Een hoedenman ben ik niet echt, hoewel ik graag hoeden pas als ik ze tegenkom. Ben meer een pettenman en soms een mutsmeneer. Dat laatste alleen als het erg koud is zodat ik mijn zelfgebreide muts over mijn oren kan trekken.

Toch heb ik een zwak voor hoeden en helemaal toen ik de vrolijke tentoonstelling ‘Stephen Jones, chapeaux d’artiste’ zag in Palais Galliera, het modemuseum van Parijs. De expositie laat werk van deze creatieve Engelse hoedenontwerper zien dat hij de afgelopen veertig jaar maakte.





De eerste grote donkere ruimte is gevuld met vitrines vol hoeden. Ze geven een goed overzicht van zijn ontwikkeling: van eenvoudig tot spectaculair, van draagbaar tot extravagant.





Mijn hemel, dacht ik vaak bij het zien van weer zo’n opwindend exemplaar. Wat kan deze man niet?









Dit deel van de tentoonstelling geeft ook een treffend beeld van de tijd. Van heavy punk in de zeventiger jaren, de New Romantics aan het einde van diezelfde jaren tot de jaren waarin we nu leven. Volop humor en elegantie, uitgaand van een traditie of een reactie daarop.


Engeland is het land waar tweed wordt geproduceerd. Voor de collectie Harris Tweed (herfst/winter 1987-1988) van Vivienne Westwood ontwierp Stephen Jones de legendarische kroon van verschillende kleuren tweed. Een spottende knipoog naar het Engels koningshuis met leden die ook vaak tweed dragen.


Naast hoeden van zijn hand is er ook een ander icoon te zien. De legendarische Chapeau-Chaussure (1937/1938) van Elsa Schiapparelli, gemaakt in samenwerking met Salvador Dali. Surrealisme ten top, hoewel de hooggehakte, gele damesschoen-hoed van Stephen Jones er ook mag zijn.


Op de tentoonstelling staan ook ‘kijkkasten’ waarin een thema van een hoed wordt verbeeld.


Zelf vond ik de hoed gemaakt van een grote garenklos fantastisch. Dat geldt ook voor de hoed ‘Pinning’ waarop de gereedschappen te zien zijn die een hoedenmaker nodig heeft.







Stephen Jones gebruikt naast de klassieke materialen zoals stro en vilt ook veel andere materialen zoals plastic, leer, metaal en breiwerk. Het deed me denken aan een uitspraak van de jong overleden Italiaanse modeontwerper Franco Moschino. ‘Als je een kopje als een oorbel wilt gebruiken, kan dat. Je moet dan alleen zorgen dat het niet van porselein is gemaakt.’

Natuurlijk mocht de Eiffeltoren niet ontbreken!






Na deze overweldigende en opwindende verzameling hoeden was er nog een zaal gevuld met etalagefiguren die kleding en hoeden droegen van de labels waarvoor Stephen Jones ontwierp.






Een hoedenparade van jewelste, van Dior, Gaultier, Vuitton Mugler, Galliano en nog meer grote modenamen. Ik had er een aantal heerlijke hoedenuren!
Na het zien van de tentoonstelling kreeg ik ineens zin in een hoed. Wie weet gaat dat nog wel eens gebeuren!
Nog te zien tot 16 maart 2025.

Omdat het kleine Musée Yves Saint Laurent om de hoek bij Galliera zit, zag ik daar ook nog de tentoonstelling ‘Les Fleurs d’Yves Saint Laurent’.


De haute couture ontwerpen van Saint Laurent ogen klassiek en wat gedateerd. In de tijd dat ze werden gemaakt, waren ze voor veel dames van rijke afkomst het toppunt van elegantie.



Naar dit soort ontwerpen kijk ik altijd met een ietwat kostuumhistorische blik en ik kan ze daardoor goed plaatsen in de tijd.






Ik zag er geborduurde, appliqueerde en gedrukte bloemen. Soms driedimensionaal, glinsterend van de kralen.

Na nog even een blik in zijn nagemaakte werkkamer te hebben geworpen, verliet ik de modebloemenkas die op die dag Sold Out was.

Nog te zien tot 4 me1 2025.







Geef een reactie op enthusiasticallytyphoon94a4cd306c Reactie annuleren