Ondertussen is het al weer februari; het verblijf in Parijs lijkt lang geleden. Ik bekeek alle foto’s die ik maakte in Parijs op tentoonstellingen over mode en/of textiel. Vroeger had je een filmrolletje voor maximaal 36 foto’s in je camera; nu kun je eindeloos doorklikken met je telefoon. Aan de ene kant is dat natuurlijk fantastisch; gaat het niet goed dan klik je direct een betere. Aan de andere kant geeft het wellicht te veel ruimte om te fotograferen, want ach, dat is wel een mooi detail en o, die stof moet echt gefotografeerd worden.
Meneer TextielLiefde is van de tweede categorie, dus zijn telefoon en naderhand zijn computer zit vol foto’s. Het is de vraag of al zijn lezers al die foto’s wel willen zien. Zijn al die plaatjes niet teveel? Maar hij krijgt soms ook te horen dat het zo fijn is al die foto’s te bekijken. Niet iedereen is in de gelegenheid om naar die tentoonstellingen te gaan. Kortom, hij gooit het maar eens in de groep.

In blog 145 liet ik weten dat ik over twee exposities één artikel zou schrijven. Ik keek echter nog eens goed naar alle 280 (!) foto’s die ik maakte bij de schitterende tentoonstelling Azzedine Alaïa et Christian Dior, Deux mâitres de la Haute Couture in de Fondation Azzedine Alaïa. Toen leek het me toch beter om deze expositie in een apart artikel te vatten.
Het stond al een tijd om mijn lijstje om het voormalige woonhuis, atelier en showroom van Alaïa te bezoeken. Hij kocht in 1987 het 19de-eeuwse pand op nummer 18 in de Rue de la Verrerie in de Marais. Na zijn dood in 2017 zijn er sinds 2020 jaarlijks exposities te zien met als doel het werk van de belangrijke modeontwerper levend te houden.

Azzedine Alaïa, geboren op 26 februari 1935 in Tunesië, was een man die in zijn ontwerpen vakmanschap en een grote perfectie combineerde. Voor hem had mode een link met architectuur. Een modearchitect zou je hem kunnen noemen. Hij deed niet mee aan trends en volgde zijn hele leven een eigen pad. Dat pad begon overigens in Parijs bij Dior op 25 juni 1956. Daar werd hij na een paar dagen ontslagen.
Naast ontwerper van collecties was Alaïa ook een groot verzamelaar van kledingstukken van beroemde modeontwerpers. Over die verzameling van 35.000 (!) stuks schreef ik in blog 76.

Een deel van zijn verzameling van 500 Dior’s is nu te zien, gecombineerd met ontwerpen van Alaïa. In de ruimte waar ooit zijn modeshows werden gehouden, staan nu 70 ontwerpen van de twee modegrootheden steeds naast elkaar.

Met twee rode zijden jurken opent de tentoonstelling. Links een jurk uit 1957 van Christian Dior uit zijn Boutique collectie en rechts een couture jurk van Azzedine Alaïa uit 1958. Twee ontwerpen van meer dan een halve eeuw geleden die ook nu gedragen kunnen worden en dan voor bewondering en ophef zorgen.


De strik, een kenmerk van Dior, groot gebracht op een avondmantel uit de lente/zomer collectie van 1957 en klein op een zijden avondjurk van Alaïa uit 1965.


Het vakmanschap van de makers van de jurken is fenomenaal. Op de strapless jurk van Dior uit de collectie ‘Romance’ uit 1957 zijn duizenden glazen kraaltjes geborduurd.

De mini-jurk van tule (haute couture collectie lente/zomer 1989), gedragen door Tina Turner, is bewerkt met witte pareltjes door de borduursters van Alaïa.



Er zijn lieflijke, witte jurken voor overdag. Hoe heerlijk moet het zijn om op een warme zomerdag te flaneren over een boulevard. Voor de avond zijn er natuurlijk elegante en dramatische zwarte jurken. Als je met zo’n jurk ergens binnenkomt is succes verzekerd.

Beeldschoon is ook een serie kanten avondjurken.

Natuurlijk zie je dat de middelste van Alaïa is, maar ook de Dior’s, links uit 1951 en rechts uit 1948, zouden nu ook nog veel applaus krijgen als ze geshowd zouden worden.



Tijdloos zou je de ontwerpen kunnen noemen.

Beide ontwerpers gebruikten de allermooiste en meest bijzondere stoffen. In de zwart-rode serie was dat goed te zien. Links en midden Alaïa en rechts Dior.



De strapless cocktailjurk van Dior zou ook nu nog goed gedragen kunnen worden.

Voor beide ontwerpers was de constructie en de daarbij behorende coupe erg belangrijk.

In de crème-kleurige ‘wrapp dress’ uit 2008 speelde Alaïa een boeiend spel door de coupenaden niet recht maar scheef te plaatsen.


Het absolute vakmanschap van beide ontwerpers is ook te zien in de kleurige serie avondjurken. Links ‘Sarabande’, herfst/ winter 1948 en middenin ‘Andalouse’, lente/ zomer 1958, beide uit haute couture collecties van Dior en rechts een tricot jurk van Alaïa uit de prêt-à-porter collectie van 2013.



Van sommige ontwerpen van Alaïa zou je kunnen zeggen dat ze sexy zijn, maar ze zijn absoluut nooit ordinair. Dat is goed te zien in het zwarte mantelpakje met een klein kanten strookje boven de boezem. Datzelfde geldt ook voor Dior zoals te zien is in de bovenstaande rechter jurk met accent op het decolleté. Alaïa maakte trouwens niet alleen kleding voor slanke vrouwen. Elke vrouw die bij hem een kledingstuk liet maken, kreeg een perfect zittend kledingstuk.


Nadat ik op de eerste etage een serie korte blauwe jasjes (middenin Dior, links en rechts Alaïa) had bewonderd, keek ik door een rond raam naar het atelier van Alaïa.

Alles staat en ligt daar nog zo als op de dag van zijn dood, 18 november 2017. Ik werd er op een bijzondere manier door geraakt.

Ik moest even slikken omdat het er uitzag of Azzedine Alaïa even weg was en zo terug zou komen om verder te werken aan een creatie. Op zijn prikbord foto’s en een portret van Umm Kulthum, de zangeres die hij bewonderde. Onder zijn clientèle bevonden zich grote sterren als Greta Garbo, Grace Jones, Madonna, Lady Gaga en Michele Obama. Voor operazangeres Jessye Norman ontwierp hij in 1989 een gewaad gebaseerd op de Franse vlag. Tijdens de herdenking van de Franse revolutie zong ze de Marseillaise.
Topmodel Naomi Campbell noemde hem papa en was aanwezig op zijn begrafenis.

Een grote aanrader dit museum!
Op de fantastische website van de Fondation is meer te zien en te lezen over die grootse ontwerper die klein van stuk was.






Plaats een reactie