Amsterdam, 29 août 2024
Chère Andrée,
Op zondag 18 augustus 2024 na de grote vide-grenier in Tanville kwamen we bij jou op bezoek. Je kinderen hielden er een vide-maison. Na je dood proberen ze zoveel mogelijk huisraad te verkopen om een leeg huis over te houden dat verkocht gaat worden. Zo gaat dat in Frankrijk. Ach dat hoef ik jou allemaal niet te vertellen. Ons bezoek aan jouw huis was niet gepland. Spontane bezoeken zijn vaak het leukst, dat weet jij ook wel.

We zagen een kan die we wilden kopen, die bruine weet je wel, en twee gebloemde borden. In een hoek stond jouw oude Singer naaimachine uit 1907. Dat je het instructieboekje nog hebt!

Jos moest denken aan het gedicht van Paul van Ostaijen ‘Hulde aan Singer’. Hij schreef dat gedicht rond 1920 toen zijn vriend de schilder Floris Jespers een Singer naaichine had gekocht. Ik heb ook een Singer in dezelfde kleur als die van jou, maar de mijne dateert uit de vijftiger jaren. Onverslijtbaar zijn ze die oude zware ijzeren machines. Ooit kreeg die van mij een nieuwe motor en sindsdien doet hij het nog heel goed.

Door die Singer zag ik direct een overeenkomst tussen ons. Textiel is voor jou net zo belangrijk als voor mij. Jij hebt er vast veel kleding op gemaakt voor jezelf en de kinderen. De beide deuren van je kledingkast stonden open. Ik zag je zelfgemaakte japonnen hangen die je nooit meer zal dragen. Zouden er kopers voor zijn? En zo niet, wat gebeurt er dan mee? Ik streelde met mijn hand langs je jurken; het leek alsof ze even weer leefden.
Je hebt vast gedacht dat je beter zelf kleren kunt naaien dan ze kopen. Zelfgemaakte kleding is goedkoper en vaak ook beter en mooier dan kleren uit de winkel. Ik denk dat zelf ook. Je werkte zeker met patronen uit tijdschriften? Wij leven nu in een tijd van bespottelijk goedkope kleding, slecht van kwaliteit, gemaakt in derdewereldlanden door mensen die slecht betaald worden. Het is kleding die je in het seizoen van aankoop al weer weg kunt doen om weer iets nog nieuwers te dragen. Kun je je dat voorstellen Andrée? Voor jou was het vast een noodzaak om zuinig te zijn: kleren moest je herstellen en vermaken. Als een kind uit zijn broek was gegroeid, nam een jonger kind die over. Zo ging dat toch in grote gezinnen. Een naaimachine was bij het vermaken van kleding onontbeerlijk. Je hebt vast heel veel zomen in jurken en broeken genaaid als er weer iets ingekort of verlengd moest worden. En dan al die restjes stof die je overhoudt als je wat had gemaakt. Als ik een patroon heb uitgeknipt, rol ik de restanten textiel net zo op als jij.

In de kamer zag ik ook een schoenendoos gevuld met gehaakte kleedjes en bollen garen. Je weet vast wat ik bedoel. Mijn eerste gedachte was om hem niet te kopen. Toen ik buiten stond met de gekochte kan en borden bleef ik denken aan die doos. Ik ben natuurlijk altijd op zoek naar textiel en verhalen, liefst verhalen van ‘gewone mensen’. Die verdwijnen meestal nadat iemand is overleden. Na overleg met Jos besloot ik de doos te kopen. Toen had ik een kort gesprek met je dochter Frédérique. Ze vertelde me dat je tien kinderen had, zeven zelf gebaard en drie oudere kinderen die je man inbracht uit een vorige relatie. Ik hoorde dat je ook goed was in tuinieren, breien en haken. Dat laatste zag ik natuurlijk al aan die kleedjes in de doos. Met een paar was je nog bezig, zag ik. Prachtig zijn ze!
Frédérique vertelde me ook dat je lekker kon koken. Daar moeten we het in een volgende brief maar over hebben, want net als jij houd ik ook erg van koken. Het enige verschil is dat jij dat elke dag voor twaalf man moest doen en ik kook maar voor twee.
Hartelijke groet van Jan
P.S.
Zoals je weet is een brief in het Frans schrijven moeilijk voor mij. Google translate kan je goed helpen om het toch te lezen.
Noot van de schrijver

Andrée Bordeau werd op 1 juli 1931 geboren in Loupfougères, Mayenne. Jacques Andre Jean Persehaye werd geboren op 8 maart 1924 in Tanville, Orne. Jacques was niet eerder getrouwd maar had met zijn vorige relatie drie kinderen: Alain, Mayannick en Jacqueline. Tijdens het huwelijk van Andrée en Jacques werden zeven kinderen geboren: Dominique, Patricia, François, Catherine, Frédérique, Christel en Olivier. Het echtpaar heeft meer dan 40 jaar in het huis gewoond waar de vide-maison werd gehouden, net even buiten Tanville. Jacques overleed op 29 oktober 1989 in Tanville, hij werd 65 jaar. Andrée overleed op 8 maart 2024, zij werd 92 jaar. Op 14 maart 2024 werd ze begraven. Ze woonde na het overlijden van haar man 37 jaar alleen in het huis. De kinderen hebben besloten het huis, de schuren en het land te verkopen.

Bij binnenkomst in het huis kwam de gedachte bij me op dat dit huis, zoals elk huis, over levens gaat, en in dit geval over de laatste bewoner. Andrée Persehaye is na de dood van haar man in het huis blijven wonen. Alles in het huis is door haar aangeraakt en laat haar leven zien. Ik kocht de doos met het haakwerk omdat Andrée het allemaal gemaakt heeft. Dat raakte me op de een of andere manier.
‘C’est une vie, la vie de votre maman,’ zei ik tegen Frederique. Dat beaamde ze.
Thuis heb ik alles bekeken.




In de doos zat het volgende :
- drie gehaakte kanten kleedjes
- een kanten kleedje dat deels af was maar nog aan elkaar gezet moet worden.
- een kanten kleedje, niet af
- het begin van een wellicht gehaakt mutsje
- acht verschillende bollen haakgaren in verschillende kleuren en diktes
- een haaknaald 1.00 mm.
- vier knoopjes
- een sleutel
- een stukje wit kleermakerskrijt en een potlood wit kleermakerskrijt
- een kwastje
- een gekantklost kleedje
- een kleedje met borduursel
De tekst van het gedicht ‘Hulde aan Singer’ van Paul van Ostaijen is HIER te lezen.
Marcel Vanthilt en Evi De Jean zingen het gedicht.







Geef een reactie op Jan ter Heide Reactie annuleren