43. Stoplappen in het Amsterdam Museum

Lades vol prachtige stoplappen. De bovenste is gemaakt door Sara Alida Tideman in 1780

Sinds anderhalf jaar ben ik een dag per week vrijwilliger op het textieldepot van het Amsterdam Museum. Dat depot is in Amsterdam noord en ik ga er altijd heen op de fiets en met de pont. Voor mij als textielliefhebber is het een walhalla in het kwadraat.

15 jaar was Elisabeth Susanna Kemgens toen ze deze merklap rond 1880 maakte.

Ladenkasten vol schitterend textiel, van fantastische merklappen tot sexy ondergoed, van waanzinnige waaiers tot sublieme schoenen uit de 18de eeuw. Verrijdbare kasten vol kleding van alle rangen en standen, keurig geordend en feilloos geregistreerd in het digitaal archief.

Ik leer er veel over (oud) textiel en kleding: hoe je kleren moet vervoeren (altijd aan de binnenkant vast houden), hoe je een silhouet aanpast op een paspop (laagjes fiberfill opnaaien net zo lang tot het klopt), hoe je etalagepoppen in elkaar zet en aankleedt (altijd de armen eraf en als de jurk er op zit heel voorzichtig de armen er weer aanzetten). Ik maakte er armen van opgevulde nylonkousen, beschreef kledingstukken voor het digitaal archief en deed nog heel wat meer.

Kledingset gedragen in nachtclub Roxy, Amsterdam Foto: Monique Vermeulen

Natuurlijk moet ook alles gefotografeerd worden. Dat gebeurt door Monique Vermeulen in de professionele studio in het depot. Ze maakt haarscherpe foto’s en ik help haar vaak een handje in die heerlijke wereld van licht en lenzen.

Rond 1800 maakte Alida Reekers deze stoplap

Voor de komende tentoonstelling ‘Continue the Thread’ (17 februari t/m 3 september 2023), over handwerktechnieken in het Amsterdam Museum moest een serie stoplappen gefotografeerd worden. Stoplappen zijn oefenlappen van linnen, katoen of wol waarop meisjes handwerktechnieken leerden.

12 jaar was het onbekende meisje toen ze deze schitterende stoplap maakte in 1753

Van de 17de eeuw tot het begin van de 20ste eeuw kregen meisjes les in het herstellen van beschadigd textiel. Na hun lagere school werden ze vaak linnennaaister bij een rijke familie. Er werd van hen verwacht dat ze textiel met scheuren, gaten en slijtageplekken goed konden repareren, zo onzichtbaar mogelijk het liefst. Textiel was duur en je moest er zuinig mee omgaan. Dat je daarvoor inzicht in weefsels, in de ketting en inslag, moest krijgen was een onderdeel van het leerproces.

Schitterende ruitstop uit stoplap hierboven.

Stel het je voor: je krijgt een linnen lap waar de handwerklerares een groot gat in heeft geknipt en jouw opdracht is om dat gat zo mooi mogelijk te dichten. Eerst span je er draden overheen die de ketting moeten voorstellen. Daarna weef je er, in een patroon keurig de inslagdraden doorheen. Bedenk dat wij goede lampen hebben en dat er in die tijd geen elektrisch licht was.

Voor meisjes met twee linker handen moet zo’n opdracht een straf zijn geweest. Frustrerend als het niet lukte en je een onvoldoende kreeg van die strenge handwerkjuffrouw.

1870, maakster onbekend

Voor meisjes die het leuk vonden, was het vast een feest om met allerlei kleuren garen een mooie stop te maken en zo een lap te vullen.

Detail uit stoplap hierboven

In de collectie van het Amsterdam Museum zijn geweldig mooie stoplappen te vinden. In principe komen alle voorwerpen in de collectie van het museum uit Amsterdam.

Linnen ondergrond, met zijde gestopt

De oudste is uit 1699, gemaakt door Aaltie of Aaltje Dircks Kruis. Met dun zijden garen heeft ze van een linnen lap een waar stopkunstwerk gemaakt. Veertien jaar was ze toen ze met haar dunne meisjesvingers hieraan geconcentreerd heeft gewerkt. Waar ze het stoppen heeft geleerd, is niet bekend, misschien in het Burgerweeshuis in Amsterdam.

1887, vervaardigd door L. Hofland

In de collectie zijn grote stoplappen opgenomen, maar ook werk van kleiner formaat.

1792, maakster onbekend

Meestal zijn ze vierkant, sommige in de vorm van een rechthoek. De indelingen zijn altijd anders. De hoeveelheid stoppen heeft te maken met de grootte van de lap. Gekleurd garen, meestal zijde en soms katoen, werd gebruikt om de weefpatronen zichtbaar te maken.

In 1898 gemaakt, vermoedelijk op de Amsterdamse Industrieschool

Op veel stoplappen staan de naam of de initialen van de maakster en het jaar waarin de lap is gemaakt. De initialen zijn goed te lezen, maar het is vaak niet meer te achterhalen wie achter die initialen zit.

1905, Helena Hoogeveen maakte deze stoplap op de naaischool van het Burgerweeshuis

Heel soms staat op de lap informatie over de plek waar de stopster woonde.

1920-1940 Diaconie Weeshuis der Nederduits-Hervormde Gemeente, maakster onbekend

De stoppen zelf zijn variaties op de eenvoudige linnenbinding en op de moeilijker keper- en satijnbinding.

Datering 1709, maakster onbekend

De moeilijkste stop was het gat dat aan de zijkant of in een hoek werd geknipt. Zie dat dan maar weer eens goed te krijgen: je hebt aan een kant geen stof waar een kettingdraad aan vastgezet kan worden.

Je moet engelengeduld en inzicht voor hebben om dat goed voor elkaar te krijgen.

Er is ook een meisje geweest dat haar lap niet heeft afgemaakt. Ergens in de 19de eeuw heeft ze zestien vakjes waarin een stop moest komen met zwart garen afgezet. Daarvan heeft ze er zeven afgemaakt, aan de achtste is ze net begonnen: de kettingdraden zijn gespannen en een deel is al gedaan.

Waarom zou ze het niet afgemaakt hebben? Vond ze het heel moeilijk of had ze er geen zin meer in? Haar stoppen zien er niet perfect uit zoals op andere stoplappen, maar ik zou het waarschijnlijk nog slechter hebben gedaan.

Auteur: Jan ter Heide

Textielliefhebber.

12 gedachten over “43. Stoplappen in het Amsterdam Museum”

  1. Stoplappen zijn eigenlijk altijd prachtig. Hoeveel je er ook ziet in je leven (of zelf hebt…🫣): het blijven bewonderenswaardige handwerken! En het gekke is dat half afgemaakt handwerk altijd spreekt tot de verbeelding. Ik hoop altijd maar dat het niks dramatisch was, wat in die tijd ook nog goed kon….
    Nog niet lang geleden ontdekte ik dat de maakster van een handwerk was overleden t.g.v een mazelenepidemie bijvoorbeeld, met veel slachtoffers.

    Geliked door 1 persoon

    1. Dag Josefien, Ik heb ook altijd dit soort gedachtes bij het kijken naar stoplappen en ander textiel. Wie was de maakster en vond ze het leuk om te doen of had ze er een hekel aan. Hoe was haar persoonlijke situatie, ziekte, ouders overleden, eenzaam of gelukkig? Soms kom je iets te weten uit iemands persoonlijke geschiedenis. Vaak vind ik het zo jammer dat die kleine geschiedenissen van de gewone man of vrouw zo weinig aan bod komen. Fijne dag en dank voor je reactie.

      Like

  2. Het mooie aan half afgemaakte stoppen vind ik dat je de opbouw zo mooi kunt zien. Het gat werd dus eerst vierkant gemaakt en dan omgeslagen met draad. Dat zal het lubberen wel tegengegaan zijn.
    De kettingdraden op de niet afgemaakte stop lijken mij te los, misschien dat het daarom niet afgemaakt is? Mooi dat er omheen ook van keperbinding gebruik is gemaakt.
    Ik weet niet of ik er nu het geduld voor zou hebben, maar intrigerend is het wel.

    Geliked door 1 persoon

  3. Zo leuk om mee te mogen kijken en lezen! Dank. Ben benieuwd waneer deze tentoonstelling opent. Zag het nog niet vermeld op site van A’dam museum. Ga het in de gaten houden.

    Groet,
    Larsia Braakman

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: