25. Global Wardrobe, over cultureel toe-eigenen en cultureel waarderen

Celeste Pedri-Spade, Anti-Pipeline Society Kwe

We bezochten in  het Kunstmuseum Den Haag de tentoonstelling ‘Global Wardrobe, de wereldwijde modeconnectie’, die net is geopend. Geweldig ingericht door Maarten Spruyt, in samenwerking met Felipe Gonzalez Cabezas en modeconservator van het museum Madelief Hohé.

De mode- en textielcollectie van dit museum (en van veel andere musea) is vanuit zijn geschiedenis vooral gericht op westerse mode. Als je echter naar de collectie in het depot kijkt, zie je dat er veel textiel is te vinden uit andere culturen. Zo zijn er batiks uit Indonesië, zijden kimono’s uit Japan en handbeschilderde sitsen uit India.

Oriëntalisme in de eerste zaal

Textiel – sinds eeuwen reist het over de wereld. Vroeger op handelsschepen van de VOC en via de zijderoute. Dat het onder erbarmelijke omstandigheden gebeurde komt nu door verhalen over kolonialisme en slavenhandel naar buiten. De mooie sitsen jurken laten een schoonheid zien, maar vertellen ook over onderdrukking en uitbuiting. Ineens kijk je er met andere ogen naar: achter die prachtig beschilderde bloemen schuilt bijna altijd een gruwelijk, bloederig verhaal.

Sitsen jakken en rokken, 18de eeuw

Nu vervoeren vrachtvliegtuigen en scheepscontainers tonnen kledingstukken van het ene continent naar het andere. Ook toeristen brengen textiel mee van hun verre reizen; zo kun je in het straatbeeld ineens iemand zien lopen met een shawl die gekocht is tijdens een reis door India. Zo’n shawl kan een herinnering oproepen aan een ontmoeting met de makers/verkopers en zorgt dan voor een extra toevoeging, meer dan wanneer je een shawl in Nederland koopt.

In de tentoonstelling staat een traditionele bruidsjurk uit Pakistan die in de jaren 60 werd gebruikt als hippiejurk! Waarschijnlijk heeft de Pakistaanse vrouw de jurk verkocht omdat ze het geld goed kon gebruiken. Hoeveel er voor betaald is onbekend. Veel zal het niet geweest zijn in Europese ogen. Ongelijkheid zal er wel een rol in hebben gespeeld. Wat zou de Pakistaanse bruid gedacht hebben als ze die voor haar belangrijke jurk in een Nederlandse straat was tegengekomen?

Bruidsjurk uit Pakistan

De Bijenkorf had Indiase weken; inkopers struinden de markten in India, Afghanistan en Pakistan af op zoek naar authentieke kleding. De met bontranden afgezette Afghaanse jassen werden een grote hit voor mannen en vrouwen.

Hippie look, onder andere verkocht bij de Bijenkorf

Al eeuwen is textiel uit andere werelddelen een inspiratiebron voor Europese modeontwerpers.

Slowaaks borduurwerk

Ook bij mij thuis is er een wereld aan textiel te vinden: borduurwerk uit Slowakije, batiks uit Indonesië, op doek geschilderde tanka’s uit Nepal. Vanmorgen nog kreeg ik van een vriendin een prachtige lap uit Iran (het vroegere Perzië) vol Buta motieven.

Shawl uit Iran

Dat die overname van textiel vaak niet zuiver gebeurt, is te zien in deze tentoonstelling. Cultureel toe-eigenen heet dat: voor een ‘eigen’ ontwerp  zonder bronvermelding iets uit een ander cultuur gebruiken. Je zou dat inspiratie kunnen noemen; in de werkelijkheid is dat vaak misbruik maken van een traditie uit een andere cultuur. Simpelweg: jatten. En met dat pikken ook nog eens veel geld verdienen, waarvan niets naar de oorsprong teruggaat.

Tegenwoordig wordt over dat probleem veel nagedacht, maar aan het begin van de 20ste eeuw kon het gebeuren dat van een Chinese mannenjas uit 1850 een avondjas voor een vrouw werd gemaakt: simpel de schaar erin en klaar was de jas om te dragen naar het theater. De nieuwe maker en de nieuwe draagster hadden geen idee van de betekenis van de symbolische beelden op de stof.

Vermaakte traditionele jassen tot avondmantels (1920-1930)

Een traditionele Roemeense vilten herdersjas stond prachtig op een avondjurk in ‘Chinese stijl’.

De schaar ging er in en het werd een avondmantel

Als klapper in dit onderdeel van de tentoonstelling werd een Chinese mannenmantel van zijde en katoen getoond, vol geborduurd met boeddhistische en taoïstische symboliek, vermaakt tot avondmantel voor een rijke dame.

Link: zijden kimono met borduursel
Midden: japon van de Callot Soeurs
Rechts: lounge wear voor de Chinese export markt.

Wellicht schokkend om te zien, maar de mode van die tijd was vooral gericht op oriëntalisme. Alles wat uit het oosten kwam, werd gebruikt als inspiratie voor Europese kleding voor dames en heren van de hogere klasse. Mooi exotisch!

Tuniek van Isabel Marant, rechts een poncho die ze ook kopieerde!
De originele blouse die Isabel Marant klakkeloos kopieerde. Zie: https://casita-colibri.blog/2015/05/30/theft-of-the-cultural-kind/

Ook in deze tijd zijn er modeontwerpers die er niet voor terugdeinzen om ‘inheemse invloeden’ te gebruiken in hun collecties. Isabel Marant is er daar een van. In de lente/zomercollectie van 2015 zat een tuniek die een letterlijke kopie bleek te zijn van een cultuurspecifieke blouse uit Mexico, de Xaamnïxuy die daar door textielcollectieven van vrouwen wordt gemaakt en waarvan de motieven verwijzen naar het lokale wereldbeeld en het geloof van de bevolking. Die motieven zijn de sterren, de bergen en de planten waar de mensen van leven. Zo’n blouse is meer dan een gewoon kledingstuk; de bevolking van het dorp heeft via social media en een rechtszaak geprotesteerd tegen deze toe-eigening: plagiaat en diefstal. Als Marant zich had verdiept in de oorsprong van deze blouse en de betekenis ervan had ze dit ontwerp niet gemaakt en laten produceren. Een staaltje van desinteresse en respectloosheid.

Links de Dior kopie en rechts het originele Roemeense vest

Modehuis Dior kreeg in 2017 forse kritiek nadat de ontwerpers traditionele Roemeense kledingstukken uit de regio Bihor letterlijk kopieerden en voor €30.000 verkochten. Ze vermeldden de afkomst en oorsprong niet en betaalden geen vergoeding voor  het gebruik. Slim gappen en cashen! Het Roemeense modetijdschrift Beau Monde begon een actie en zo ontstond het label Bihor Couture waar traditioneel gemaakte kleding te koop is, die de waarde van de eigen cultuur uitdraagt.

Gelukkig zijn er jonge modeontwerpers die de vinger op de zere plek leggen en kleding maken vanuit een andere gedachte. Ze gaan terug naar hun eigen oorsprong en de wereld waar ze vandaan komen.

Kenneth Ize

Aan hen is de grootste zaal van de tentoonstelling gewijd. Prachtige kledingstukken vol verhalen zoals de twee sets van Kenneth Ize in de eeuwenoude weeftechniek Aso Oke uit Niger en West-Afrika. In één dag kan slechts een meter geweven worden. Erg mooi vond ik dat een deel van de ketting als franje onder aan de kleding hing.

Detail jas van Karim Adduchi

De van oorsprong Marokkaanse ontwerper Karim Adduchi ontwierp voor 2019/2020 de collectie ‘Maktub’ vol Marokkaanse stoffen, borduurwerk en prints. Hij laat hierdoor zijn achtergrond zien die te maken heeft met de Berbercultuur en die een hommage is aan zijn moeder.

Print van Sindiso Khumalo

In de dessins die mode- en textielontwerper Sindiso Khumalo ontwerpt is Zulu en Ndebele erfgoed te vinden. ‘Make local, think global’ is haar visie. Niet alleen in winkels in Zuid-Afrika is haar kleding te koop maar ook in Italië, in de toekomst hopelijk ook in andere landen.

Sari jurk van Jan Taminiau voor koningin Maxima

In een van de laatste zalen staat een pop met een sari; het kledingstuk ziet er tenminste uit als een sari. Dichterbij blijkt het een jurk te zijn gemaakt van een Indiase sari. Jan Taminiau maakte de jurk  voor Maxima, die hem droeg bij een bezoek aan India. Maxima had de sari in 2007 gekocht en nu mocht Taminiau hem vermaken tot een jurk. Nu vind ik de sari een van de mooiste kledingstukken voor vrouwen. Of je dik of dun bent, een sari staat altijd prachtig en elegant. Er zijn veel manieren om een sari te dragen, maar altijd gaat het over plooien en draperen. Vaak wordt er een strakke top onder gedragen. De avondjurk van Maxima lijkt qua uiterlijk op een sari maar alle plooien zijn vastgezet op een onderlijf; daardoor is het een gefixeerde sari geworden die eigenlijk niets meer te maken heeft met de oorsprong. Vreemd om een jurk te laten maken van een sari in saristijl en die te dragen in een land waar de sari op een totaal andere manier wordt gedragen. Daar kun je vraagtekens bij zetten, ik doe dat in ieder geval. De Nederlandse modebladen vonden het natuurlijk weer prachtig: Maxima zag eruit als ‘een plaatje’. Had ze maar, vind ik, het lef gehad om kleding van een Indiase ontwerper te dragen! Trouwens, hebben we hier ooit een buitenlandse koningin zien opdraven in kleding geïnspireerd op Volendamse dracht?

Links John Galliano voor Dior
Midden: Alexander McQueen
Rechts: Jean Paul Gaultier

Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik over deze zaken niet nadacht in de jaren 90. Jean-Paul Gaultier maakte een collectie met als inspiratiebron nomaden of chassidim.

John Galliano lente/ zomer 1997 (uit Galliano, Colin McDowell 1997)

John Galliano gebruikte kralensieraden van de Masai in avondjurken. Alles werd toen gemixt en gebruikt zonder daarbij te vermelden waar het vandaan kwam. Dat je daarmee bevolkingsgroepen zou beledigen, kwam niet in je hoofd op. Fusion was het woord dat in de mode was.

Traditioneel geklede Masai

Als ik er nu naar die modefoto’s kijk, komt er een gevoel van schaamte en ‘dit kan echt niet’ bij me boven. Daarom is deze tentoonstelling zo goed: je wordt gedwongen na te denken en te reflecteren op je eigen gedrag en je stelt je kijken bij. Ook de prachtig uitgevoerde, informatieve catalogus is hierbij van grote waarde.

De boeiende catalogus

Toch ook een puntje van kritiek.

4 mannen in Japonse rokken

De laatste zaal van de expositie staat vol met meer dan zestig figuren. Ze dragen rokken en japonnen van sits, zijden Japonse rocken (kamerjassen) voor mannen, 19de-eeuwse jurken geïnspireerd op Kashmirsjaals, slaapbroeken van batiks, jarentwintigjurken in Chinees kant en nog meer.

Ons Indië?!

Veel is het, voor mij te veel, te krap opgesteld en met te weinig informatie die een link legt met de uitgangspunten van de overigens fantastische tentoonstelling.

Boernoes (capes geïnspireerd door de Noord-Afrikaanse Boernoes (ca 1850-1870)

Die laatste zaal knaagt aan de opwinding die de andere zalen veroorzaakten. Bovendien kraakt de speciaal aangelegde vloer enorm. Zo wil je niet weggaan van deze sublieme tentoonstelling!

17. *DIED* in Ulft

Vorige week donderdagmiddag reed ik naar Ulft in de Achterhoek. Ik had op de Facebookpagina van Diederik Verbakel gelezen dat er een etalagetentoonstelling te zien is met de titel ‘(No) Time to Waste’ over samenwerking van ambacht en kunstenaars. Op Instagram kun je informatie vinden over de tentoonstelling.

Stippen van *DIED*

Ulft is een dorp waarbij je niet direct aan een spetterende textielpresentatie denkt. Op het DRU industriepark staan oude gerenoveerde gebouwen waarin gewoond en gewerkt wordt. Het is een cultureel centrum met verschillende panden met wonderlijke namen als Badkuipenfabriek en Afbramerij. Er zijn optredens en tentoonstellingen, een goed café en restaurant. Het zag er hip en uitnodigend uit. Door corona is het op dit moment allemaal wat rustiger, maar ik kon zien dat het een belangrijke plek is voor de regio en dat er veel gebeurt.

In de etalage van het CIVON exposeren 17 kunstenaars die gekoppeld zijn aan een ambachtsman/vrouw. Dat kan een mooie combinatie zijn, mits het op een moderne manier gebeurt. Eerlijk gezegd vond ik maar twee deelnemers erg goed.

Thea Zweerink
Detail kantkloswerk van Thea Zweerink

Kunstenaar Thea Zweerink maakt inventief traditioneel wit reuzekantkloswerk en combineert dat met draadachtige figuren en hoofden in prachtige wandinstallaties.

Wat echter het meest in het oog springt, is de spetterende en kleurrijke installatie van *DIED*.

Restafval uit het Textielmuseum in Bocholt

Het duo Diederik Verbakel en Marieke Holthuis is gekoppeld aan het Museum Textilwerk in Bocholt. In dat museum worden nog dagelijks de bekende geblokte theedoeken geweven. Het restafval – delen ketting met theedoeken en veel losse draden –  ging mee naar de studio van het tweetal. Daar werden de doeken gezeefdrukt en maakten ze er maskers van. Ook werd er geweven met een grote hoeveelheid afvaldraden.

Weefsel van afvalgarens

Dit alles resulteerde in repen theedoeken vol bedrukte stippen in fluorkleuren, blauwe ogen, groene wangen en rode monden.

Zo ontstonden prachtig gemaakte, driedimensionale maskers van een haas, konijn, beer of wat voor andere dieren dan ook. Alles bij elkaar vrolijk makend en heel goed gepresenteerd.

Omdat ik meer wilde weten over dit tweetal, en omdat ik het boek ‘SO SELFISH’ van Diederik Verbakel wilde hebben, belde ik hen en vroeg of ik langs kon komen. Ik was welkom.

Onderweg passeerde ik de kringloopwinkel van Ulft. Natuurlijk ging ik even naar binnen en onder in een bak met textiel vond ik een prachtig met bloemen geborduurd tafelkleed. ‘Als je weet hoeveel uren dit gekost heeft,‘ zei de eigenaar, ‘dan is het onbetaalbaar.’ Voor twee euro kon ik het kopen.

De Bright White Studio aan de  Landstraat 10 in Aalten is de plek van waaruit Diederik Verbakel en Marieke Holthuis werken. Beiden zijn opgeleid als modeontwerper aan de Kunstacademie in Arnhem. Ze woonden en werkten jaren in Italië. Na een wereldreis hebben ze nu hun ontwerpstudio in Aalten. Het voormalig winkelpand van de vader van Marieke doet dienst als fotostudio, zeefdrukkerij, atelier, winkel en ontvangstruimte. Van hieruit werken ze voor Internationale modebedrijven in landen als Italië, Japan en China. Door corona ligt alles stil; daarom richten ze zich nu op hun eigen label *DIED* waarmee ze elf jaar geleden startten. Lokaal en duurzaam is hun uitgangspunt; woorden als recycling en upcycling passen daarbij.

Toen ik binnenkwam, was Marieke bezig aan een grote, van oude shawls gemaakte vlag die bedrukt was met de signatuurhoofden die Diederik erop had geprint. Met naald en draad werd er handmatig rood garen doorheen genaaid. Het werk zal te zien zijn op een mode-evenement in Arnhem.

Mijn boek lag al klaar en werd ter plekke gesigneerd. Ik had besloten om de luxe versie te kopen waar een kleine zeefdrukprint bij zit met de titel ‘Blow Job’. Mooi om te laten inlijsten en aan de wand in mijn werkkamer te hangen.

Het duo vertelde enthousiast over hun werk en wat ze aan het doen zijn in deze coronatijd. Op de website van *DIED* zijn veel producten te vinden die in Aalten worden gezeefdrukt en gemaakt. Hoodies, sweaters,  T-shirts, tassen, maskers, vlaggen, babykleding, artwork in de vorm van collages en prints, allemaal in het typische handschrift van *DIED*. Hun producten vinden hun weg over de hele wereld; het netwerk van die twee is groot. Een aanvraag voor een serie unieke sweaters voor een winkel in Japan is geen uitzondering. In de ‘winkel die niet echt een winkel is’ waan je je in een kleurenparadijs. Op de website staan ook prachtige foto’s van Italiaanse gerechten die Marieke vrijdags kookt en die zeer geliefd zijn bij haar klanten. Diederik en Marieke zijn beiden actief op Facebook en Instagram. Leuk om te volgen!

Het boek ‘SO SELFISH’ is begonnen vanuit een spontaan idee. Een opgezet plan of een conceptgedachte ging er niet aan vooraf. Het begon in een hotelkamer in Thailand waar veel handdoeken lagen en er licht kwam uit een klein raam in de badkamer.  Als grap wikkelde Diederik een paar handdoeken om zijn hoofd en ineens was daar een Rembrandtesk beeld.

Inspiratie: het papierknipwerk van Matisse

Dat werd het startpunt voor een grote fotoserie waarbij Diederik waanzinnige maskers draagt, exotische hoofdtooien op heeft, zijn gezicht in alle kleuren van de regenboog heeft geschminkt en uit zijn hoofd echte bloemen en bladeren komen.

Inspiratie Kusama Ikebana
Inspiratie Leigh Bowery voor Pride Amsterdam

De bijpassende kleding is natuurlijk ook gemaakt door het duo. Marieke maakte de foto’s voor het boek dat vormgegeven is door Thijs Mertens van Letters en Plaatjes in Arnhem.

Inspiratie Mexico, Frida Kahlo

Het boek staat vol geweldige, vaak heftige foto’s, prachtige tekeningen en schilderingen en verhelderende, informatieve teksten in het Engels. ‘SO SELFISH’ zou je kunnen opvatten als een egodocument wanneer je de titel leest. Ik zie de titel ook als een grap. Het is een samenwerkingsproject waaraan met veel plezier, creativiteit en inventiviteit is gewerkt.

Inspiratie Karel Appel

Verkleden en schminken is iets wat we misschien allemaal zo af en toe zouden willen doen, maar vaak niet meer durven. Diederik doet dat wel en met een totale overgave, in vrijheid en vol aandacht voor het resultaat. 176 pagina’s telt het kloeke boek met een blauw-linnen omslag met grote roodkoper-glimmende letters.

Inspiratie Natuur

Een boek met foto’s geïnspireerd op clowns en de Mexicaanse Frida Kahlo, op natuur en Francis Bacon, op Karel Appel en voor Pride Amsterdam, op Yayoi Kusama en Ikebana.

Omdat ik van ver kwam, kreeg ik er nog een met fluor-roze stippen bedrukte tas bij. Ik deed de belofte dat ik over hen zou schrijven. Bij deze dus.