We leven in een moeilijk wereld. Oorlogen, geweld, natuurrampen, dat krijgen we elke dag voorgeschoteld in kranten, in het journaal op de tv of in de social media. Soms worden we geraakt; een ander moment zeggen we tegen onszelf dat we wat minder moeten kijken omdat het je zo droevig en machteloos maakt. Murw geslagen door alle verschrikkingen waar we mee worden geconfronteerd, wenden we ons hoofd af.
Dat laatste is natuurlijk ook een elitaire houding. Je zult maar als burger in een oorlogsgebied wonen en horen dat mensen in een vrij land het niet meer aan kunnen om de beelden te zien omdat ze er zo treurig van worden.


Vaak verdwijnen de foto’s weer uit ons hoofd. Denken we. Toch zitten er in de ladekasten in ons geheugen iconische foto’s opgeslagen. De aanval op de Twin Towers, de man voor de tank op Tiananmenplein of de opwaaiende jurk van Marilyn Monroe. We zien ze voor ons als we het er over hebben. Maar hoe zit het met foto’s van deze tijd? Slaan we die ook op in ons hoofd? Gaza, we zien dagelijks beelden van de verschrikkelijke ramp die daar plaats vindt. Komen die beelden in ons collectieve geheugen?
Wat gebeurt er als je oorlogsfoto’s, in dit geval over Gaza, gaat borduren? Doet dat iets met de borduurders? En doet dat iets met de kijkers? Kijk je anders naar een borduurwerk dan naar een krantenfoto?

In Palazzo Mora in Venetië is tot en met 22 november de door het Palestine Museum georganiseerde tentoonstelling GAZA – NO WORDS te zien.

In de ruimte hangen 100 borduurwerken, geborduurd door vrouwen in vluchtelingkampen in Libanon en Jordanië en in de bezette Palestijnse gebieden. Zelfs in Nieuw Zeeland hebben Palestijnse vrouwen geborduurd.

Met maximaal zes kleuren garen vertellen ze de verschrikkingen van de genocide in de periode 2023 tot 2025. In elk werk zijn 55.000 kruissteken gezet. De borduursters zullen zeker emotioneel zijn geweest, want dit is wel wat anders dan een romantisch bloemenboeket borduren. Dit gaat onverbloemd over je eigen leven. Je steekt met naald en draad in je eigen verdriet.

De tentoonstelling raakte me diep.

Beelden van gebombardeerde huizen, slachtoffers in het puin, huilende mensen, achtergebleven kinderen, begrafenissen, explosies, vuurzee.

En dan niet op krantenpapier of in een journaalfilm, maar op stof in kruissteek. Een foto, niet gedrukt in een oplage van tienduizenden, maar een unieke afbeelding in textiel in de oplage van 1.

Dat brengt de verschrikking zeer nabij. Pal onder je ogen gebeurt het. Handwerk van betrokken handen die vele uren hun steken zetten.

Soms zag ik door de borduursels een foto. Die bleek ik opgeslagen te hebben in een ladekast in mijn hoofd.


Tatreez is de Arabische term voor borduurwerk. Het woord is afgeleid van het Arabische woord tarza, dat kruissteek betekent. Tatreez is belangrijk in Palestina en in de Palestijnse diasporagemeenschappen. Het borduurwerk komt vooral voor op panelen van thobes oftewel tuniekjurken.

Om er meer over te weten te komen, kocht ik onlangs het boek Tatreez & Tea, geschreven door de Palestijnse Wafa Ghnaim.
Daarin vertelt ze haar familieverhaal onder andere aan de hand van borduurwerken op de thobes die in haar familiebezit zijn.

Palestijnse vrouwen ontwikkelen al sinds eeuwen borduurmotieven uit hun geschiedenis. Elk motief vertelt een verhaal. Dat kan gaan over de natuur om hen heen: bloemen, planten, bomen en dieren.

De thema’s in de tuniekjurk laten iets zien van de (familie)geschiedenis en geven een boodschap door. De patronen gaan over van moeder op dochter, net zoals de jurken. In veel Palestijnse families zijn thobes te vinden die al lang in de familie zijn. De meest gangbare borduursteek die wordt gebruikt, is de kruissteek.

Op elk borduurwerk in de tentoonstelling is met rood garen een traditioneel Tatreez motief geborduurd. Ik was benieuwd naar de betekenis ervan. Het blijkt een van de ‘Missiles’ oftewel raket-symbolen te zijn.

Om dat te begrijpen moeten we naar de geschiedenis van het land. In 1920 kwamen de Engelsen naar Palestina met raketten en zware wapens die voor verwoesting zorgden. Dit bracht een grote verwarring bij de inwoners die tot die tijd in vrede leefden. Bij protesten en demonstraties tegen de kolonisatie werden voornamelijk mannen gearresteerd.

Vrouwen protesteerden in stilte via hun borduurwerk. Verhalen werden vastgelegd in zelfbedachte ontwerpen met de kruissteek als wapen. Deze verhalen zijn opgeslagen in het collectieve geheugen van Palestijnse vrouwen. Ze zijn belangrijk omdat ze de tragische geschiedenis van een land vertellen. Ook nu, en met name nu, is het belangrijk om naar die verhalen te kijken en te luisteren.
Na de Nakba in 1948 moest een groot deel van het Palestijnse volk vluchten. Velen woonden voortaan in diaspora, niet alleen in de buurlanden maar over de hele wereld. Wat er met het originele Palestijnse borduurwerk gebeurde na de invasie door Israël van de West Bank in 1967 schokte me toen ik erover las. Om in die oorlogstijd voor een noodzakelijk inkomen te zorgen, verkochten Palestijnse vrouwen hun borduurwerken aan Israëli. Vaak waren dat hun oudste werken die al lang in de familie waren. Je moet wat om aan geld te komen. De borduurwerken werden in Israël en daarbuiten verkocht aan toeristen onder de noemer ‘kleding uit het heilige land’. Culturele toe-eigening in zijn ergste vorm!


Gelukkig zijn veel belangrijke borduurwerken bewaard gebleven bij Palestijnen die buiten Palestina woonden.


Het Textile Research Centre in Leiden heeft er ook een aantal in de collectie.
Sinds 15 december 2021 staat het Palestijnse borduurwerk op de UNESCO-lijst van immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid. Er valt nog veel meer te vertellen over Tatreez en wie weet schrijf ik er nog eens een artikel over.







Plaats een reactie