155. De schapen van The Knitwit Stable

Net buiten Baambrugge is The Knitwit Stable gevestigd, een kennisinstituut dat onderzoek doet naar het bio-circulair verwerken van wol op lokale schaal. Reina Ovinge begon haar bedrijf na ruim twintig jaar in de mode te hebben gewerkt. Daar zag ze de desastreuse gevolgen die deze tak van sport heeft voor mens en milieu. Ze stapte eruit en begon haar wolbedrijf met het kopen van een paar schapen. Alles moest ontdekt worden. De zorg, het scheren van de vachten, de wol sorteren en verwerken tot garen, met als eindresultaat een verkoopbaar product.

The Knitwit Stable organiseerde afgelopen zaterdag een open dag. Daarvoor was ik uitgenodigd en nieuwsgierig als ik ben, ging ik er heen. Het ochtendprogramma was voor professionals uit de textielindustrie en het onderwijs. Toen ik naar het gebouw liep, staarden merinoschapen me dromerig aan.

In een weiland aan de achterkant liep een moederschaap met twee lammetjes die, hoorde ik later, een paar dagen eerder waren geboren.

Op het terrein wonen ook geiten, die een eigen plek hebben.

Na de koffie kregen we veel informatie te horen. Dat vachten niets meer opleveren is bekend. Maar hoe kan daar verandering in komen? Dat is de grote vraag. Kleding moet makkelijk te wassen zijn. Daarom is er synthetisch garen ontwikkeld; dat is eenvoudiger in het gebruik. Dat voor de productie van synthetisch garens olie nodig is, weet misschien niet iedereen. En juist die olie maakt dat deel van de textielindustrie zo milieuverontreinigend. Bovendien verteren synthetische garens niet. Daardoor zitten we nu wereldwijd opgescheept met bergen kleding op Afrikaanse stranden, vervuilt de oceaan en komen bij verbranding giftige gassen vrij.  

Door duurzame producten met een andere waarde te maken hoopt Knitwit Stable voor een verandering te zorgen. Op kleine schaal weliswaar, maar vanuit kleine initiatieven kunnen grote veranderingen komen.

Wol – daar gaat het bij The Knitwit Stable om. Wol voor truien, plaids, mutsen, shawls, sokken, wanten en meubelstof.

Producten die al decennia lang de mens verwarmen op koude dagen.

We dragen wollen kleding, zitten op met wollen stof beklede banken, slapen onder met wol gevulde dekbedden.

In blog 143 over de Woolmarch inTilburg schreef ik al veel over wol. Sinds de ontdekking van het makkelijk te wassen acryl en andere kunstvezels wordt het minder en minder gebruikt. Voor veel consumenten is het een groot nadeel dat 100% wol niet in de wasmachine kan. De consument kiest voor gemak en geen gedoe; het leven is al ingewikkeld genoeg. Maar een wollen kledingstuk hoef je eigenlijk nooit te wassen. Het reinigt zichzelf. Mocht je het toch willen opfrissen, hang het dan een nacht buiten of leg het in de sneeuw.

En dan is er de consumenten-economie: we worden verleid om elk seizoen weer wat anders aan te trekken. Onder het mom van ‘goed voor het milieu’, brengen we ladingen ‘oude’ kleding naar de kledingbak of verkopen we via Vinted. Minder aanschaffen, zou wellicht beter zijn, maar tja, de economie draait kortzichtig op omzet en groei.

Terug naar de lentedag bij Knitwit Stable. De wol die het bedrijf gebruikt, komt van Nederlandse schapen, natuurlijk ook van hun eigen kleine kudde die op de weilanden rondom loopt. Het zijn Texelaars en Merino schapen.

De geiten van het bedrijf zorgen onder andere voor de zachte kidmohair.

Er komt heel wat bij kijken om van een geschoren vacht een trui te maken. Eerst wordt de wol gesorteerd en stro en viezigheid worden er handmatig uitgehaald. De vezels moeten een goed lengte hebben om er garen van te spinnen. Alleen dat al kost veel tijd. Daarna wordt de vacht gewassen zodat het natuurlijke vet rondom de vezels, oftewel lanoline, verdwijnt. De volgende stap is het spinnen tot garen.

Dit gebeurt in België en Italië omdat daar nog spinnerijen zijn die er perfect garen van kunnen maken. In Nederland is dat ambacht verdwenen. In de spinnerij worden wolsoorten als merino en alpaca gemengd met de wol van de Texelaar zodat het uiteindelijke product niet kriebelt. Dat kriebelen is voor veel mensen een reden om geen wol te kopen.

Knitwit Stable beschikt over drie professionele industriebreimachines. Er kan met dik en dun garen op worden gebreid. Vergeleken met het breien van een trui met de hand gaat zo’n machine natuurlijk sneller. Een voorpand breien kost 20 minuten; met deze snelheid kunnen er maximaal vier truien of vesten per dag worden gebreid. Daarna moet de trui in elkaar worden gezet en gewassen om  het garen te ‘laten leven’.

Alles bij elkaar is dat veel handwerk en dat kost natuurlijk wel wat meer dan een fabrieksmatige productie waarbij in hoog tempo duizend kledingstukken worden afgeleverd. The Knitwit Stable is op hun website transparant over hun kosten.

  • Verzorging schapen/geiten: € 16
  • Materialen: € 43,45
  • Productie: € 91,08
  • Bedrijfskosten: € 10
  • BTW: € 86
  • Vervoer: € 7,33

Totaal zijn de kosten voor productie en vervoer € 259,86. Dat er ook aan verdiend moet worden maakt dat de prijs voor de trui Torben op € 495,- komt. Met dat geld wordt salaris betaald en geïnvesteerd in het bedrijf. Overigens zijn er wel plannen om de productie iets op te schalen waardoor de prijs wellicht iets goedkoper uitkomt.

Ik besef dat deze prijzen niet door iedereen betaald kunnen worden. Voor mensen met een modaal inkomen is € 495 veel geld. Maar als je kijkt naar de prijsopbouw klopt het geheel wel. Het is verhelderend om dit soort berekeningen te zien en die te vergelijken met prijzen voor confectiekleding die in bulk wordt geproduceerd.

Minder kopen en dan wel van een betere kwaliteit is een goed idee. Je bent dan niet medeplichtig aan het onderdrukken van textielarbeiders die voor een hongerloon voor fast-fashion-bedrijven werken. Door duurzame kleding te kopen die speciaal voor jou wordt gemaakt, verklein je ook het overschot aan producten. Als je iets aanschaft dat gerepareerd kan worden en waar je jarenlang meedoet, ga je de groeiende milieuverontreiniging tegen. En mocht je wollen kledingstuk onverhoeds toch versleten zijn, dan kan het totaal verteren in de grond.

Hoe erg is het toch dat wol zo in het verdomhoekje is komen zitten! Bij The Knitwit Stable doen ze een dappere poging om dit materiaal weer op de agenda van modebedrijven te krijgen. Naast hun eigen label werken ze samen met onder andere Joline Jolink, AaBeFant en Joe Merino. Stuk voor stuk bedrijven die net als Knitwit Stable werken aan een verandering in de mode-industrie en bewustwording bij de consument.

Er valt nog veel te vertellen over The Knitwit Stable. Kijk op hun uitstekende website naar nog meer achtergrondinformatie.

3 reacties op “155. De schapen van The Knitwit Stable”

  1. Josefien Avatar
    Josefien

    tja, over de degradering van wol kan ik alleen maar getuigen. Ik heb zelf al járen een aantal schapen. Toen ik daarmee begon kreeg ik van de schapenscheerder een bepaald bedrag per schaap voor de wol, die hij verkocht aan de Nederlandse Wolfederatie. Ze kwamen de wol bij hem ophalen. Voor het scheren hoefde ik niet te betalen. Die vergoeding voor de wol werd in de loop van de jaren lager en lager en sloeg écht om op het moment dat ik niets meer kreeg en hem ook moest gaan betalen voor het scheren. En dat is nog steeds zo. Ik geef wel eens wat wol aan een enthousiasteling, en zelf heb ik ook nog steeds een spinnenwiel, maar de meeste wol gaat mee met de scheerder, die het dan weer moet zien kwijt te raken.
    Jammer toch?!

    Geliked door 1 persoon

    1. Jan ter Heide Avatar

      Helemaal met je eens!

      Like

  2. brieflyxylophone36645d1afa Avatar
    brieflyxylophone36645d1afa

    Wat een mooi en hoopvol verhaal Jan. Ik kocht ooit af en toe een vacht en ging dit proces door, wassen, kaarden, spinnen en breien. De kleding die ik zag op de webpagina is echt prachtig, qua kleur en snit.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

In dit blog schrijf ik over mijn grote liefde voor textiel. Over kleding en mode, over tafellakens, servetten en gordijnen, over textielkunst, borduren, patronen en naalden.
Als kind keek ik geboeid naar de handen van mijn moeder die op haar naaimachine van een lap een kledingstuk maakte. Een wonder! Na een studie cultureel werk volgde ik op de kunstacademie Arnhem de richting modevorming. Ruim dertig jaar was ik docent in het modeonderwijs en daarnaast beeldend kunstenaar. Nu geef ik met veel plezier rondleidingen in Amsterdamse musea.