Henriette Beukers (1937) wordt wel de Koningin van het Handwerken genoemd. Op 20 september 2024 stierf ze in het Rosa Spier Huis in Laren, een woon- en werkcentrum voor oudere kunstenaars. In 2018 ontmoette ik Henriette daar onverwachts bij een poëzieprogramma waar Jos optrad. Ik had met haar een klein en vrolijk gesprek. Ze was toen al in de war, maar de herinnering eraan koester ik.
Henriette, ook wel Jet genoemd, was vanaf 1962 samen met haar man Henk Beukers hoofdredacteur van het handwerktijdschrift Ariadne. Mijn moeder had er jaren een abonnement op. Het was een hip en goed vormgegeven tijdschrift; het zette handwerken op een moderne manier in de schijnwerpers. Modieuze truien, nostalgisch gehaakte valletjes, patchwork kussens, hippe letterlappen, alles kwam voorbij. Het paste perfect in de tijd en veel van die textielmaaksels waren toen op straat en in huizen te zien.

Samen met haar man was Henriette Beukers de drijvende kracht achter de bekende rode mappen ‘Het Komplete Handwerken’ die in 1975 uitkwamen. Mijn moeder heeft ze toen aangeschaft; ze staan al jaren in mijn boekenkast. Alle handwerk- en textiele technieken worden er helder in beschreven. Ik heb ze veel gebruikt toen ik nog docent was. Op Marktplaats of in kringloopwinkels kom je ze nog wel tegen voor weinig geld.

Alsof het nog niet genoeg was, begonnen ze in 1978 het tijdschrift Handwerken Zonder Grenzen. Daarin stonden artikelen over textiel uit andere culturen en tijden, die inspiratie vormden voor hedendaags handwerk. Ik heb er nog een stapel van. Af en toe blader ik die bladen door en ik verbaas me dan weer over de kwaliteit van de publicaties. In 2002 deden Henriette en Henk het tijdschrift van de hand.

Het tijdschrift bestaat nog steeds, maar echt volgen doe ik het niet meer. In nummer 125, april 2004, staat een artikel met als titel ‘Henk en Henriette nemen afscheid’.

Toen Henk in 2008 kwam te overlijden, herpakte Henriette zich en in 2015 en 2016 kwamen er twee dikke boeken uit met de titel ‘Rondom Textiel’. In die boeken lees je over haar omvangrijke textielcollectie en tegelijkertijd ook over haar leven dat samen met Henk altijd om textiel heeft gedraaid. Er zou nog een derde deel volgen, maar dat is er helaas niet van gekomen.
Na het overlijden van Henriette is geprobeerd om de textielcollectie onder te brengen in een museum. Een klein aantal items kwam op goede plekken terecht. Op een veiling brachten sommige mooie stukken een habbekrats op Voor de rest was helaas geen belangstelling en alles verdween in bijna honderd kartonnen dozen. De reden was misschien dat de collectie te eclectisch was. Wellicht ook dat je momenteel met een paar muisklikken dit soort textiel kunt kopen. Ik weet het niet.

Toen kwam Barbara Broekman in beeld, oftewel de Grande Dame van de Nederlandse textielkunst.


Haar werk ken ik goed. Zo liep ik over het tapijt ‘My Town’ uit 2012 in de Schuttersgang van het Amsterdam Museum. Op ‘My Town’ is textiel uit 179 culturen te zien. Ik ben benieuwd of het tapijt een plek krijgt na de verbouwing van het museum.

Ik zag haar grote weefsels ‘Faith’ uit 2014 waarop krantenfoto’s te zien zijn van een wereld vol chaos, schoonheid en gruwel. Bij die ontroerende tentoonstelling heb ik uitgebreid met haar gesproken.

En dan is er het tapijt uit 2015 op de trappen van Arti et Amicitiae ter ere van het 175-jarig bestaan van de kunstenaarssociëteit.

In De Balie is permanent ‘My Second Skin’ (2017) te zien.

Tot slotte staan er in mijn boekenkast boeken met haar werk.

En, last but not least, heb ik een klein werk van haar. Misschien komt daar binnenkort wat bij.
Maar nu de combinatie Barbara en Henriette.
Omdat niemand de textielcollectie van Henriette wilde hebben, kreeg Barbara al die dozen. Dat bezorgde haar in eerste instantie een zwaarmoedig gevoel. Wat te doen met al die werken, met al dat textiel door mensenhanden gemaakt? Wat kun je ermee, wat moet je ermee? Hoe kan je er een nieuwe bestemming voor vinden?

Uiteindelijk maakte Barbara Broekman In 2022/2023 met het textiel uit die dozen een werk met de titel ‘The Golden Thread’. Ze knipte uit elk stuk textiel een lapje van 30 bij 30 centimeter en zette dat op een frame. Zo ontstond een installatie met 5050 paneeltjes, bij elkaar ruim 10 meter lang en 2,8 meter hoog.
Toen ik voor het eerst hoorde over haar rigoureuze hantering van de schaar schrok ik. Alles verknipt in lapjes en die gebruiken voor een kunstwerk? Mijn textielhart bloedde! Hoe kun je zoiets doen? Hoe voelt het om de schaar zo te gebruiken? Mag dat eigenlijk wel? Dat moet vast ook ingewikkeld zijn geweest om de schaar zo definitief te gebruiken. Er zit ook iets agressiefs in. Iets vernietigends. Of niet?

In het H’ART museum in Amsterdam is tot en met 16 maart 2025 een deel van ‘The Golden Thread’ te zien in de vrolijke tentoonstelling ‘Happy Birthday Amsterdam’.

Toen ik het kunstwerk voor het eerst zag, gebeurde er iets onverwachts. Ik herkende direct op een paneeltje het textiel en zag onmiddellijk het artikel daarover in een van de boeken. Het was het paneeltje bekleed met een deel van een truitje met Shetlandmotieven.

Uit bovenstaand artikel
Ooit heb ik van mijn oude trui een kussen willen maken, maar gelukkig vond ik daar toen geen tijd voor. Het zou een misdaad geweest zijn!
Liesbeth van Buul
En zo waren er ook andere paneeltjes met textiel die ik herkende uit het boek: Afrikaanse stof, letterlappen en nog heel wat meer.






Ineens werd ik er door geraakt. Ik zag het werk van Barbara Broekman als een ode aan Henriette en Henk Beukers, aan hun leven dat over het verzamelen van textiel ging. Ik vond het letterlijk een Grande Hommage. Deze uitkomst is toch heel wat beter dan niets doen met dozen vol textiel die niemand wil hebben en die wellicht nooit meer uitgepakt worden. Nee, dan de schaar er maar in, en een kunstwerk maken waar iedereen van kan genieten.

Bij de presentatie in het H’ART museum is een prachtige publicatie gemaakt. Daarin is de achtergrond van het hele proces te zien en te lezen. Het is een initiatief van Eelco en Haico Beukers, de twee zonen van Henk en Henriette. Bureau Beukers Scholma ontwierp het in een oplage van 750 exemplaren. Te koop in de museumwinkel van H’ART.
Zelf heb ik ook heel wat stukken textiel; de gedachte om er in te knippen vind ik moeilijk. Wat ik ermee doe, is er zo af en toe naar kijken. Misschien moet ik ook maar eens de moed hebben om een schaar te pakken?
In artikel 110 ga ik verder op het werk van de beide dames in.








Geef een reactie op Lieke Duin Reactie annuleren