Afgelopen donderdagavond was ik bij de lancering van het nieuwe zelfmaakmodetijdschrift Shopwork Magazine. Nu zie ik mezelf niet meteen als een influencer, maar toch hoop ik door het schrijven van dit artikel je te verleiden tot het kopen van dit tijdschrift. En om er vervolgens kleding uit te gaan maken!

Hoe ik op het spoor van Shopwork Magazine Kwam? Op Instagram volg ik al enige tijd alborodan. Daniel, de man daarachter, woont in Parijs en in zijn filmpjes laat hij op een heerlijke manier zien hoe je creatief kunt omgaan met kleding. Upcycling is wat hij doet en daarvoor laat hij zich vaak inspireren door ontwerpen van modeontwerpers of modemerken. Natuurlijk geeft hij daar zijn eigen persoonlijke draai aan. Een tweedehands jasje wordt een ‘masterpiece’ als hij het onder handen neemt. ‘Let’s do this,’ zegt hij altijd voordat hij de naaimachine op tafel zet. En ‘Are you ready for the great grand reveal,’ net voor je het resultaat te zien krijgt. En ook altijd een ‘bisou’ aan het eind.
Daniel kreeg van de redactie van Shopwork Magazine de vraag om een creatief kledingstuk te maken dat gepubliceerd zou worden in het eerste nummer. ‘It is a little bit dramatic, but I like drama,’ zegt hij over zijn kledingstuk van witte katoen en zwart kant.

In dat filmpje vertelt hij over het tijdschrift en dat je naar de presentatie van het eerste nummer in Amsterdam kunt gaan. Dankzij hem (merci Daniel!) schreef ik een mail naar Anke Hofstra en zij nodigde me uit voor de lancering. Anke, hoofdredacteur, nam het initiatief om het tijdschrift te starten vanuit een kritische blik op de huidige modeproductie waarbij we worden opgezadeld met een immens hoge afvalberg. Als je zelf een kledingstuk maakt, krijg je inzicht in alle stappen die daarvoor nodig zijn en vergroot het je waardering voor het materiaal waarmee je werkt. Door die zorgvuldigheid help je mee om de afvalberg te verkleinen en krijgt je eigen garderobe een grotere betekenis. Mijn eigen gemaakte jeans is daar een voorbeeld van. (zie blog 146)

Shopwork Magazine presenteert zich als een handleiding voor het zelf maken van designer kleding. Voor de ontwerpen en patronen in het eerste nummer is het Amsterdamse circulaire modelabel MARTAN gevraagd. Douwe de Boer en Diek Pothoven zijn de ontwerpers van dat label en Eugénie Haitsma Mulier is verantwoordelijk voor het zakelijk gedeelte. Hun werk kende ik al door de outfits die te zien zijn in de tentoonstelling Oceanista in het Scheepvaart Museum (zie blog 144).

De stof die ze voornamelijk gebruiken voor hun collecties zijn afgedankte lakens en tafellakens uit chique vijfsterrenhotels. Denk aan zacht Egyptisch katoen en het mooiste linnen. Als er maar een klein vlekje of oneffenheidje op of in zit, gooien hotels het weg. Alleen al in Europa wordt jaarlijks 27 miljoen kilo van het mooiste hotellinnen afgedankt. Denk je eens in wat een bergketen afvaltextiel dat is! Het label MARTAN koopt geen nieuwe stoffen maar maakt gebruik van bestaand, afgeschreven materiaal en geeft daar een eigen draai aan. Daarin schuilt hun kracht. Eigenlijk zouden meer labels dat moeten doen want het is absurd en schandalig hoe de mode-industrie omgaat met het overschot van textiel.
De stoffen voor de MARTAN-collectie worden geverfd of bedrukt in vaak heldere kleuren; bij de productie wordt om de oneffenheden heen geknipt. Die productie vindt onder andere plaats in Roemenië en Polen bij gecertificeerde bedrijven. Op het eerste gezicht lijken de kledingstukken in de MARTAN-collectie eenvoudig, maar als je goed kijkt zie je hoeveel aandacht er is voor details en het kleurbeeld.

Zo zijn er onverwachte plooien bij manchetten, scheve sluitingen en een jas in verschillende kleurblokken.

De presentatie in Flint Space op Weteringschans 269 was een fantastisch feest.

Bij binnenkomst kocht ik als eerste het tijdschrift dat uit drie delen bestaat.


Een deel van de 192 pagina’s staat vol artikelen en prachtige foto’s van de ontwerpen en variaties erop.

Daarnaast zijn er de losse patroonbladen en een blad vol instructie (met foto’s!) hoe je stap voor stap de kledingstukken kunt maken.



Voor de prachtige vormgeving en fotografie is Johanna Himmelsbach verantwoordelijk. Aan de uitgave is ruim anderhalf jaar gewerkt en het resultaat mag er zijn. Natuurlijk kun je er het verhaal van MARTAN in lezen maar er staan ook fijne artikelen in over damast en geborduurde monogrammen.


De patronen zijn geschikt voor beginners en voor gevorderde zelfmaakmodemakers. Ik ga er natuurlijk ook wat uit maken.

Wat me verbaasde, was dat een aantal ontwerpen letterlijk uit de MARTAN-collectie komen. Om je producten zo weg te geven, is commercieel gezien toch niet zo handig? Op mijn vraag kreeg ik van beide ontwerpers als antwoord dat ze het belangrijk vinden om te delen en dat ze nu al uitkijken naar de interpretaties die voorbij zullen komen. Dat vind ik nog eens dapper en gul, ook omdat het in deze tijd heel moeilijk is om een label te starten en vol te houden. Dat je dan ook nog veel tijd en energie investeert in het produceren van zo’n veelomvattend blad getuigt van grote klasse. Alleen al het maken van patronen in de maten XS tot en met XXL en de duidelijke beschrijvingen erbij moeten maanden gekost hebben. Vakwerk is het allemaal!

Een groot compliment voor alle mensen die hebben meegewerkt aan de totstandkoming van dit nieuwe en hopelijk succesvolle zelfmaakmodetijdschrift!

Het blad is te koop via de websites van Shopwork Magazine en MARTAN, in museumwinkels en boekwinkels.







Plaats een reactie