelijk ben ik al getrouwd en puilt mijn kast vol linnen uit.

17. *DIED* in Ulft

Vorige week donderdagmiddag reed ik naar Ulft in de Achterhoek. Ik had op de Facebookpagina van Diederik Verbakel gelezen dat er een etalagetentoonstelling te zien is met de titel ‘(No) Time to Waste’ over samenwerking van ambacht en kunstenaars. Op Instagram kun je informatie vinden over de tentoonstelling.

Stippen van *DIED*

Ulft is een dorp waarbij je niet direct aan een spetterende textielpresentatie denkt. Op het DRU industriepark staan oude gerenoveerde gebouwen waarin gewoond en gewerkt wordt. Het is een cultureel centrum met verschillende panden met wonderlijke namen als Badkuipenfabriek en Afbramerij. Er zijn optredens en tentoonstellingen, een goed café en restaurant. Het zag er hip en uitnodigend uit. Door corona is het op dit moment allemaal wat rustiger, maar ik kon zien dat het een belangrijke plek is voor de regio en dat er veel gebeurt.

In de etalage van het CIVON exposeren 17 kunstenaars die gekoppeld zijn aan een ambachtsman/vrouw. Dat kan een mooie combinatie zijn, mits het op een moderne manier gebeurt. Eerlijk gezegd vond ik maar twee deelnemers erg goed.

Thea Zweerink
Detail kantkloswerk van Thea Zweerink

Kunstenaar Thea Zweerink maakt inventief traditioneel wit reuzekantkloswerk en combineert dat met draadachtige figuren en hoofden in prachtige wandinstallaties.

Wat echter het meest in het oog springt, is de spetterende en kleurrijke installatie van *DIED*.

Restafval uit het Textielmuseum in Bocholt

Het duo Diederik Verbakel en Marieke Holthuis is gekoppeld aan het Museum Textilwerk in Bocholt. In dat museum worden nog dagelijks de bekende geblokte theedoeken geweven. Het restafval – delen ketting met theedoeken en veel losse draden –  ging mee naar de studio van het tweetal. Daar werden de doeken gezeefdrukt en maakten ze er maskers van. Ook werd er geweven met een grote hoeveelheid afvaldraden.

Weefsel van afvalgarens

Dit alles resulteerde in repen theedoeken vol bedrukte stippen in fluorkleuren, blauwe ogen, groene wangen en rode monden.

Zo ontstonden prachtig gemaakte, driedimensionale maskers van een haas, konijn, beer of wat voor andere dieren dan ook. Alles bij elkaar vrolijk makend en heel goed gepresenteerd.

Omdat ik meer wilde weten over dit tweetal, en omdat ik het boek ‘SO SELFISH’ van Diederik Verbakel wilde hebben, belde ik hen en vroeg of ik langs kon komen. Ik was welkom.

Onderweg passeerde ik de kringloopwinkel van Ulft. Natuurlijk ging ik even naar binnen en onder in een bak met textiel vond ik een prachtig met bloemen geborduurd tafelkleed. ‘Als je weet hoeveel uren dit gekost heeft,‘ zei de eigenaar, ‘dan is het onbetaalbaar.’ Voor twee euro kon ik het kopen.

De Bright White Studio aan de  Landstraat 10 in Aalten is de plek van waaruit Diederik Verbakel en Marieke Holthuis werken. Beiden zijn opgeleid als modeontwerper aan de Kunstacademie in Arnhem. Ze woonden en werkten jaren in Italië. Na een wereldreis hebben ze nu hun ontwerpstudio in Aalten. Het voormalig winkelpand van de vader van Marieke doet dienst als fotostudio, zeefdrukkerij, atelier, winkel en ontvangstruimte. Van hieruit werken ze voor Internationale modebedrijven in landen als Italië, Japan en China. Door corona ligt alles stil; daarom richten ze zich nu op hun eigen label *DIED* waarmee ze elf jaar geleden startten. Lokaal en duurzaam is hun uitgangspunt; woorden als recycling en upcycling passen daarbij.

Toen ik binnenkwam, was Marieke bezig aan een grote, van oude shawls gemaakte vlag die bedrukt was met de signatuurhoofden die Diederik erop had geprint. Met naald en draad werd er handmatig rood garen doorheen genaaid. Het werk zal te zien zijn op een mode-evenement in Arnhem.

Mijn boek lag al klaar en werd ter plekke gesigneerd. Ik had besloten om de luxe versie te kopen waar een kleine zeefdrukprint bij zit met de titel ‘Blow Job’. Mooi om te laten inlijsten en aan de wand in mijn werkkamer te hangen.

Het duo vertelde enthousiast over hun werk en wat ze aan het doen zijn in deze coronatijd. Op de website van *DIED* zijn veel producten te vinden die in Aalten worden gezeefdrukt en gemaakt. Hoodies, sweaters,  T-shirts, tassen, maskers, vlaggen, babykleding, artwork in de vorm van collages en prints, allemaal in het typische handschrift van *DIED*. Hun producten vinden hun weg over de hele wereld; het netwerk van die twee is groot. Een aanvraag voor een serie unieke sweaters voor een winkel in Japan is geen uitzondering. In de ‘winkel die niet echt een winkel is’ waan je je in een kleurenparadijs. Op de website staan ook prachtige foto’s van Italiaanse gerechten die Marieke vrijdags kookt en die zeer geliefd zijn bij haar klanten. Diederik en Marieke zijn beiden actief op Facebook en Instagram. Leuk om te volgen!

Het boek ‘SO SELFISH’ is begonnen vanuit een spontaan idee. Een opgezet plan of een conceptgedachte ging er niet aan vooraf. Het begon in een hotelkamer in Thailand waar veel handdoeken lagen en er licht kwam uit een klein raam in de badkamer.  Als grap wikkelde Diederik een paar handdoeken om zijn hoofd en ineens was daar een Rembrandtesk beeld.

Inspiratie: het papierknipwerk van Matisse

Dat werd het startpunt voor een grote fotoserie waarbij Diederik waanzinnige maskers draagt, exotische hoofdtooien op heeft, zijn gezicht in alle kleuren van de regenboog heeft geschminkt en uit zijn hoofd echte bloemen en bladeren komen.

Inspiratie Kusama Ikebana
Inspiratie Leigh Bowery voor Pride Amsterdam

De bijpassende kleding is natuurlijk ook gemaakt door het duo. Marieke maakte de foto’s voor het boek dat vormgegeven is door Thijs Mertens van Letters en Plaatjes in Arnhem.

Inspiratie Mexico, Frida Kahlo

Het boek staat vol geweldige, vaak heftige foto’s, prachtige tekeningen en schilderingen en verhelderende, informatieve teksten in het Engels. ‘SO SELFISH’ zou je kunnen opvatten als een egodocument wanneer je de titel leest. Ik zie de titel ook als een grap. Het is een samenwerkingsproject waaraan met veel plezier, creativiteit en inventiviteit is gewerkt.

Inspiratie Karel Appel

Verkleden en schminken is iets wat we misschien allemaal zo af en toe zouden willen doen, maar vaak niet meer durven. Diederik doet dat wel en met een totale overgave, in vrijheid en vol aandacht voor het resultaat. 176 pagina’s telt het kloeke boek met een blauw-linnen omslag met grote roodkoper-glimmende letters.

Inspiratie Natuur

Een boek met foto’s geïnspireerd op clowns en de Mexicaanse Frida Kahlo, op natuur en Francis Bacon, op Karel Appel en voor Pride Amsterdam, op Yayoi Kusama en Ikebana.

Omdat ik van ver kwam, kreeg ik er nog een met fluor-roze stippen bedrukte tas bij. Ik deed de belofte dat ik over hen zou schrijven. Bij deze dus.

12. Garen verven met de KleurenKoningin

Loret Karman ken ik sinds een jaar of acht. Ze verft de meest speciale garens in een schitterende caleidoscoop van kleuren. Van het zachtste roze tot het felste blauw, van grasgroen tot goudgeel. Zeg een kleur en ze heeft hem in allerlei variaties gemaakt. Daarom noem ik haar de ongekroonde KleurenKoningin van Nederland. Ik ontmoette haar voor het eerst in het Van Goghmuseum. Daar gaf ze een bijzondere rondleiding over de garens die Vincent van Gogh in zijn verfkist had.

Foto: Van Goghmuseum

Die garens gebruikte hij om te kijken of de combinatie van die kleuren goed zouden werken bij het schilderen. Ik herinner me dat ik langs zijn schilderijen liep met kleurige bolletjes wol om mijn vingers op zoek naar kleuren die overeen kwamen met die garens.

Het was een kijkervaring die me is bijgebleven. Daarna kocht ik het garenpakket ‘Dutch Pallettes’, speciaal door haar geverfd naar aanleiding van het doosje van Van Gogh.

Daar kijk ik tot nu toe met veel plezier naar; ooit ga ik er misschien wat van maken.

Loret geeft vanuit haar bedrijf ‘De Amsterdamse Steek’ workshops en cursussen over garen verven en breitechnieken. Via die site verkoopt ze allerlei gerelateerde producten. Haar garens hebben een gelaagdheid die je nooit tegenkomt bij commercieel geproduceerde garens. Dat heeft te maken met haar jarenlange ervaring in het verven van garens en met haar nieuwsgierigheid en precisie om tot de juiste kleur te komen.

Garens van Loret Karman. Patroon shawl Diagonapples van Anna Maltz.

Ook komt er kleurgevoel aan te pas en inzicht in scheikunde, pigmenten, verhoudingen en het soort garen dat je wilt verven. Zelf is Loret opgeleid door Miep Spée, een grootheid in batik en in verven van garens. Van haar leerde ze het vak heel grondig.

Het standaardwerk over batik geschreven door Miep Sprée

Een paar weken geleden nam ik wat garens van Loret mee voor mijn derdejaarsstudenten. Het leek me goed  dat ze die zouden zien en gebruiken bij hun experimenteel breien. Natuurlijk sprak ik over haar werk; snel werd er geregeld dat ze een dag les in garen verven zou geven. We spraken af een palet van 43 kleuren te maken;  een deel daarvan zou in een stalenboek gaan en het andere deel zouden we gebruiken om experimenteel mee te borduren.

Al die tinten!

Ter voorbereiding haalde ik veel verschillende garens bij Loret op. Strengen merino met zijde, sokkenwol met wat nylon, wol met een glitterdraadje, alpaca, handgesponnen wol uit Estland en nog meer zachte schoonheid. Elf verschillende luxe soorten van heel dun tot dik. Van die garens maakten we samen kleine strengen. Een deel van die strengen werden 43 bundels waar alle elf soorten garens inzaten. De rest van het garen werd gebundeld tot strengen voor een vervolgexperiment.

Strengen van verschillende soorten garens

Afgelopen dinsdag kwam Loret naar school met een grote koffer, gevuld met prachtige voorbeelden van garens en producten. Zo waren er spectaculaire verfexperimenten toegepast in breiwerk en had ze garens geverfd voor een variatie op het traditionele ‘Volendammer dasje’ in de wintercollectie 2017/2018 ‘Zwart’ van de Belgische modeontwerper Walter Van Beirendonck.

Links het originele Volendammer dasje en rechts de variatie gemaakt
met garens van Loret Karman

Ze vertelde een helder verhaal over de geschiedenis van handververijen in Nederland door de eeuwen heen. In het verleden blonk Nederland uit door het groot aantal ververijen die hoge kwaliteit leverden. Ze waren beroemd in de hele wereld en er werd gevochten om de recepten. De grondstoffen die nodig waren om te verven werden weggehaald uit de koloniën. Dat was geen schone handel maar uitbuiting van de plaatselijke bevolking. Het woord kolonialisme is hier op zijn plaats. In de loop van de eeuwen verdween het ambachtelijke verven uit Nederland, aan handel was meer te verdienen dan aan productie.

Zes basiskleuren waar 43 kleuren gemaakt zouden worden

Loret gaf een heldere technische uitleg over het verven van garens. Termen als ‘verzadiging’,  ‘zure verf’ en ‘eiwitrijke garens’ werden verklaard.  Zes verschillende kleurpigmenten kwamen op tafel met mooie namen als Brilliant Yellow, Blood Red en Extreme Blue. Ze vertelde over het recept om al die verschillende kleuren te maken. Niet moeilijk en voor iedereen te begrijpen, als je er maar met je hoofd bij bleef. Het uitgangspunt van deze dag was dat we samen voor elkaar zouden verven en dat alle garens later door iedereen gebruikt mogen worden.

Toen was het tijd om het grote verfavontuur te beginnen. 43 bakjes stonden klaar en met injectiespuitjes werden de eerste verfbaden gemaakt.

Het verfproces in vier stappen

Het voordeel van verven met deze ‘zure verf’ is dat alle verfstoffen in het garen worden opgenomen en dat je uiteindelijk een bakje met schoon water overhoudt. Hoewel het een chemische verfstof is, gaat er na afloop niets vervuilends door de gootsteen.

Kleur na kleur

Door zes beginkleuren te gebruiken en te mengen ontstonden 43 verschillende tinten.

Twee kleuren mengen om een nieuwe kleur te krijgen

Er werd hard gewerkt, met veel plezier en vanuit grote nieuwsgierigheid. Steeds weer de verrukking als de ongeverfde streng in het verfbad ging en er als prachtig gekleurd garen uitkwam.

Geel in verschillende nuances

Mooi om te zien was dat elk soort garen de kleuren op een andere manier opnam. Hetzelfde verfbad geeft het ene garen een felle kleur en het andere een zachtere tint.

Een deel van de geverfde strengen hangt te drogen

Na de lunchpauze hingen alle bundels van verschillende garens te drogen aan de lijn, feest van kleuren.

Een streng in twee verfbaden

De middag werd gebruikt om te experimenteren met de overige ongeverfde garens. Daarover waren in de ochtend al vragen gesteld, maar je kan pas experimenteren als je het proces van verven helemaal doorlopen en begrepen hebt. Wat gebeurt er als je de streng deels in twee verschillende kleurenbaden legt? Wat als je in de streng een knoop maakt en die er na het verven weer uithaalt? Hoe bereik je kleurverloop in je garen?

Glittergaren in verschillende tinten

Vol enthousiasme werd er van alles uitgeprobeerd met bijzondere kleurgarens als resultaat.

Gradient, van licht naar donker

Tegen kwart over drie was het tijd om de garenbundels uit elkaar te halen, te verdelen en afspraken te maken hoe we er verder mee gaan. Om half vijf ging iedereen opgetogen met een tas vol kleur naar huis.

43 strengen in 43 kleuren

Na de les vertelde Loret mij dat ze nog nooit zo’n hardwerkende klas had meegemaakt. Volgens mij is het een combinatie van een enthousiasmerende docente en leergierige studenten die niet bang zijn om aan de slag te gaan.

Kleurenfeest in mijn werkkamer

Bij mij thuis hangt nu de serie van 43 kleuren in handgesponnen wol uit Estland. Van elke streng haal ik een halve meter af voor mijn stalenboek; de rest gaat volgende week dinsdag mee naar Boxtel waar we een borduuravontuur gaan beginnen met al die prachtige garens in de hoofdrol.

Mocht je zelf zo’n verfdag mee willen maken kijk dan op de site van ‘De Amsterdamse Steek’.

11. Nooit genoeg boeken

Hier in huis zijn kasten vol boeken. Logisch als je met een man getrouwd bent die onder andere een grote verzameling poëzie heeft, die in een speciale kamer is ondergebracht. In mijn werkkamer staan en liggen veel boeken over textiel en mode. Toen ik vier jaar geleden verhuisde naar Amsterdam, gingen  veel boeken over deze twee onderwerpen niet mee. Ik maakte een zware selectie en gaf en verkocht veel boeken over breien aan liefhebbers.

Ik ben en blijf natuurlijk een boekenfanaat, zeker als het om boeken gaat over textiel: catalogi van textiel- en modetentoonstellingen, naslagwerken over kleur en materiaal, boeken over kimono’s en klederdracht uit Litouwen en Slowakije, praktische boeken over sashiko en sokken breien en nog veel meer. Ik gebruik ze voor mijn lessen, en voor mijn eigen ontwikkeling, kennis en bovenal plezier.

De afgelopen weken is er weer een aardige boekenstapel het huis binnengebracht. Boeken over de kunst van het borduren en Toile de Jouy. Een catalogus van de expositie ‘Queer Threads, Crafting, Identy en Community’, die in 2014 te zien was in het Leslie Lohman Museum of Gay and Lesbian Art in New York. Catalogi van de tentoonstellingen ‘Haute Bordure’ en ‘Voices of Fashion’, de eerste in het Fries Museum in Leeuwarden en de andere in het Centraal Museum in Utrecht. Beide exposities zijn helaas nog niet te zien. Zodra de musea weer opengaan, boek ik tickets, ga erheen, maak foto’s, en ga ik er vast over schrijven. Hoe heerlijk zou het zijn om nu al een kijkje te kunnen nemen. Ik wou dat ik schoonmaker was in die musea, want dan zou ik er nu al van kunnen genieten! Ook al in huis is het boek bij de tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum. Ben ik razend benieuwd naar.

En dan is er nog het schitterende fotoboek ‘Big Heart, Strong Hands’ van de Noorse fotografe Anne Helene Gjelstad over het leven van vrouwen op de eilanden Kihnu en Manija in Estland. Met Anne Helene heb ik via mail contact gekregen en via haar probeer ik oude foto’s te krijgen uit het museum in Kihnu. Ondertussen heb ik ook naar het museum gemaild en kreeg ik net een bericht uit Kihnu dat ik er morgen meer over hoor. Als ik die foto’s heb, ga ik een bericht schrijven over dit laatste matriarchaat in Europa en de rol die textiel hierin speelt.

Werkkleding, Dardoup, 1850

Afgelopen zomer kwam ik in boekhandel ‘Le Silence de la Mer’ in Vannes (Bretagne) het boek ‘Bretonnes’ tegen over de Bretonse streekdracht en dan vooral gericht op hoofdbedekkingen zoals mutsen en kappen uit alle regio’s van Bretagne. Een boek dat toen ik het opensloeg direct de Wauw-factor had en nog steeds heeft.

Kleding voor folkloristisch feest, Pont-Aven, 1950
Ceremonieel ensemble, Belle-Ile-en-mer, 1900-1920

Alles beeldschoon gefotografeerd door de Franse fotograaf Charles Fréger, op vrouwelijke modellen van jong tot oud.

Bruidskleding, Rouzig, 1905-1910

Mutsen die in het dagelijks leven gedragen werden, voor bruiloften en andere feesten en die je droeg als je in de rouw was.

Rouw ensemble, Poher, 1910

Mutsen vol naald- of kloskant, met borduursel of glimmende kralen, maar ook de eenvoud van een simpel katoenen of linnen lap gevouwen om het hoofd.

Kleine kanten muts, Perret, 1900-1915
Zoutdraagster, Ile guérandaise, 1900

Kleine floddertjes op het achterhoofd en torenhoge bouwsels waarmee je  moest bukken om door een deur te gaan.  

Muts voor grote ceremonie, Poudouvre, 1900
Ceremonieel ensemble, Bigoudin, 1945-1950

Ook in de kleding die erbij gedragen wordt, is een grote diversiteit te zien. Eenvoudige, geruite schorten naast met linten bestikte, uitbundig versierde jakken.

Werkkleding, Rouzig, 1905-1910
Ceremonieel ensemble, Saint-Pol-de-Léon, 1830-1870

Glimmend satijn, zacht fluweel. Omslagdoeken vol kleur op kleur borduursels.

Ceremonieel ensemble, Pourlet, 1830-1850
Ensemble voor grote ceremonie, Chelgenn, 1915-1920

Het is textiel dat verhalen vertelt over armoede en rijkdom, over uitbuiting van handwerklieden en over schitteren op een feest. Hoe geweldig is het dat dit boek zoveel aandacht en glorie geeft aan al dat werk om deze mutsen te maken.  Wat moet het bijzonder zijn geweest om deze kappen en mutsen uit musea en particuliere collecties te dragen, de geschiedenis te zien en te voelen en dan zo prachtig gefotografeerd te worden.

De naam Charles Fréger kwam me op de een of andere manier bekend voor. Na wat zoeken zag ik op zijn site op internet foto’s die ik eerder was tegengekomen in het tijdschrift Selvedge en op de tentoonstelling ‘The Power of Masks’ in het Wereldmuseum in Rotterdam. Daar kocht ik indertijd de catalogus.

Op die tentoonstelling was ook een serie foto’s te zien van zijn project ‘Wilder Mann’. Fréger legde daarin de gemaskerde kostumering van Europese traditionele winterfeesten vast. De foto’s vertellen de verhalen van lokale tradities op festivals in kleine onbekende dorpen. In Nederland kennen wij dit soort uitbundige verkleedpartijen niet, maar in bijna alle landen van Europa is het een bekend fenomeen, van Finland tot Portugal en van Duitsland tot Slovenië. Textiel speelt in deze kostuums een grote rol, zoals de onderstaande twee foto’s, gemaakt in Roemenië, laten zien. Geiten en een hert dansen tijdens een ritueel, sterven en staan weer op omdat de winter voorbij is en de lente in aantocht.

Gura Humorului, Roemenië
Cerbul in Corlata, Roemenië

In onderstaand filmpje zie je op vanaf 1.30 het hert meelopen in de parade vol wonderlijke wezens die wij niet kennen.

Helaas is het boek ‘Wilder Mann’ uitverkocht. Hopelijk komt er een herdruk of kan ik het antiquarisch op de kop tikken. Het is zo’n boek dat ik graag zou willen hebben, als aanvulling bij de catalogus van ‘The Power of Masks’. Op de site van Charles Fréger staan overigens nog vele meer foto’s van andere projecten met heel veel verschillende mensen in de hoofdrol.

Textiel vertelt veel verhalen en die verhalen kun je niet genoeg lezen, horen en zien.

8. Het begin van mijn liefde voor textiel

‘Hoe komt het toch dat jij zo geïnteresseerd bent in textiel?’ Die vraag werd me laatst gesteld. Het simpel antwoord is: door mijn moeder en tante Geertje.

Ik ben geboren in 1958 in een traditioneel gezin. Mijn vader werkte en verdiende het geld, mijn moeder was huisvrouw, en dat werd toen niet als werk gezien. Er waren drie zonen, ik ben de jongste. We waren niet arm, maar zeker ook niet rijk. Er werd zuinig geleefd. Mijn vader droeg pakken voor zijn werk. Mijn moeder maakte al haar eigen kleren zelf. Ik droeg vaak kleding die zij had  gemaakt.

Een feestshirt gemaakt door mijn moeder. Gemaakt van katoenen streepstof in wit, groen, geel en rood. Gefotografeerd door een beroepsfotograaf die bij ons thuis kwam.
Helaas is de foto beschadigd maar hier draag ik dat feestshirt op een familiefeest. Mijn moeder uiteraard gekleed in een zelf gemaakt pakje. Ik was denk ik een jaar of 6 en mijn moeder 46.

Als jonge jongen keek ik met bewondering naar haar vaardige handen. Ze kon veel: truien breien, broeken en shirts naaien, pannenlappen haken en zelfs de voorluifel van de caravan dichtmaken door er banen stof en ritsen in te zetten. Ik vond het leuk haar te helpen met wol opwinden. Een oude trui werd uitgehaald, de wol gewassen en in een streng te drogen gehangen. Zo’n streng hield ik met twee handen op en dan wikkelde zij er een bol van.  

Stof kocht mijn moeder op de markt in Zutphen. Daar had ze haar vaste kramen: hier badstof voor een badjas en daar bij een andere kraam corduroy voor een hip safari pak. Een rok in warme winterstof of een jurk van katoen. Ribcord voor stevige broeken in de winter en lichte stof voor broeken voor de zomer. Ze maakte vakantiekleren voor ons; die van haarzelf waren het laatst aan de beurt. Vaak werkte ze dan door tot laat in de nacht voor we de volgende ochtend weggingen. Opofferen zou ik  het nu noemen en jezelf op de laatste plaats zetten. Het heeft ook iets droevigs nu ik er aan terug denk, want mijn moeder had de capaciteiten om meer te leren.

Mensen die met textiel werken, kijken niet alleen met hun ogen maar ook met hun handen. De vingers van mijn moeder voelden die verschillende stoffen op de markt. Soms ging ik met haar mee en zag ik al die stoffen in de kramen op de markt van Zutphen. Ergens moet daar iets gebeurd zijn: ik werd geraakt, misschien door alle kleuren, dessins, texturen en structuren. Die marktkramen kan ik nog altijd voor me zien en de stoffen zijn bijna opnieuw voelbaar.

Als er iets bijzonders gemaakt moest worden, ging mijn moeder naar de chique stoffenhandel Voerknecht in de Turfstraat. Dat was een deftige winkel met wanden vol prachtige rollen stof en dames in jasschorten die achter houten kniptafels stonden en hielpen met keuzes maken. Die grote winkel en de geur die er hing, imponeerden mij. Het was er schoon en het rook naar nieuwe stoffen. En dan die verkoopsters die met een halve- meter-stok de stoffen maten en dan doorknipten! Ik heb het hele internet afgezocht voor een foto van die winkel maar helaas niks gevonden.

Patronen haalde mijn moeder uit de zelfmaakmodetijdschriften Marion en Knip. Later had ze een abonnement op de Burda, dat Duitse tijdschrift met goede kledingstukken en heldere patronen. Ze nam die knippatronen over met een ‘raderwieltje’ op patroonpapier. Het verbaasde me altijd dat ze de goede lijnen kon vinden om zo het patroon er uit te krijgen. Zelf heb ik nu een aantal Japanse patronenboeken van herenkleding en ik merk dat het niet altijd eenvoudig is om alle patroondelen er goed uit te krijgen.

Patroon Japans herenkledingboek

Ik ben nooit achter de naaimachine gekropen onder leiding van mijn moeder. Waarom weet ik niet. Er is iets geweest met een blauw India-sprei gekocht bij de Xenos. Daar zou een ochtendjas van gemaakt worden. Die is wel geknipt maar nooit in elkaar gezet. Ik denk dat ik veel van mijn moeder had kunnen leren hoewel haar preciesheid het tegenovergesteld was van mijn kunnen.

Het meeste wat mijn moeder maakte, was praktisch van aard; heel af en toe liet ze haar fantasie de vrije loop. Die inspiratie hiervoor kwam door handwerkcursussen, via het tijdschrift Ariadne en door aanschaf, omstreeks 1975, van de cursus: ‘Het Komplete Handwerken’ in de onderhand beroemde rode mappen. Die mappen staan bij mij in de boekenkast en de inhoud gebruik ik vaak voor mijn lessen.

Onmisbaar en vol goede informatie: Het Komplete Handwerken van Henriëtte Beukers

Af en toe kwam mijn tante Geertje op bezoek. Zij was de zus van mijn vader. Ze naaide en verstelde kleding bij een predikantengezin in de buurt van Meppel waar ze woonde en ze gaf naailes aan de eerste lichting Marokkaanse vrouwen bij haar thuis. Het handwerken zat haar in het bloed.  Ze hield er zo van dat ze altijd wat bij zich had om aan te werken. Een groot patchwork sprei of een tafellaken met doorstopwerk. Ze leerde me met sisaltouw een macramé plantenhanger te maken om een weckpot heen. Trots hing ik die voor het raam.

Breien leerde ik rond mijn 19de toen breien ineens hip was. Ik zat toen op de sociaal-pedagogische opleiding de Jelburg in Baarn en tijdens de lessen breiden we aan truien, dassen en mutsen. De docenten accepteerden dat; naast de stencils van sociologie – boeken hadden we niet in die tijd – lagen de meest ingewikkelde breipatronen. We hadden veel creatieve vakken, naast handvaardigheid ook muziek en drama. Mijn eerst trui breide ik met bruine wol van de Hema, een V-hals met ribbels tussen tricotsteken. In ons gezin werd daar raar tegenaan gekeken. Mijn vader vond het maar niets dat ik van ‘meisjesdingen’ hield. Later leerde ik in het geheim haken van mijn moeder, maar dat was het niet voor mij.

Om me voor te bereiden op de studie modevormgeving aan de kunstacademie in Arnhem besloot ik naailes te nemen. Modeontwerper wilde ik worden. Ik woonde samen met Bram die binnenhuisarchitectuur had gestudeerd en die me stimuleerde om naar de avondschool te gaan. Als voorbereiding ging ik elke dinsdagavond naar Gorssel waar ik tussen dames die het alleen maar hadden over goedkope lapjes de eerste steken zette. Uiteindelijk kwam ik thuis met een groen overhemd dat ik nooit heb gedragen.

Toelating voor de academie deed ik op een zaterdag in mei 1984. Het was de tijd van de lappenmode van Japanse modeontwerpers als Comme des Garçons en Yamamoto. Ik ging er heen in een roze overhemd en een khaki-kleurige broek. Ik zag er de meest exotische geklede jonge mensen in de ‘lappenlook’; die deden allemaal een poging om aangenomen te worden.  We werden aan het werk gezet, moesten een collectie piratenkleding maken en een serie tekeningen waarbij je van het ene ontwerp naar het andere moest gaan. In die tijd had ik ook modeltekenles, maar van ontwerpen wist ik niets. Mijn geluk was wel dat ik niet bang was en vol enthousiasme begon te schilderen. De piratenkleding kwam niet verder dan iets met strepen.

Foto uit Mode in het juiste perspectief, uitgeverij Librero

Na het bekijken van mijn map modeltekeningen vroeg docent Loukie von Freyburg me waar mijn ontwerpen waren. ‘Die zitten in mijn hoofd,’ zei ik. ‘En ik wil de studie doen om ze er uit te krijgen. Die kans wil ik graag pakken want als ik 40 ben doe ik het niet meer en dan heb ik spijt dat ik het niet heb geprobeerd. Jullie moeten me daarbij helpen.’ Later hoorde ik dat ze me door die opmerkingen wel moesten aannemen omdat er zo’n sterke motivatie achter zat.

Op de kunstacademie kwam mijn textielliefde tot bloei. Kleding ontwerpen vond ik lastig maar experimenten met textiel daarentegen geweldig. In mijn eindcollectie ‘Heroes’ zaten dan ook veel textiele technieken zoals borduren en zijde-schilderen. Ook kwam de macramé-techniek van tante Geertje in de eindcollectie terug in een herenjasje door vriendin Birgitta geknoopt. Tante Geertje heeft ook nog een generaalsjas voor die collectie in elkaar gehaakt en van borduursels voorzien. Met haar enthousiasme voor alles wat textiel was, heeft ze me aangestoken.

1989 Eindollectie Heroes, Jagende mottorijder in tweed, leer, macramé en borduursels
1989 Eindollectie Heroes, Arme generaal in oude wollen deken, panden aan elkaar gehaakt en vol borduursels. Pak van geverfde PLO shalws met gouden knoopjes een kwastjes.

Vorig voorjaar deed ik mee aan de uitdaging Stich Challenge en maakte ik een ode aan mijn moeder. Na de lagere school moest ze thuis blijven en het huishouden doen voor haar zieke moeder. Zo was dat in die tijd en daar klaagde je niet over. Dat ze diëtiste in een ziekenhuis had willen worden, heeft ze me verteld. En ook dat ze het vreselijk vond dat ze de schoenen moest dragen van haar oudere broers in plaats van leuke meisjesschoenen. Over haar jongensschoenen op de foto borduurde ik meisjesschoenen zoals haar vriendinnen droegen. De stoffen die ik gebruikte, waren haar zakdoekjes, shawls en handschoenen die ik had meegenomen na haar overlijden.

Dankzij haar en tante Geertje heeft mijn liefde voor textiel zich ontwikkeld tot op de dag van vandaag.