Altijd en overal waar ik ben, zien mijn ogen textiel. Zo ook tijdens onze verblijf van een week in Parijs. In vier dagen zagen we daar zeven tentoonstellingen en de twee dagen daarna bezochten we een aantal chateau’s in de omgeving. Bovendien was er op 1 mei de traditionele arbeidersdemonstratie en ook daar was veel textiel te zien.


Al bij de eerste expositie ‘Matisse et Marguerite’ met portretten die de schilder van zijn dochter Marguerite maakte, was een jurk, in 1935 door haar ontworpen en ook op een schilderij te zien.


In Musée Carnavalet, het museum over de stad Parijs, staan schitterende stoelen uit de 17de eeuw, geborduurd in bonte patronen, in halve kruissteek.


Op schilderijen staren deftige heren en dames je aan, gekleed naar de laatste mode van die tijd.


Wassen deed men in de Seine. Het ziet er uit dat alle was er witter dan wit uitkwam.

In Centre Pompidou is tot 30 juni de weergaloze tentoonstelling ‘Paris Noir’ te zien: kunst gemaakt door zwarte kunstenaars tussen 1950 en 2000. Ook daar adembenemend textiel, gemaakt door kunstenaars van wie ik nog nooit had gehoord. Hoe wit is de westerse kunstgeschiedenis en hoe wit was die toen ik op de academie daar les in kreeg!

Naar het felgekleurde wandkleed met de titel ‘Délire et paix’ uit 1954 gemaakt door Georges Coran (1928, Fort-de-France, Matinique – 2017, Paris ) heb ik lang staan kijken.



Twee mensen gevat in bladeren, vogels, vissen en wonderlijke insecten.

‘La Repiquage de riz’, geweven in 1981 door Victoire Ravelonanosy (1910, Tananarive, Madagascar – 1981, Tananarive, Madagascar) laat het oogsten van rijst zien door vrouwen in fel gekleurde gewaden.

Victoire was een activiste die sterk geloofde in het promoten van kunst uit Madagascar.

‘Een stel in de nacht’ is de titel van een ander weefsel, prachtig van kleur en beweging, gemaakt door Papa Ibra Tall (1935, Tivaouane – 2015, Tivaouane).

Een kunstenaar die belangrijk is geweest bij de opzet van de kunstacademie in Dakar en daar ook hoofd van was.

Op de quilt met de titel ‘The bitter nest, part IV: The Letter, 1988’ van Faith Ringgold (1930, Harlem, New York – 2024 Englewood) wordt in brieven het verhaal verteld van arts Celia.


Ze is tijdens een romance in Parijs met Victor zwanger geworden. Haar zoon Percel, die niet door zijn moeder is opgevoed, ontdekt het tragische verhaal door die brieven. Ze zijn aangrijpend en laten het verhaal zien van de keuze tussen emancipatie en traditie.

Duizenden kraaltjes in veel verschillende kleuren werden door Clem Lawson (1954, Abidja, Ivoorkust) gebruikt in ‘Angoisse sur l’escalator’ uit 1993. Het dagelijks leven, in dit geval in een lift van de metro De Hallen, gevat in piepkleine glaskralen in verschillende kleuren en vormen.




Onvoorstelbaar hoe dit is gemaakt, en van een enorme schoonheid!

Ook tijdens de 1 mei demonstratie kwam ik textiel tegen. Frankrijk is een weefsel van migratie las ik op een bord. Herkenbare stoffen uit verschillende culturen laten zien dat in de wereldstad Parijs mensen wonen met uiteenlopende afkomst en achtergrond. De gemiddelde Parijzenaar is niet meer wit.

Natuurlijk was er aandacht voor de gruwelijkheden in Gaza. Een Latijns Amerikaanse demonstrant droeg de Palestijnse vlag als een cape over haar traditionele kleurige kleding.

Twee mensen liepen onder een paraplu waarover verschillende vlaggen hingen en een zwart-witte keffiyeh.



In Galerie Kreo zagen we nieuw werk van Hella Jongerius. Erg mooi vond ik haar weefselexperimenten die aan de wand hingen.
En dan waren er de chateau’s. Bomvol textiel kan je wel zeggen.

Château de Breteuil was het eerste huis dat we bezochten.

De wat enge babypop in de wieg lag onder een hemel van wit geborduurde batist.

Op een schilderij een typisch 17de eeuws mannenvest vol borduursel. De macho’s van de tijd droegen zijde en kant.

In een vitrine een steek die de Franse revolutie heeft meegemaakt.

In Château de Rambouillet hing een knalroze wandtapijt vol vogels en een schattig konijn.



Het geheel ging natuurlijk over de liefde. In een salon stonden met schitterend damastweefsel beklede stoelen.

Er lagen kaardebollen op, een wat aardiger versie van het gebruikelijke verbodsbordje dat je niet op zo’n stoel mag zitten.



In een ander deel van het kasteel was alles art deco ingericht.


Aan de gedekte tafel stoelen bekleed met een stof vol kleurige bloemen.

Als laatste bezochten we Château de Vaux-le-Vicomte. Dat kasteel was een voorbeeld voor de bouw van Versailles.






Daar ook weer uitzinnig textiel op wanden, voor ramen en op bedden.

Ook een stoel waarvan het dessin op de stof deels verdwenen was.

Ik hoop dat het geborduurde kleed gerestaureerd gaat worden.
De dichter K. Schippers schreef ooit dit gedicht
als je goed
om je heen kijkt
zie je dat alles
gekleurd is
Mijn variatie zou zijn
als je goed
om je heen kijkt
zie je dat overal
textiel is







Geef een reactie op MarieJose Reactie annuleren