Als je dit leest, zijn wij in Italië en op weg naar Sicilië.

Om precies te zijn, we zijn in Genua waar we net hebben ontbeten op het balkon van het gehuurde appartement. Ik kon het niet laten om toch nog een klein artikel te schrijven. Over hoeden dit keer en dan wel specifiek hoeden uit de middeleeuwen.

Hoe dat zo komt? We hadden geluk om op het laatst nog een ticket te bemachtigen om de gerestaureerde schilderingen in de Grote Kerk van Naarden van dichtbij te bekijken. Die schilderingen op het tongewelf zijn vijf eeuwen oud en uniek. Vanaf de kerkvloer zijn ze met het blote oog niet in hun details te zien. Maar omdat de steigers van de restauratie er nog even stonden, konden we ze van heel dichtbij bekijken.

Er waren ernstige problemen met de schilderingen geconstateerd: verf die losliet en witte vlekken. Met een enorme fondsenwerving kon de restauratie beginnen en zijn de schilderingen nu in een goede staat teruggebracht. Men spreekt zelfs over ‘de Sixtijnse kapel van het noorden’.

Met een kleine groep beklommen we de steigertrap die ons 25 meter hoog in de kerk bracht. We belandden in een grote, tijdelijke werkruimte met aan de noordzijde afbeeldingen uit het Nieuw Testament en aan de zuidzijde uit het Oude Testament.

Alles wonderschoon geschilderd tussen 1510 en 1518. Wat mij direct opviel, waren de verschillende hoeden die de personen droegen en ik besloot ze te fotograferen.

Het is bekend dat in de middeleeuwen bijna iedereen een hoofddeksel droeg. Uit praktische overwegingen vanwege het weer, maar ook om te laten zien wat je beroep of je status was. Gewone mensen droegen niks extravagants maar iets simpels en eenvoudigs.

Rijke lieden hadden meer mogelijkheden om met iets bijzonders voor de dag te komen. Zo konden ze laten zien hoe hoog ze op de maatschappelijk ladder stonden.

In de kleding in de schilderingen in Naarden zie je al een overgang van late middeleeuwen naar renaissance.

Terug naar de hoofddeksels. Wat een genot om die verschillende soorten hoeden te zien en de variaties daar weer op.

Zo zie je er de veel gedragen kaproen, een kap met een schouderkraag en een lange punt.

De chaperon is ontstaan uit de kaproen; men knoopte de staart en kap als een soort tulban om het hoofd.

Het van wol of linnen gemaakt kapje dat je onder je kin vastbond, heet een coif.

De bycocket is een hoed met een opgeslagen rand aan de voorkant.

De van vilt of wol gemaakte baret werd veelal door de rijken gedragen.

Getrouwde vrouwen droegen een gebende met sluier, een strakke linnen band om kin en gezicht met daaraan de sluier.

Hoe leuk is het om bijna al deze hoofddeksels en anderen te spotten in de schilderingen.






De hennin, een puntmuts met een sluier en gedragen door rijke dames, heb ik niet ontdekt in Naarden. Ik zag nergens in de schilderingen zo’n rijke vrouw.

Die rijke dames en heren zag ik overigens wel tijdens de vorige zomervakantie in Chateau de Chantilly in Frankrijk.

Daar waren toen, speciaal voor de restauratie, alle bladen van het beroemde getijdenboek ‘Les Très Riches Heures du duc de Berry’ los gehaald en kon je er zowel de voor- als achterkanten bekijken.

In dit boek, gemaakt aan het begin van de 15de eeuw door de gebroeders van Lymborch, zijn er een keur aan luxueuze hoofddeksels te zien, gedragen door de rijke adel.

Het gewone volk droeg toen hoofdbedekkingen die in de volgende eeuwen niet veel zouden veranderen.

Van mode voor de gewone man was toen absoluut geen sprake. Praktisch moest kleding zijn.

Op de schilderijen van Gerard van Honthorst (1592–1656) dragen de mannen en vrouwen feestelijke hoeden met wufte, wuivende veren.



De schitterende overzichtstentoonstelling ‘Gerard van Honthorst – in alles anders dan Rembrandt’ is een absolute aanrader om te bezoeken. Nog te zien tot en met 13 september in Utrecht.


Tot de jaren zestig van de vorige eeuw werden er nog veel hoeden en petten gedragen. Daarna verdwenen ze uit het modebeeld. Daarmee verdwenen ook veel gespecialiseerde hoedenzaken. De hoedenparade op Prinsjesdag heeft nog niet veel veranderd.
Natuurlijk hebben de fast-fashion winkels in de zomer hoeden of petten in de aanbieding. Voor een habbekrats koop je zo’n exemplaar, vaak van slechte kwaliteit, om over de erbarmelijke omstandigheden rond de productie maar te zwijgen. Zelf ben ik meer een pettenman; wie weet koop ik in Italië een mooi exemplaar van stro tegen de warmte.

Toch zijn er in Nederland nog goede hoedenmakers die bijzondere hoeden maken. Een daarvan is Mirjam Nuver die haar winkel heeft in de St Janstraat 15 in Amsterdam. Van draagbare tot extreme modellen, ze maakt ze allemaal.

Sinds 10 augustus hangt er een hoedenkunstwerk van Sam Holwerda aan de gevel: Hoeden in de lucht!







Plaats een reactie