Ze is nu 92 jaar, Olga de Amaral (Bogota, Colombia, 19 februari 1932). Ze wordt gezien als een van de grootste textielkunstenaars van de vorige eeuw tot de huidige dag van vandaag. Ik had van haar gehoord, maar zag haar werk voor het eerst in Parijs in december 2018. In de kelder van Fondation Cartier hingen lange gekleurde draden die samen driehoeken of rechthoeken vormden, waarop weer andere vormen te zien waren. Het was sprookjesachtig en maakte indruk. Het was een deel uit de serie ‘Bruma’ (Nevel) weet ik nu.

Zuid-Amerika staat bekend om haar weefsels. In Colombia heeft het weven een direct verband met de bewoners die leven in het Andesgebergte. In dit koude gebied heeft weven de functie van warmte geven. Garens werden gesponnen, plantaardig geverfd en tot warme weefsels gemaakt. Die hadden naast het praktische gebruik ook een link met de spirituele wereld door hun kleur en symboliek.
Olga de Amaral was van jongs af met deze textielgeschiedenis verbonden en die band verdiepte zich tijdens haar studie aan de Cranbrook Academy of Art in Michigan in 1954. Ze heeft zich daardoor ontwikkeld tot de textielkunstenaar die ze nu is. Op 24 april 2003 gaf ze een lezing in het Metropolitan Museum of Art in New York met de titel ‘My House of My Imagination’. Ze vertelde toen onder andere dat ze de afgelopen 25 jaar heeft samengewerkt heeft met zeven levens van zeven Colombiaanse vrouwen die met hun veertien handen haar weefsels mogelijk maakten. Voor Amaral betekent deze samenwerking haar diepste verbinding met het land waar ze haar hele leven heeft gewoond. Voor haar is weven ademen en leven.

Ze heeft weinig in Europa geëxposeerd. Op de afgelopen Biënnale in Venetië hing haar wandkleed ‘Muro tejido terruño 3’ uit 1969. Daar is nu gelukkig verandering in gekomen.

Sinds 12 oktober 2024 hangen in Fondation Cartier in Parijs tachtig werken van deze bijzondere vrouw. Vanaf de jaren zestig tot nu, want ze werkt nog steeds in haar atelier in Bogota.

Ook al was ik erop voorbereid dat ik iets heel bijzonders zou gaan zien, direct bij binnenkomst viel mijn mond al open. Daar, aan die grote achterwand hing het werk ‘Muro en Rojos’ oftewel Muur in Rood uit 1982. Op zes banen waren van wol en paardenhaar honderden kleine geweven lapjes te zien die samen een enorm groot wandkleed van 7 bij 8.30 meter vormden.


Architecturaal en indrukwekkend, een adembenemende waterval in rood, bruin en oranje. En dat was nog maar het begin.

In dezelfde ruimte meer weefsels zoals ‘Paisaje de Calicanto’ (Landschap van Calicanto) uit 1981.


Lange geweven strips in natuurlijke tinten die op hun beurt ook weer geweven werden tot een wandkleed.



Lange strips maar dan gedraaid, zijn te zien in het wandkleed ‘Riscos en Bruma 2’ (Krassen en Mist) uit 1988.

Deels hangend en deels op de grond liggend is ‘Gran Muro’ (Grote Muur), 1976.


Gemaakt van wol, katoen, paardenhaar, sisal, jute, rayon, nylon en raffia. Elk geweven lapje is een juweel op zich.

Zoveel architecturale, overweldigende schoonheid alleen al in die eerste zaal! Een fenomenaal feest om van een afstand te bewonderen en om van dichtbij te bekijken.





In 2013 begon Olga de Amaral met het maken van de serie ‘Bruma’ (Nevel) waarvan een groot gedeelte hing in een andere ruimte. Subtiel en groots, ijl doorzichtig en vormvast.



V.l.n.r. Elementos rojo en fuego (1975-1993), Naturaleza (1979), Encalado en laca azul (1978)
In de kelder ging de expositie verder. In die donkere ruimte spatten de kunstwerken van de wanden.

Grote en kleine weefsels uit verschillende periodes.



‘En gris y rossado’ uit 1966 is het oudste werk dat er hangt. Gemaakt van wol en katoen in natuurtinten en fel roze garen. Een kunstwerk dat na al die jaren niet inboet aan kracht.

Mijn ogen konden niet genoeg krijgen van al die geweven schoonheid. Vooral de diversiteit en daarin de ontwikkeling van Amaral te zien was geweldig.


Sommige werken zijn driedimensionaal, zeer ruimtelijk. Ze voegt aan de weefsel verf of goud toe. Voor haar is goud de zon, het licht en de eeuwigheid.





Weefseldetails diverse kunstwerken
Haar goud heeft een link met de barokke kerken uit haar cultuur en met het goud dat in de goudmijnen van Zuid-Amerika wordt gevonden.

Op een tekstbordje las ik het citaat: ‘The words ‘text’ and ‘textile’ share the same etymological root, the Latin ‘textere’, which means both to weave and to tell.’ Ze maakt geweven verhalen zou je kunnen zeggen. Ze vertelt met haar draden archetypische herinneringen. ‘Het zijn landschappen van de ziel,’ zei Jos.

Er gebeurde iets wonderlijks met me toen ik naar het wandkleed ‘Escrito 19’ (2017) keek. Ineens gleden er tranen over mijn wangen. Waarom grijpt me dat aan, dacht ik. En ineens wist ik het. Dit is werk dat onze gehavende wereld nodig heeft. Zachtheid en schoonheid.


De weefsels voor de ziel van Olga de Amaral hebben iets universeels en spiritueels. Ze zijn in het geheel niet zweverig, maar juist heel aards. Die gelaagdheid in haar werk spreekt me erg aan.

In de laatste ruimte hangt de serie ‘Estelas’ (Sterren) waar ze in 1996 mee begon. Geweven vormen van verstevigd katoen, behandeld met een dikke laag gesso.

Ze heeft daarna de ene kant bedekt met acrylverf en bladgoud; de andere kant is donkergrijs met zilveren vlakken.

De weefsels hebben de vorm van rotsblokken, stenen, menhirs of meteorieten. Je zou ze kunnen vinden bij Precolombiaanse archeologische opgravingen. Er gaat een grote meditatieve kracht vanuit; misschien omdat ze groter dan de tijd zijn. Olga de Amaral zegt hierover: ‘Een steen verbergt de geheimen van het universum. Samen of alleen geven ze een antwoord of antwoorden. Ze verbinden de aarde met de hemel en de mens met zijn ziel.’
Zoals je leest heeft de tentoonstelling een diepe indruk op me gemaakt. Mocht je naar Parijs gaan dan is deze tentoonstelling een absolute aanrader.

(En dat geldt ook voor de tentoonstelling waarover ik in het volgende artikel ga schrijven!)
Te zien tot 16 maart 2025
Fondation Cartier pour l’Art Contemporain, 261 Boulevard Raspail, 75014 Parijs, Frankrijk







Geef een reactie op jetnijkamp Reactie annuleren