Onder begeleiding in drie dagen een goed zittende jeans maken. Kan dat? Ja, dat kan en ik heb het meegemaakt op 5, 6 en 7 januari in Denim City Amsterdam.

Vlak voor de kerstdagen vond ik een prachtig cadeau in mijn mailbox. Ik was geselecteerd om mee te doen aan het onderzoek Care & Repair van Amsterdam University of Applied Sciences en Artez University of the Arts. De start van het onderzoek was het maken van een jeans van Post-Consumer-Recycled Denim van BOSSA, een duurzame denimfabrikant uit Turkije.
Vanaf het moment dat je je zelfgemaakte jeans gaat dragen wordt de broek twee jaar gevolgd; je houdt daarvoor een (foto)logboek bij. Tussendoor zijn er momenten dat je je jeans moet inleveren. Hoe houdt deze denim zich bij intensief dragen? Moet er op een bepaald moment een reparatie plaatsvinden? Dit soort vragen zullen in de komende twee jaar worden beantwoord. Na jaren alleen maar jeans te hebben gedragen, was ik een chino-drager geworden. Tijd voor een terugkeer van jeans in mijn kledingkast.

Een jeans maken van raw denim is niet bepaald makkelijk. Vanuit mijn mbo-docentschap weet ik uiteraard hoe een broek in elkaar zit. Na mijn eindcollectie aan de academie 35 jaar geleden heb ik echter nooit meer een broek gemaakt. Een goede gulpsluiting maken is het allermoeilijkste dat er is, vind ik. En waarom zou je een broek maken als er ook goede te koop zijn? Maar toch, ik zou dit keer niet op mijn eigen Pfaff werken, maar op een industrienaaimachine. Wat een kans! Heel bijzonder om het jaar 2026 te starten met dit geweldige project.
Master-tailor Jos van den Hoogen en Mariette Hoitink, mede-oprichter van Denim City, ontvingen de twaalf deelnemers vol enthousiasme. Samen met Bowie, Elias, Jara, Joshua en Max, de sterke studenten van het eenjarige talent incubator-programma, verzekerden ze ons dat we allemaal op woensdag de deur uit zouden lopen in onze eigen gemaakte jeans.

De drie dagen vonden plaats in de winkel en het atelier van Denim City Amsterdam. Daar is ook de drie-jarige mbo Jean school gevestigd. Een heldere en uitnodigende ruimte waar je omgeven wordt door de grote wereld van denim.

Rollen stof hangen aan de muur en in de rekken alleen jeans die het kenmerk duurzaam en transparantie hebben. Denk aan labels als Kings of Indigo, Kuyigi, Denham en Edwin. Hier geen broeken die gemaakt zijn van slechte materialen en geproduceerd onder erbarmelijke omstandigheden. Daar hangt natuurlijk een prijskaartje aan, maar het resultaat is een kwalitatief betere jeans die langer meegaat en waarvoor je je als consument niet hoeft te schamen. Bovendien is er ook nog Master Repair Joshua ‘in da house’ om je kapotte broek op een geweldige manier zichtbaar of onzichtbaar te repareren. Als dat te zijner tijd nodig is, ga ik natuurlijk naar Joshua.

In het gebouw van Denim City hangt een sfeer van openheid en enthousiasme; je voelt er de grote gedrevenheid om het goede duurzame verhaal van denim en jeans uit te dragen. In een ander artikel zal ik vertellen over het ontstaan van de House of Denim Foundation.

Nu terug naar dag 1. Maat 36 was te groot voor mij. ‘Bij 34 maken we de pijpen 4 centimeter wijder,’ zei master-tailor Jos van de Hoogen toen ik beide proefmodellen aan had gehad.

Rustig en stap voor stap werden alle twaalf deelnemers meegenomen in de productie.

Van het optekenen van het patroon op de stof tot het uitknippen van de patroondelen met een goed scherpe schaar.

Na eerst wat stikoefeningen op een proeflap kon het echte werk beginnen.

‘We gaan niks uithalen,’ kregen we van Jos te horen ‘want een niet perfect stiksel is juist de ziel van je werk.’ Later bleek dat uithalen soms toch terecht en noodzakelijk is, maar het principe van je eigen ziel in je eigen jeans is wel een mooie gedachte.
Een jeans bestaat uit ongeveer 15 verschillende patroondelen die in een goede volgorde in elkaar moeten worden gezet.


Aan het einde van dag was de yoke op het achterpand gestikt en de naad dubbel doorgestikt.

Dag 2. Buiten was er blauwe lucht, maar wij zaten de hele dag met onze blue jeans in wording achter de naaimachine.

Achterzakken erop stikken en de voorzakken met ticketpocket (let op de selvedge!) maken.


Focus was vereist en het lukte, hoera!


Vanzelfsprekend ging niet alles direct goed, maar de gulp met knoopsluiting lukte toch na twee keer uithalen.

Hoe mooi die professionele knoopsgaten!

Op het einde van de dag ging de lap stof toch wel op een jeans lijken.

Onder het wakend ook van ‘Jack, the denim poodle’ , de hond van Jos werkten we de laatste dag gestaag door.



De broeksband met riemlussen kwam erop, knopen en rivets werden erop geslagen en het label opgestikt.




Aan het einde van de middag was het pasmoment. Spannend!

Geweldig om te voelen dat ik een perfecte jeans aanhad! ‘Jee, wat een sexy broek heb je gemaakt,’ riep Mariette
Onder het bezielend oog van Bowie werd een tekst op de zijkant van de broek gelaserd: ja mijn broek heet Jan en daar is er maar één van. Als laatste handeling zette Jos voor ons allemaal op een speciale machine de zoom erin. ‘Met omslag dragen Jan,’ zei hij ‘want dat kan jij heel goed hebben. En met een stoere riem. ’

De uitreiking van een certificaat was een mooie afsluiting. Trots en blij waren alle deelnemers. Wat een prachtige driedaagse hebben we meegemaakt!
Deze jeans heeft natuurlijk van alle broeken die ik heb de meeste waarde. Niet alleen omdat ik hem zelf heb gemaakt, maar ook omdat het een broek is die zijn waarde zal gaan bewijzen de komende jaren. Een broek die ik zal koesteren en waar ik erg van zal genieten. Die ik met veel trots en plezier zal dragen en zal repareren als het nodig mocht zijn. En waar ik met enige regelmaat over zal schrijven de komende twee jaar!

In deze drie dagen ben ik me opnieuw bewust geworden van de waarde van stof en kleding. Ik heb weer meegemaakt dat alles wat je draagt ook gemaakt moet worden en dat er op de gebieden van milieu en werkomstandigheden nog heel wat moet veranderen. Door de opkomst van fast fashion hebben de meeste mensen geen idee meer waar hun kleding vandaan komt, wie het maakt en wie eraan verdient ten koste van wie. Weggooikleding is gewoon geworden. Daar moeten we vanaf als we onze planeet leefbaar willen houden en onze rijkdom eerlijker willen verdelen onder de wereldbevolking. Dat is een lange weg. Haalbaar? Aan cynische antwoorden hebben we niets. Ieder klein initiatief kan een stapje zijn in de goede richting.

Veel dank aan Jos van den Hoogen, je bent een geweldige docent en aan Mariette Hoitink voor haar enorme drive en enthousiasme om de jeanswereld beter te maken. Aan Maaike Feitsma die de tijd nam om ons allemaal te bevragen, alle studenten tailors die zo behulpzaam waren en aan mijn medecursisten die er allemaal zo positief instonden. Ook dank aan Bossa die de prachtige denim leverde.







Geef een reactie op Simone Reactie annuleren