Tot 8 maart is de tentoonstelling ‘Dresscodes’ nog te zien in Paleis Het Loo. Apeldoorn ligt op ongeveer een uur reizen van Amsterdam en toch zag ik de expositie pas twee weken terug.

Het paleis is natuurlijk geweldig om doorheen te dwalen en je te verbazen wat er allemaal is aangeschaft door de Oranjes. Hier en daar behoorlijk burgerlijk en truttig. Maar goed, als je er dan toch bent, kijk je natuurlijk ook naar textiel.



Weelderige hemelbedden, wandbespanningen en een geborduurd kamerscherm vol bloemen.

In de grote hal staan zes geschilderde mannen in oosterse gewaden achter de balustrade.

Zouden zij textiel hebben verkocht aan het Koninklijk Huis?

De tentoonstelling ‘Dresscodes’ bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat over de kledingcodes van het Koninklijk Huis, personeel en gasten. Wat trok je aan als je een uitnodiging van koningin Emma kreeg? Veel van de tentoongestelde kleding is formeel; voor een ontvangst aan het hof waren er strenge kledingvoorschriften.

Mannelijke hoogwaardigheidsbekleders en lakeien droegen indrukwekkende uniformen vol tressen en goud en zilverborduursels.


Als je niet zo’n hoge functie had, droeg je als man een rokkostuum eventueel versierd met onderscheidingen.
Voor vrouwen aan het hof was de situatie ingewikkelder omdat zij geen ambtskostuums kenden. Toch waren er ook voor hen regels waaraan ze zich moesten houden.

In grote lijnen bestond het galatoilet voor vrouwen in de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw uit een witte of kleurige, zijden japon met decolleté en korte mouwen, een lang sleep, lange handschoenen van leer en een waaier! Het haar moest opgestoken zijn. Kwam je in een verkeerde japon binnen, dan was je direct het onderwerp van roddel en achterklap.

De sleep, hoe langer hoe meer indruk zou je zeggen. Ook daar waren regels voor aan de Europese hoven. Voor koninginnen was het vier meter, voor prinsessen en haar gevolg 3,75 meter terwijl ongetrouwde vrouwen het moesten doen met 3,25 meter. De meeste slepen waren los, dus niet vastgenaaid aan de japon en konden op meerdere japonnen gedragen worden. Heel wat om zo’n lap stof achter je aan te slepen; alle gasten moesten natuurlijk opletten om er niet op te gaan staan.

In de loop der tijd werden de slepen steeds wat korter. Het kleine lapje aan de achterkant van de groene jurk uit de jaren twintig heeft nog maar weinig te maken met een indrukwekkende sleep.

Naast al die pracht en praal viel een doos met zijden kousen uit de jaren 30 en 40 op. De kleurrijke exemplaren zijn gedragen door de koninginnen Emma en Wilhelmina omdat de mode in de jaren 20 kortere rokken voorscheef. Hoe hip!


Natuurlijk zijn er eenvoudige witte japonnen om een wandeling in te maken. Herenkostuums in katoen en wol.

Dat Norfolkjasje zou ik wel willen hebben!

Belangrijk in koninklijke huizen zijn de huwelijken. Wilhelmina trouwde op 7 februari 1901 met prins Hendrik in Den Haag. Haar jurk van zilverlamé werd gemaakt in Parijs bij het chique modehuis Nicaud.

De zijden jurk die Juliana bij haar trouwen op 7 januari 1937 droeg werd gemaakt door modehuis Kühne in Den Haag. Het verhaal gaat dat Wilhelmina haar dochter dwong om er een flanellen onderjurk onder te dragen. Daardoor viel de jurk niet goed. Of het echt zo is gegaan blijft in het ongewisse.

Bijzonder zijn ook de witte rouwkappen die Wilhelmina en haar gevolg droegen na het overlijden van Hendrik. Wit als rouwkleur, symbool voor de overgang naar het andere leven. Er valt wat voor te zeggen in plaats van het sombere zwart.
Na al die serieuze kleding van het hof is het tweede deel van de expositie het tegenovergestelde.

In de vitrine staan moderne kledingstukken van Maxima en Amalia. Er tegenover gewaden van de koninginnen en iconen van nu.

De Size Queen jurk van Victor & Rolf valt onmiddellijk op.

De rode fluwelen avondjurk met sleep van Billy Porter, ontworpen door Christian Siriano in 2023, is aangekocht door het Kunstmuseum. Jacco Hooikamer en ik zouden hem wel even aan willen hebben.

Een van mijn favorieten was het ensemble van Dries van Noten met de knalpaarse handschoenen. Het deed me qua brutale kleurcombinatie aan Christian Lacroix denken.


Van Guo Pei (ik schreef over haar werk in blog 121) staat er een jurk opgesteld waar heel lang aan gewerkt is. Het borduursel van zilverdraad en glanzende stenen kralen is adembenemend.

Jammer dat dit tweede deel van de expositie wat krap in de ruimte is gepresenteerd. Al met al een tentoonstelling die veel vertelt over kledingvoorschriften. Ik ben overigens wel blij dat die superstrenge voorschriften los gelaten zijn.







Geef een reactie op Jan ter Heide Reactie annuleren