32. Geborduurd woud

Afgelopen zondag bezocht ik voor het eerst het Van Eesteren Museum in Amsterdam West.

Vijf minuten lopen vanaf tramhalte Sloterpark aan de Sloterplas. Vreemd dat ik daar nog nooit ben geweest! Naast veel informatief materiaal over de architect en stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren (1897-1988) is er tot en met 17 april de tentoonstelling ‘100.000 bomen en een bos van draad’ te zien van textielkunstenaar Sara Vrugt.

Ik ken haar werk onder andere van de geborduurde stoelzittingen in de Oude Kerk in Amsterdam. Daar zit ik graag op tijdens de Silence-concerten op de eerste vrijdag van de maand om acht uur ’s morgens. De prozatekst van Anna Enquist van 118 woorden op de zittingen van 118 kerkstoelen levert door een wisselende  samenstelling steeds een ander ‘verhaal’ op.  

Het bomenkunstwerk van Sara Vrugt is tot stand gekomen met hulp van meer dan duizend handen die duizenden blaadjes en bijzondere vogels borduurden. Zorg om het milieu was de belangrijkste reden om dit project te starten. Door donaties is er nu al veel geld opgehaald om in Nederland en in Afrika meer dan 100.000 bomen te planten. Een echt bos dus in samenwerking met TreeSisters en het IVN.

Tijdens vele borduursessies in het hele land vertelden bezoekers elkaar verhalen over de natuur en borduurden ze bomen, blaadjes en vogels. Hun verhalen worden hoorbaar in het kunstwerk, hun borduursels zichtbaar.

Ik heb er ook aan meegedaan, een aantal blaadjes geborduurd, niet in een life-sessie maar thuis. Over die borduurbijeenkomsten had ik gehoord; ik wist de data hier in Amsterdam maar het kwam er jammer genoeg niet van om erheen te gaan.

Bij binnenkomst in het museum zie je het meteen: een spiraal van zwarte stof, vol geborduurd met blaadjes in alle kleuren van de seizoenen. Een uitnodigend woud dat je binnen kunt lopen en waarin je kunt verdwijnen.

Twee roodborstjes bij de ingang en boomwortels van teksten heten je welkom.

Ik liep er in en was meteen verrukt.

Van de kleuren van de garens

die de vier seizoenen vertegenwoordigen.

Van alle verschillende steken op al die blaadjes, en ergens hangen mijn geborduurde blaadjes.

Van de draadjes aan de achterkant van de borduursels.

Van al die verschillende vogels die er vliegen of staan.

Van alles eigenlijk.

In een woord: Prachtig!

Regine Hilhorst schreef er een passend gedicht bij.

Het kunstwerk gaat nog geëxposeerd worden op verschillende plekken in Nederland. Ga er heen als je in de buurt bent. Op de internetsite van 100.000 bomen is de informatie te vinden.

Aan het einde van de tour zullen er in de zoom zaadjes van planten en bomen verwerkt worden. Dan gaat het geborduurde bos tentoongesteld worden in de tuin van museum Belvédère in Heerenveen. In de loop van de tijd zal het doek vergaan, gaan de zaden ontkiemen en zal er een echt bos ontstaan.

Natuurlijk kocht ik de publicatie en een zakje met boomzaden.

Sara Vrugt, volg haar op Facebook en Instagram. Komende zomer gaat ze samen met Leidenaars het project ‘Van Kade tot Zelfkant’ uitvoeren. Een oude traditionele Leidse stof wordt daarvoor weer geproduceerd. Lees haar website waarop nog meer prachtige projecten staan.

31. Ervaringen van een rondleider

Afgelopen vrijdag gaf ik mijn laatste rondleiding op de tentoonstelling Maison Amsterdam in de Nieuwe Kerk. Een havo/vwo-groep van scholengemeenschap De Marne uit Bolsward stond om half elf te wachten.  Leuke en geïnteresseerde leerlingen die goed ingingen op de vragen die ik stelde. Ik kreeg applaus aan het eind. Bij het jassen en tassen ophalen zei een meisje dat ik het geweldig deed en dat ze had genoten. Leuk om te horen na je laatste rondleiding!

Ik denk dat ik in totaal zo’n vijftig rondleidingen heb gegeven. Van middelbare-school-pubers tot bewuste mbo-modeleerlingen, van groepen kunstliefhebbers tot studenten modejournalistiek en leden van de Nederlandse Kostuumvereniging.

Amsterdam Rainbow dress 2016

Zelf organiseerde ik voor vrienden en belangstellenden ook nog wat rondleidingen waarmee ik geld ophaalde voor Oekraïne. In totaal kon ik 1500 euro overmaken naar de lhbtiq+organisatie KyivPride in Kiev die het geld goed kunnen gebruiken in deze vreselijke oorlog. Dank aan alle gulle gevers!

Ik ontdekte dat het geven van rondleidingen helemaal bij me past. Niet gek natuurlijk na al die jaren in het onderwijs en al die lessen waarin ik vaak verhalen vertelde. Natuurlijk was het jammer dat de kerk een tijd dicht moest in verband met coronamaatregelen.

Maandag 4 april beginnen we met de afbouw; daar ben ik ook bij. ’s Middags is er de traditionele ‘kistenborrel’ voor alle mensen die aan de tentoonstelling hebben meegewerkt.

Links art deco tuniek (1974) van Frank Govers, rechts kleding van Puck en Hans (1974)

De eerste rondleiding die ik afgelopen september gaf, was aan een groep brugklassers uit Friesland. Ze waren van dinsdag tot en met vrijdag in Amsterdam, deden twee of meer musea op een dag. Ik had ze op donderdag aan het eind van de middag. De groep was doodmoe, inclusief de docenten die het ook helemaal hadden gehad. Ik ging met de groep vrij snel door de tentoonstelling en zag dat ze daar blij mee waren. Wel vroeg een jongen naar de trouwjurk van Maxima; hij moest er van zijn moeder foto’s van maken. Ik kon hem geruststellen dat we aan het einde van de expositie de jurk zouden zien.

Jeans, links een ontwerp van Schepers Bosman uit 2018 en rechts Hardeman

Meestal begon ik de rondleiding met te zeggen dat de tijd waarin je leeft, bepaalt hoe je eruit ziet. Als je tweehonderd jaar geleden was geboren en je zou een groep leerlingen van nu zien in spijkerbroeken met gaten zou je er niets van hebben begrepen. Wat verschrikkelijk dat je uit armoe zulke kapotte kleren moet dragen! En dan die gekke schoenen, ‘sneakers’ noemen ze die! Zelfs de gids heeft ze aan. Afschuwelijk zijn ze!

De Robe à la Française is het oudste kledingstuk van de tentoonstelling. Een jurk 250 jaar geleden gedragen door een rijke dame. Ze woonde vast en zeker in een mooi grachtenpand; waarschijnlijk had ze met die jurk aan moeite om uit de koets te komen of door een smalle deur gaan. Als ik de groep vroeg hoe ze dachten dat deze mevrouw haar huis binnenging, maakte een deel van de klas een kwartslag: overdwars dachten ze. Ik vertelde over opklapbare paniers waarmee je de jurk aan de zijkant iets kon optillen zodat die wat smaller werd en je zo naar binnen kon.

De meeste leerlingen vonden de jurk prachtig. Als ik dan vertelde  over het strakke korset dat er onder werd gedragen en de stukken lood die in de mouwen werden genaaid, gingen ze anders kijken. Dat lood zorgde ervoor dat de schouders in een goede positie stonden. Het bleef een mooie jurk om te zien maar het was toch fijn in deze tijd te leven waarin je zelf je eigen kleding kunt kiezen. Maar is dat zo? Kun je nu in alle vrijheid je eigen kleren kiezen of wordt er toch veel door anderen bepaald wat je draagt?

Daarna ging ik meestal door naar de jurk van een weesmeisje dat rond 1900 in het Burgerweeshuis aan de Kalverstraat woonde. De wezen daar moesten deze kleding aan, of ze wilden of niet. Je zou het kunnen zien als een uniform. Soms kwam daar een gesprek uit voort over de voors en tegens van het dragen van een schooluniform. Je bent allemaal gelijk en er is geen onderscheid tussen leerlingen die wel of niet merkkleding kunnen betalen. Dat werd vaak als argument gebruikt. Uiteindelijk was toch de conclusie dat een verplicht schooluniform een goed idee was, maar dat ze toch liever zelf hun kleding wilden kiezen.

De eerste jurk op de catwalk in het koor van de kerk is een jurk uit 2021 ontworpen door Karim Adduchi. In die jurk komen drie religies samen: een deel van een zwarte mantel uit het jodendom, een  afgedankte kazuifel uit het christendom en een gebedsmat uit de  islam. De jurk is gemaakt door drie kleermakers: Carolina Oliveira, Michalis Pantelidis en Benthe Wassenaar. Voor de afwerking zorgden Boaz Cahn, Omar Abdellatif en Godwin Arhin, alle drie met een andere religieuze achtergrond. Zo is de jurk een symbool van verbinding en eenheid. Tijdens het werken aan de jurk raakten de makers in gesprek daarover. Voor Adduchi is het kledingstuk een boodschap van hoop en solidariteit.  

Een Marokkaans meisje met een hoofddoek van een school uit Amsterdam vond het een schande dat haar geloof zo werd misbruikt; dat kon absoluut niet in haar ogen. Er volgde een mooi gesprek met de hele klas over vrijheid van godsdienst en dat het toch prachtig was om meer naar overeenkomsten te kijken dan naar verschillen. Het meisje bleef bij haar standpunt dat ze het verschrikkelijk vond. Wie weet gaat ze er ooit eens anders over denken.  

Een andere outfit die soms veel ophef gaf, was de  vaginabroek uit 2018 van Duran Lantink. Gemaakt voor de clip Pynk van Janelle Monáe. In een klas met stoere jongens van een jaar of 15 liep een leerling er langs en zei: ‘Het lijkt ergens op, maar ik wil het er niet over hebben’. Dat is natuurlijk de beste aanleiding voor een gesprek over dit kledingstuk. Ik vroeg de groep waar de broek hen aan deed denken. Ook flinke jongens  vallen dan vaak stil. ‘Het vrouwelijk geslachtsdeel,’ zei een keurige jongen. ‘Het is een kutbroek,’ zei een meisje met een lach op haar gezicht.  Soms werd er eerst wat gegiecheld, maar vaak vonden ze het een geweldig ontwerp, ‘tof dat het in een clip wordt gebruikt’.

Op mijn vraag of ze het een gek ontwerp vonden antwoordde een meisje in een andere groep: ‘Helemaal niet, ik heb er zelf een en kijk er dagelijks naar.’ ‘Mooi gemaakt en niet ordinair’, was ook vaak een reactie, en niet alleen van leerlingen maar ook van volwassenen.

Een jas die bijna door iedereen prachtig werd gevonden, was de rode wollen mantel van Frans Molenaar uit 1977. ‘Die kun je nu nog aan,’ zeiden zowel oudere dames als jonge modeleerlingen. Ze verbaasden zich erover dat deze jas uit twee cirkels bestaat die deels aan elkaar zijn gezet en zo, heel ingenieus, een jas vormen met een prachtige kraag.

Links mannenkostuum van Aziz Bekkaoui (2001) Rechts Ronald van der Kemp

Op de avondjurk van Ronald van der Kemp (lente/zomercollectie 2019) werd verschillend gereageerd. Ik legde uit dat deze ontwerper op een andere manier met stoffen omgaat. Hij maakt gebruik van restpartijen en oude stoffen en geeft zo een reactie op de vervuilende mode-industrie. De meeste mbo-modemaatleerlingen vonden het een prachtige jurk, een statement om te laten zien dat je met hergebruik mooie resultaten kunt bereiken.

‘Al die met de hand geborduurde steken doen je denken aan een patchwork sprei, dat heeft wel wat.’ Iemand anders zei: ‘Maar echt mooi vind ik het toch niet.’

Links twee sets van Patta, daarnaast herenkleding gedragen door Pim Deul tijdens Keti Koti.
Daarnaast twee koto’s met angisa’s. Recht een moderne herenkoto van Xhosa.

Wat slavernij is weten alle leerlingen, dat het vreselijk was ook. Ze vinden het goed is dat er nu veel over wordt gepraat. Maar wat Keti Koti is, de viering van de afschaffing van de slavernij, weten veel jongeren niet. Dat geldt ook voor sommige leerlingen die in Amsterdam wonen. Dat de koto gezien kan worden als de nationale dracht van Suriname was ook iets nieuws voor veel jongeren, zelfs voor een aantal leerlingen met een Surinaamse achtergrond. ‘Mijn oma draagt het, en ik ga het nu toch eens goed aan haar vragen,’ zei een leerling. 

Mooi vonden ze dat de angisa, de hoofddoek die op een speciale manier wordt gevouwen, een ‘geheime boodschap’ kon uitzenden die alleen door vrouwen uit die gemeenschap begrepen kon worden. 

Bij de blouse van Ruth Margot Stein-Kantorowicz (1905–1993) met de Jodenster was het vaak stil als ik erover sprak. Zij en haar man werden in de oorlog opgepakt en naar het concentratiekamp Bergen-Belsen afgevoerd. Als ik vertelde dat de verplichte Jodensterren op rollen stof werden gedrukt, dat joden ze moesten kopen en dat daar veel geld aan verdiend werd, zag je ogen groter worden. Opluchting was er als ik vertelde dat Ruth Stein het heeft overleefd en pas in 1993 is overleden.

Wat opviel was dat docenten zich soms weinig met de klas bemoeiden. Tijdens mijn verhaal bij deze blouse waren twee jongens vervelende ‘grapjes’ aan het maken terwijl de rest van de groep intens luisterde. Ik zei dat ik hun gedrag erg vervelend vond en dat als het hen niet interesseerde ze beter door konden lopen. Direct was het over en kon ik verder met mijn verhaal.

Link binnenkant herencolbert Jean Paul Gaultier (1992/1993)
Midden en rechts Seduce Me collectie (2020/2021) van Ninamounah

Natuurlijk is er nog veel meer te vertellen. Over intieme gesprekken in de genderkapel waar het over mannelijk, vrouwelijk, hetero, homo, lesbisch, queer, intersekse, fluïde, non binair en panseksueel ging. Die discussies lieten soms zien dat jongeren heel anders tegen seksualiteit en identiteit aankijken dan toen ik hun leeftijd had. Ik vertelde vaak dat er over dit onderwerp een goed boek is verschenen voor jongeren, ouders en docenten: Gloei van Edward van de Vendel. Bij mijn laatste rondleiding bedankte de mediathecaris voor de tip. Die komt op de lijst zei ze.

Een favoriet van me: Giorgio Toppin voor XHOSA, Teri mannencollectie Metallic PVC, 2021

Op de laatste dag van de tentoonstelling ging ik nog wat foto’s maken voor dit artikel. Ik ontmoette een dame en heer die er prachtig uitzagen. Allebei een hoed op en op z’n zondags gekleed. Ik gaf haar een compliment voor de hoed. ‘Ik draag altijd hoeden,’zei ze. Zo ontstond er een bijzonder gesprek met Mariska de Jong, eigenaresse van De Jong Uitvaartverzorging. Naast gewone en roze uitvaarten heeft ze zich gespecialiseerd in uitvaarten en rouwbijeenkomsten van Marrons en Inheemse Surinamers die in Nederland wonen. De kleding die ze vandaag droeg, was een verwijzing naar diversiteit.

Een bijzondere vrouw die ik op de foto mocht zetten naast de kledingset van burgemeester Femke Halsema die om haar hals de regenboogketting van Eberhard van der Laan draagt.

Op de kop van de catwalk in het koor: Edwin Oudshoorn, Botanix collectie 2020

De afgelopen maanden heb ik genoten van alle rondleidingen die ik gaf. Ik heb veel geleerd over groepsprocessen, groepscodes en dynamiek in klassen en veel plezier gehad met alle groepen. Ik houd van heldere informatie geven op een toegankelijke manier, het verhaal achter de kledingstukken vertellen, vragen stellen om een verbinding te leggen tussen toen en nu, praten over waarom je iets mooi of lelijk vindt.  

Links Iris van Herpen x Philip Beesley, Voltage collectie 2013.
Rechts Fong Leng Luipaardmantel 1973

Nu ga ik op zoek naar plekken in musea in Amsterdam of omgeving die behoefte hebben aan een enthousiaste rondleider. Als je iets weet hoor ik het graag!

Dank aan:

Niko Bos van de Nieuwe Kerk, die alle rondleidingen zo goed inplande. Mirjam Sneeuwloper van het Amsterdam Museum die me op de lijst van rondleiders zette. Marjolijn de Bakker waarvan ik zoveel heb geleerd tijdens de voorbereiding van de tentoonstelling. Alle medewerkers van de Nieuwe Kerk en aan mijn mede-rondleiders. Hopelijk komen we elkaar nog eens tegen.

30. Textielcadeaus en een breipatroon

Na de presentatie van de poëziebundel ‘Niet mijn huis’ van Wendela de Vos kreeg ik van haar een tasje van een vrolijk geruite stof en met plastic hengels. Nog nooit zoiets gezien. Thuis uitpakken stond er op het label. Dat deed ik natuurlijk, want wat er staat, moet je doen.

In het tasje zaten twee theedoeken met geborduurd monogram uit de familie van haar vader. Een wit tafelkleedje met een kunstig gehaakte kanten rand en een rand open borduurwerk en een naaldenkoker met inhoud van haar oma.Ik ben gek op alles waarop een monogram is geborduurd; de twee theedoeken komen in de collectie in de theedoekenkast.

Toen ik het tafelkleedje fotografeerde, viel me op dat de rand van open naaiwerk niet helemaal is afgemaakt. Dat snap ik wel, want het is een gepriegel van jewelste om eerst de inslag eruit te halen en daarna met garen het patroon erin te krijgen. Het kleedje past overigens precies op onze terrastafel en daar krijgt het op zonnige dagen zeker een plaats.

In de houten naaldenkoker zaten drie heel dunne breipennen zonder knop, een ijzeren haaknaald nummer 8 waarvan het haakje is verdwenen en een waarschijnlijk benen haaknaald die wat krom is, wellicht door het gebruik.

Misschien is de kanten rand er wel mee gehaakt. Oud textiel met een verhaal, je kunt me er geen groter plezier mee doen.

Overigens is de dichtbundel van Wendela de Vos een prachtig eerbetoon aan haar moeder die ooit een ruïne kocht in Zuid-Frankijk, de bouwval met veel hulp opknapte en er jaren met intens genoegen de zomers doorbracht. Redacteur Jos van Hest en ik wilden het inmiddels verkochte huis zien, toen we in de Haute Provence waren. Jos las er gedichten van Wendela voor en ik zette het op film. Let ook even op zijn shirt, want dat heb ik gemaakt!

Op dit moment ben ik bezig met speurwerk naar het verhaal achter de inhoud van een doos met textielproeflappen die ik van mijn vriendin Evelien Verkerk heb gekregen. Ik ben al een eind op weg, heb de familie al via Internet gevonden en de eerste contacten zijn gelegd. Wordt vervolgd, zeg je dan.

Afgelopen zaterdag kreeg ik via LinkedIn een bericht dat er op Modelogica een artikel stond dat ik moest lezen. Modelogica is een maandelijks nieuwsbrief van modejournaliste Bregje Lampe, die in Het Parool en de Volkskrant schreef. In Modelogica #20: mode, waarom eigenlijk? staat het volgende geschreven:

• Bas Timmer, die met de Stichting Sheltersuit wind- en waterdichte jassen voor zwervers en vluchtelingen verzorgt, gaf op 4 maart een show in Parijs, in Palais de Tokyo. De kleding van Sheltersuit Label is gemaakt van restmaterialen en overgebleven stoffen van modemerk Chloé. De opbrengsten van het modelabel gaan naar de stichting, zodat die meer Sheltersuits kan geven aan mensen die ze nodig hebben. Dat is nog eens een mooi voorbeeld van alternatieve modelogica.

Terug naar de catwalk presentatie in Parijs. Het meest ontroerende bericht dat ik over deze show las kwam van een oud-docent van Timmer: Jan ter Heide, lang werkzaam als docent modevorming bij de de mbo opleiding van het ROC van Twente, die op zijn 63ste met zijn breisels op een Parijse catwalk debuteerde. Onderweg naar Parijs had hij nog een stapeltje Oekraïense harten gebreid, om weg te geven tijdens de show. Hij zat front row, vlakbij Suzy Menkes. 

Hoe leuk is dat! Je blog raakt een belangrijke modejournaliste die een link naar mijn Sheltersuit-blog in haar artikel zet. Dank Bregje Lampe! Ondertussen heb ik me natuurlijk geabonneerd op de nieuwsbrief van Modelogica.

Ook via LinkedIn kreeg ik van Katharina Lorentz een verzoek of ik een patroon kon schrijven van mijn gebreide Oekraïense Hart. Ik schreef een uitgebreid patroon in het Engels dat hieronder staat.

Mocht je het gaan breien en verkopen stort dan het geld op een goed doel waarmee je Oekraïense mensen in nood helpt. Ik stortte de laatste weken een groot bedrag op KyivPride. De lhbtiq+ groep daar heeft dringend geld nodig voor shelter en andere hulp.

Ukranian Heart

Yarn

I have used a rather thick yarn,  DROPS Snow / Eskimo which  my friend Loret Karman dyed in the right colors, but you can use every yarn in blue and yellow.

Needles: number 5, but depening on the yarn and gauge.

Everything is done in KnitStitch!

Start:

  1. Cast on 1 stitch with yellow yarn.
  2. Make two out of 1. (2)
  3. Knit all stitches.
  4. Knit one stitch in the front of the loop, make 2, take yarn forward and slip the last stitch purlwise. (4)
  5. Knit one stitch in the front loop, knit till you reach the last stitch, yarn forward and slip the last stitch purlwise.
  6. Knit one stitch in the front of the loop, make one, knit till you reach the last stitch, make one and slip the last stitch purlwise. (6)
  7. Knit one stitch in the front loop, knit till you reach the last stitch, yarn forward and slip the last stitch purlwise.
  8. Knit one stitch in the front of the loop, make one, knit till you reach the last stitch, make one and slip the last stitch purlwise. (8)
  9. Knit one stitch in the front loop, knit till you reach the last stitch, yarn forward and slip the last stitch purlwise.
  10. Knit one stitch in the front of the loop, make one, knit till you reach the last stitch, make one and slip the last stitch purlwise. (10)
  11. Knit one stitch in the front loop, knit till you reach the last stitch, yarn forward and slip the last stitch purlwise.
  12. Knit one stitch in the front of the loop, make one, knit till you reach the last stitch, make one and slip the last stitch purlwise. (12)
  13. Knit one stitch in the front loop, knit till you reach the last stitch, yarn forward and slip the stitch purlwise.
  14. Cut Yarn and leave a little tail to work in later.
  1. With Blue yarn. Knit one stitch in the front of the loop, make one, knit till you reach the last stitch, make one and slip the last stitch purlwise. (14)
  2. Knit one stitch in the front loop, knit till you reach the last stitch, yarn forward and slip the stitch purlwise.
  3. Knit one stitch in the front of the loop, make one, knit till you reach the last stitch, make one and slip the last stitch purlwise. (16)
  4. Knit one stitch in the front loop, knit till you reach the last stitch, yarn forward and slip the stitch purlwise.
  5. Knit over the first 8 stitches. Knit one stitch in the front of the loop, make one, knit 4, knit 2 together, till you reach the last stitch, and slip the last stitch purlwise. Turn. This will make the right part of the heartshape. Leave the other 8 stitches on the needle for the other part of the heartshape.
  6. Knit one stitch in the front loop,  knit all stitches, till you reach the last stitch slip the last stitch purlwise.
  7. Knit one stitch in the front loop, knit 2 together, knit 2 stitches, knit 2 together till the last stitch, yarn forward and slip purlwise.
  8. Knit one stitch in the front loop,  knit all stitches, till you reach the last stitch slip the last stitch purlwise.
  9. Knit one stitch front loop, knit 2 together,  knit 2 together, slip the last stitch purlwise.
  10. Knit one stitch in the front loop, knit till the last stitch, yarn forward and slip purlwise.
  11. Knit one stitch in the front loop, knit 2 together, yarn forward slip the last stitch purlwise.
  12. Bind off 3 stitches.

Other Blue half

  1. Knit one stitch in front loop, knit 2 together, knit 4 stitches, make 1, slip the last stitch purlwise.
  2. Knit one stitch in the front loop,  knit all stitches, till you reach the last stitch slip the last stitch purlwise.
  3. Knit one stitch in the front loop, knit 2 together, knit 2 stitches, knit 2 together till the last stitch, yarn forward and slip purlwise.
  4. Knit one stitch in the front loop, knit  all stitches till you reach the last stitch, slip the ast stitch purlwise.
  5. Knit one stitch in the front loop, knit 2 together,  knit 2together, slip the last stitch purlwise.
  6. Knit one stitch in the front loop, knit till the last stitch, yarn forward and slip the last stitch purlwise.
  7. Knit one stitch in the front loop, knit 2 together, yarn forward slip the last stitch purlwise.
  8. Bind off 3 stitches.

Take a tapestry needle and weave in loose ends and form the heart shape.

Use a little safety pin to wear it on your coat.

Please send me some pictures from finished hearts.

Happy knitting!

29. Boekenlijst

Ineens kwam covid bij ons op bezoek en gingen we in isolatie. Ik voel me niet echt ziek; dit is dus  een mooie gelegenheid om eens goed naar de boeken over textiel te kijken die de laatste tijd het huis zijn binnengekomen.

Gisteravond las ik het boek ‘Patchwork, a life amongst clothes’ van Claire Wilcox uit. De schrijfster is hoofdcurator mode en textiel bij het Victoria & Albertmuseum in Londen en professor aan het London College of Fashion.

Ik vind het een wonderschoon en poëtisch boek vol herinneringen. Met als invalshoeken kleding en textiel beziet Wilcox haar leven. Elk hoofdstuk begint ze met een foto; daarna volgen korte teksten, steeds met een andere titel, variërend van een tot drie pagina’s.

Het boek volgt haar leven via de geschiedenis van haar ouders, jeugd en studie, haar huwelijk, de dood van haar zoon. Dit alles in flarden en niet altijd chronologisch. Over ontdekken en verlies, de geur van lakens gedroogd in de wind en over pyjama’s waar qua ontwerp weinig aan is veranderd.

Over het werk van Claire Wilcox in het Victora & Albert museum kwam ik minder te weten dan ik zou willen. Deze week was daar overigens de opening van de tentoonstelling ‘Fashioning Masculinities: The Art of Menswear’, die door haar is samengesteld. Die zal ik in het echt niet zien hoe jammer ook, maar de catalogus komt vast en zeker in mijn boekenkast.

Na een rondleiding over de modetentoonstelling ‘Maison Amsterdam’ (nog te zien t/m 3 april) zag ik het boek ‘Mode ABC’ van Natasja Admiraal in de museumwinkel liggen. Het is een kinderboek dat mij als volwassene en het kind in mij zeer aanspreekt.  

Jaren geleden begon Natasja Admiraal plaatjes van kleding en accessoires te verzamelen die ze met teksten erbij in haar computer zette. Vervolgens kwam er een website: www.mode-abc.com en nu is er het vrolijke door Jelle Post geïllustreerde boek.

Van All Star tot Zweetbandje en tussen die A tot en met Z pagina’s vol handschoenen, petten, sneakers  en brillen en het patroon voor de Eén-uurs-jurk van Mary Brooks Picken uit 1924.

Geitenwollen sokken, flamingojurken, klompen, de lederhose en nog heel wat meer is te lezen en te bekijken in dit heerlijke boek.

In een tweedehandsboekwinkel in Deventer zag ik bij de afdeling textiel een boek dat bijna zonder erin te kijken mee naar huis moest. In ‘Der blaudruck in der Slowakischen volkskunst’ uit 1954 vertelt Josef Vydra in het Duits de geschiedenis en de ontwikkeling van deze traditionele techniek. Met een soort afdichtpasta en stempels wordt een dessin op stof gedrukt en die gaat vervolgens in een indigobad. Het is een soort omgekeerde blockprint, waarbij niet met verf wordt gedrukt. Je kunt het vergelijken met batik; daar wordt met was een dessin op de stof gebracht en die gaat daarna door een aantal verfbaden.

Het boek staat vol schitterende tekeningen en foto’s van kleding van blauwdrukstof. De dessins brachten me terug naar de tijd dat ik voor internationale mbo-modeprojecten vaak in Púchov kwam en er met collega’s en leerlingen uit Europa projecten organiseerde en uitvoerde.

In Púchov was toen een kleine blauwdrukwerkplaats van mijnheer Trnka die er blauwdrukstof maakte. Mevrouw Trnka verkocht het aan de meter in een kleine souvenirwinkel aan het plein. We konden elkaar niet verstaan, maar we voerden altijd een mooi  gesprek met handen en voeten. Meters stof gingen mee naar huis.

Tijdens een bijeenkomst met docenten en studenten kregen we een rondleiding in de werkplaats van mijnheer Trnka. Ik herinner me een oude man in een rommelige ruimte die steeds meer prachtige stoffen liet zien.

Later kocht ik in Bratislava bij U’luv, de organisatie die de Slowaakse volkskunst in ere wil houden, een lap oude blauwdruk die ik nog steeds koester. Het patroon vond ik terug in het boek van Josef Vydra.

Ik weet dat mijnheer en mevrouw Trnka zijn overleden. Er was nog een plan om de werkplaats door te laten gaan. Na wat onderzoek op Internet kwam ik erachter dat Peter, de (klein)zoon van het echtpaar Trnka, toch verder is gegaan met het blauwdrukken dat al sinds 1898 door de familie werd gedaan. Op zijn website Modrotlač TRNKA is veel informatie te vinden, maar helaas alleen in het Slowaaaks. Ik heb contact met hem opgenomen omdat ik reuze benieuwd ben, maar tot nu toe nog geen antwoord gekregen.

Wie weet komt er nog een uitgebreid artikel over blauwdruk als ik bericht terug krijg.

Over drukken gesproken. Net voor de eerste lockdown volgde ik een zeefdrukcursus hier in Amsterdam bij www.zeefdrukles.nl. Heerlijke avonden onder de bezielende leiding van Esther Mosselman. Een geweldig inspirerende groep waardoor mooi werk ontstond.

Toen ik nog studeerde op de Kunstacademie ontdekte ik zeefdruk. In serie iets maken vind ik sindsdien geweldig. Zo ook die avonden dat ik les kreeg en ik op papier en textiel drukte.

Ik kwam elke avond thuis vol verhalen en met veel druksels zoals de serie werkmansjasjes en textielarbeiders uit Twente.

Die laatste serie ligt nog steeds te wachten op borduursels die ik er in wil verwerken.

Nu ik er over schrijf krijg ik weer zin om te gaan. Een van de zeefdrukken die ik toen maakte, is op de omslag gekomen van ‘Met stip’, een bloemlezing met gedichten, samengesteld door Jos.

Dat  gevoel om weer te willen drukken, komt ook door het boek ‘House of Print’ van Molly Mahon met als ondertitel ‘A modern block printer’s take on design, colour and pattern’ dat ik kocht.

Een boek dat me enthousiast boek maakt. Het vertelt het persoonlijke verhaal van het bedrijf Molly Mahon in kleurrijke verhalen en foto’s. Over haar reizen door India, over inspiratie, kleur en kleurcombinaties en praktische informatie hoe je kunt beginnen.

Nu weet ik wel wat van blockprint omdat ik een aantal jaren geleden een Masterclass blockpint bij Nathalie Cassée volgde, georganiseerd door  Craft Council Nederland, en ik nog bedrukte lappen in de kast heb liggen.

Dit boek maakt dat verlangen om ermee door te gaan weer wakker bij me. Verf en stempels staan in de kast en ik weet nog hoe het moet. Zal ik?

Wat heb ik nog veel zaken liggen die afgemaakt moeten worden, bedenk ik me nu. Misschien toch eens een grote lijst maken en langzaam afwerken?

28. Een dag met Yves Saint Laurent

Wat doe je als je één dag Parijs bent om aan het eind van die dag naar de modeshow van Sheltersuit Label te gaan en ’s avonds weer terug naar Amsterdam? Winkelen? Nou nee. Tentoonstellingen bekijken? Ja!

In de NRC van 18 februari las ik een artikel van Milou van Rossum over zes tentoonstellingen waar kleding van Yves Saint Laurent naast kunstwerken staat of hangt.

Yves Saint Laurent (1936 – 2008) was een couturier die vanuit vorm en stoffen dacht. Hij en zijn partner Pierre Bergé hadden een grote kunstverzameling. Saint Laurent gebruikte die als inspiratie voor zijn collecties.

Yves Saint Laurent in 1971 gefotografeerd door Jean Loup Sieff
voor de reclame van het parfum YSL pour Homme

Na het lezen van het artikel dacht ik direct dat ik alle zes tentoonstellingen wou zien. Dat zou niet gebeuren. Ik zag er vorige week vrijdag drie van de zes.

‘Yves Saint Laurent aux Musées’ heet de tentoonstelling verdeeld over Centre Pompidou, Musée d’Art Moderne, Musée du Louvre, Musée d’Orsay, Musée National Picasso Paris en Musée Yves Saint Laurent Paris.

Om elf uur liep ik  Centre Pompidou binnen, met de roltrappen omhoog en op de vijfde verdieping was er meteen de eerste blikvanger: het schilderij uit 1940 van Henri Matisse ‘La blouse Roumaine’ met daarnaast het ontwerp van Saint Laurent (herfst/winter 1981). Ik werd gepakt door die combinatie; er zouden nog meer van dat soort ervaringen volgen.

Nu kun je natuurlijk denken: makkelijk, een kopie van een schilderij op een blouse! Saint Laurent heeft daarover gezegd: ‘Ik heb ze niet gekopieerd – wie zou het wagen om dat te doen?’

Naast de beroemde Mondriaanjurk uit 1965 hangt het schilderij Compositie in rood, blauw en wit II van Piet Mondriaan uit 1937.

Een bont geappliqueerde jurk (herfst/winter 1979-1980) in een zaal met werk van Robert Delaunay.

Hoogtepunt voor mij was de combinatie van het schilderij ‘The Moon’ van Gary Hume naast de ‘Hommage à Tom Wesselman’jurk (collectie Pop-Art, herfst/winter 1966-1967), gemaakt van wollen jersey met de afbeelding van een half vrouwenlichaam.

Schilderij ‘Zwart Wit’ (1988)van Elsworth Kelly naast een avondjurk Herfst/Winter 1965

Alle combinaties van kleding en kunst waren sterk, kijkavonturen van een hoog esthetisch genot. Ze maken verbindingen duidelijk tussen meesterwerken uit verschillende disciplines.

Na Pompidou ging ik naar het kleine, intieme Musée Yves Saint Laurent in de Rue Marceau. Ik was daar al eens geweest, maar toen was het nog niet verbouwd. Kroonluchters en gedrapeerde gordijnen heetten me welkom.

Schetsen vol leven!

Te zien waren daar wanden vol levendige ontwerpschetsen van diverse collecties, hoedenmallen in allerlei vormen, proeven voor borduursels en een kamer vol toiles (proefmodellen in ongebleekt katoen).

Hoedenmallen in diverse vormen
Een collage van borduurproeven
Proefmodel van het beroemde Safari-jasje uit Lente/Zomer 1969

In Pompidou had ik de avondcape gezien naast het schilderij ‘Le Violon’ (1914) van Pablo Picasso, maar hier zag ik ook de ontwerpschets en het proefmodel.

In Pompidou was ik ook erg onder de indruk van de mini-jurk met golf en stip die was opgesteld naast het werk van de door mij zeer bewonderde Etel Adnan (1925-2021).

Cocktailjurk Herfst/ Winter 1966/1967
Rechts de ontwerptekening van de cocktailjurk

De ontwerpschets van die jurk van Saint Laurent was ook te zien op die wanden vol tekeningen. Net als het ontwerp voor de Mondriaanjurk.

Twee schetsen van de Mondriaanjurk

Nog ruim een uur had ik over, zodat ik het vlakbij gelegen Musee l’Art Moderne nog kon bezoeken.

Collectie Herfst/ Winter 1992/1993

Het eerste dat ik daar zag, was de enorme muurschildering in de Salle Dufy:  ‘La Fée électricité’ (1937) van Raoul Dufy. Midden in die zaal waren drie glanzende outfits geplaatst. Fabelachtig van kleur en kleurcombinaties. Wonderschoon vond ik het geheel.

Dwalend door het museum kwam ik meer verbindingen tegen.

Feestelijke rokken met blouses (lente/zomer 2001) in de kleuren van de schilderijen van Pierre Bonnard uit 1930.

Jasjes en een jurk met een grafisch patroon hingen naast het schilderij ‘Le dejeuner sur l’herbe’ (1964) van Alain Jacquet.

Bij de grote muurschildering in blauw grijze tinten ‘La Danse inachevée’ (1931) van Matisse was een avondcape in dezelfde tinten geplaatst.

In de grote zaal met ander groot werk van Matisse, ‘La Danse’ (1931-1933), stond een zwarte jas met aan beide kanten een zwart-crème avondensemble.

Drie prachtige tentoonstellingen zag ik die in mijn beleving de bekende modetentoonstellingen ontstegen. Ze brachten het werk van Saint-Laurent in verbinding met kunst. De jurken en jassen werden onderdeel van een opstelling die een verrassend effect op me had.  Vernieuwend en verfrissend. Mooi en goed was het om kleding in een andere context te zien dan in de geijkte orde van een min of meer normale modetentoonstelling.

Het schijnt overigens dat er nog een goede catalogus gaat komen. Het ‘boekje’ met een paar foto’s en teksten in het Frans heb ik maar laten liggen in de winkel.

Parijs, de stad van de mode liet me ook nog mode van nu zien. In de Rue de Rivoli kwam ik een ‘wolk van tule’ tegen die ik met toestemming mocht fotograferen. Van welke ontwerper het is weet ik niet, maar ik vond het een prachtig beeld.

27. Breien voor Sheltersuit

Over liefde en compassie

Op 10 februari 2022 kreeg ik via Instagram een bericht van Bas Timmer, oud-leerling van me uit Enschede, of ik hem wou bellen. Dat deed ik natuurlijk want Bas is de bedenker en oprichter van Sheltersuit: het label dat speciaal voor daklozen en vluchtelingen een wind- en waterdicht jack produceert met een optionele bevestiging voor een slaapzak. Alle informatie en achtergrond vind je op hun site.

Terug naar het telefoongesprek. Bas Timmer vertelde dat Sheltersuit ook een modelabel zou gaan worden ter ondersteuning van de Stichting Sheltersuit. Met de opbrengst van de modecollectie zou het belangrijke werk dat ze doen nog verder kunnen gaan. De presentatie en eerste modeshow zou op 4 maart plaatsvinden in Palais de Tokyo tijdens Paris Fashion Week. Hij en zijn team waren aan het werk met 21 looks en hij had er gebreide mutsen en polswarmers bij nodig. Grof gebreid en stevig.

Bas vroeg me of ik ook bivakmutsen kon breien: minimaal vier sets, maar liever wat meer zodat er keuze zou zijn, in uni en in twee kleuren. Zou ik dat willen doen?

Natuurlijk zei ik meteen ja. Het is geweldig als een vroegere student van je dit aan je vraagt. Bovendien vind ik Sheltersuit een belangwekkend project en daar wil ik graag aan meewerken.

Schets, garenkeuze, proefmodellen (gebreid in twee dagen) en dubbele draad op naald 12

Ik ging direct aan de slag, want er was tijdsdruk. Ruim een week had ik ervoor, want de mutsen en polswarmers moesten op tijd in Parijs zijn voor video en fotoshoot. Ik begon met garen zoeken en bestellen, schetsen maken en doormailen, telefonisch overleggen met Bas, breipennen van de juiste dikte zoeken. Het werd een weekend van proefmodellen breien. Ik vond ze niet goed, te gewoon en te braaf. Het idee van de bivakmuts viel af want die muts zag er te gesloten uit voor een open label.

Minderingen en het patroon opschrijven.

Dubbele draad in twee recht twee averecht op naald 12 gaf goed resultaat. Foto’s werden naar Parijs gemaild. Voortdurend overleg. Hele dagen en avonden was ik aan het breien.

Mutsen in uni en twee kleuren met polswarmers

Een serie van zeven mutsen in unikleuren, drie in twee kleuren en een serie specials in meerdere kleuren kwamen van de pennen, met bijpassende polswarmers. Ik verpakte alles zorgvuldig in dozen en stuurde het breiwerk naar Parijs.

Specials in meerdere kleuren.

Daar kwam het ruim op tijd aan. Bas en zijn team waren er blij mee, het was precies wat ze wilden, nog beter zelfs.

Links Bas en rechts Tony gemaakt tijdens de opnames voor de video

Natuurlijk werd ik uitgenodigd voor de show. In eerste instantie zou ik niet gaan, jammer maar er stonden andere zaken die dag op de agenda.

Foto’s via Bas gekregen met geheel rechts Shasho Ahmad

Tot het moment afgelopen woensdag dat ik weer een serie foto’s uit Parijs kreeg en ik een grote ontroering voelde.

Foto © Tony Dočekal voor Sheltersuit

Ik liet ze aan Jos zien die direct zei dat ik erheen moest en dat ik meteen een treinticket moest boeken. Dat deed ik en zo liep ik afgelopen vrijdag al om kwart voor tien ’s ochtends door Parijs.

Onderweg in de trein had ik nog tien Oekraïense harten gebreid, die ik kon weggeven tijdens de show (met dank aan Loret Karman die heel snel blauw en geel garen voor me had geverfd).

Om vier uur was de show in Palais de Tokyo. Tijdens het wachten om naar binnen te kunnen zag ik al wat modellen met mijn mutsen op. Ik liep door een gang met aan beide kanten opgestapelde rugzakken met daarin Sheltersuits. In de showruimte ook twee bergen Sheltersuits.

Rijen oude stoelen stonden er om heen. Ik mocht front row zitten.

De beroemde modejournaliste Suzy Menkes (met beroemde kuif) zat een paar stoelen van me vandaan. Ik had haar een gebreid hart willen geven maar dat is helaas niet gelukt.

Motto van het label Foto © Tony Dočekal voor Sheltersuit

Tussen Chanel, Dior en met ondersteuning van modehuis Chloé maakte modeontwerper en activist Bas Timmer op Paris Fashion Week zijn entree! Voor een publiek van  modejournalisten, stylisten, inkopers, vrienden en medewerkers werd het duurzame streetwearmerk Sheltersuit Label gepresenteerd aan de modewereld.

Alles gemaakt van geupcycelde materialen en overgebleven stoffen van Chloé. De opbrengst van het luxemerk Sheltersuit Label voor ‘the rich and the famous’ wordt gebruikt om anonieme daklozen en vluchtelingen warm te houden.

Foto’s ©Alex Pommier voor Sheltersuit

Aan het begin van de show klonken stemmen van daklozen door de ruimte. De modellen, die allemaal bij de Opera werken, hadden een krachtige en kleurrijke uitstraling.

Foto’s ©Alex Pommier voor Sheltersuit

Hun jassen, broeken en vesten zagen er levenslustig uit. Wat een energie heeft die kleding! Mijn mutsen dansten op de hoofden en de polswarmers spetterden van kleur.

Foto’s ©Alex Pommier voor Sheltersuit

Ik kreeg via Bas ook nog een prachtige serie foto’s van achter de schermen terwijl de modellen stonden te wachten om op te gaan.

Foto © Tony Dočekal voor Sheltersuit

Aan het einde van de show hield Bas Timmer een kleine toespraak; hij droeg mijn gebreide Oekraïnehart. Trots ben ik op hem en zijn team; zonder Shasho, Tony en al die andere medewerkers was het in zo’n korte tijd niet gelukt.

Bas en ik na de tweede show. Foto: Sonna Krom
Sterke modellen in een sterke eerste collectie

Achter de schermen waren er hapjes, drank, vrolijke modellen, familie van Bas en medewerkers van Sheltersuit. Dat project zat al in mijn hoofd en hart, maar nu nog meer.

Foto: Sonna Krom

Later zag ik de video waarin de mutsen ook een grote rol spelen.

Het lookbook met de hele collectie staat ondertussen ook op de site.

Foto © Tony Dočekal voor Sheltersuit

Op je 63ste je breidebuut maken in Parijs is niet voor iedereen weggelegd en dan nog wel bij dit merk. Ik ben er intens blij mee.

26. Demonstratiekleding

Ik heb in mijn leven veel gedemonstreerd: tegen onrecht, tegen discriminatie, voor vrede. Om te laten zien waar ik tegen en waar ik voor ben, droeg ik dan een button of een roze sjaal.

Gistermiddag stond ik te midden van zo’n vijftienduizend mensen op de Dam om onze solidariteit te tonen aan het Oekraïense volk. 

Geel en blauw zijn de nationale kleuren van de Oekraïne. Een brede blauwe baan boven en eenzelfde brede gele baan aan de onderkant. Ze hebben niet echt een betekenis, maar voor veel Oekraïners staat het voor een blauwe hemel en gele graanvelden.

Tijdens de demonstratie wapperden veel vlaggen en zag je hem ook veel terug op demonstratieborden.

De vlaggen waren ook gebruikt als een vorm van kleding: kleine vlaggen hingen over schouders als omslagdoeken, grote vlaggen als ruime capes waaruit het hoofd van de demonstrant stak.

Ook waren er blauw-gele strikjes in de haren van kleine meisjes en een blauw-gele bloemenkrans op het hoofd van een spreekster.

Een man droeg een geel-blauw sportjack met daarop het nationale symbool: de drietand.

Het simpelst is natuurlijk om blauwe en gele kleding aan te trekken zoals een muzikante deed.

Geel en blauw, merkwaardig hoe het me vandaag ineens opviel hoeveel geel en blauw er in het straatbeeld is en dat ik het direct koppel aan de vlag van Oekraïne.

De snelbinders van de NS-fietsen en de nummerborden van Nederlandse auto’s. Gele vlaggen van de Bijenkorf tegen de strakblauwe lucht en de opbergbak tegen de wand op de pont.

Natuurlijk was het goed om gisteren op de Dam te staan en daar nu over te schrijven. Maar wat kun je nog meer doen voor de bevolking daar?

Op Instagram las ik het bericht om ter ondersteuning van Oekraïense verkopers op Etsy digitale producten van hen te kopen. Dat gaat heel makkelijk als je de stappen volgt. Ik neem aan dat jij als lezer het ook naar het Nederlands kunt vertalen.

Via de eigenaresse van HandyHappyFabrics, Olena Kriuchkova, kocht ik een paar digitale boeken vol traditionele Oekraïense borduurpatronen. Na betaling vielen ze direct in mijn mailbox. Wie weet ga ik er eens wat uit borduren.

25. Global Wardrobe, over cultureel toe-eigenen en cultureel waarderen

Celeste Pedri-Spade, Anti-Pipeline Society Kwe

We bezochten in  het Kunstmuseum Den Haag de tentoonstelling ‘Global Wardrobe, de wereldwijde modeconnectie’, die net is geopend. Geweldig ingericht door Maarten Spruyt, in samenwerking met Felipe Gonzalez Cabezas en modeconservator van het museum Madelief Hohé.

De mode- en textielcollectie van dit museum (en van veel andere musea) is vanuit zijn geschiedenis vooral gericht op westerse mode. Als je echter naar de collectie in het depot kijkt, zie je dat er veel textiel is te vinden uit andere culturen. Zo zijn er batiks uit Indonesië, zijden kimono’s uit Japan en handbeschilderde sitsen uit India.

Oriëntalisme in de eerste zaal

Textiel – sinds eeuwen reist het over de wereld. Vroeger op handelsschepen van de VOC en via de zijderoute. Dat het onder erbarmelijke omstandigheden gebeurde komt nu door verhalen over kolonialisme en slavenhandel naar buiten. De mooie sitsen jurken laten een schoonheid zien, maar vertellen ook over onderdrukking en uitbuiting. Ineens kijk je er met andere ogen naar: achter die prachtig beschilderde bloemen schuilt bijna altijd een gruwelijk, bloederig verhaal.

Sitsen jakken en rokken, 18de eeuw

Nu vervoeren vrachtvliegtuigen en scheepscontainers tonnen kledingstukken van het ene continent naar het andere. Ook toeristen brengen textiel mee van hun verre reizen; zo kun je in het straatbeeld ineens iemand zien lopen met een shawl die gekocht is tijdens een reis door India. Zo’n shawl kan een herinnering oproepen aan een ontmoeting met de makers/verkopers en zorgt dan voor een extra toevoeging, meer dan wanneer je een shawl in Nederland koopt.

In de tentoonstelling staat een traditionele bruidsjurk uit Pakistan die in de jaren 60 werd gebruikt als hippiejurk! Waarschijnlijk heeft de Pakistaanse vrouw de jurk verkocht omdat ze het geld goed kon gebruiken. Hoeveel er voor betaald is onbekend. Veel zal het niet geweest zijn in Europese ogen. Ongelijkheid zal er wel een rol in hebben gespeeld. Wat zou de Pakistaanse bruid gedacht hebben als ze die voor haar belangrijke jurk in een Nederlandse straat was tegengekomen?

Bruidsjurk uit Pakistan

De Bijenkorf had Indiase weken; inkopers struinden de markten in India, Afghanistan en Pakistan af op zoek naar authentieke kleding. De met bontranden afgezette Afghaanse jassen werden een grote hit voor mannen en vrouwen.

Hippie look, onder andere verkocht bij de Bijenkorf

Al eeuwen is textiel uit andere werelddelen een inspiratiebron voor Europese modeontwerpers.

Slowaaks borduurwerk

Ook bij mij thuis is er een wereld aan textiel te vinden: borduurwerk uit Slowakije, batiks uit Indonesië, op doek geschilderde tanka’s uit Nepal. Vanmorgen nog kreeg ik van een vriendin een prachtige lap uit Iran (het vroegere Perzië) vol Buta motieven.

Shawl uit Iran

Dat die overname van textiel vaak niet zuiver gebeurt, is te zien in deze tentoonstelling. Cultureel toe-eigenen heet dat: voor een ‘eigen’ ontwerp  zonder bronvermelding iets uit een ander cultuur gebruiken. Je zou dat inspiratie kunnen noemen; in de werkelijkheid is dat vaak misbruik maken van een traditie uit een andere cultuur. Simpelweg: jatten. En met dat pikken ook nog eens veel geld verdienen, waarvan niets naar de oorsprong teruggaat.

Tegenwoordig wordt over dat probleem veel nagedacht, maar aan het begin van de 20ste eeuw kon het gebeuren dat van een Chinese mannenjas uit 1850 een avondjas voor een vrouw werd gemaakt: simpel de schaar erin en klaar was de jas om te dragen naar het theater. De nieuwe maker en de nieuwe draagster hadden geen idee van de betekenis van de symbolische beelden op de stof.

Vermaakte traditionele jassen tot avondmantels (1920-1930)

Een traditionele Roemeense vilten herdersjas stond prachtig op een avondjurk in ‘Chinese stijl’.

De schaar ging er in en het werd een avondmantel

Als klapper in dit onderdeel van de tentoonstelling werd een Chinese mannenmantel van zijde en katoen getoond, vol geborduurd met boeddhistische en taoïstische symboliek, vermaakt tot avondmantel voor een rijke dame.

Link: zijden kimono met borduursel
Midden: japon van de Callot Soeurs
Rechts: lounge wear voor de Chinese export markt.

Wellicht schokkend om te zien, maar de mode van die tijd was vooral gericht op oriëntalisme. Alles wat uit het oosten kwam, werd gebruikt als inspiratie voor Europese kleding voor dames en heren van de hogere klasse. Mooi exotisch!

Tuniek van Isabel Marant, rechts een poncho die ze ook kopieerde!
De originele blouse die Isabel Marant klakkeloos kopieerde. Zie: https://casita-colibri.blog/2015/05/30/theft-of-the-cultural-kind/

Ook in deze tijd zijn er modeontwerpers die er niet voor terugdeinzen om ‘inheemse invloeden’ te gebruiken in hun collecties. Isabel Marant is er daar een van. In de lente/zomercollectie van 2015 zat een tuniek die een letterlijke kopie bleek te zijn van een cultuurspecifieke blouse uit Mexico, de Xaamnïxuy die daar door textielcollectieven van vrouwen wordt gemaakt en waarvan de motieven verwijzen naar het lokale wereldbeeld en het geloof van de bevolking. Die motieven zijn de sterren, de bergen en de planten waar de mensen van leven. Zo’n blouse is meer dan een gewoon kledingstuk; de bevolking van het dorp heeft via social media en een rechtszaak geprotesteerd tegen deze toe-eigening: plagiaat en diefstal. Als Marant zich had verdiept in de oorsprong van deze blouse en de betekenis ervan had ze dit ontwerp niet gemaakt en laten produceren. Een staaltje van desinteresse en respectloosheid.

Links de Dior kopie en rechts het originele Roemeense vest

Modehuis Dior kreeg in 2017 forse kritiek nadat de ontwerpers traditionele Roemeense kledingstukken uit de regio Bihor letterlijk kopieerden en voor €30.000 verkochten. Ze vermeldden de afkomst en oorsprong niet en betaalden geen vergoeding voor  het gebruik. Slim gappen en cashen! Het Roemeense modetijdschrift Beau Monde begon een actie en zo ontstond het label Bihor Couture waar traditioneel gemaakte kleding te koop is, die de waarde van de eigen cultuur uitdraagt.

Gelukkig zijn er jonge modeontwerpers die de vinger op de zere plek leggen en kleding maken vanuit een andere gedachte. Ze gaan terug naar hun eigen oorsprong en de wereld waar ze vandaan komen.

Kenneth Ize

Aan hen is de grootste zaal van de tentoonstelling gewijd. Prachtige kledingstukken vol verhalen zoals de twee sets van Kenneth Ize in de eeuwenoude weeftechniek Aso Oke uit Niger en West-Afrika. In één dag kan slechts een meter geweven worden. Erg mooi vond ik dat een deel van de ketting als franje onder aan de kleding hing.

Detail jas van Karim Adduchi

De van oorsprong Marokkaanse ontwerper Karim Adduchi ontwierp voor 2019/2020 de collectie ‘Maktub’ vol Marokkaanse stoffen, borduurwerk en prints. Hij laat hierdoor zijn achtergrond zien die te maken heeft met de Berbercultuur en die een hommage is aan zijn moeder.

Print van Sindiso Khumalo

In de dessins die mode- en textielontwerper Sindiso Khumalo ontwerpt is Zulu en Ndebele erfgoed te vinden. ‘Make local, think global’ is haar visie. Niet alleen in winkels in Zuid-Afrika is haar kleding te koop maar ook in Italië, in de toekomst hopelijk ook in andere landen.

Sari jurk van Jan Taminiau voor koningin Maxima

In een van de laatste zalen staat een pop met een sari; het kledingstuk ziet er tenminste uit als een sari. Dichterbij blijkt het een jurk te zijn gemaakt van een Indiase sari. Jan Taminiau maakte de jurk  voor Maxima, die hem droeg bij een bezoek aan India. Maxima had de sari in 2007 gekocht en nu mocht Taminiau hem vermaken tot een jurk. Nu vind ik de sari een van de mooiste kledingstukken voor vrouwen. Of je dik of dun bent, een sari staat altijd prachtig en elegant. Er zijn veel manieren om een sari te dragen, maar altijd gaat het over plooien en draperen. Vaak wordt er een strakke top onder gedragen. De avondjurk van Maxima lijkt qua uiterlijk op een sari maar alle plooien zijn vastgezet op een onderlijf; daardoor is het een gefixeerde sari geworden die eigenlijk niets meer te maken heeft met de oorsprong. Vreemd om een jurk te laten maken van een sari in saristijl en die te dragen in een land waar de sari op een totaal andere manier wordt gedragen. Daar kun je vraagtekens bij zetten, ik doe dat in ieder geval. De Nederlandse modebladen vonden het natuurlijk weer prachtig: Maxima zag eruit als ‘een plaatje’. Had ze maar, vind ik, het lef gehad om kleding van een Indiase ontwerper te dragen! Trouwens, hebben we hier ooit een buitenlandse koningin zien opdraven in kleding geïnspireerd op Volendamse dracht?

Links John Galliano voor Dior
Midden: Alexander McQueen
Rechts: Jean Paul Gaultier

Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik over deze zaken niet nadacht in de jaren 90. Jean-Paul Gaultier maakte een collectie met als inspiratiebron nomaden of chassidim.

John Galliano lente/ zomer 1997 (uit Galliano, Colin McDowell 1997)

John Galliano gebruikte kralensieraden van de Masai in avondjurken. Alles werd toen gemixt en gebruikt zonder daarbij te vermelden waar het vandaan kwam. Dat je daarmee bevolkingsgroepen zou beledigen, kwam niet in je hoofd op. Fusion was het woord dat in de mode was.

Traditioneel geklede Masai

Als ik er nu naar die modefoto’s kijk, komt er een gevoel van schaamte en ‘dit kan echt niet’ bij me boven. Daarom is deze tentoonstelling zo goed: je wordt gedwongen na te denken en te reflecteren op je eigen gedrag en je stelt je kijken bij. Ook de prachtig uitgevoerde, informatieve catalogus is hierbij van grote waarde.

De boeiende catalogus

Toch ook een puntje van kritiek.

4 mannen in Japonse rokken

De laatste zaal van de expositie staat vol met meer dan zestig figuren. Ze dragen rokken en japonnen van sits, zijden Japonse rocken (kamerjassen) voor mannen, 19de-eeuwse jurken geïnspireerd op Kashmirsjaals, slaapbroeken van batiks, jarentwintigjurken in Chinees kant en nog meer.

Ons Indië?!

Veel is het, voor mij te veel, te krap opgesteld en met te weinig informatie die een link legt met de uitgangspunten van de overigens fantastische tentoonstelling.

Boernoes (capes geïnspireerd door de Noord-Afrikaanse Boernoes (ca 1850-1870)

Die laatste zaal knaagt aan de opwinding die de andere zalen veroorzaakten. Bovendien kraakt de speciaal aangelegde vloer enorm. Zo wil je niet weggaan van deze sublieme tentoonstelling!

24. Maison Amsterdam, de stad, de mode, de vrijheid…

Na blogbericht 22 over de voorbereiding van de tentoonstelling Maison Amsterdam moest er in het depot nog hard gewerkt worden om alles op tijd klaar te krijgen. En dat is gelukt!

Klaar voor vervoer

Op 8 september werden de poppen en de kleding vervoerd naar de Nieuwe Kerk. Vanaf donderdag 9 september werkten we met een grote groep verschillende mensen hard aan het inrichten van de expositie.

V.l.n.r. onbekende maker, Mac & Maggie, Puck & Hans

De sfeer was geweldig. Er werd niet gezeurd;  iedereen werkte vol enthousiasme stevig door om er samen een mooi geheel van te maken. Lunchen deden we aan een grote tafel en we praatten veel.

Wachten op de jurk

Dat er heel wat komt kijken bij het maken van een tentoonstelling wist ik natuurlijk wel uit eigen ervaring. Sommige kledingstukken moesten toch opnieuw op de pop worden gezet of bijgewerkt.

Paars: Puck & Hans, Rood: Frans Molenaar

Stukjes fiberfill onder kragen geplaatst zodat die mooi bleven zitten. Mottenpapier onzichtbaar in een zijden jurk. Pantykousen gebruiken om armpjes te maken voor de truitjes bij de bevrijdingsrokken.

Alles bij de hand

Naald en draad kwam goed te pas toen ik een trouwjurk van Puck & Hans moest veranderen toen stylist Maarten Spruyt me dat vroeg. Wat een schat is die man, zo zonder kapsones!

Collectie schoenen van Maarten Spruyt

Bij een grote tentoonstelling als dit zijn veel verschillende mensen bezig met de voorbereiding, ieder met een eigen specialiteit,  ook met het uiteindelijke opstellen van de tentoonstelling.

Patta!

Ninke Bloemberg, modeconservator bij het Amsterdam Museum en het Centraal Museum en Pieter Eckhardt, conservator van de Nieuwe Kerk maakten de keuzes voor wat er wordt tentoongesteld. Zij hebben een tentoonstelling vol diversiteit samengesteld. Je komt historische kleding tegen maar ook kleding van de huidige generatie jonge ontwerpers. Je ziet prachtige combinaties zoals in het onderdeel uitgaan een jurk uit de twintiger jaren naast een punkoutfit.

De catwalk in het koor van de Nieuwe Kerk

Vormgever Tatyana van Walsum ontwierp de inrichting van de tentoonstelling. Ze plaatste grote schermen met historische foto’s in de ruimte. Daartegen staan zo’n honderd verschillende kledingstukken die allemaal een verhaal vertellen en samen een grote geschiedenis vertegenwoordigen.

Een weesmeisje op het onderdeel De Dam

De indrukwekkende ruimte van de Nieuwe Kerk stelt ook zijn eisen: hoe ga je daarmee om met naar verhouding kleine kledingstukken? Dan zijn er ook allerlei technici nodig die bijvoorbeeld gaten in schoenen kunnen boren zodat de poppen stevig op hun standaard staan. En mensen van de belichting die alles precies moeten uitlichten. 

De opening op vrijdagavond 17 september was geweldig om mee te maken. Een heel divers publiek  genoot van de tentoonstelling en van elkaar. Heren in keurige kostuums, maar ook mannen in fetish en in werkmanskleding. Dames in mantelpak maar ook in experimentele jurken of kleding van Amsterdamse designers. Er waren toespraken, veel applaus en witte wijn in een sfeer van ‘wat heerlijk dat het weer kan’ (je QR code moest je natuurlijk laten zien). Actrice Bo Bojoh speelde Fong Leng (die in het publiek zat) en liet een weergaloze monoloog van deze grand lady horen.

Foto: Sam Eye Am

Ik droeg voor die gelegenheid mijn oude Puck & Hans zijden blouse die ik van Bram had gekregen en die ik aanhad tijdens de modeshow van mijn eindcollectie aan de academie in 1988. Altijd bewaard ondanks dat ik hem al had versteld. Toevallig stond Puck voor mij die verbaasd was dat die blouse nog zo goed was. Hij bleek gemaakt van oude sari’s die ze opnieuw hadden laten verven. De zijde was daardoor nog kwetsbaarder geworden. Dat ontdekte ik toen ik thuis kwam: er zat weer een gat in! Repareren is wat er moet gebeuren; dit overhemd heeft er weer een verhaal bij.

De kwetsbaarheid van zijde

Dan de tentoonstelling. Je maakt als het ware een wandeling door Amsterdam. Beginnend op De Dam (waar ook de Nieuwe Kerk staat) en via verschillende plekken in de stad zoals de Zeedijk, het Oosterpark en het Leidseplein kom je uiteindelijk weer op De Dam terug.

De Dam als centrum waar veel is gebeurd: de Damslapers, de hippies, de demonstranten tegen het koningshuis en woningnood, de trouwerijen en de kermis.

Ik vind het elke keer een feest om door de tentoonstelling te lopen.  Al die stoffen, vormen, kleuren en de verhalen erachter. Het bijbehorende boek geeft veel achtergrondinformatie.

Het boek met veel achtergrondinformatie

Komende maanden geef ik met enige regelmaat rondleidingen aan allerlei verschillende groepen. Van brugklassers tot hbo-studenten modejournalistiek. Van mbo-modeleerlingen tot cursisten van modevakopleidingen en andere geïnteresseerden.  Heerlijk dat ik daar nu de tijd en ruimte voor heb.

Ik hoop dat je nieuwsgierig bent geworden naar de tentoonstelling en dat je erheen gaat.

Wie weet komen we elkaar tegen. De komende tijd ga ik met een zekere regelmaat een kledingstuk uit de tentoonstelling centraal stellen in dit blog.

23. De Arc de Triomphe, twee keer anders

Parijs, we komen er graag. Door covid waren we er een tijd niet geweest, maar nu moesten we er echt heen: de ingepakte Arc de Triomphe van Christo en Jean-Claude zien. Een visueel feest dat slechts zestien dagen duurde, midden op Place Charles de Gaulle. Op 4 oktober startte het uitkleden van de Arc en vrij kort daarna is de ereboog weer in zijn normale glorie te zien.

Het inpakken van de Arc is een project van jaren geweest. De eerste tekening van Christo van een ingepakte Arc dateert uit 1961. Toestemming om het plan uit te voeren kostte het echtpaar C&JC jaren. Zoals gebruikelijk vroegen ze er geen cent subsidie voor en wilden ze niet werken met sponsors. Het project werd volledig gefinancierd door C&CJ zelf uit de verkoop van hun kunstwerken. Ze hebben hun Parijse droom zelf niet kunnen zien. Jean-Claude overleed in 2009, Christo in 2020.

Midden op dat immense plein staat dat grote bouwwerk met het graf voor de onbekende soldaat. Wij liepen er via de Avenue des Champs-Élysées naar toe. De gevel vol modeontwerpen van Dior keek ons lichtzinnig na.

Auto’s cirkelen eromheen; de belangrijkste boulevards komen er op uit. Via een ondergrondse tunnel kun je de triomfboog bereiken.

De eerste aanblik van de ingepakte Arc was overweldigend. Op een bewolkte maandagmiddag stond daar dat zilveren juweel in volle uitstraling. We bleven er tot het donker werd en de lichten aangingen. Ineens leek hij van goud.

De volgende twee dagen scheen de zon volop. Een strakblauwe lucht zorgde ervoor dat de triomfboog nog meer glom en nog meer aandacht vroeg. Wat ook opviel waren de rode koorden die de stof vasthielden en zorgden voor ontelbare plooien en rimpels die licht bewogen in de wind.

Op woensdagmorgen stonden we boven op het terras van de Arc. Het platform was een sprookje van zilver. De wereld daar was een grote hoes die over het terras was getrokken en waarover je kon lopen. De precisie waarmee dat alles was gemaakt, helemaal op vorm!

En dan het uitzicht naar alle kanten van Parijs. Onvergetelijk. Te weten dat dat wonder er maar even is en dat wij er waren.

Op het plein rondom de Arc liepen gidsen rond. In hun heuptas zaten kleine vierkantjes textiel die ze uitdeelden als je er om vroeg: hetzelfde materiaal als dat waarmee de Arc is ingepakt. Die inpakstof is speciaal ontwikkeld propyleen met een zilveren buitenkant en een blauwe binnenkant. Na het project zal de stof gerecycled worden.

Een gids vertelde dat de kleding die ze droegen speciaal ontworpen was door Issey Miyake. Ineens viel de plissé stof van de broek samen met de rimpels op de Arc. De gids zei dat ze na afloop de kleding mocht houden. Ik werd ogenblikkelijk jaloers.  Wie wil er nu niet een outfit van Miyake dragen?

Afmetingen? 25.000 vierkante meter en 3000 meter rood koord. Bedenk daarbij dat er kilometers naden gestikt zijn en dat alles moest kloppen voor de opbouw kon beginnen.

Een feestelijk meesterstuk! Een magistraal wonder! We hebben het gezien; een paar vierkantjes herinneren ons eraan.

De Arc de Triomphe is een van de gebouwen die Parijs beroemd heeft gemaakt in de wereld. Net als de Eiffeltoren, de Sacré-Cœur en het Louvre. Je vind afbeeldingen op sleutelhangers en mokken, op t-shirts en koelkastmagneten.

Hoe anders is dan het werk van Raoul Dufy ( Le Havre, 3 juni 1877 – Forcalquier, 23 maart 1953) waarin deze gebouwen een grote rol spelen. De tentoonstelling ‘Le Paris de Dufy’ in het kleine Museé de Montmartre liet ons Parijs door zijn ogen zien. Rijk van kleur, vol vrolijkheid en lichtheid. Alles met een directheid getekend of geschilderd, vol zwier en beweging.

Dat Dufy ook textiel heeft ontworpen wist ik niet. In een zaal stonden een bank en stoelen, bekleed met stoffen die hij heeft ontworpen. Vol rozen en andere bloemen en met alle gebouwen die Parijs zo Parijs maken.

Een geweven Arc de Triomphe midden op de rug van een stoel en klein, gezien vanaf Place de la Concorde, op een andere stoel.  

In de catalogus las ik dat Dufy een grote interesse in andere vormen van kunst had. Naast schilderen en tekenen heeft hij zich bezig gehouden met decors, keramiek, dessinontwerpen, mode en muurschilderingen. Ook weefsels hadden zijn grote interesse; in 1922 kwam hij in  contact met gobelinweverij ‘Manufacture de Beauvais’. De eigenaar, Jean Ajalbert, vroeg via het kunstenaarstijdschrift ‘Bulletin de la vie artistique’ welke kunstenaar van die tijd geschikt zou zijn om weefsels te ontwerpen die gebruikt konden worden om meubels te bekleden. Dufy maakte vervolgens nieuwe ontwerpen waarbij gebouwen van Parijs het uitgangspunt waren. Dat hij weinig van weven wist, zag hij zelf niet als een probleem; hij had toen al tien jaar ervaring met het ontwerpen van dessins voor de textielindustrie.

Het moet vast en zeker moeilijk zijn geweest om zijn ontwerpen te weven. Voor de wevers was het een grote uitdaging. Ze hadden nog nooit zoveel verschillende tinten garen gebruikt en die mochten niet door elkaar gehaald worden. Schaduwen, vormen en lijnen en daarbij ook nog alle verfstreken moesten omgezet worden in een weefsel. Dat het gelukt is, komt door de ervaring en het geduld van de wevers. De weefsels zijn schilderijen gevangen in garens, met dezelfde vrolijkheid en lichtheid als in zijn ander werk. Hoe mooi zou het zijn om een zo’n stoel te hebben! Mij maakt het niet uit welk gebouw er op staat. Op veilingsites worden ze af en toe aangeboden en voor astronomische bedragen verkocht. Het blijft dus een droom; gelukkig heb ik de meubels in het echt gezien en kunnen fotograferen.

In een zaal verderop stond een kamerscherm uit 1933 met als titel ‘Panorama de Paris’. Ook geweven in Beauvais; ook daarop is de Arc de Triomphe te zien naast andere beroemde Parijse monumenten.

Parijs zorgt altijd voor nieuwe ervaringen en de historische gebouwen zullen altijd een inspiratiebron blijven voor kunstenaars en ontwerpers.