52. La Frida in Parijs

Magdalena Carmen Frida Kahlo y Calderón (Coyoácan, 6 juli 1907 – Coyoácan, 13 juli 1954), beter bekend als Frida Kahlo, zie je tegenwoordig overal opduiken. Geprint op shawls op de Albert Cuypmarkt, op stof van een zelfgemaakte tas, geweven op een paneel en gedrukt op gymschoenen.

Je hoeft maar even op internet te zoeken en je komt nog meer parafernalia tegen: sleutelhangers, mokken, handdoeken, ochtendjassen, sokken, papieren servetten en zelfs een plantenspuit waarop ze met haar hoofd vol bloemen te herkennen is. Een icoon is ze geworden en zo geeft ze menig huishouden een exotisch en kleurrijk tintje. Ze is een trend, maar trends gaan voorbij. Ik heb haar nog niet gevonden in de plaatselijke kringloopwinkel, maar lang zal dat niet meer duren, verwacht ik. Kortom, ze is populair, maar gezien de afgeprijsde shawl op de Cuyp is ze misschien het hoogtepunt voorbij.  

Gips corset beschilderd door Frida

Hoe zou ze dat zelf hebben gevonden, vraag ik me af. Ik denk dat ze het er helemaal niet mee eens zou zijn. Haar exclusiviteit en bijzonderheid verkwanseld en uitgemolken door de commercie. En dat met iemand die het communistische gedachtengoed aanhing!

Frida op 12 jarige leeftijd gefotografeerd door haar vader Guillermo Kahlo

Omdat ik vorig jaar de Frida Kahlo-tentoonstelling in Assen gemist heb, was ik blij dat ik de tentoonstelling in Palais Galliera, het modemuseum van Parijs, kon zien. Ik vermoed dat een deel van beide exposities bijna hetzelfde is, met het verschil dat het in Parijs rustig was in tegenstelling tot wat ik over Assen hoorde. Daar schijn je op drukke dagen met veel moeite wat van haar jurken en kunst hebben kunnen zien.

Palais Galliera, het beeldschone, witte stadspaleis vlakbij de Eiffeltoren en de Seine. We gingen er heen op de dag dat we negen jaar bij elkaar waren. Cadeau! We werden meegenomen door haar leven, kunst en kleding. Als slot van de tentoonstelling volgde er een reis langs modeontwerpers die haar kledingstijl als inspiratie hebben gebruikt voor hun eigen collectie. Dat laatste deel was niet in Assen te zien.

Frida en Diego

Nu kan ik een lang artikel schrijven over haar leven, maar ik denk dat veel lezers daar wel van weten. Kinderverlamming en een ernstig auto-ongeluk. Been geamputeerd en leven met korsetten. Getrouwd met de 21 jaar oudere kunstschilder Diego Rivera. Naast haar huwelijk had ze relaties met mannen en vrouwen. Allemaal waar, maar omdat dit blog textiel als onderwerp heeft, wil ik de focus daarop houden.

Frida Kahlo, My dress hangs there (1933)

Tragisch vind ik overigens dat er altijd meer aandacht aan haar leven wordt besteed dan aan haar kunst, die je onder het surrealisme kunt plaatsen.

Mexico, de Zangeres Zonder Naam zong er al in 1969 vrolijk en aanstekelijk over. In het lied danst ze de rumba met een cabanero oftewel een herder en dat in een land van liefde en van zon. Beter en gezelliger kan het niet worden in het loflied. De kleding van haar en de danseressen in de clip moet een verbeelding van Mexico zijn.  Dat die in niets op de traditionele en kleurrijke Mexicaanse kleding lijkt en heel clichématig is moge duidelijk zijn. Verder niets ten nadele van de Zangeres; wij zijn en blijven fan.

Traditonele kleding uit Oaxaca, niet gedragen door Frida

Hoe anders is de echte Mexicaanse kleding die Frida Kahlo droeg. Na de Mexicaanse revolutie van 1910 ontstond er een groot bewustzijn over de Mexicaanse identiteit. Die uitte zich onder andere in het dragen van traditionele kleding door vrouwen, en ook door mannen. Zo liet je zien dat je trots was op de plek waar je vandaan kwam.

Met katoenen garen geborduurde bloemen

Frida had een grote voorkeur voor de kleding van vrouwen in de regio Oaxaca, en dan specifiek in Tehuana. De vrouwen daar leefden sterk vanuit de gedachte van het matriarchaat in het verder overwegend door mannen gedomineerde land. Economisch onafhankelijk zijn, was hun uitgangspunt.

Machinaal kettingsteek borduurwerk

De kleding uit Tehuana is kleurrijk en vol details. Met de hand geborduurde bloemen op fluwelen rokken of motieven in kettingsteek.

Daaronder een lange rok van kant en als bovenstuk de ‘hupil’.

Dat is een dubbelgevouwen rechthoek die aan beide zijkanten deels is dicht gestikt; zo ontstaan er  twee openingen voor de armen en aan de bovenkant een opening voor het hoofd.

Blouse, variatie op een hupil
Borduursels in synthetisch zijdegaren

Ze worden gedragen als blouse, op verschillende manieren rijk met borduurwerk versierd.

Ceremoniële blouse uit het dorp Nashu
Detail glaskralen borduursel, Azteekse dansers

Frida Kahlo droeg bijna altijd een ‘hupil’.

Een outfit die ze droeg tijdens het schilderen

Dat combineerde ze vaak met een ‘rebozos’, een rechthoekige shawl met franje aan beide uiteinden.

Ook was er op de tentoonstelling in Parijs de ‘resplandor’ te zien: het kledingstuk dat ze droeg op twee zelfportretten.

Ze ziet er dan uit als een katholieke heilige, terwijl ze al op jonge leeftijd op de achterkant van haar communieportret het woord ‘idiota’ schreef.

Links: Katoenen jas uit Guatemala Rechts: Huipil uit Mazatec

Traditionele motieven geborduurd of geweven in grootse gewaden. Trots en elegantie spatten ervan af.

Ik kon er geen genoeg van krijgen.

Het was een waar kleurenfeest daar in de kelder van Palais Galliera.

Vitrines vol verschillende outfits in sprankelende combinaties.

Daarnaast werd ik geraakt door een kleine vitrine met een stoffen popje met daarbij een doosje vol garens en band. Frida maakte dit soort popjes maar borduurde ook servetten en ander textiel.

De kledingstijl van Frida was en is een bron voor modeontwerpers van nu. Dat was te zien in een zaal boven.

Soms voor mij te letterlijk door een foto van haar te schilderen op een tuniek van de modeontwerper Franc Sorbier.

Overdaad in de kleding van Richard Quinn.

Erdem, Lente/ zomer 2022
Katoenen weefsel uit Guatemala

Mexicaanse invloeden qua kleuren en borduursels in de collectie van Erdem, haar rode shawl deed me denken aan de jas uit Guatemala in de collectie van Frida. Zijn inspiratie voor deze collectie haalde hij uit het leven van Tina Modotti, een fotografe die bevriend was met Frida.

Valentino, Lente/ zomer 2019
Comme des Garçons, Lente/ zomer 2012

De ‘resplandor’ als inspiratie voor Valentino en Comme des Garçons.

Voor zomer 1998 liet Jean Paul Gaultier kleding zien die een duidelijk link heeft naar Frida.

In de show loopt een man met een nep-tatoeage van een hamer en sikkel, die verwijst naar Frida haar politieke voorkeur. Als ik er nu naar kijk, vind ik het te plat en het ergert me dat hij haar gebruikt. Dat is een vorm van je cultureel toe-eigenen die hoogst ongepast is.

Kris van Assche, Lente/zomer 2008

De eenvoud in de twee outfits van Kris van Assche vond ik in de veelheid van kleur en decoratie een verademing, passend, draagbaar en erg mooi.

Gelukkig stonden er in de museumwinkel van Galliera geen foute Frida-artikelen. Wel boeken over haar werk en leven, weefsels uit Mexico en hoog aan het plafon hingen feestelijke papieren vlaggetjes.

Na het zien van de tentoonstelling moest ik denken aan de heerlijke cd Canciones de mi Padre van Linda Ronstadt, vol liedjes die ze zong vanuit haar Mexicaanse familiegeschiedenis. Tijdens een concert met liederen van die cd droeg ze een ‘hupil’ met daaronder natuurlijk een rok vol glitters voor het showelement.

De tentoonstelling in Palais Galliera is te zien tot en met 5 maart 2023. Info HIER.

51. Een Afghaans textielverhaal

Op de eerste verdieping van Museum voor Aziatische kunst Guimet in Parijs is tot 6 februari 2023 de tentoonstelling ‘Sur le fil, création textile des femmes Afghanes’ te zien. Het is een onderdeel van de grote aandacht die het museum op dit moment vraagt voor Afghanistan.

Afghanistan, het land dat al jaren in een wrede onderdrukking zit. Sinds augustus 2021 zijn de taliban er weer aan de macht en is het land in een economische en humanitaire crisis beland. Hulpverleners hebben het land moeten verlaten. Hongersnood is het grootste probleem naast de extreme droogte die het land teistert. Daar bovenop komt nog dat geen enkel land het talibanregime erkent en dat de contacten op hoog niveau zijn bevroren. Met name de positie van vrouwen en meisjes is heel erg verslechterd. Vervolgonderwijs is voor hen verboden en er zijn strenge kledingvoorschriften.

In mijn jaren als docent modevorming binnen het mbo heb ik een aantal Afghaanse vluchtelingen als leerlingen in mijn klas gehad. Ik vroeg me altijd af hoe ingewikkeld dat moet zijn: je land en je familie en vrienden achterlaten en naar een onbekende plek gaan waar mensen een taal spreken die jij niet kunt verstaan. Wat neem je mee in die paar tassen en welke herinneringen in je hoofd? Dat je weg moet omdat er geen keuze is en de situatie levensgevaarlijk. Maar ook hoe goed het is dat ze nu in veiligheid leven, onderwijs kunnen krijgen en dat ik daar een bescheiden rol in mocht spelen.

Soms nemen vluchtelingen kledingstukken mee die belangrijk zijn voor de hele familie. Voor een project over wereldkleding nam Razia een met gouddraad geborduurde trouwjurk mee die al lang in haar familie was. Die had de reis goed overleefd en was voor de familie een draad naar hun verleden. Ik heb naar Razia uren gezocht op internet, maar haar helaas niet teruggevonden. Ik hoop zo dat het goed met haar gaat. Graag zou ik haar willen vragen hoe het met de trouwjurk is vergaan die zo’n grote indruk op mij heeft gemaakt.

Traditionele Afghaanse mannenmuts

Van Nahad kreeg ik na de diploma-uitreiking een Afghaanse muts, in elkaar gezet door de beste mutsenmaker van Kabul.

Zou de mutsenmaker zijn vak nog uitoefenen, vraag ik me af

Haar eindcollectie met avondjurken gemaakt van boerka’s staat nog op mijn netvlies gebrand.

Een traditionele blauwgrijze boerka veranderde in een avondjurk

Door de stof zo te gebruiken liet ze zien dat vrouwen zichtbaar moeten zijn in plaats van bedekt. Het was een dapper, politiek statement om zo haar mening naar voren te brengen. Nahad werkt nu als stylist bij een modebedrijf in Twente. Het gaat haar goed en af en toe hebben we nog contact.

Zarif Design is het couturehuis dat Zolaykha Sherzad in 2005 begon in Kabul en dat tot op heden, ondanks tegenslagen, nog bestaat. Na opgeleid te zijn als architect in Zwitserland en jaren werkzaam te zijn geweest in New York keerde ze in 2002 terug naar Afghanistan. Het land waar ze geboren was en dat ze op 11-jarige leeftijd had moeten verlaten. Vluchteling zijn betekende voor haar op zoek gaan naar menselijkheid.

Patchwork van traditioneel Afghaanse borduursels, begin twintigste eeuw

Ze ging terug naar haar geboorteland dat zwaar beschadigd was. Overal in het land waren steden gebombardeerd. Wie herinnert zich niet de barbaarse daad van de taliban in 2001 om de twee 1500-jaar-oude Boeddha’s van Bamyan op te blazen? En niet te vergeten de hongersnood en de zwaar beschadigde ziel van de gewone bevolking. Voor ontwikkelingen in kunst en cultuur, die te maken hebben met de identiteit van een land, was gedurende die 25-jarige oorlogssituatie geen plaats geweest.

De inspiratie voor de jas is goed te zien in deze combinatie

Net als Oezbekistan speelde Afghanistan ook een belangrijke rol in de zijderoute. Naast textiel met in de hoofdrol zijde was de blauwe edelsteen lapis lazuli, een belangrijk handelsproduct. De stad Herat was in de zijdehandel een grote concurrent met de Oezbeekse stad Bukhara. Natuurlijk waren er in die tijd ook overeenkomsten in de manier van weven. De kleurrijke ikat-weefsels werden in beide landen geproduceerd en ook de gestreepte chapan was een kledingstuk dat zowel in Oezbekistan als Afghanistan werd gedragen.

‘spun within the heart

 And woven from the soul (djân)

 Farrukhi Sistani (1000 – 1040)

Zijdewever in Hérat, foto Oriane Zerah voor Zarif

Onder de zware laag van beschadigingen die Zolaykha aantrof, zag ze toch een wereld vol mogelijkheden. Haar rol was in eerste instantie op zoek te gaan naar ambachtslieden. Ze wou hen overtuigen dat hun werk waardevol was.  Ze vond producenten van zijde en katoen, garenververs en wevers die de stoffen konden maken. Hierna bracht ze een groep naaisters, borduursters en knopenmakers bij elkaar. Met hen begon ze in 2005 in Kabul het atelier Zarif. Die naam betekent in het Farsi ‘kostbaar’. Naast dit atelier in Kabul zijn er ook weefateliers in Herat en Mazar-e Sharif. Er werken allemaal vakmensen die weten dat ze door samenwerking een verschil kunnen maken.

De traditionele chapan wordt op de schouders gedragen, foto Oriane Zerah voor Zarif

Voor Zolaykha was er een rijke textielgeschiedenis die ze kon gebruiken in moderne kledingstukken.

Stalenboek voor schitterende strepen

De rijke streepstoffen die traditioneel alleen door mannen werden gedragen, kregen een belangrijke rol in haar collecties voor vrouwen en mannen.

Schitterende, traditionele borduursels werden erop toegepast, maar wel met een moderne draai. Hierdoor ontstaat een nieuwe vorm die in het niets lijkt op traditionele kledingstukken uit het land. Door de kledingstukken in Afghanistan te laten produceren, helpt ze de makers om in hun levensonderhoud te voorzien.

bā kārvān-e ḥolla beraftam ze Sīstān

With the caravan of striped cloth I left Sīstān

Farrukhi Sistani (1000 – 1040)

Met haar kleding wil Zolaykha bruggen bouwen om mensen een verbinding te laten ervaren met het land dat haar zo dierbaar is. Ze hoopt dat mensen de kleding niet kopen uit een vorm van medelijden, maar uit een werkelijk waarderen van de schoonheid en de veerkracht van Afghanistan.

Handgemaakte knoop geïnspireerd op oude Afghaanse munten

Beeldschone en draagbare kleding is het en dat alles met een positief verhaal. Helaas was de pop-up shop in Espace Cinko voorbij toen wij in Parijs waren. Ik had de kleding graag in het echt gezien en wie weet was ik wel naar buiten gegaan met een schitterend jasje of vest.

Dat borduren in Afghanistan een rijke traditie heeft is ook te zien op de jassen en wandkleden die op de tentoonstelling in Guimet hangen.

Geïnspireerd op de chapan zijn ze door vaardige handen geborduurd met bloemen of poëtische teksten in kalligrafie.

Poëzie heeft in Afghanistan en de landen eromheen een lange traditie. In  bijna elk huis staan dichtbundels op de planken. Gedichten worden uit het hoofd geleerd en voorgedragen bij belangrijke gebeurtenissen. Al eeuwen worden belangrijke teksten met inkt op stof geschreven of geborduurd. Heel mooi vond ik de witte jas waarop het woord sohl, vrede is geborduurd met zwart garen.

De filmmaker Barmak Akram maakte voor Zarif design een schitterende film waarin alles waar het label voor staat te zien is.

Naast draagbare jassen hingen er drie monumentale chapans in verschillende stoffen. Die zijn in het verleden geëxposeerd op de Documenta in Kassel, de Biënnale van Cuba, in een galerie in Parijs en nu dus in museum Guimet. Op alle drie de jassen hebben vrouwen uit Kabul op de voering wensen en gebeden voor hun familie en hun land geborduurd. Helaas waren de binnenkanten met borduursels niet te zien, maar door een artikel in het boek ‘Textile as resistance, Textiel in verzet” van Samira Bendadi en Mashid Mohadjerin ben ik erachter gekomen.

Voor de blauwe verzamelde Zolaykha mantels in verschillende tinten blauw, van verschillende materialen en uit verschillende regio’s van het land. Door de mantels te verknippen en er een nieuwe van te maken, wil ze de eenheid tussen verschillende etnische groepen laten zien.

De andere twee, waarvan de een van ikat-stof is gemaakt met een geborduurde kraag en de ander geheel geborduurd is met gestileerde granaatappels, hebben ook geborduurde teksten op de voering.

Museumstukken zijn het die de kracht en grote betekenis van textiel laten zien en daardoor een belangrijk verhaal van een land vertellen dat niet vergeten mag worden. Zelfs nu, onder het zware regime van de taliban werkt het atelier door. Weliswaar in de schaduw, maar hopelijk komt er een dag dat de ramen weer open gaan en de vrijheid is gekomen.

De mooi uitgevoerde en informatieve  Frans/Engelse catalogus was niet meer te koop in de museumwinkel. In diverse boekhandels in Parijs en op het Internet is hij nog te koop. ISBN978-2-87844-334-9