Vroeger was ik meer een man die zilveren sieraden droeg. Sinds ik een gouden kettinkje draag – gekregen van mijn lief – en een gouden trouwring past goud goed bij me.
Terug nu naar Parijs, want er stond een glanzende tentoonstelling gepland voor de middag. Musée du quai Branly, gelegen aan de Seine met de Eiffeltoren als buurman, is een groot etnografisch museum. Je vindt er een schitterende permanente collectie van onder andere textiel uit de hele wereld. Ik heb er ooit al middagen rondgedwaald en we hebben er tijdelijke tentoonstellingen gezien zoals Bollywood en een expositie van gevlochten manden uit Japan.
Tot 6 juli 2025 is er de tentoonstelling ‘Au fil de l’or’ te zien. ‘Langs de gouden lijnen’: goud in kleding van Noord-Afrika tot Japan.

Onder een hemel van glimmende pailletten begint het gouden verhaal over een tijd- en wereldreis door de geschiedenis van textiel.

Een klein van zijde geweven stukje stof met een vogeltje uit de 9de eeuw, gevonden in Irak, doet me enorm verbazen. Weer besef ik dat textiel al eeuwenoud is. Het lapje is van een grote verfijning en schoonheid. Het roept direct vragen op: waarom en hoe is het geweven, waar is het voor gebuikt, wie heeft het gemaakt onder welke omstandigheden? Antwoorden blijven uit, maar een diepe zucht kwam er wel. En dit was nog maar het begin.

Bij de 18de-eeuwse Japanse kimono sta ik lang stil. Normaal zijn geborduurde afbeeldingen op tweedimensionaal, maar hier wordt het beeld bijna driedimensionaal.


De met zwaar gouddraad geborduurde schildpad en kraanvogel lijken van de stof af te lopen of vliegen.

Eerst komt er een technische, historische uitleg: van het echte gouddraad naar het goedkope lurex, in 1946 in Amerika uitgevonden en tot op heden veel in kleding gebruikt. Dan begint de textielreis in de Maghreb, het noordwestelijk deel van Afrika: Libië, Tunesië, Algerije, Marokko, Westelijke Sahara en Mauretanië.
Al aan het begin belooft het een onvergetelijke tocht te worden door al die weefsels die je voorgeschoteld krijgt.

Op de wand een serie kleurrijke koufiya’s die door vrouwen in Tunesië op hun hoofd worden gedragen.



Ze zijn rijk geborduurd met glanzende garens.

Wat volgt is een serie geweven ceinturen die Marokkaanse vrouwen dragen bij hun kaftans.


Ongelofelijk verfijnd in prachtige, traditionele motieven en kleuren.

Natuurlijk zijn daar de kaftans, veelal uit de 19de en 20ste eeuw. Ze glanzen je tegemoet.



Eenvoudig van vorm maar rijk in materiaal en bewerkingen. Beslist niet voor de gewone vrouw. Dit was kleding waar rijke mannen hun vrouwen graag in wilden zien en die ambachtslieden daarvoor aan het werk zetten.



Hoeveel uren kost het om deze kledingstukken te maken? En werden de makers voor dat werk naar verhouding redelijk betaald?

Na Marokko is er Tunesië.

Ook daar weer kledingstukken in eenvoudige vormen met de meest complexe borduursels.




De ambachtelijke wevers, kleermakers en borduurders (vaak zijn het in dit soort landen de mannen die borduren) beheersen hun vak tot in de finesse.


De ghlila is een traditioneel vest dat vrouwen in Algerije dragen over een blouse.


Het gaat natuurlijk om de buitenkant, maar ook de voering mag er zijn.


Ook hier een glanzende, blauwfluwelen kaftan geborduurd met metaalgaren en wondermooi geweven banden voor om het middel.

Regelmatig staat er tussen al die traditionele kledingstukken wonderschone ontwerpen van de Chinese modeontwerpster Guo Pei.

Oogverblindend, geraffineerd, monumentaal. Het zijn heel bewerkelijke kledingstukken, waar soms vijf jaar door acht mensen aan gewerkt is.

Stel je dat eens voor: de eerste borduursteek in de stof en jaren later de laatste! Op gouden etalagefiguren staan ze de bezoekers te verleiden.

Raak me aan, lijken ze te zeggen, maar dat mag jammer genoeg niet. Ik wil textiel ook graag met mijn handen zien.

Deze kleding, die eigenlijk geen kleding meer is maar monumentale kunst, geeft de tentoonstelling de lift om uit te stijgen boven de ambachtelijke traditie, die op zich natuurlijk ook beeldschoon is.

Hou je het nog vol? Zo niet, stop dan nu hier en lees en kijk straks verder!


Er zijn schitterende kledingstukken uit Turkije met langs de mouwen en voor-en zijpanden kant van gouddraad.

Het roze, zijden 19de-eeuwse trouwensemble is geheel geborduurd met weelderige bladeren en bloemen en het heeft een Europees 19de-eeuws modesilhouet.
Zoveel schoonheid in een tentoonstelling! Het duizelde me. Ik moest denken aan de expositie met textiel uit Oezbekistan die ik op 1 januari 2023 in Parijs zag. Ik zei toen direct dat ik de mooiste textieltentoonstelling van 2023 had gezien. Misschien geldt dat ook voor deze: de mooiste van 2025!
Mocht je mijn verslag over die tentoonstelling nog niet gelezen hebben dan is HIER en HIER de link naar de twee artikelen die ik schreef.

De reis gaat verder via Egypte met zijn rijke textielhistorie. Ook daar weer kledingstukken waar je niet op uitgekeken raakt.


Helemaal als je gaat inzoomen op details bij mouwen of op de stof zelf.

Het blijft opvallend dat veel kledingstukken uit verschillende landen dezelfde eenvoudige T-vorm hebben, uiteraard met variaties van smalle of wijde mouwen. Dat komt waarschijnlijk omdat je met deze vorm weinig stof verknipt. Textiel was toentertijd duur en had een grote waarde.



Ook in Jemen droeg men kleding waar de rijkdom van afspatte. Hoe comfortabel moet je je voelen als je zoiets draagt. Hoe mooi moet je jezelf hebben gevonden als je het aanhad op een feest.

Aan de wand hingen een serie vestjes en jasjes uit Iran. Ook hier weer borduurwerk waar ik mijn ogen niet van af kon houden.



En dan die voering, dat randje langs de mouwen, die kwastjes!

In Bahrein dragen vrouwen bij feestelijke gelegenheden jurken met de prachtige naam thobe al-nashal. Ze dagen ze over een jurk die eronder zit. Als je ze aantrekt, is het achterpand langer dan de voorkant.


Gemaakt van transparante zijden mousseline en rijkelijk geborduurd met gouddraad in de kettingsteek. Ik vond ze geweldig.

Nu wil het geval dat ik binnenkort een kleine borduurcursus ga doen bij Moniquenwerk in Tilburg. Daar leer ik de geheimen kennen van het borduren met de lunévillenaald, die ook wordt gebruikt in de gewaden uit Bahrein. Ik verheug me er zeer op!


Via India met een ongelofelijk rijke trouwjurk uit de 20ste eeuw liep ik via Indonesië (wat een weefsels!) naar China en Japan.



Hoe is het mogelijk dacht ik vaak als ik naar die kledingstukken vol verhalen keek. Steek na steek gemaakt, weken- en maandenlang elke dag.

Dat mensenhanden dit kunnen maken! Hoe lang deed je erover? Had je altijd zin om eraan te werken?

Of was de arbeidsmoraal zo hoog dat je die gedachte niet had of niet mocht hebben? Hoe vaak begon je opnieuw of haalde je soms wat werk uit? Kreeg je steeds meer ervaring in het maken van zo’n topstuk?


Deed je het in je eentje of samen met anderen? Waar waren je gedachten tijdens het werk? Had je een voorliefde voor een kleur, een steek, een patroon?

Allemaal vragen die zo’n tentoonstelling bij me oproepen. Daar ben ik vast niet de enige in.

Natuurlijk kocht ik de Franstalige catalogus.

Alleen al om de goede foto’s. Misschien moet ik toch maar eens beginnen aan een cursus Frans.







Geef een reactie op Josefien Reactie annuleren