Ik ben net terug van negen dagen lopend, bussend en metroënd door Parijs. Tentoonstellingen te over, ook op het gebied van mode en textiel. Op Facebook schreef ik elke dag een klein verslag. Een artikel voor mijn blog schijven vraagt wat meer tijd en denkwerk. Hoe ga ik dit aanpakken? Er zijn minimaal zeven exposities waarover ik zou willen schrijven. Schrijf ik over elke tentoonstelling een artikel of maak ik combinaties? Misschien is dat laatste nog niet zo gek. Sommige tentoonstellingen waren heel goed, ander minder. Ik zou ze kunnen laten reageren op elkaar. Ik denk dat ik dat eens ga proberen lieve TextielLiefdeLezer.

In Musée Bourdelle is tot 12 april de tentoonstelling ‘Magdalena Abakanowicz, La trame de l’existence’ oftewel ‘Het weefsel van het bestaan’ te zien. Afgelopen voorjaar zag ik haar werk in Den Bosch en met name haar weefsels zijn prachtig.

Zo ook in Musée Bourdelle, maar wat is die expositie slecht ingericht: te veel in een te kleine ruimte.

Al het werk drukt elkaar weg. De hoogte van de plafonds is niet gebruikt om haar textiele sculpturen uit te laten komen.


Ooit zag ik in Bourdelle tentoonstellingen van Madame Grès en Balenciaga. Hun creaties waren tussen de beelden van Bourdelle geplaatst. Fantastisch vond ik dat. Het werd daardoor een ruimtelijke confrontatie tussen twee kunstenaars. Dat gebeurt in deze expositie jammer genoeg niet.

Het weefwerk van Abakanowicz blijft van een onvoorstelbare kracht en schoonheid. Haar andere ruimtelijk werk met hout, klei, textiel en staal en haar tekeningen konden me niet bekoren.

Het zal voor haar ontwikkeling vast belangrijk zijn geweest om andere wegen te ontdekken, maar in mijn ogen is dat werk te plat, te zwaar en opgelegd deprimerend. Ze wil teveel vertellen op een dramatische manier. Ik ging er met een teleurstellend gevoel weg. Drie sterren.

De volgende dag zagen we in La Halle Saint Pierre, het Art-brut museum van Parijs ‘L’Etoffe des rêves’ oftewel ‘Het weefsel van dromen’. Textiel als materiaal in een expositie vol kleur en durf.

Overweldigend was de entree. Ik moest even een paar minuten bijkomen van de eerste indruk. Wat een hoeveelheid en wat een diversiteit.

Glanzende poppen en vreemde figuren keken me aan.

Wandkleden vol verhalen en heftig borduurwerk.

Werk van voor mij onbekende kunstenaars die heel direct fantasievolle beelden laten zien in de meest sprankelende kleuren.

Wat een feest was het om hier doorheen te lopen.

‘Faux prétexte pour fond rouge’ (Vals voorwendsel voor rode achtergrond) heet het werk van Barbara D’ Antuono (1961, Italië).

Steek voor steek vertelt ze een persoonlijk verhaal over echt en onecht.

Dat doet ze ook in het schitterend gemaakte ‘Les yeux noirs’ met bijen die om hoofden van de figuren zwermen.

Oorspronkelijk werkte Alireza Asbahi Sisi (1969, Teheran, Iran) als werknemer in de textielindustrie. Lange dagen achter de naaimachine. Tijdens de covid-pandemie werd hij taxichauffeur en kocht hij een industriële naaimachine.

In de Bazar van Teheran vond hij oude tapijten en kelims. Nu maakt hij van die stoffen wonderschone, kleine wandkleden.

Hij verdient nog steeds zijn geld als taxichauffeur, maar hij blijft ook textiele werken maken.

‘Solitude’ is de titel van het aangrijpende werk van Micheline Jacques (1933, België). Zeven figuren, gewikkeld in zeven verschillende kleuren lappen, zitten op sokkels.

Ik heb er lang naar gekeken en er gingen allerlei gedachten door me heen. Ik had associaties met eenzaamheid, dakloosheid, vluchteling zijn, in jezelf vast zitten, wegkruipen, jezelf onzichtbaar willen maken.

Veel mensen zullen zich volgens mij herkennen in dit werk. Eenzaamheid is een elementair menselijke emotie.

Dat de kunstenaar dit zo schokkend heeft weten te verbeelden getuigt van een diep humaan gevoel en compassie.

Wat ook grote indruk maakte, was de installatie van Hervé Bonhert (1967, Frankijk). Een hommage aan de doden op een fantastische manier uitgedrukt.

Humoristisch met een serieuze ondertoon en confronterend.

Skeletten met hoedjes en bloemenkransen op hun hoofd en met vervuilde kleding.

Hoe zouden wij het vinden als we na onze dood zo tentoongesteld worden? Het deed me denken aan ons bezoek aan de catacomben in Rome waar we aangestaard werden door doodskoppen van al eeuwen dode monniken. Wat een werk ook om dit te maken.

Het gekleurde en verfijnde borduurwerk van Alexandre Vigneron (1994, Brugge) had naast schoonheid ook een zekere pijnlijke kracht.

Steken die hard aangetrokken zijn en die daardoor de stof uit zijn verband rukken. Soms gebeurt dat ook in het echte leven als je te hard je best doet en de omstandigheden daardoor zwaarder worden.

Lili Simon (1989, Frankijk) daarentegen borduurde heel precies een serie werken met mannen en herten als onderwerp.




Ook bijzonder waren de kleine, gebreide hoofden van Marie-Rose Lortet (1945, Frankrijk) met de titel ‘Suite incertaine – Les petites têtes et leurs ombres’ oftewel ‘Onzeker vervolg – Kleine hoofdjes en hun schaduwen’.


Van haar is ook een serie ‘kanten gebouwen’ die verspreid in de tentoonstelling staan.

Mijn absolute favoriet was een serie Marokkaanse wandkleden gemaakt door een onbekende kunstenaar en nu in het bezit van Philippe Saada.

Opgebouwd uit restanten stoffen; breisels, weefsels en tapijten, geborduurd met grove steken.

Een werk van een ongekende schoonheid en met een uitzonderlijke directheid in elkaar gezet. De anonieme persoon die dit maakte, had een goed artistiek gevoel om stoffen te combineren en zo het verhaal te vertellen van de mannen die op de wandkleden zijn verbeeld.
Mocht je naar Parijs gaan, sla deze tentoonstelling die nog te zien is tot 31 juli 2026 niet over! 5 sterren.
Bovenste foto is een detail uit het werk ‘Pensèes Chaotique sur Fond Noir’ van Barbara D’Antuono.






Plaats een reactie