Op 7 oktober 2022 gaf Ileen Montijn tijdens het lustrum van de Nederlandse Kostuumvereniging een lezing met als titel ‘Kleren voor eeuwig’. Over beelden op grafmonumenten waaraan je de mode van die tijd kon zien. Ik vond het een geweldige voordracht. De insteek ‘mode op een kerkhof’ was nog nooit bij me opgekomen, terwijl ik toch veel begraafplaatsen bezoek.

Op Cimetière du Père-Lachaise ligt de vermoorde journalist Victor Noir als beeld op zijn graf, gekleed in een 19de-eeuws kostuum. Zijn hoed ligt naast hem. Een knoopje van zijn broekband staat open. Het verhaal gaat dat vrouwen die zwanger willen worden over zijn geslacht moeten aaien. Schijnt te helpen.

Op Cimetière de Montmartre straalt de Franse zangeres Dalida op haar graf, gekleed in een lange jurk met spaghettibandjes en een shawl om naar nek.
Een aantal foto’s die Ileen Montijn tijdens haar lezing liet zien, had ze gemaakt op Cimitero Monumentale di Staglieno in Genua. Die grafbeelden moesten wij als begraafplaatsliefhebbers natuurlijk ook zien. Deze zomer bezochten we de Staglieno-begraafplaats. Die werd op 1 januari 1851 officieel voor publiek geopend, hoewel hij nog niet voltooid was. Tot op de dag van vandaag vinden er begrafenissen plaats. Toen wij er waren, werd er een kist het crematorium in gedragen. De begraafplaats is groot: 330.000 vierkante meter.

Behalve lange, overdekte gangen met tombes naast elkaar zijn er ook veel urnenwanden. Logisch natuurlijk in een gebied met meer rots dan aarde.

Genua was, net als Venetië, een belangrijk eindpunt in de tijd van de zijderoute. Scheepsladingen ruwe zijde en exotische zijden stoffen, maar ook sieraden en kleurstoffen uit China kwamen in de haven aan. De Europese elite was er dol op. Vanaf de 14de eeuw ontstonden er zijdeweverijen in de stad die de meest schitterende stoffen weefden. Rijke dames en heren kochten het zijdefluweel en zijdedamast om hun huizen te decoreren en lieten er jurken en pakken van maken. Ook priesters liepen in glanzende, zijden kazuifels.

In textielstad Genua is textiel, maar dan in steen, op de begraafplaats te bewonderen. De 19de-eeuwse mode wordt er zichtbaar in marmeren beelden die de rijkdom van de doden en het verdriet van de nabestaanden laten zien.

Theatrale beelden op ware grootte van mensen die echt hebben bestaan.

Soms knielt een weduwe wenend voor een deur waarachter zich de dood bevindt. Ze heeft zich op haar mooist aangekleed.

Bedroefde kinderen zitten huilend aan een sterfbed. Het oorspronkelijk witte marmer is door het stof van de tijd grijs geworden. Hoewel dat niet de bedoeling was toen de beelden werden geplaatst, geeft dat een extra lading aan het verdriet. Bij sommige beelden zijn delen nog wit: een knie, een hand, een schoen.

Misschien door aanrakingen van bezoekers; sommige beelden roepen het op om even over een wang te strijken als troost.

We liepen langs families in rouw, langs sterfbedden met doden omringd door hun geliefden, voorbij marmeren mannen in marmeren kostuums op marmeren zetels.

Een dode man ligt met zijn hoofd op drie schitterende kussens met randen van kant.

Op de deur een zandloper als symbool dat het leven eindig is. Natuurlijk is het de bovenlaag uit Genua die hier te zien is; zij konden het zich permitteren om voor eeuwig zichtbaar te zijn. De details in de kleding zijn ongelofelijk weergeven door de beeldhouwer. Een onderrok met kanten rand die net te zien is.

De dameskleding is gemaakt van rijke stoffen naar de laatste mode van die tijd. Wijde glanzende zijden rokken met een strak getailleerd bovenstuk. De meesterlijke ‘kreuk’ van de zijde is prachtig te zien.

Je ziet de coupenaden zitten. Verbijsterend al de details!

Knopen, knoopsgaten en de zakken op een herencolbert.


De fijn gebreide kousen van een klein meisje, de matrozenkraag van een kleine jongen. De japonnen van de dames lijken soms bijna feestjurken met al die plooien en ruches.

Sommigen dragen beeldschone, kanten omslagdoeken; Genua stond bekend om kantproductie.

Als je rijk was, had je uiteraard wel wat sieraden; die moesten in een periode van rouw natuurlijk ook getoond worden. RICORDO, staat er op de armband, wat herinneren of herinnering betekent.

Mannen droegen in de 19de eeuw donkere pakken, zeker als ze in de rouw waren.

Met natuurlijk een hoed die ze op belangrijke momenten afzetten en in hun hand hielden.

Snorren waren in de mode; ze zijn in allerlei soorten en maten te zien.







Er is de chevron, de walrussnor, de hoefijzersnor en de krulsnor. Nooit geweten hoeveel soorten snorren er zijn.

Naast alle volwassenen zijn er ook veel kinderen te zien. Ze dragen hun zondagse kleren en ook bij hen is het verdriet zichtbaar en voelbaar.

In hun pakjes en jurkjes, op hun schoentjes en laarsjes treuren ze over hun dode opa. Als je het tot je door laat dringen, is het aangrijpend.

Toen we langs al die grafmonumenten liepen, kregen we het gevoel dat we in een theaterproductie terecht waren gekomen. In een emotionele opera met veel drama. In een geniaal treurspel met de dood als hoofdpersoon.

Op sommige momenten leken de gedenktekens op stills uit een tragische film. Stenen mensen die hun verdriet met elkaar deelden en dat meer dan een eeuw later nog steeds doen met de bezoekers van de begraafplaats. Een collectief verdriet, schitterend uitgevoerd.

Er waren een paar beelden die er uitsprongen. Zo zit er op de tombe van Tomaso Pellegrini een blinde bedelaar in zeer armoedige kleding.

Zijn broek is opgelapt en naast zijn blote voeten staat een kommetje voor een aalmoes. Zo liet de welgestelde familie zien dat ze ook goed deden voor de armen.

En dan staat daar in vol ornaat, stralend, schoongemaakt en gerestaureerd het beeld van de tijdens haar leven straatarme hazelnotenverkoopster Caterina Campodonico. Op haar graf is ze gekleed in zeer rijke traditionele kleding met in haar hand een hazelnotenketting. Haar hele leven heeft ze elke lire omgedraaid en geld gespaard zodat ze op haar graf als beeld zou sprankelen. En daar staat ze na haar dood vereeuwigd door de beeldhouwer Lorenzo Orengo, tussen al die rijkelui uit Genua en laat ze bezoekers zien dat zij niet minder is.

Cimitero Monumentale di Staglieno laat de 19de-eeuwse Italiaanse mode op een schitterende manier zien. Schoonheid en verdriet raken elkaar. Hoeveel dood er ook is, het lijkt alsof in marmer het leven doorgaat.

Zelfs in het begin van de 20ste eeuw, zie dit beeld uit 1918, werden nog beelden geplaatst, natuurlijk in de mode van die tijd.

De doden van Staglino en hun nabestaanden dragen stenen kleding die weliswaar grijs is geworden maar die niet vergaat.







Geef een reactie